De Stuwkracht van de Tijdgeest -3-
De oorsprong van de tijdgeest ligt in de metafysische werkelijkheid van de satan, de vorst der duisternis, die zich omringd weet door tal van duivelse machten, geestelijke boosheden en occulte krachten waarvan hij zich bedient om waar mogelijk zijn heerschappij te vestigen en te versterken. En in navolging van de satan met zijn gevallen engelen is ook de mens als het kroonjuweel van de Goddelijke schepping van zijn Schepper afgevallen. De mens heeft zich laten verleiden om ook als God te willen zijn en is in de waarheid niet staande gebleven. Belust op macht en heerschappij heeft hij zich moed- en vrijwillig gestort in het verderf van de duivelse werkelijkheid van de bedrieglijke verbeelding. Zo heeft de satan zich een plaats weten te verwerven als de overste dezer wereld (Joh. 12:31; 14:30; 16:11), die de mens heeft geknecht om in een verbeelde werkelijkheid dienstbaar te zijn aan zijn heerschappij. 1
De oorsprong en de stuwkracht van de tijdgeest
De voortgang der geschiedenis laat zien hoe menselijke gemeenschappen zich in stammen groepeerden, steden gingen bewonen, zich tot volken en naties ontwikkelden en cultuurmachten vormden. Als de overste van de wereld neemt de satan hierbij een centrale plaats in. Vanuit zijn transcendente of bovennatuurlijk rijk van leugen en bedrog, van verleiding en verbeelding zoekt hij zich met zijn demonische machten, met afgoden, geestelijke boosheden en occulte krachten, te nestelen in het centrum van deze cultuurmachten. Met zijn voortstuwende kracht infiltreert hij deze machten als de geest van de tijd in onze geest. In alle verscheidenheid is hij de ‘god dezer eeuw’, altijd present om als de tijdgeest zijn machtspositie door uitbreidende schaalvergroting te versterken.
Door die stuwkracht van de tijdgeest streven overheden en machten er al de eeuwen door naar in afgoderij heerschappij te voeren, hetzij in religieuze kaders of meer seculier in ideologisch opzicht. En al te gemakkelijk ontgaat het velen in onze moderne en postmoderne tijd dat de stuwkracht van de tijdgeest ontspringt aan de metafysische realiteit van de macht van satan.
Grote verscheidenheid
In historisch opzicht laat de metafysische realiteit van satans macht in de cultuurcentra een grote verscheidenheid zien. 2 Onder de Egyptische goden nam Osiris een belangrijke plaats in en de hoofdgod van Assyrië was Asjur. Bij de Babylonische goden is Bel de oppergod, die in de Bijbel wel als Babel wordt aangeduid. Ook zijn zoon Nebo neemt als ‘engelvorst’ een zeer belangrijke plaats in. Mardoek is aan Bel gelijkgesteld en wordt in de Bijbel Merodach genoemd. In het Medisch-Perzische rijk is Mithras de god van het licht of de zonnegod. De Mithrascultus neemt onder de mysteriegodsdiensten een centrale plaats in en heeft met de verering van Zarathoestra als ‘reddende engel’ een sterke uitstraling gehad naar het Westen.
Voor het Griekse pantheon volstaan we met een verwijzing naar de oppergod Zeus, die zijn woning had op de Olympus, de berg die met zijn 2917 meter hoge top is beschreven als ‘het huis van de goden’. De Grieks-hellenistische godenwereld kreeg in gelatiniseerde vorm een voortbestaan en verdere uitbreiding in het Romeinse rijk, waar Zeus zijn voortbestaan als oppergod vond onder de naam Jupiter.
Hoe belangwekkend het ook is om veel grondiger kennis te nemen van de hierachter liggende leefwereld, hier moeten we volstaan met het weergeven van dit relaas. Dit echter niet zonder stil te staan bij een drietal saillante aandachtspunten.
Grote eenheid in verscheidenheid
De grote diversiteit van goden en de daarmee samenhangende cultus die het leefklimaat van de menselijke samenlevingsverbanden de eeuwen door bepaalde, is onmiskenbaar te herleiden tot een meer dan opmerkelijke eenheid. Het zijn godenmachten die in allerlei mutaties deel uitmaken van de metafysische macht waarmee de satan als de vorst der duisternis opereert om zijn satanische macht uit te oefenen en zijn geestelijk rijk van verleidende verbeelding en leugenachtige werkelijkheid te versterken en uit te breiden.
In de tweede plaats is het meer dan opvallend hoe sterk die occulte krachten verweven zijn met het overheidsgezag. Koningen en vorsten, machten en ‘geweldhebbers der duisternis dezer eeuw’ weten zich verwant met en dienstbaar aan de geestelijke boosheden in de lucht of zijn zo verblind dat zij hiervan willoze werktuigen zijn. In voorkomende gevallen laten zij zich op hun Goddelijke afkomst voorstaan en dwingen zo nodig met geweld af om als godenzonen te worden vereerd. Maar of overheden zich nu wel of niet bewust zijn van hun betrokkenheid op goden of hun dienstbaarheid aan God, altijd is er de stuwkracht van de tijdgeest die hen met hun gezag en kracht tot een perfect instrumentarium wil maken van de duistere, duivelse macht van satan. Helaas is dat inmiddels ook in ons land weer een hoogst actueel gegeven nu men bewerkstelligen wil dat de regeermacht niet langer gezien mag worden in dienst van God en uitgeoefend bij de gratie Gods.
Ten derde moet er worden verwezen naar het heir des hemels, in het algemeen te verstaan als het geheel van de zon, de maan en de sterren. Maar daaronder kunnen ook de engelen of de hemelse geesten begrepen worden, aldus 1 Koningen 21:19. In Deuteronomium 17:3 verbiedt God dit heir des hemels als goden te vereren, zich daarvoor te buigen en neer te knielen. En opmerkelijk genoeg wordt in de afgodische belevingswereld juist wel die verbindende schakel gelegd door overheden en vorsten niet alleen in samenhang te zien met de geestelijke boosheden in de lucht, maar ook in relatie tot hemellichamen en de zon, de maan en de sterren als goden te dienen en te vereren. Denk bijvoorbeeld aan Jupiter, Venus en Mars.
Meer eigentijds gezien
Wij maken deel uit van een moderne en postmoderne samenleving die zich kenmerkt door een a-metafysische en een a-theologische grondhouding. Steeds meer blijkt ook het ahistorisch denken karakteristiek voor onze tijd. Wat hiervan nog resteert, is manipulatieve verbeelding van het verleden of het koesteren van nostalgische gevoelens in de private sector van ons bestaan.
De realiteit van samenhangende verbanden tussen overheden, vorsten en aardse machten enerzijds en geestelijke machten en hemellichamen anderzijds is ons dan ook volkomen vreemd geworden. Velen weten niet beter dan hier sprookjes in te zien, die schouderophalend kunnen worden afgedaan. Vandaar dat we ons een enkele opmerking veroorloven op het gebied van de meer contemporaine of eigentijdse geschiedenis.
Het was de Duitse dichter Heinrich Heine die al in 1834 wees op de verschrikking die zich zou kunnen gaan voordoen wanneer de natuurfilosofie de oer-krachten van de natuur zou herstellen. De demonische krachten van het oud-Germaanse pantheïsme zouden daardoor kunnen worden opgeroepen en de brute Germaanse vechtlust in razernij losbarsten. 3
Vanaf de tijd van de Franse Revolutie kregen de ideeën van de Verlichting hun politiek-staatkundige uitwerking en vervolgens die van Nietzsche met de komst van ‘das Dritte Reich’. Hitler wilde de wetten van de natuur respecteren door het evolutiedogma met zijn ‘survival of the fittest’ centraal te stellen en binnen het Arische ras de komst van de Übermensch te bevorderen. Het Christendom, dat in Nazi-Duitsland werd gezien als de godsdienst van de zwakken, moest worden vervangen door de aloude pantheïstische religie van de Wodancultus met zijn Germaanse goden. 4
Evenals Napoleon heeft Hitler zich daarbij voortdurend op occult gebied begeven en zich ingelaten met astrologische voorspellingen. IJzingwekkend is het feit dat Hitler in staat is geweest op het Duitse volk een magische invloed uit te oefenen. In tal van theorieën is in dit verband verwezen naar occulte krachten die het Duitse volk als het ware onder hypnose brachten om hun ‘Führer’ in extase blindelings na te volgen. “Führer, mijn Führer, bescherm en bewaar mij zolang ik leef, blijf bij mij, verlaat mij niet”, zo baden bijvoorbeeld Duitse kinderen in Keulen tot Hitler. “Mijn geloof en mijn licht, wees verzekerd, mijn Führer, dat gij groot zijt.” 5 En als standaardbegroeting klonk het: “Heil Hitler”.
Het toekomstperspectief
De Duitse historicus prof. H. Mommsen bracht de opkomst van de nazipartij onder meer in verband met het verdwijnen van het Christelijk verantwoordelijkheidsbesef en de voortgang van een geseculariseerde samenleving: “Door een schrikbarend verval van normen en waarden was ‘het dier’ in de mens losgebroken.” 6 Met de ondergang van het demonische ‘Dritte Reich’ is de stuwkracht van de antichristelijke tijdgeest dan ook allerminst gebroken. Integendeel, gezien de ontwikkelingen in onze moderne en postmoderne samenleving en het secularisatieproces dat zich alom voltrekt, krijgt de ‘grote afval’ een extra dimensie, om met vernieuwde kracht een verdere doorbraak te forceren van de ‘mens der zonde’. De Heilige Schrift voorzegde in 2 Thessalonicenzen 2 vers 3-12 zijn komst als de zoon des verderfs die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt. Onbeschaamd proclameert hij dat hij God is en zijn toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht en tekenen en wonderen der leugen. Zij die meegevoerd worden in de verleiding der onrechtvaardigheid zullen verloren gaan, evenals zij die in hun verbeelding onderworpen zijn aan de kracht der dwaling waardoor zij de leugen geloven. 7
De actualiteit van de tuimelgeest
Als we de actuele stand van zaken in kaart brengen, moet allereerst worden vastgesteld dat het de stuwkracht van de tijdgeest is die de voortdurende voortgang van het secularisatieproces bewerkstelligt met als gevolg dat onze moderne samenleving steeds meer een postmodern karakter krijgt. Er heeft zich een volslagen ommekeer in het menselijk leven en denken voltrokken. Zoals al eerder, zo ook nu weer kunnen we er niet omheen hier met Groen van Prinsterer te spreken van een omwenteling die de menselijke autonomie als basisprincipe heeft en daarmee “de mens tot bron en centrum van alle waarheid maakt.” 8 En dan dient zich de geest van de tijd aan als de ‘tuimelgeest’, waarover dr. W. Aalders sprak onder verwijzing naar Jacob Cats: “… den vreemden tuymelgeest, die overal het hert der vromen maeckt bevreesd.” Afbraak en ontvluchting van het verleden en het heden kenmerkt deze geest. “Het is een waangeest, die steeds nieuwe vergezichten, nieuwe idealen proclameert, en oproept tot onvrede met het bestaande, verzet tegen het traditionele, geloof in het komende rijk van de vrijheid. Het is de tuimelgeest die de volken voortjaagt van crisis tot crisis van revolutie tot revolutie.” 9
De vestiging van de seculiere staat
Inmiddels heeft de doorbraak naar het rijk van de vrijheid zich voltrokken. Door het afbraakproces van de Christelijke grondslag, van de Christelijke waarden en normen, werd alles uit de weg geruimd wat de voortgang van het liberaliserings- en het socialiseringsproces in de weg stond. Van het Christelijk-historische verleden en het antirevolutionaire erfgoed is hoegenaamd niets overgebleven. De breuk met het verleden is totaal.
De strijd voor de vrijheid beoogde namelijk niet alleen de vestiging van het rijk van de vrijheid. Zeker ook dat, want in een moderne en postmoderne samenleving staat het individualisme centraal en heeft het volk een onvervreemdbaar recht op zelfbeschikking. Die individuele libertijnse vrijheid is evenwel niet onbegrensd, maar moet worden gerealiseerd in de context van een samenleving waarin de socialistische gelijkheid normatief is om mensen in de broederschap van onderlinge solidariteit te integreren tot een hechte volksgemeenschap. Hier dient zich de ideologie van het humane secularisme aan, de religie van het moderne heidendom: het centrum van de moderne en postmoderne staat. Bij de modernisering van de democratische staat moet afstand worden genomen van de visie dat de overheid regeert bij de gratie Gods. De moderne democratische staat is gevestigd op de grondslag van volkssoevereiniteit. Hoog geeft men op, maar niet minder misleidend, van een ‘democratische rechtsstaat’ die de universele rechten van de mens als uitgangspunt hanteert, maar waarin de waarheid tot functionaliteit is gereduceerd en het recht samenvalt met de staatsmacht die de volksmeerderheid op een willekeurig moment uitoefent.
De seculiere sharia
Het rijk der vrijheid bracht de scheiding van kerk en staat, het regime van de gelijkheid brengt de vervlechting van de seculiere kerk met zijn ideologische gelijkheidscultus en de seculiere staat. De ideologie van het humane secularisme heeft zich genesteld in het centrum van de moderne democratische staat om zich te manifesteren als de seculiere sharia. Op profetische wijze maakte Groen van Prinsterer onder verwijzing naar J.J. Rousseau duidelijk dat hier sprake is van een recht op vrijheid, die hierin bestaat,
“dat men gedwongen doet wat men niet wil, doordat men volgens de wet geacht wordt wel te willen. Tegenover dit recht kan men zich op geen andere rechten beroepen. De Staat is soeverein en de wil van hem die de Staat vertegenwoordigt, een wil die oppermachtig is op alle mogelijke terreinen, tot op dat van het gezin en het geweten toe, breekt allen weerstand door de krachtige eenheid van zijn grillen. (…). Het vrijheidsstelsel, in haar revolutionaire eenvoud, is de bij de wet geregelde organisatie van de meest volledige tirannie.” 10
De grondslag voor deze seculiere staat is gegeven met onze nationale confessie die is uitgedrukt in artikel 1 van de grondwet: het gebod om gelijkheid als uitgangspunt te nemen en het verbod van discriminatie als de meest fundamentele beginselen van onze rechtsorde. “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Zie hier de gelijkheidsideologie, het religieuze centrum van het humane secularisme, waarvoor seculiere geloofsfanatici zich met grote toewijding inzetten en verdienstelijk maken. Niet alleen in politiek-staatkundig en sociaal opzicht maar evenzeer in cultureel-maatschappelijk en wetenschappelijk opzicht werkt het verbeeldende virus van de gelijkheidsidee door.
Maar er is nog een zaak die in dit verband de aandacht vraagt. Toen Groen van Prinsterer aandacht vroeg voor de doorwerking van de revolutionaire beginselen en vrijheden, maakte hij ook melding van de ontluisterende gevolgen die de secularisering van de rechtsstaat met zich meebracht. Zonder daar enig misverstand over te laten bestaan, vatte hij die als volgt samen: “De grondslag van de burgermaatschappij is het stemrecht en het enige cement van de samenleving is het geld.” 11
Als de ethische grondslag voor het menselijk denken en handelen in lucht opgaat, wordt het politieke beleid bepaald door de macht van het getal en het geld. Het beleidsmatig optreden wordt ingevuld naar de inschatting van de bijval die ervan te verwachten is; politieke doelen als emancipatie worden nagestreefd door financiële manipulatie; impopulaire of minder gewenste aangelegenheden worden zoveel mogelijk afgedaan in het kader van het ‘weg is weg’ beleid: wegkijken, weglakken en wegwerken, waarbij men zelfs niet voor abortus en euthanasie terugdeinst; criminaliteit moet door gedogen uit de illegaliteit worden gehaald en zo mogelijk volledig gelegaliseerd; misdaadbestrijding vindt plaats door als overheid met boeven zaken te doen om boeven te vangen; de graaicultuur acht men in het openbaar verwerpelijk, maar laat men onderhands ongemoeid. En over de rechte weg bestaat grote onnozelheid of men weigert gewoonweg die te bewandelen.
De seculiere jihad
Terecht is door de historicus J.I. Israel opgemerkt dat het beslist onjuist is “een wezenlijk Europees verschijnsel als de Radicale Verlichting te benaderen vanuit de nationale situaties.” 12 Ook Groen van Prinsterer heeft altijd gewezen op de grote samenhang van de revolutiebeginselen in Europees verband. Maar dat neemt niet weg dat de stuwkracht van de tijdgeest de Franse Revolutie tot het centrum maakte, van waaruit de verdere doorwerking van de geest der Verlichting en de revolutionaire beginselen zich voltrok. En gezien de Europese voedingsbodem wist de revolutiegeest zich in nagenoeg alle westerse samenlevingsverbanden te positioneren in het centrum van de macht om daar van beslissende betekenis te zijn. Intussen is de Franse natie met het beginsel van het laïcisme (volledige scheiding van kerk en staat) hierin nog steeds toonaangevend. De scheiding van kerk en staat vormde hier de aanzet tot de verbanning van alle religie uit het openbare leven. En daarmee voltrok zich met name hier de realisering van de seculiere staat: de vervlechting van de seculiere kerk en de seculiere staat met de ideologische gelijkheidscultus als verbindende factor.
Het is vervolgens de stuwkracht van de revolutionaire geest om niet alleen de westerse wereld in de zegeningen van de revolutie te laten delen, maar vanuit het vrije Westen door de ontwikkeling van een krachtig imperialisme de seculiere jihad te voeren, de strijd om de revolutionaire geest in mondiaal perspectief ingang te laten vinden. In politiek opzicht moet het overal waar mogelijk komen tot een overdracht van de macht van het dictatoriaal gezag op het volk. Dat is in politiek-staatkundig opzicht immers de kern van de revolutie, of om het met J.I. Israel samen te vatten, het funderen van een “concept van individuele vrijheid in de plicht van de mens zich te onderwerpen aan de soevereiniteit van het algemeen welzijn.” 13 Zonder enig realiteitsbesef heeft men gemeend met die revolutionaire inzet hulp te kunnen bieden aan de problemen in Afrikaanse en Aziatische landen. Overtuigd als men in het vrije Westen was van de verlossende uitwerking van de revolutiebeginselen,
ontbrak iedere realiteitszin voor het feit dat de Verlichtingsideeën zo geheel anders dan in Europa, daar allerminst in een vruchtbare voedingsbodem zouden opgroeien als een wonderboom.
De seculiere en de mohammedaanse jihad
Het broeit en gist in de mohammedaanse landen en die haard van onrust staat al te gauw in vuur en vlam. De poging om dat gevaar te bezweren, heeft ertoe geleid dat de seculiere jihad in een strijd is verwikkeld met de mohammedaanse jihad. En om aan dood en verderf, verwoesting en chaos te ontkomen, of in het verlangen naar rust, vrede en welvaart is Europa overspoeld door een leger van vluchtelingen. Tegen die achtergrond blijkt dat Europa geen Unie is, geen eenheid die de buitengrenzen kan bewaken. De landsgrenzen moeten weer functioneel worden om in goed onderling overleg landen in staat te stellen nood te lenigen en hulp te bieden waar dat nodig is. Maar voor alles moet iedere landsoverheid zich geroepen weten de burgers van de eigen natiestaat vrede en veiligheid te bieden om een stil en gerust leven te leiden, niet naar seculiere maatstaven, maar overeenkomstig het Woord des Heeren dat vast en zeker is, absoluut en betrouwbaar.
De seculiere jihad van de Europese Unie
De Europese Unie is een alleszins broos conglomeraat waarvan de samenstellende delen zich hechten als ijzer en leem. Gespeend van ieder realiteitsbesef meent de EU echter ook een rol van betekenis te kunnen spelen in de seculiere jihad. Zeker gezien de actualiteit moet hiervoor iets uitvoeriger verwezen worden naar het imperialistische karakter van de Europese Unie dat oostwaarts duidelijk op expansie is gericht door kost wat kost een associatieverdrag met de Oekraïne te willen sluiten. Nadrukkelijk liet Rusland weten dat de Oekraïne door Europa werd opgehitst. Het mocht niet baten en twee liberale Europarlementariërs slaagden er in hun eurofiele dwaasheid in overduidelijk het bewijs te leveren voor de Russische beschuldiging. De Belg Guy Verhofstadt en de Nederlander Hans van Baalen reisden in februari 2014 naar Kiev om de Oekraïense betogers op het Onafhankelijkheidsplein steun vanuit de EU toe te zeggen. In emotioneel opzicht volslagen uit zijn dak bedankte Verhofstadt hen voor hun verdediging van de Europese waarden, de Europese principes en de democratie. De EU moet een positief pakket voor het Oekraïense volk regelen dat uit financiële hulp bestaat en een visumvrij inreisstelsel bevat voor de gewone burgers van de Oekraïne. Europa zal hen niet in de steek laten, zo schreeuwde hij met zijn collega Van Baalen de betogende menigte toe. ‘Uiteindelijk zullen dictators het nooit winnen van het volk’, aldus Van Baalen, die daarmee op schaamteloze wijze het feit ‘wegpoetste’ dat Janoekovitsji op democratische wijze tot president van de Oekraïne was gekozen. Maar de democratische waarden van de Europese Unie zijn van een bedenkelijk allooi en hebben dankzij deze liberale politici bewerkstelligd dat de Oekraïne vervolgens aan wetteloosheid is ten prooi gevallen en in een staat van burgeroorlog is terecht gekomen. 14 Intussen kijkt men op Europees niveau nog steeds weg van het feit dat Rusland tot het uiterste wordt getart door de gang van zaken met de Oekraïne. De dreigende factor in de verhouding met Rusland drijft men steeds verder op de spitst. Het behoeft ons niet te verbazen als na De Krim de Baltische staten aan de beurt zijn om de gevolgen van de seculiere Europese jihad te ondervinden.
En hoe weinig men in de Europese Unie besef heeft van en rekening houdt met de democratische rechtspositie van de onderscheiden natiestaten blijkt zonneklaar uit de gang van zaken betreffende het op Deo volente 6 april aanstaande te houden Nederlandse referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne. Alhoewel het verdrag formeel nog niet is geratificeerd, wordt het vooralsnog gewoon uitgevoerd. Een reden des te meer dat het ons aller aandacht moet hebben hierover onze stem uit te brengen in beslist afwijzende zin.
De goede strijd gestreden
Wij hebben ‘den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht’ (Ef. 6:12). Tot strijd geroepen is het altijd weer de vraag of ons dat geloof ten deel is gevallen dat de goede strijd doet strijden en bij het einde van de levensloop mag zijn behouden. Dan, zo mag Paulus weten, is mij de kroon der rechtvaardigheid weggelegd, die de Heere, de rechtvaardige Rechter mij in dien dag geven zal, en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning liefgehad hebben (2 Tim. 4:7-8).
Daarvan belijdt de Kerk dat “ik in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde even Denzelfde Die Zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al den vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit den hemel verwacht, Die al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal.” 15
Noten:
1) Zie: ‘De stuwkracht van de tijdgeest -2- ’, in: In het spoor, 39e jrg. nr. 5, december 2015, p. 299-307
2) Zie: W.J. Ouweneel, De Negende Koning, 3e druk, Soesterberg 2003 (hierna: Ouweneel)
3) H. Heine, Religie en Filosofie in Duitsland, Amsterdam 1964, p. 125-126
4) P. van Stiphout, Religieuze agressie en media invloeden. Lokt religie geweld uit?, 3e druk 2015, p. 39 e.v.
5) Ouweneel, p. 246
6) A.B. Goedhart, ‘Doe om Gods wil iets dappers’, in: Protestants Nederland, 81e jrg. nr. 4, april 2015, p. 107
7) Verleiding en verbeelding: zie hiervoor: In het spoor, 39e jrg., nr. 5, december 2015, p. 300 e.v.
8) G. Groen van Prinsterer, De Anti-Revolutionaire en Confessionele Partij in de Nederlands Hervormde Kerk, Goes 1954, p. 69
9) W. Aalders, Burger van twee werelden, Den Haag 1972, p. 170 (hierna: Burger van twee werelden)
10) Burger van twee werelden, p. 80-81 (herspeld)
11) G. Groen van Prinsterer, Ongeloof en Revolutie, 4e druk, Amsterdam 1940, p. 200 (herspeld)
12) J.I. Israel, Radicale Verlichting, 3e druk, Franeker 2010, p. 35 (hierna: Israel)
13) Israel, p. 770
14) R. de Wit: ‘Verhofstadt en Van Baalen bewijzen in Kiev het gelijk van Moskou’ in: Elsevier nieuwsbrief d.d. 22 februari 2014, en uitvoeriger: P. Parker: Olie op het Oekraïense vuur, 27 februari 2014 in http://deburchtsion. blogspot.nl/
15) Heidelbergse Catechismus, Zondag 19, vraag en antwoord 52
DE AFVAL WAS EN IS OOK HEDEN WIJDER UITGESTREKT!
“Want die, namelijk de dag van Christus, komt niet tenzij dat eerst de afval gekomen is, en dat geopenbaard is de mens der zonde, de zoon des verderfs, die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende dat hij God is (2 Thess. 2:3b- 4). Calvijn: “Paulus spreekt”, als het gaat over de mens der zonde, “niet van een mens, maar van het rijk dat de duivel zou innemen om de stoel der gruwelijkheid midden in de tempel Gods op te richten, hetwelk wij zien in het pausdom vervuld te zijn. De afval is wel wijder uitgestrekt [vet; red.]. Want Mohammed heeft zijn Turken van Christus vervreemd, gelijk hij een afvallig mens was. Alle ketters hebben door hun sekten de eenheid van de gemeente verscheurd. Alzo zijn er zovele afwijkingen van God geweest. Maar als Paulus vermaand heeft dat daar zulke verwoesting zal zijn dat de meeste menigte van Christus zal afwijken, zo zegt hij nog wat groters daarbij, te weten dat daar zulke grote verwarring zal zijn dat de stadhouder van de duivel heerschappij over de gemeente zal innemen en in Gods plaats daar regeren. Dit rijk der gruwelijkheid beschrijft hij onder de naam van één persoon, omdat het één rijk zal zijn, al is het dat de een na de ander volgt. Nu verstaan de lezers dat alle sekten door welke de gemeente verminderd is, beken van afwijking zijn geweest, die begonnen zijn het water van de rechte loop af te leiden, en dat het mohammedanisme als een geweldige vloed is geweest, die door zijn geweld wel de helft weggenomen heeft. Daarna heeft de antichrist wat overgebleven was met zijn venijn besmet.”
-J. Calvijn, Verklaring van de Bijbel. Zendbrieven van Paulus, dl. 2, Kampen 1996, p. 63 (herspeld)-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 2016
In het spoor | 72 Pagina's