Een lied der vreugde over de Kerk.*
Gemeente des Heeren Jezus Christus !
Gemeente te Burum en Munnikezijl!
Naar deze dag van de intrede hebben wij reeds lange tijd uitgezien. Ik ben er van overtuigd, dat gij verheugd zijt, dat de plaats van herder en leraar dezer Gemeente weer vervuld is.
Het is mij goed, in uw midden de arbeid te mogen beginnen en het beroep van deze Gemeente als een roeping van Godswege gehoor te geven. Maar waarom vinden wij daar vreugde in ? Waarom is het mij goed, hier in deze Gemeente, te mogen arbeiden ? Het kan niet zijn om allerlei menselijke redenen.
Het kan niet zijn om allerlei menselijke redenen. Zelfs niet al spelen deze in ons leven een heel belangrijke rol. Wanneer wij ons heden verheugen, wij allen te
Wanneer wij ons heden verheugen, wij allen tesamen, dan kan het alleen zijn om de Kerk, om de gemeenschap der heiligen, om het huis des Heeren, dat hier in Burum en Munnikezijl gebouwd is.
Heden mogen wij ons verheugen, omdat de geordende bediening van het Woord weer voortgang mag vinden. Wij kunnen daarom het beste zeggen, dat de
Wij kunnen daarom het beste zeggen, dat de reden, waarom wij ons verheugen, de Kerk is, de Gemeente, die Jezus Christus hier samenroept. Daarbij staat ons jiiet het ideaal van een Kerk voor ogen. Het gaat niet om de ideeën, die de mensen van de Kerk koesteren. Het gaat om de Kerk, die in de wereld staat, die God ook in deze dorpen heeft gesteld.
Niet het ideaal der Kerk moet ons voor ogen staan, maar het visioen der Kerk. God heeft ons in Zijn Woord een gezicht op de Kerk gegeven. Dit goddelijk visioen mag ons voor ogen staan. Daarbij staat voor ons het beeld, dat Paulus tekent in Galaten 4 : 2ö : Maar Jerusalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder — VS. 28 : Maar wij broeders ! zijn kinderen der belofte, als Izak was. Hier denken wij aan het visioen van Johannes
Hier denken wij aan het visioen van Johannes in Openbaring 2\ : \, 2: En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jerusalem, nederdalende van Qod uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.
Het visioen van het vrije, nieuwe Jerusalem mag ons voor ogen staan, als wij zeggen : wij verheugen ons om de Kerk.
Dit visioen is niet het beeld, dat wij ons in 't hoofd hebben gezet en waarnaar wij de werkelijkheid dan met geweld willen veranderen.
Maar het is ook niet de werkelijkheid, die wij voor onze ogen zien, die wij dan maar aanvaarden, alsof God het zó heeft gegeven en gewild, als wij het nu zien en ondervinden. Het visioen der Kerk is het beeld, dat God ons
Het visioen der Kerk is het beeld, dat God ons voor ogen strlt. Hij doet ons wonderlijke dingen zien, zodat Johannes ons schrijft : „hij, d. i. één der engelen, voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jerusalem, nederdalende uit de hemel van Qod" (Openb 21 : 10). Het visioen van het vrije, nieuwe, heilige Jerusalem
Het visioen van het vrije, nieuwe, heilige Jerusalem heeft God voor onze ogen ontrold, en daaraan mogen wij denken, als wij ons heden verheugen om de Kerk, die in Christus' Naam hier is vergaderd. De goddelijke waarheid over de Kerk geeft ons
De goddelijke waarheid over de Kerk geeft ons vreugde en vertroost ons in de vaak bittere werkelijkheid. Het gezicht, dat God ons geeft op de Kerk, is
Het gezicht, dat God ons geeft op de Kerk, is een vertroosting, waardoor wij getroost de werkelijkheid kunnen dragen en waardoor deze werkelijkheid ook wordt overwonnen. Al is de Kerk in ons midden maar al te veel ontluisterd en ontsierd, zodat er gezegd kan worden: wij zijn samen ziek geworden, wij moeten ook samen weer gezond worden; al heeft onze zonde en verkeerdheid al te veel bedorven, — in het visioen der Kerk mogen wij zien : zij had de heerlijkheid van God (Openb. 21 : 11a). Dit visioen is niet een spookbeeld, dat ergens
Dit visioen is niet een spookbeeld, dat ergens in ons hoofd en in de Gemeente rondspookt bij dromende geesten. Het plaatst ons niet in een onwerkelijke wereld
Neen, het is het visioen, dat ons in Gods wereld plaatst, dat ons midden in de wereld plaatst, waarvan Jezus Christus de Heer is.
Hier zien wij de Kerk, de stad Gods, vol van het licht, dat de volkeren bestraalt, die zalig worden en die in haar licht zullen wandelen.
Hier zien wij de Kerk, die God midden in deze wereld heeft geplaatst, waarin de Naam van Christus wordt verheerlijkt voor het oog en het oor van de volkeren en de koningen der aarde. Het is goed, dat wij heden het loflied op de Kerk, op het vrije, nieuwe, heilige Jerusalem horen uit onze tekst :
1.
De vreugde over Gods Kerk wordt uitgesproken in de verzen 1 en 2 van onze tekstpsalm : Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen:
Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan. Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jerusalem! Het huis des Heeren was vanaf de tijd, dat Israels volksbestaan begon, tot in de dagen van David en Salomo de tabernakel, de tent der samenkomst. Daar kwam het volk samen om door de dienst der priesters hun God te ontmoeten. Het huis des Heeren was, sedert Salomo de tempel gebouwd had, de tempel te Jerusalem. Die tempel was Israels trots, totdat hij smadelijk verwoest werd door de Babyloniërs onder koning Nebukadnezar. Die tempel was het huis des Heeren, hoewel hij door Israël werd ontheiligd met afgoderij.
Na de ballingschap werd een nieuwe tempel gebouwd. Niet met dezelfde glorie als de eerste. Maar Israels vreugde was, dat het huis was herbouwd, waarin God wilde wonen bij Zijn volk. Bitier werd het volk gegriefd, toen de vijandige Syrische koning het heiligdom veront-reinigde met verboden offeranden. Deze tempel was het huis des Heeren tot in Jezus' dagen. Hij bestrafte de Joden, omdat zij het huis van Zijn Vader lot een huis van koophandel hadden gemaakt. (Joh. 2 : 16). Hij verweet hun : Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moor denaar skuil gemaakt (Matth. 21 : 13). Grote eer gaf Jezus aan de tempel, die door
Grote eer gaf Jezus aan de tempel, die door Herodes was opgesierd, door hem te noemen : het huis van Mijn Vader en het huis des gebeds. Maar van al deze tempels geldt het woord van Salomo's gebed : Maar waarlijk, zou Ood op de aarde wonen ? Zie, de hemelen, Ja de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb (I Kon. 8: 27). De tempel des Heeren is het heiligdom van Israël „Daar woont God Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen en 't leven tot in eeuwigheid". De vreugde over Jerusalem, over de tempel des Heeren, is zeer uitbundig, ook al wisten de Israëlieten, die naar Salomo luisterden, dat er geen enkele woning geschikt was als woning voor Israels God.
Dat huis des Heeren is afgebroken, sedert wij in het Evangelie mogen horen : het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (joh. 1 : 14). Daar staat letterlijk: het heeft onder ons in een tabernakel gewoond. Het Woord heeft zijn tent bij ons opgeslagen. Daarom roept een luide stem uit de hemel Johannes toe : Zie, de Tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn en God Zelf zal bij hen en hun God zijn (Openb. 21 : 3). Het huis des Heeren, dat is voor ons de Kerk. Daarmede bedoelen we het kerkgebouw. Maar dat betekent niet, dat deze plaats heiliger is dan onze eigen huiselijke woningen. Wij noemen de Kerk het huis des Heeren, niet omdat dit een heiligdom is, zoals de tempel, maar omdat dit de plaats is, waar de Gemeente vergaderd wordt. Hier wordt het Woord verkondigd tot het volk van deze dorpen. Daarom is het kerkgebouw voor ons het huis des Heeren en hebben wij het lief.
Maar de Kerk is in de tweede plaats — en dat is belangrijker — de gemeente, het huisgezin des Heeren : Zo wie de wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder (Matth. 12 : 50). Dit huisgezin is het huis Gods in ons midden. Het gebouw in Israël was een heiligdom, een
Het gebouw in Israël was een heiligdom, een prediking op zichzelf. Het gebouw der Kerk is alleen een plaats, waar de gemeente, het huisgezin des Heeren vergadert. De heiligheid van het kerkgebouw is alleen de heiligheid van het Woord, dat er verkondigd wordt, en de heiligheid van de Gemeente, die er wordt saamgeroepen. Maar daarom kan er in ons midden, in onze gezinnen, in onze dorpen, en ook onder de volkeren gezongen worden : Wij zullen in het huis des HEEREN gaan. Wij zullen gaan naar de plaats, waar Jezus Christus het huisgezin van Zijn Vader vergadert. Wij zullen met de Gemeente opgaan, wij zullen, eik van zijn eigen huis in de wereld, optrekken naar Jerusalem, naar Sion, naar de berg des Heeren onder ons.
Die woorden behoren tot een lied,een vreugdezang over Jerusalem, het beeld van de Kerk des Heeren in de wereld. Die vreugdezang wordt gezongen door de Gemeente, en alle Christenen mogen daarbij gaan zingen : wij zullen gaan! Met dit lied staat de Christen in de wereld. Zo staat hij op de markt van het leven en zo leeft hij temidden van de mensen. Met deze vreugdevolle jubelzang mag ieder van ons juichen over de heerlijkheid van Gods Kerk. Laat dan ook in uw midden steeds weer deze vreugdevolle zang aangeheven worden: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan. Dan zal er hier en daar, ginds en overal, telkens weer een stem zijn, die antwoordt: Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen : Wij zullen in het huis des HEEREN gaan. En eindelijk zal het een grote schare zijn, die juichend het hemelse Jerusalem binnentreedt: Ik ben verblijd! !k verblijd mij! Dat kan de herder en leraar doen, die met
Dat kan de herder en leraar doen, die met vreugde gadeslaat, dat de kudde, die hij moet verzorgen, zich verheugt over de genietingen van Gods Kerk.
Dat kan de Gemeente, die in de dienst des Heeren steeds weer sterkte, vertroosting en ontferming zoekt en dat alles vindt in Gods huis. Maar dat kan ook de wereld die dit lied hoort en die de dringende uitnodiging vanuit de Gemeente hoort: „Kom, ga met ons en doe ais wij!" Kunt gij dat tot de wereld zeggen ? ....
Die vreugde zal velen vervullen en mee doen trekken naar Jerusalem. Maar dan moet gij zelf ook leven uit deze vreugde. Dan zal uw hart verblijd zijn, ais gij met anderen moogt zingen : Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jerusalem!
Hier spreekt de verrukking over de heerlijkheid van Gods Kerk zich uit. Wat is het een heilige verrukking, dat wij in Jerusalems poorten, in de stad Gods, in de Kerk van Christus, mogen staan. Maar waarom was Israël zo verrukt ? Waarom zijn Jerusalems poorten zó uitermate heerlijk? Om de tempeldienst! Daarom zingt Ps. 27 : 4 : Eén ding heb ik van de HEERE begeerd; dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen van mijn leven mocht wonen in het huis des HEEREN om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel., Daar, in de tempeldienst, mocht Israël de vrije gunst, die eeuwig God bewoog, aanschouwen. Daar was het offer der verzoening, daar waren de feestvieringen van Israels God. Daar was in de plechtigheden en de beloften : de prediking van de Christus van Israels God. Daar was door het geloof de toegang tot God, de God van Israël, de Vader van onze Heer en Heiland. Welk een vreugde, als onze voeten staan in de Kerk Gods ! Welk een heerlijkheid, ais wij de prediking der verzoening door Jezus Christus mogen horen!
II.
Daar is ook het gebed voor Gods Kerk een uiting van de vreugde der ziel.
Die eerst heeft gezegd : „Ik verblijd mij", die zegt nu ook : „bidt om de vredevan Jerusalem 1" is dat dan zo nodig? Hoort wat Jerusalem is: Jerusalem is gebouwd a!s een stad, die wel samengevoegd is, waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis van Israël om de Naam des HEEREN te danken. Want daér zijn de stoelen des gerichta gezet, de stoelen van het huis van David (vs. 3-5)^ Waar de stoelen van het huis van David staan, daar staat de troon van de Messias ! Maar hoe weinig is daarvan zichtbaar geweest in het aardse Jerusalem ! Hoe menigmaal is de Kerk, die wij zien, door onze zonde veideeld en verscheurd ! Hoe veel twist heeft Jerusalem gekend ! Hoeveel twist heeft de Kerk van Nederland verscheurd en verdeeld en hoe menige Gemeente is door onvrede, door onwil, door zelfzucht en partijschap verdeeld ! Hoevele scheuren vertoont het muurwerk van het huis Gods! En moeten wij als oorzaak niet al te vaak aanwijzen de schuld van onszelf ?
Het zijn echter ook vaak openlijke vijanden, die Jerusalem bedreigen en de Kerk zoeken te verwoesten. Daar wordt Jerusalem uitgenodigd om de poorten open te stellen voor de wereld. De Kerk wordt uitgenodigd om met de wereld solidair te zijn en men maakt de Kerk iiiderdaad wereldgelijkvormig. In plaats va" de wereld toe te roepen : wij zuilen in het huis des HEEREN gaan, volgt de Kerk de wereld op haar wegen. Is het nodig om te bidden om Jerusalems vrede ? Het afvallige Jerusalem werd ook eens in ballingschap gezonden en het moest de wereld volgen, waar ze haar heenleidde. En andermaal werd het verwoest vanwege Gods oordelen over de verwerping van Christus.
Als wij deze gevaren zien, gevaren door onze zonden, gevaren door vijanden en verleiding, als wij dan bedenken, dat Jerusalem, de Kerk Gods, in haar zuiverheid alleen, een vreugde kan zijn voor de ganse aarde, dan zult gij loch ook beseffen, dat het nodig is te bidden om Jerusalems vrede ! „Bidt om de vrede van Jerusalem!' Ziet, dat zal ieder, die Gods Kerk liefheeft, u toeroepen. Vrede heeft Gods Kerk nodig, Hoe kan het haar welgaan, als deze vrede er niet is ? Christus is immers de Vredevorst. Hij heeft vrede gemaakt tussen God en de mens. Vrede, welvaart, heil, zegen, voorspoed, dat alles is de grote gave, die Christus voor de Kerk heeft. Bidt om deze vrede, die alle verstand te boven gaat, omdat geen mens ze kon bedenken en omdat de rijkdom van deze vrede onovertreffelijk is. Bidt er om ! Want al wat gij zijt, al wat de Kerk is, is zij alleen door Gods genade. Alle goeds ontvangen wij alleen van God, door Christus, in de gemeenschap van Zijn Geest. Geeft God dan de eer en bidt. Bidt om vrede. Dat hebber, wij samen nodig. Vóór gij met uw critiek klsr staat, vóór gij uw oordeel hebt gevormd, heb om Jerusalems vrede gebeden en zie dan, of uw oordeel niet teruggenomen moet worden. De Kerk wordt met vrede gebouwd. Wel te
De Kerk wordt met vrede gebouwd. Wel te verstaan : met de vrede van Christus. Daarom, indien gij de welvaart van Oods Kerk wilt: Bidt om Jerusalems vrede. III.
III.
Het !even voor Gods Kerk spreekt in het laatste vers van Psalm 122: Om des huizes des HEEREN, onzes Gods, wil zal ik het goede voor u zoeken. Jerusalem en de tempel zijn met elkaar verbonden. Het volk van Jerusalem wordt gezegend, omdat Gods huis daar staat. Maar zo is ook heden de welvaart van Oods huis, van Oods Kerk, ten zegen voor het volk, waaronder de Gemeente is geplaatst.
Hier komt vanzelf de vraag op : waf is uw leven ? Hoe leefl gij als een Christen, als één, die Christus' Naam moogt dragen ? Leeft gij voor Oods Kerk ? Hebt gij uw vreugde in Gods huis, bidt gij om vrede voor Jerusalem ? Nogmaals: wat is uw leven ? Wat heeft uw liefde ? Indien gij niet leeft voor Gods Kerk, indien Oods Kerk niet de vreugde van uw leven is, de vreugde, die God u in deze wereld te genieten geeft, als gij het visioen van het nieuwe, vrije, heilige, eeuwige Jerusalem niet hebt gezien, als het Woord niet in geloof is aangenomen, dan gaat het niet goed, dan wordt uw leven met andere dingen gevuld. Dan wordt de gemeenschap der heiligen, waartoe God ons samenroept, keer op keet- verbroken. Het kan niet goed gaan, als het heil des Heeren niet uw vreugde is geworden, want dan zoeken we andere dingen ; dingen, die van de mensen en van de wereld zijn. Dan gaan de mensen tegen elkaar opstaan, omdat elk het zijne zoeken wil. Maar wie het ware leven wil, wie echte vreugde wil, wie gerechtigheid en liefde wil, moet eens luisteren naar dit lied over Oods Kerk.
Die zanger zingt een lied, dat zich mag laten horen ! „Om des huizes des HEEREN, onzes Gods, wil". Hier gaat het niet om een stenen gebouw van groter of kleiner schoonheid. Hier gaat het over God, de HEERE, de Genadige en Barmhartige. Hier is het vreugde, omdat God in Christus ons bezoekt met Zijn heilig Woord, vol genade en waarheid.
De vreugde over Ood, de vreugde over Gods Kerk, over de vrijheid, de nieuwheid en de heerlijkheid van Oods genadewerk, wordt hier de drijfveer van het leven. Hierbij gaat het niet over een kracht en beslistheid, die in de mens ligt. Hier gaat het alleen maar over de standvastigheid van Gods genade en de betrouwbaarheid van Oods Woord en de onvergankelijkheid van het werk van de Heilige Oeest. In het nieuwe leven is het leven een vreugde. En die vreugde moogt gij daarmee uiten, dat Gods Huis door u gezocht wordt. De drijfveer van ons leven berust in Gods hand.
De drijfveer van ons leven berust in Gods hand. Maar de vreugde vervult ons leven met bereidwilligheid tegenover de Gemeente.
„Om Gods huis", dat betekent: om Christus' wil, om de grote genade, die mij bewezen is, om de liefde, die Christus mij schonk. Welnu, daarom, zegt onze Psalm : zal ik het goede voor u zoeken. Ongetwijfeld, dat is in de eerste plaats voor Jerusalem geweest. Dat is dan ook in de tweede plaats voor Gods Kerk. Het goede wordt gezocht voor Gods Kerk, waar wij voor de Kerk leven. Het goede, dat is Gods scheppingswerk, Gods genadewerk.*) Dat is Oods zegen en de vrede in Christus. „Dat zal ik voor u zoeken". Zo is het leven voor de Gemeente van Christus. Ja, dat is wat anders dan zoeken naar de grootste winst, of zoeken naar een onbekend land, of zoeken naar uitvluchten voor verkeerdheden. Zoekt het goede voor Gods Kerk. Zoekt Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Dat roept dit woord u toe !
Zoeken, dat vraagt uw aandacht! dat vraagt de liefde van uw hart I Maar zult gij dan niet wederom liefhebben, nu Ood u zozeer heeft liefgehad ? Heeft iemand u meerdere liefde bewezen dan Jezus Christus, Die Zijn leven stelde voor Zijn schapen ? Zullen wij dan niet zoeken, inderdaad ijverig zoeken, naar het goede voor allen, die in Jerusalem wonen, die in Gods huis hun vreugde hebben gevonden ?
Zullen wij ons leven dan niet willen stellen ten dienste van de Kerk des Heeren, van de Gemeente, waarin wij mogen leven ?
Daarmede dienen wij elkaar in waarheid. Gij behoeft niet bevreesd te zijn, dat er dan geen vreugde meer zal zijn in uw leven. Ach, wij zoeken de vreugde altijd weer aan de verkeerde kant. Zoekt uw vreugde, waar ze echt te vinden is ! Het leven in geloof, hoop en liefde heeft zijn strijd en moeite. Daarbij vallen er ook wel slagen, zelfs harde slagen. Daarbij hebt gij ook uw deel aan de teleurstelling. Maar daarbij hebt gij ook uw vreugde. Want wie met Christus gaat, verliest misschien wel heel veel, zelfs kunnen er vele tranen bij gestort worden, maar de vreugde, de troost, het leven vindt gij er bij, en alle tranen worden afgewist.
„Ik zal het goede voor u zoeken", zegt de Psalm. En de Herder en Leraar, die u gegeven is, houdt u heden dit woord voor. Hij neemt het tot zijn tekst, maar tegelijk geeft hij het u tot uw tekst. Laat zo de broederlijke liefde tussen ons gevonden worden.
In het einde worden wij geleid naar onze Heiland. Als wij elkaar teleurstellen en door zonde en verkeerdheid elkaar in de steek laten, — laten we dan niet op elkaar gaan schimpen, — wij zijn allen broeders en eikaars leden, — laten we dan de toevlucht nemen tot de Heiland. Hij heeft door Zijn genade dit woord vervuld : „Ik zal het goede voor u zoeken".
In alle nood naar Hem toe. Hij zoekt heden nog het goede voor u. Daarom geeft Hij u de prediking van Zijn goede Woord. Daarom de bediening van Doop en Avondmaal. Daarom *) Verge! Gen. 1 : 31a en Ef. 2 : 10.
Gemeente, wees wakker en luister naar het Woord. Paulus roept u toe : Ik bid udan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige, Gode welbehagelijke
offerande, welke is uw redelijke godsdienst (Rom. 12 : 1).
Zo zullen wij tesamen leven voor Gods Kerk, die samengeroepen is uit alle volken, talen en tongen, en ieder op zijn plaats zal om des huizes des HÉEREN, onzes Gods, wil het goede zoeken voor het volk, dat bij ons woont.
Dit is de roepstem der Kerk in de wereld, waar zij met haar leven voor staat: Kom, ga met ons en doe als wij !
Dit is het jubellied der volkeren, die in de Kerk binnentreden : Jerusalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in !
Dit is het visioen der Kerk :
Haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn. (Openb. 21 : 25).
AMEN.
Gelezen : Openbaring 21 ; Psalm 122.
Gezongen: Gez 1 : 1, 2, 3 (N.B. Gez. 89); Ps.48: 1,4; Ps. 147: 1 ; Ps. 122:1,3; Ps. 27 : 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1947
Kerkblaadje | 8 Pagina's