WouterLeendert TUKKER
‘Toen in mijn ouderlijk huis op een zondagmiddag de rede van Stefanus uit Handelingen 7 werd gelezen, behaagde het God om Zich als de God der heerlijkheid, Die aan Abraham verscheen, in mij te openbaren. ‘k Was zeventien jaar oud. Van toen af is de Heere voor mij geworden ‘de God der heerlijkheid’ en is ook Abraham, die God heeft ontmoet, die met Hem heeft gewandeld, gesproken en gegeten, ofschoon hij stof en as was, voor mij te meer geworden de heilige, de patriarch…’k Heb hem weleens genoemd ‘De Zwijger uit het Oude Testament’ en hij stond zo hoog in mijn achting dat ik lange tijd niet over hem durfde te preken!’ Wie sprak dit zelfgetuigenis?
Biografie
Wouter Leendert Tukker werd op dinsdag 14 september 1909 geboren in een boerderij te Hoek van Holland en overleed dinsdag 6 december 1988 in een verzorgingshuis te Epe. Op zondag (Hervormingsdag) werd Leen gedoopt. Vader Tukker was landbouwer en liberaal denkend, moeder vreesde de Heere. Beide ouders kwamen uit de Alblasserwaard: Bleskensgraaf en Giessendam.
Na lagere school, mulo, kweekschool (onaf) en gymnasium werd Leen in 1935 student theologie in Utrecht. In de schoolvakanties logeerde hij bij familie en bezocht dan ook gezelschappen, waar hij de godzalige Fijgje Bons ontmoette. Predikanten met wie hij zich ook geestelijk verbonden voelde, vanwege hun schriftuurlijk-bevindelijke prediking waren: N.C. Bakker, S. van Dorp, A.F.P. Pop en P. Zandt.
Toen hij zeventien jaar was, beleefde hij twee invloedrijke gebeurtenissen. De ene is hierboven al weergegeven, de andere tijdens een preek van de latere prof. G. Wisse over Mat.13:44 (schat in de akker). De Heilige Geest werkte door middel van deze Woordverkondiging de verzoening met God en de roeping tot het ambt.
Op zondagmiddag 10 december 1939, de Tweede Wereldoorlog was enkele maanden oud, was de intreetekst van dominee Tukker in zijn eerste gemeente Hei- en Boeicop uit Jes.64:1 (de gescheurde hemel). Ongeveer drie jaar later werd afscheid genomen met Hand. 20:32 (God der genade). Tot de kerkenraad sprak hij: ‘Dit afscheid heeft ons beiden tranen gekost. U hebt mij uw volle vertrouwen en liefde geschonken. Ik heb u liefgehad en er is nooit een hard woord gevallen, maar u hebt mijn gebreken/ tekortkomingen vriendelijk willen verdragen. Hartelijk dank (…).’ Verder sprak hij in de afscheidsdienst: ‘De Heere heeft die bede uit Jes. 61 menigmaal willen verhoren. Hij moge ook de gemeente niet verlaten. En Hij doe hen die de afgelopen drie jaren nog onverschillig en onbereikbaar zijn gebleven voor de prediking, neerknielen voor de troon van Zijn genade.’ Tukker herinnerde nog aan de kerkrestauratie, waaraan hij ook in andere gemeenten zijn bijdrage zou leveren. Hij zei: ‘Nu het derde aandachtspunt gemeente: Het werk der genade. Hierbij denk ik aan de restauratie van ons kerkgebouw. Daarvoor zijn oude stenen van een ander gebouw gebruikt, vuile, lelijke stenen. Maar met hun fijne houweeltjes hebben de arbeiders er nette stenen van gemaakt. Daarna zijn ze in brandstof gewassen en zo een plaats gegeven aan het kerkgebouw. Zo gaat het met mensen ook. God slaat de stukken die er niet aan horen weg.
Ze worden gewassen en gereinigd en zo geplaatst in het fundament Jezus Christus! Die de Heere afhaalt van het oude fundament des satans en een erfplaats geeft onder de heiligen, die bewijst Hij eeuwige genade. En een afval der heiligen is er niet!’
Andere gemeenten die werden gediend, zijn: Elburg (1942), Bleskensgraaf (1946), Delft (1948), Rotterdam (1955), Katwijk aan Zee (1959), Zwolle (1964) en Groot-Ammers (1969). Hier ging hij met emeritaat. In de volgende jaren werd bijstand in het pastoraat verleend te Sirjansland, Wassenaar, Arnemuiden en Ridderkerk.
Op zaterdagmiddag 10 december 1988 leidde neef ds. C.A. Tukker in Hoek van Holland de rouwdienst in de hervormde kerk. Zijn tekst was Hand. 4:12: ‘En de zaligheid is in geen ander.’ Over deze woorden, die ook op de rouwbrief stonden, had kand. Tukker in 1939 zijn proefpreek gehouden. Ook was de 90-jarige Schotse vriend en broeder ds. Sinclair (F.P. Church) aanwezig. Hij sprak vanuit Ps. 84: ‘Mijn oprechte vriend in Christus maakt nu God groot in de hemel. Samen hebben we altijd dezelfde Christus verkondigd.’ Tukker werd ook als predikant begeerd in: Ameide, Elspeet, Genemuiden,
Leerbroek, Montfoort, Nieuwe-Tonge, Opheusden, Ouddorp, St. Maartensdijk, Tholen en Zuilichem.
Gedenkwaardig:
In januari 1942 kwam er een toezegging van beroep uit Bleskensgraaf. Fijgje Bons schreef naar vrienden: ’Dinsdag is ds. Tukker met zijn moeder in de gemeente geweest. Eerst een uurtje bij ons, waar we nog aangenaam en in liefde van hart tot hart mochten spreken. Bij mij ligt er een stille hoop, mocht de Heere die niet beschamen, dat Hij Zijn eerwaarde nog eens zou zenden. Het zou de vervulling Zijner beloften en verhoring onzer gebeden zijn. Zijn Naam mocht er nog in verheerlijkt worden en Zijn Koninkrijk nog door uitgebreid.’ Tukker nam toen het beroep niet aan, maar dat gebeurde wel in 1946.
Het volgende is gebeurd in de consistorie van de Nieuwe Kerk te Delft. Daarvan vertelde Tukker: ‘Ds. L. Vroegindeweij heeft zijn laatste kerkdienst bijgewoond onder mijn preek. Hij kwam na afloop van die kerkdienst in de consistorie en zei tegen mij: Zoals jij Christus hebt gepreekt, heb ik het nog nooit gekund. Daarop heb ik hem geantwoord: Zoals jij het stuk van de ontdekking aan zonde en schuld hebt gepreekt, heb ik het nooit gekund.’ Is dit niet een schitterend voorbeeld van het feit, dat twee dominees uit hervormd-gereformeerde kring met verschillende accenten in de prediking, elkaar hartelijk konden waarderen?
Ds. Tukker had een precieze zondagsviering, zowel in als buiten ons land. Wellicht is hij daar slechts één keer van afgeweken. Met enkele ambtsbroeders was hij in Zuid-Afrika op bezoek. Eén van hen mocht op zondagmorgen, op zekere afstand van zijn logeeradres, voorgaan in een eredienst. Graag wilde hij hem horen. Echter, om daar te komen was wel een auto nodig. En toen heeft hij bij wijze van hoge uitzondering op zondag gebruik gemaakt van een auto.
Ik herinner mij duidelijk de dienst op de zondag van de watersnood in 1953 in de Nieuwe Kerk te Delft, waar mijn vriend ds. J.J. Poot voorging. Hij liet zingen Psalm 93. Diepe indruk maakte het, toen de angstige gemeente zong: ‘Gij hebt Uw troon van eeuwigheid gegrond. De waat’ren, HEER’ verheffen zich in ’t rond (…). Maar HEER’, Gij zijt veel sterker, dan ’t geweld. Der waat’ren (…).’ Wellicht zou een criticaster deze psalm bombastisch vinden. Maar in die avonddienst, toen de soldaten uit de kerk geroepen waren, was de angst voor de vloed in ons allen. Toen voelden wij dat hier het Woord Gods was en de Geest Gods was in Zijn Woord, dat de gemeente zong.
Arbeid
Veel arbeid heeft de ongehuwde Tukker verricht. Hij was lid (voorzitter) van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, visitator-generaal in de Nederlandse Hervormde Kerk, docent aan het Hervormd Seminarie, lid van de commissie revisie Statenvertaling, redactielid van het Gereformeerd Weekblad, medewerker aan de Waarheidsvriend, lid van de Raad van toezicht van het RD, publicist van veel preken (serie Genade voor Genade).
Een aantal artikelen van zijn hand zijn verzameld in De weg van het Woord. Ds. Tukker had ook oog voor schoonheid: muziek, interieur, auto, kunst en natuur. Daarom heeft hij ook gereisd naar Duitsland, Italië, Schotland, Zwitserland en Zuid-Afrika. Maar liefdevol dienstbaar te zijn voor Gods Woord en kerk, stond in zijn leven bovenaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2021
Zicht op de kerk | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2021
Zicht op de kerk | 32 Pagina's