Communicatie en geheimhouding
Spreken Is Zilver, Zwijgen Is Goud
Een ambtsdrager werkt alleen én in samenwerking. Bijvoorbeeld: een diaken gaat soms alleen op bezoek, maar hij kan ook met een collega gaan. Daarnaast maakt hij ook deel uit van een college van diakenen, dat zelfstandig vergadert, én maakt hij deel uit van de kerkenraad. Een dienstdoend predikant werkt alleen, en ook wel in samenwerking. Als lid, en vaak ook als preses, van de kerkenraad en soms ook met collega-predikanten in één gemeente. En als een emerituspredikant toestemming heeft van het breed moderamen van de classicale vergadering kan hij ook in plaats van de consulent een kerkenraadsvergadering leiden, hoewel hij geen deel uitmaakt van de kerkenraad.
Een predikant heeft hoe dan ook een bijzondere positie, en dat geeft weleens moeilijkheden. Ook wel eenzaamheid. Hij weet dat een open verhouding in de kerkenraad van belang is (transparantie), zowel van hem uit naar de overige kerkenraadsleden, als van de ouderlingen en diakenen naar hém én naar elkaar toe. ‘Communicatie’ is daarbij een sleutelwoord. In dat woord zit ‘commuun’, dat betekent: gemeenschappelijk. Je ‘deelt’ allerlei zaken met elkaar. Dat delen bevordert openheid en transparantie. Maar ‘openheid en transparantie’ kunnen geen doel op zichzelf zijn. Uiteindelijk gaat het in de kerk om wat de zaak van de Koning dient.
En dat betekent ook dat er een plicht tot geheimhouding is. In ord. 13-6-1 kunnen we lezen: De predikanten zijn, overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 1-15-13, verplicht tot geheimhouding van al datgene wat in de uitoefening der zielzorg vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen.
Wat betekent dit in de praktijk? Allereerst: de geheimhouding geldt de predikant persoonlijk. Het is dus niet zo dat het hem ‘vrij staat’ om wat hem vertrouwelijk ter kennis is gekomen met bijvoorbeeld de kerkenraad te delen! Stel, iemand zegt iets tegen een predikant en zegt er nadrukkelijk bij: ‘Dominee, ik vertel u dit in vertrouwen.’ Hoe moet de predikant daarmee omgaan? Het is wijs om dan tegen de be-treffende persoon te zeggen: ‘Dat is goed, maar ik ga ervan uit dat dan ook dit gesprek vertrouwelijk blijft, dus ook wat ik nu als predikant ga zeggen.’ Na dit bezoek komt de predikant thuis, het gehoorde weegt hem zwaar, en hij zegt het tegen zijn vrouw … U voelt wel, hier gaat het niet goed …
Nu zijn er ook predikanten die dit willen delen met één of meerdere kerkenraadsleden, vaak vanuit een verkeerd verantwoordelijkheidsbesef naar de kerkenraad toe. Verkeerd, omdat hij niet in ‘dienst’ is van kerkenraad of gemeente. Hij is dienaar van het Woord. Maar je wilt zo graag de nood ‘delen’ ... Toch mag dit niet. Tenzij je tijdens het gesprek met de betreffende persoon vraagt: ‘Is het goed dat ik dit met uw wijkouderling of met de kerkenraad bespreek?’ Maar de predikant moet dan niet verbaasd zijn als meneer of mevrouw dat niet goedvindt. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Bijvoorbeeld omdat iedereen elkaar kent, terwijl de predikant toch vaak uit een ander deel van het land komt en daarmee een ‘vreemde’ is.
U voelt, dit geeft een zekere eenzaamheid bij de predikant. Ik hoop dat u dat beseft, en dat u het hem ook niet moeilijk maakt door tijdens een gesprek zomaar eens terloops naar een ander gemeentelid te vragen waar mogelijk iets ‘aan de hand is’ …
Echter, ook de andere ambtsdragers hebben geheimhoudingsplicht. Hierboven las u al van ord. 1-15-13. Het is goed deze te kennen: Zij, die met een ambt bekleed zijn, dan wel een ambt bekleed hebben, of een functie vervullen of vervuld hebben, zijn verplicht tot geheimhouding van al datgene, wat uit hoofde van de vervulling van hun ambt of functie vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen. Dus: weeg uw woorden op een goudschaaltje, binnen en buiten de kerkenraad. En hoewel er binnen een vergadering verschillen kunnen zijn, na besluitvorming spreekt men met één mond! En men volgt daarbij ord. 1-20-16: De leden van kerkelijke lichamen zijn verplicht tot geheimhouding van al datgene, wat uit hoofde van hun lidmaatschap vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen. Wat is gebed voor de predikant nodig, en voor de andere ambtsdragers. Ja, omdat ze dat nodig hebben (zie Zondag 45, vr. en antw. 116), zoals het voor ons allen geldt: dragen, verdragen, opdragen. Maar in het bijzonder is gebed nodig in verband met Gods heilige Naam. Zie Zondag 47, vr. en antw. 122: dat wij al ons leven, gedachten, woorden en werken, alzo schikken en richten, dat Uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde.
Psalm 141:3:
Zet, HEER’, een wacht voor mijne lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat’ ontglippen.
Zie ook de artikelenserie uit 2019 over dit onderwerp van de hand van ds. P.D. van den Boogaard op de website van de kerk: www.hhk.nl/kerkorde//artikelen-zicht-op-de-kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2025
Zicht op de kerk | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2025
Zicht op de kerk | 32 Pagina's