Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eschatologie in De hemel is rood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eschatologie in De hemel is rood

23 minuten leestijd

E‘Een afscheid en een nieuw begin’ luidt de titel van het artikel op de achterpagina van het ‘Kerkblaadje’ van vrijdag 3 maart 1972. 1 De uitgave van Ecclesia, het maandelijks verschijnend contactorgaan van dr. Aalders, heeft dan sinds begin jaren ’50 bijna twintig jaar bestaan en is gestaakt.

Ds. Van Heyst schrijft: ‘In een afscheidswoord geeft dr. Aalders rekenschap van de wijze waarop hij al de jaren door zijn contactorgaan heeft geredigeerd. In bewogen bewoordingen maakt hij zijn lezers deelgenoot van de geestelijke worstelingen, die hij bij al zijn arbeid, óók bij deze arbeid heeft doorgemaakt.’ Daarna schrijft dr. Aalders zelf: ‘Vanaf mijn studententijd heb ik gepassioneerd gestudeerd en mij verdiept in de vragen van het geloof. En omdat mijn leven zich afspeelde in een bewogen tijd, onderging ik in mijn studie de invloed van die tijd, en wilde ik proberen in ernst en verantwoordelijkheid voor God en mijn geweten de juiste houding er tegenover te vinden. Ik ben mij daarbij steeds méér bewust geworden, dat één vraag voor mij centrale betekenis heeft. De vraag naar het werk van de Heilige Geest. Dat is het punt waar ik grotere klaarheid over heb zoeken te krijgen. Die vraag is het middelpunt geweest en gebleven in al mijn artikelen, boeken en preken. Waar en hoe is God present in onze werkelijkheid? Telkens ontmoette ik daarbij mensen, die door hun woord of geschrift blijk gaven ook met die vraag bezig te zijn, en die mij daarom boeiden. In de meesten ben ik echter weer teleurgesteld, omdat zij uiteindelijk toch méér geïnteresseerd bleken in ‘onze werkelijkheid’ dan in ‘de presentie Gods’. Slechts bij een klein aantal herkende ik eenzelfde passie voor dezelfde vraag. En van hen heb ik als mijn leermeesters-in-Christus heel veel geleerd. Allereerst moet ik dan Luther noemen, en voorts Augustinus, Kierkegaard, Kohlbrugge. Maar ook Pascal en Hamann. Wat ik nu hoop bij de afsluiting van al het werk, dat ik in de loop van twintig jaar aan dit maandschrift besteed heb, is dat ik een aantal lezers van dit blad iets van de vrucht van mijn eigen worstelingen heb kunnen meedelen en hen misschien iets dichter heb gebracht bij de werkelijkheid van de Heilige Geest, van Wie wij in het Evangelie lezen, dat Hij het uit Christus neemt en ons verkondigt’.

Midden in de periode waarover Aalders dit zegt, is zijn boekje De hemel is rood 2 verschenen en komen wij dus volop de worstelingen en vragen van Aalders tegen: de vraag naar het werk van de Heilige Geest en waar en hoe is God present in onze werkelijkheid.

Waarom is dit boekje nu nog relevant? In dit boekje uit 1961 zegt Aalders ons dat onze kennis toeneemt, maar ons besef van de waarheid neemt af; wij vliegen steeds sneller door de tijd maar wij verliezen finale gerichtheid; techniek en wetenschap geven ons bestaan expansie, maar wij boeten in aan leven.

Dit kleine boekje bevat tien hoofdstukken. Tien ‘partita van een suite’. Als grondtoon van dit muzikale werk klinkt Johannes 14:6, waar Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Het is troostvol dat Jezus meerdere van zijn “Ik ben” uitspraken richt tot hen die moeite hebben met geloven. Een paar hoofdstukken eerder (Joh.11:24-25) begreep Martha niet wat Jezus bedoelde toen Jezus tot haar zei dat haar broer weer zou opstaan. Zo ook hier bij Thomas, die het niet begrijpt als Jezus zegt dat Thomas kan weten waar Hij heen gaat en dat hij de weg kan weten. Liefdevol beantwoordt Jezus Thomas’ vraag: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Met deze tekst als uitgangspunt benadert dr. Aalders Jezus’ geboorte en de kindermoord in Bethlehem, het begin van het openbaar optreden van Jezus, zijn lijden en sterven, zijn opstanding en koninklijke heerschappij en tenslotte de wederkomst. De actuele betekenis van deze heilswerkelijkheid is confronterend voor de moderne mens. ‘Hij beseft, dat de mens is binnengetreden in het eschatologische tijdperk. Wij gaan lijnrecht af op de onthulling van het uiteindelijke scheppingsplan Gods.’ De hemel is rood!

Bij het lezen en herlezen van ‘De hemel is rood’ heb ik mij een paar vragen gesteld. Mijn eerste vraag is welk deel van de grondtoon – Waarheid, Weg of Leven – in elk van de hoofdstukken terugkomt. Mijn tweede vraag is wat het eschatalogische element is in elk hoofdstuk. En mijn derde vraag is hoe de actuele betekenis van de heilswerkelijkheid ons als moderne mens confronteert. Het doel van dit artikel is om een beknopte samenvatting te geven van de inhoud van het boekje en daar kort op te reflecteren, waarbij waar mogelijk de brug naar 2019 wordt geslagen.

Op een weergaloze manier maakt Aalders deze suite met 10 partita. Als u meer visueel bent ingesteld kunt u de tien hoofdstukken ook zien als tien kleine verfijnde schilderingen, composities, die samen een majestueus geheel vormen. De woorden ‘Waarheid’, ‘Weg’ en ‘Leven’ worden door Aalders respectievelijk verbonden aan ‘werkelijkheid’, ‘geschiedenis’ en ‘ons bestaan’. Elk van deze verbindingen zullen hieronder verder worden uitgewerkt: de Waarheid in de werkelijkheid; de Weg in de geschiedenis; het Leven in ons bestaan.

De Waarheid in de werkelijkheid

Allereerst gaat Aalders in op de ‘Waarheid’ in de werkelijkheid naar aanleiding van Jezus’ woorden “Ik ben de Waarheid”. Jezus Christus is de Waarheid. Hij is de enige zekerheid in ons bestaan. Dit staat haaks op ons verlangen in soevereine zelfstandigheid te leven, vastheid en grond in onszelf zoekend.

In drie partita of schilderingen toont Aalders ons de werkelijkheid om ons heen én Jezus als Waarheid in die werkelijkheid. Een werkelijkheid die kan worden gekenmerkt met de woorden: antropocentrisch, rauw, meedogenloos en onrechtvaardig, gebonden en gedetermineerd.

Het eerste kenmerk van de werkelijkheid is dat zij antropocentrisch is. Dit wordt duidelijk als we ons oor aandachtig te luister leggen bij het spreken van de engelen in Bethlehems velden. Hun spreken betekent een Umwertung aller Werte. Deze term moeten we duiden tegen de achtergrond van de zestiger jaren waarin dit boekje is gepubliceerd: een tijd waarin veel waarden en normen onder druk kwamen te staan en werden ‘omgekeerd’. Aalders gebruikt die term, maar dan in omgekeerde zin. In de namen die Jezus krijgt in het spreken van de engelen in Bethlehem is de wending van antropocentrisch naar christocentrisch waar te nemen. Die namen zijn achtereenvolgens Doxa, Irene en Eudokia. Voor de engelen zijn die namen realiteit, werkelijkheid. De stal van Bethlehem wordt zo voor ons een leerschool van de Umwertung aller Werte. Waar wij allereerst aan onszelf denken, daarna aan de wereld en pas daarna aan God, draait God alles om. God begint bij zijn eigen eer. ‘Ere zij God’, Doxa dus als eerste naam. Daarna Irene - Vrede. Een vrede die messiaans is en zal zijn voor heel de schepping. De schepping is in haar wezen aangelegd op de leiding van Gods Geest. Dat wordt in Jezus’ leven zichtbaar als Hij de wind stilt, de wilde dieren Hem dienen, door ziekte aangetaste lichamen door Hem in hun scheppingsorde worden hersteld en brood en wijn door Hem boven hun aardse wetmatigheden worden uitgetild. Umwertung aller Werte: de schepping heeft geen antropocentrische maar christocentrische structuur. En pas nu, na Doxa en Irene, komt de mens in beeld: ‘In de mensen een welbehagen’. Met ‘welbehagen’ wordt Gods lankmoedigheid en geduld bedoeld. Hij stelt de wederkomst nog uit, zodat mensen tot geloof kunnen komen. Een existentiële ervaring van dit ‘welbehagen’ kunnen we hebben als één van onze geliefden ongeneeslijk ziek blijkt te zijn en we er (nog) niet zeker van zijn dat hij of zij door het geloof aan Jezus Christus is verbonden en in Hem geborgen is.

Hoe confronteert dit de moderne mens? In filosofie en theologie is er een continue vatbaarheid voor een antropocentrisch perspectief, terwijl het heil van boven, van de andere kant komt. In een Umwertung aller Werte fungeren God en Zijn spreken niet als door de broze mens te onderzoeken objecten, maar God en zijn spreken zijn dan subject. Gods Woord is dan het levende Woord (viva vox) van de levende God tot ons.

Een tweede kenmerk van de werkelijkheid is dat zij rauw, meedogenloos en onrechtvaardig is. Met de tekening van de kindermoord in Bethlehem gaat Aalders in op de vraag naar het lijden en Gods antwoord erop en dan wel in het bijzonder het lijden van weerloze kinderen. Ook hier is Jezus de Waarheid in de werkelijkheid. Aalders laat zien dat er een innige verwantschap is tussen Jezus en de kinderen. ‘Het opvallende van een kind is zijn onschuld en zijn weerloosheid. Jezus was echter het heilige Kind Gods, dat die onschuld en weerloosheid ook in zijn volwassenheid behouden heeft.’ Met Jezus’ verrijzenis geeft God een eschatologisch antwoord op de klacht van Rachel en zien wij het begin van het rechtzetten van alle onrecht op de aarde, ook het onrecht dat weerloze kinderen is aangedaan. Het Koninkrijk is reeds aangebroken. Met Jezus’ verrijzenis, Hemelvaart en zitten aan de rechterhand van zijn Vader is dit eschaton nu al gaande. God is bezig ‘om mensen die een vloek en plaag voor kinderen zijn, te vernieuwen en het hart van een kind te geven’.

Hoe confronteert dit de moderne mens? Concreet en rauw: ook vandaag zijn er in Nederland tachtig kinderen in de moederschoot geaborteerd. In de media wordt hiervoor het misleidende eufemisme ‘zwangerschapsafbreking’ gebruikt. Het is confronterend dat de organisaties VBOK en Siriz zo’n moeite hebben met hun bestaansrecht en financiering. Een tweede confrontatie voor de moderne mens is de geweldige eenzaamheid waarin veel jongeren leven. In samenhang hiermee geven steeds meer opvoeders toe het af te hebben laten weten in een liefdevolle concrete mediaopvoeding van de aan hun zorgen toevertrouwde jongeren. Op allerlei manieren vallen onze jongeren in de strikken van de satan, zonder dat we daar al te veel aan doen. Een derde confrontatie is dat jongvolwassenen, maar ook veertigers, vijftigers en zestigers aangeven een openhartig geloofsgesprek met hun ouders en grootouders te hebben gemist.

In een derde onderdeel van de ‘Waarheid in de werkelijkheid’ schildert Aalders met verfijnde streken hoe Johannes de Doper Jezus ziet (Joh. 1:36). Johannes heeft met zijn zienersblik er iets van gepeild dat Jezus zonder intermediair van mensen en menselijke wetten toegang had tot Gods waarheid en Gods liefde. Johannes heeft Jezus intens en met grote aandacht in zich opgenomen en daarna gezegd: ‘Zie het Lam Gods’. Een reactie bleef niet uit: ‘Al zal de volle inhoud Andreas en Johannes voorbij gegaan zijn, toch moeten deze woorden hen hevig hebben aangesproken. Allereerst de teerheid en liefelijkheid die er in lagen. Deze woorden waren als een gefluisterd lied. Zij drukten uit de zuivere ongereptheid van Jezus. Hier was een ziel die niet beduimeld en bedorven was. Hier was pril leven, dat nog de glorie kende van de aanraking met het goddelijke leven. Hier was een mens, op wie nog het tere waas van de oorspronkelijke paradijselijke scheppingsmorgen lag, en die nog ademde in de lucht van de hoogste vrijheid.’ Ik heb sterk de indruk dat we hier een blik in Aalders’ hart krijgen en iets mogen peilen van zijn ‘zien van het Lam Gods’.

Het woord dat gebruikt wordt voor het ‘zien’ van Johannes de Doper, wordt ook gebruikt voor het ‘zien’ van Jezus, als hij Petrus ontmoet. Jezus zag hem en kende hem door en door. In de naamgeving van Petrus, die dan volgt, ligt opnieuw een Umwertung aller Werte. Simon, de gebondene in een familie-traditie, de gebondene in gedetermineerdheden van generatie op generatie, ontmoet Jezus en voelt zich als een verlamde die plots bewegen kan. Jezus’ woorden waren voor hem ‘woorden des eeuwigen levens’. Zij hadden hem de werkelijkheid Gods geopenbaard. Maar de verlossing bleef afhankelijk van de voortzetting van de gespreksgemeenschap met Jezus. Zonder voortgaand gesprek zonk hij terug in zijn gedetermineerdheden, oude fouten, zonden, gebreken en gebondenheid. In de ontmoetingen na de opstanding van Jezus, bleek zijn restloze overgave. Tot wie moest hij anders gaan? Jezus had immers de woorden van het eeuwige leven!

Hoe confronteert dit de moderne mens? De confrontatie kan worden gevonden in de nadruk die Aalders legt op Jezus als Persoon. De contouren zijn hier reeds zichtbaar van wat hij drie jaar na de verschijning van De hemel is rood zal schrijven in zijn volgende boek In verzet tegen de tijd met de veelzeggende ondertitel ‘Een protest tegen de verwereldlijking van God en de vergoddelijking van de wereld’. Aan het begin van zijn betoog zegt hij: ‘Het Evangelie is blijde boodschap. Wat is echter de blijdschap van die boodschap? Het antwoord op die vraag is moeilijker dan wij denken. Het is namelijk niet een waarheid, niet een feit, maar een Persoon: Jezus Christus, de Gekruisigde en Opgestane! De kern van het Evangelie is het ‘Ik ben … Ego eimi’ van de Heer. Dat Hij als levende Persoon te midden van ons is, daarin ligt heel ons heil en al onze zaligheid.’

De Weg in de geschiedenis

Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het werk van Dr. Aalders voelde ik mij door zijn werk opgetild. Het lezen van zijn werk gaf mij in kort bestek overzicht over vele eeuwen (kerk)geschiedenis. Daarbij is een rode draad in al Aalders’ werk dat Jezus ‘de Weg’ is in de geschiedenis. In De hemel is rood werkt hij dit uit in de hoofdstukken vier tot zeven.

Jezus noemt zichzelf ‘de Weg’ als tweede deel van het antwoord op de vraag van Thomas. Opvallend is het contrast in het Johannes-evangelie tussen het ‘weten’ van Jezus (13:1) en het niet-weten in de vraag van Thomas (14: 5) ‘Wij weten niet en hoe kunnen wij de weg weten’. Zoals eerder gezegd verbindt Aalders ‘de Weg’ aan de geschiedenis. Jezus is Persoon in de geschiedenis, Die ‘in zichzelf de geschiedenis richting en inhoud heeft gegeven’. ‘Door zijn vleeswording, zijn lichamelijkheid draagt hij de dimensie van de tijd’. De geschiedenis is ‘in en door Hem geworden tot de Weg’. Jezus’ bestaan was finaal, d.w.z. heeft gevoerd tot een einde dat voleinding, verheerlijking was. Zijn leven was niet geboorte, volwassenheid, dood, maar geboren, geleden, gestorven, opgewekt en ten hemel gevaren.

Aalders laat op vier manieren zien hoe Christus ‘de Weg’ is; hoe niemand van ons ten hemel kan komen dan door zijn verdiensten en kracht. Achtereenvolgens gaat hij in op de voetwassing, de kruisgang, de overwinning op de dood en berichten over de opstanding.

Allereerst brengt Aalders de voetwassing (h.4) heel dichtbij en laat ons zien wie Jezus werkelijk was. In de daad van de voetwassing openbaart Jezus zichzelf: zijn geloof, zijn hoop, zijn moed, zijn zekerheid en zijn vrede. Wat Jezus, volgens Aalders, in Zijn liefde van ons vraagt in het gaan van ónze weg, is, dat wij ons met ons verleden, ons heden en onze toekomst, met ons hart, onze ziel en onze geest overgeven aan Zijn leiding in ons leven, afzien van alles in onszelf en steunen op Zijn geloof en Zijn gehoorzaamheid.

Het volgende hoofdstuk (h.5) toont ons Simon van Cyrene, die achter Jezus de kruisbalk draagt. In dit hoofdstuk komt de vraag op ons af om ons met deze Simon van Cyrene te identificeren, als de dwarsbalk van een kruis op onze schouders ligt of wordt gelegd. En dán te ontdekken dat niet wij ons kruis dragen, maar dat Jezus de eigenlijke drager is van ons kruis. Bij de kindermoord in Bethlehem ging het om het lijden van weerloze kinderen. Híér worden we geconfronteerd met het lijden van volwassenen. En dan opnieuw de identificatie: juist onder de druk van uw lijden spreekt u met Jezus ‘op een allerpersoonlijkste en directe wijze’ over uw eigen weg ‘die door de angsten en benauwdheden heen voert’. Over uw strijd ‘die gestreden moet worden om in te gaan in het koninkrijk Gods’. Waar God het kruis in ons leven zendt, wil Hij ons leren om los te laten, op te offeren waar we eerst koste wat kost aan vast wilden houden, wat voor ons onopgeefbaar was. Hij wil ons leren om onze onwil om te buigen, om dan door het offer heen te ontdekken wat de werkelijkheid Gods is: dat geofferde leven krijgen we herschapen uit Gods hand terug.

In het zesde hoofdstuk gaat Aalders in op onze dood, uw dood, mijn dood. Heel de geleefde tijd is opgenomen in de menselijke persoonlijkheid, het sterven sluit dat proces af. Wij kunnen dan niets meer doen, maar alleen zíjn. Het diepste van de dood is dat wij de eenzaamheid in moeten. Jezus – het Leven – zag de dood overal om zich heen. Om ons de heerlijkheid deelachtig te maken, ging Jezus door de dood heen. Het dodenrijk is de weg waarlangs de mens de reddende heilsheerschappij van Jezus deelachtig wordt. Als ‘inlijving in de dood van Christus’ is het sterven heilsnoodzakelijk. Wat betekent deelname aan de heilswerkelijkheid van Christus’ dood? Het betekent ten eerste dat wij ‘de pijn van het oordeel aanvaarden’ en ‘de waarheid van het gericht erkennen. De smart van de wroeging, het berouw en zelfverwijt over het verleden van ons leven en over onze ziel zoals die geworden is, kinderlijk ootmoedig ondergaan; God daarin liefhebben en gelijk geven’. Ten tweede betekent het echter ook dat wij op grond van Christus’ sterven Gods nieuwe beslissing over ons zondige verleden aanvaarden. Onze identiteit ligt dan niet meer in ons verleden, maar in Christus’ verleden. In zijn prachtige boekje The Promise of Baptism zegt James Brownson: ‘In the Bible, our identity is not found in our past, but in Christ’s past, which is our future. Our truest and deepest self is defined not by what we have experienced in the past, but by what Christ experienced and accomplished for us. This past experience of Christ gives us a glimpse of who we are becoming in the future, because of what Christ has already accomplished on our behalf’. 3

In het volgende hoofdstuk (h.7) werkt Aalders dit nog verder uit. In ons sterven worden onze roeping en verantwoordelijkheid die God ons gaf tot in zijn uiterste consequenties geactualiseerd. Jezus’ opstanding betekent dat Hij die roeping en verantwoordelijkheid heeft aanvaard; dat daarom de geschiedenis in Hem tot haar doel is gekomen. Daarin is Jezus de Weg. Wat was nieuw en bijzonder aan Jezus’ bestaanswijze na zijn opstanding? De scheppende kracht van de Heilige Geest is tot een overvloediger menselijke werkelijkheid geworden van een persoonlijke geest en een persoonlijk lichaam. Jezus heeft ons vlees aangenomen, maar na zZijn opstanding voert de Geest haar volle heerschappij uit over de lichamelijke werkelijkheid. De wereld is schepping! Wanneer ons leven door de Geest wordt beheerst, wordt het lichamelijke niet opgeheven, maar ontvangen we een leven in rijker geestelijker samenhang: het opstandingslichaam is geen vernietiging van het lichaam of het lichamelijke, maar verlossing. ‘Het lichaam der opstanding is de eerste volheerlijke openbaring van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’. Het belangrijkste van dit nieuwe lichaam is het nieuwe hart, waaruit de liefde voortkomt.

Hoe confronteert dit tweede deel van ‘de Weg’ de moderne mens? Het evangelie leert ons de ‘controle’ over ons leven uit handen te geven. Waar wij expliciet of impliciet de regie in eigen handen willen houden, vraagt God ons om los te laten. Een tweede confrontatie is dat wij lijden vaak zien als ‘vreemd’ aan ons leven, iets wat we graag willen elimineren. Aalders laat zien dat juist in het lijden Christus dicht bij ons is. Een derde confrontatie betreft onze identiteit. Als ons in het dagelijks leven gevraagd wordt wie we zijn, vertellen we vrijwel altijd wat wij in ons verleden hebben gedaan. De identiteit van een christen ligt echter in Christus’ verleden. In het heden worden we steeds meer wat we in Hem al zijn tot we straks in Hem volmaakt zullen zijn.

Het Leven in ons bestaan

Het zojuist besproken zevende hoofdstuk heeft elementen van zowel ‘de Weg’ als ‘het Leven’. In de laatste drie hoofdstukken van De hemel is rood werkt Aalders ‘het Leven’ nog verder uit en verbindt het met ons bestaan. Jezus is het Leven. ‘Jezus Christus is het beslissende beginpunt van het Godsrijk’. ‘Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn.’ In Rom. 6 werkt Paulus dit op een machtige manier uit. Wedergeboorte is sterven en opstaan tegelijk. Dat geeft natuurlijke weerstand van binnenuit, maar ook van buitenaf: machten en krachten die onttroond, onderworpen moeten worden. Boze heerschappijen, machten en krachten zullen de geschiedenis blijven bedreigen. Herkennen wij de heerschappijen, machten en krachten in onze tijd? Aalders zag er in zijn tijd drie: natuurwetenschap en techniek; de massa; de totalitaire staat.

Aalders ontkent niet de positieve mogelijkheden en de reikwijdte van natuurwetenschap en techniek, maar hij zag en voorzag dat verbondenheid met de schepping zou tanen; dat de schepping zou worden geobjectiveerd terwijl zij sprekend subject is. Daarnaast voorzag hij het verdwijnen van de vreugde van persoonlijke scheppende arbeid. Iemand die recent in dit spoor behartigenswaardige dingen heeft geschreven is Alessandro d’Avenia 4 . Hij bepleit het cultiveren van passie ‘het vermogen om te lijden voor iets of iemand’.

De tweede tendens van heerschappijen, krachten en machten die Aalders signaleert is het ontstaan van de massa, een geestloze horde zonder vorming door oorspronkelijke levensverbanden. Een belangrijk verband tussen deze eerste twee bedreigingen van de geschiedenis, is dat ‘de techniek de massa in het leven heeft geroepen’. Het is bijna onvoorstelbaar dat dit woorden uit 1961 zijn. De onthutsende waarheid van deze observatie wordt steeds duidelijker als we de effecten van de moderne media zien op levens van mensen. Het individuele leven verschraalt steeds meer, stelt Aalders. Hij bedoelde daarmee een ander soort individualiteit dan de huidige opvatting. Hij bedoelde de enkeling die zich niet heeft laten opnemen in de geestloze massa.

De derde en laatste bedreiging die door Aalders wordt genoemd is de totalitaire staat, waarbij hij opnieuw een samenhang ziet met de moderne wetenschap en techniek. Hij voorziet een totalitaire staat, waarin de enkele mens leeft zonder rechten en vrijheid, zonder eigen leven en eigen toekomst. Het probleem zit niet in de wetenschap en techniek, maar in het eraan toekennen van messiaanse toekomstverwachtingen. Daarnaast is er geen oog meer voor geestelijke en zedelijke waarden: ‘de fysicus en de technicus zijn de priester van de wereld van morgen’, zegt Aalders in 1961. De wereld van vandaag dus.

Wat is de taak van een christen in dit alles? Ten eerste de onttroning van de demonie van wetenschap en techniek in het menselijk hart. Ten tweede het toetsen van de mogelijkheden aan geloof, hoop en liefde in plaats van aan genot, weelde en verzadiging. Ten derde een accentuering van geestelijk en zedelijk leven als bewuste corrigerende eenzijdigheid. Maar wat zich in het leven van een christen manifesteert is slechts een zwakke afspiegeling van het Koningschap van Jezus. Hij is de Opgestane, Die op de Paasmorgen alle demonieën verbroken heeft. Met die macht heerst Hij ook nu nog over de geschiedenis, alsook over de weeën die de komst van het Rijk begeleiden.

In hoofdstuk negen laat Aalders zien dat schepping reikhalzend uitziet naar geestelijke autoriteit, geestelijk gezag, leiding. De schepping is aangelegd op de leiding van de Heilige Geest. Gebrek aan deze leiding of een boze ongeestelijke leiding storten haar in het verderf. De schepping kan zich dan heimelijk ondergronds verzetten, onwillig worden. Dit verzet uit zich in typische cultuurziekten als kanker en burn-out. ‘Buiten de leiding van de Geest zou het Bijbelwoord, dat de bezoldiging der zonde de dood is, wel eens griezelige actualiteit kunnen gaan krijgen, zowel in biologisch als in technisch en economisch opzicht! Ook hier geldt dat het loon op de zonde de dood is.’

De schepping gehoorzaamt Jezus, omdat Hij vol is van de Heilige Geest. De wonderen van Jezus zijn tekenen, die van zich af en ergens heen wijzen. In de wonderen die Jezus deed, zien we glimpen van het reeds aanwezige én komende Koninkrijk. Waar in het Oude Testament is voorzegd dat de wijn van de heuvels zal stromen (Joël 3:18, Amos 9:13) is dit deels al vervuld door Jezus in zijn eerste wonderteken bij de bruiloft in Kana (Joh. 2:1-11). God zal al zijn beloften vervullen, de wijn zal van de heuvels stromen. De genezing op de sabbat (Joh. 5:1-18) verwijst naar de sabbatsrust op de jongste dag (Hebr. 3 en 4). De voeding van de vijfduizend mensen (Joh. 6:1-59) verwijst naar Jezus Die het Brood des levens is, een leven dat het eten van manna overtreft. De genezing van de blinde (Joh. 8:12-9:41) verwijst ons naar Jezus, Die het ware Licht van de wereld is en Die religieuze blindheid verwijdert (9:39). De opwekking van Lazarus (Joh. 11) loopt vooruit op de uiteindelijke opstanding van al Gods kinderen. Het doel van de tekenen is dat ze leiden tot geloof in Jezus Christus (Joh. 20:30-31; 12:37). Als de tekenen niet tot geloof leiden, ligt dat niet aan de tekenen, maar aan hen die weigeren te geloven en in de tekenen te zien wie Jezus is. 5 De wonderen zijn niet alléén een belofte van het kómende Koninkrijk, maar ook een verwezenlijking, zij het ten dele, van het Koninkrijk in het hier en nu. Het eschaton is niet alléén toekomst, maar al reeds aanwezig, realized eschatology. Bij Paulus komen we dit o.a. tegen in Ef. 2:4-8 (heeft liefgehad), Kol. 1:13 (heeft getrokken en overgezet) en 2 Tim. 1:9 (heeft zalig gemaakt en geroepen, is gegeven).

Christus heeft de macht van het kwade overwonnen en ‘draagt en beheerst de geschiedenis’. ‘Hij is de Pantocrator, de Albeheerser, Die de dingen leidt en regeert, en die de tijd heenstuwt naar zijn komst in heerlijkheid.’

De hemel is rood doet denken aan Confiteor, Aalders’ laatste boek. In de loop van de tijd heeft Aalders zich steeds meer verdiept in de Septuagint en haar betekenis voor het nieuwe Testament. Maar daarna had hij toch nog de behoefte om één keer Christus als Pantocrator te schilderen, evenals hij dat vijftig jaar voordien al had gedaan in De hemel is rood.

Het is een zegen om al die rijkdom uit zijn vroege werk te mogen opdiepen, waar hij Christus, de Pantocrator, schildert als de Weg, de Waarheid en het Leven. Opdat wij allen zullen zeggen Maranatha, kom Heere Jezus!

H. Ottema, Hardinxveld-Giessendam

Noten

1 Het kerkblaadje van vrijdag 3 maart 1972 heeft als ondertitel ‘Kerkblaadje – voortzetting van het “Kerkblaadje” van Dr. J.C.S. Locher en van “Ecclesia” van Dr. W. Aalders’. Het is het eerste nummer met Ds. Van Heyst en dr. Aalders in de redactie.

2 W. Aalders, De hemel is rood. Ommen: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge, 2019; In dit artikel wordt steeds verwezen naar de heruitgave die door de Stichting is verzorgd. Het boekje is te bestellen bij de adminstratie: gm.v.ommen@kpnplanet.nl, 0529-456729 (€ 10,- excl. verzendkosten voor lezers van Ecclesia, €12,50 excl. verzendkosten voor niet-lezers).

3 James V. Brownson, The Promise of Baptism. An Introduction tot Baptism in Scripture and the Reformed Tradition. Grand Rapids: Eerdmans, 2007, 50.

4 Zie Ecclesia 22 – 3 november 2018. In het Italiaanse dagblad Corriera del Sera van Italië (oplage van ca. 400.000 exemplaren) schrijft D’Avenia elke maandag een column onder de titel: ‘Bedden die moeten worden opgemaakt’.

5 Het overzicht en de betekenis van de tekenen is ontleend aan Thomas R. Schreiner, New Testament Theology. Magnifying God in Christ. Grand Rapids: Baker Academic, 2008, 64-67.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 juli 2019

Ecclesia | 17 Pagina's

Eschatologie in De hemel is rood

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 juli 2019

Ecclesia | 17 Pagina's