Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De maatschappelijke actualiteit van Luther

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De maatschappelijke actualiteit van Luther

20 minuten leestijd

(Hervormingsdag 1984)

In een tijd als de onze, waarin het modernisme het terrein beheerst, heeft menigeen die zich in de geschiedenis van de Reformatie verdiept en daarvan iets wil doorgeven aan zijn tijdgenoten, het gevoel op te treden als een roepende in de woestijn. Is het zinvol de Reformatie te blijven herdenken? En zo ja, wat is daarvan dan de vrucht? Wat betekent dat voor die christenen, die in elk geval de traditie van de 31ste oktober in stand houden? Is het zinvol elkander bezig te houden met de actualiteit van Luther? Wie zijn tijd enigszins verstaat, zal — al lezend in de geschriften van de Reformator — tot de conclusie komen dat^ wat toen gezegd en geschreven is, hoogst actueel is en dat het daarom dringend geboden is bezig te zijn met ons thema. Niet uit motieven van een soort ,,heiligenverering" (in dit geval Luther), maar om iets van de erfenis der vaderen door te geven aan ons volk dat overspoeld wordt door een denken dat losweekt van het Woord van God en dat tot niets anders leidt dan enthousiasme, geestdrijverij, ideologie en revolutie.

I

Luther kreeg met de revolutie-geest te maken vooral door de boerenopstand. Hij heeft die ervaren als een zware beproeving voor de Reformatie en als een hevige aanval op het Evangelie, meer dan van de paus en de keizer. Luther doorzag de ernst van het gebeuren toen bleek dat men ,,onder de naam van het evangelie tegen het Evangelie" optrad (WA 18, 316). Men ging eigen rechter spelen. Dat is onbijbels, niet-christelijk. Het recht van een christen is het kruis! Wie de revolutie predikt, stort landen en volken in de chaos. ,,Er is geen kwaad zo verderfelijk als revolutie". Luther wil door zijn prediking de chaos weren. In de gegeven omstandigheden spreekt hij van de ,,twee regimenten", kerk en staat, een geestelijk en een wereldlijk regiment. ,, . . . Omdat er slechts weinigen geloven en het kleinste deel van de mensen zich op een christelijke manier gedraagt door het kwaad niet te weerstaan (...), heeft God voor hen naast de christelijke stand en het rijk van God een ander regiment verschaft en hen aan het zwaard onderworpen, opdat zij, ook al zouden zij het graag willen, geen kwaad zouden kunnen doen; en wanneer zij het doen, dat zij het niet zonder vrees noch met vrede en geluk kunnen doen, zoals men een wild boos dier met kettingen en banden bindt"(WA 11, 251).

Het gaat Luther niet om een volstrekte tegenstelling tussen kerk en staat. Hij wil ook niet de grens van zijr roeping overschrijden. Hij is doctor van de Heilige Schrift, dienaar van het goddelijke Woord. De om standigheden nopen hem echter zich uit te spreken zoals hij dat gedaan heeft in zijn geschrift: ,, Von welt licher Obrigkeit" (Over de wereldlijke overheid) 1523.

Directe aanleiding tot dit schrijven zag Luther ir het feit dat in het gebied van enkele duitse vorsten de verspreiding van het Nieuwe Testament (door Luthei vertaald) verboden werd. Dat nam de Reformato; hoog op. Hij achtte dat een grensoverschrijding var de overheid. Een overheid die het Woord van Go' weert, gaat te ver! De vorsten hebben geen geestelijkmacht. Je moet een land niet met het Evangelie rege ren. Wie dat wel probeert, is ,,als een herder, die ir één stal wolven, leeuwen, adelaars en schapen stopt en zegt: daar is de weide, weest rechtschapen en vreedzaam onder elkander" (WA 11, 252). Evenmin ma^ een overheid over de gewetens en het geloof regeren Luther noemt dat: ,,met haar dolle verstand de Heili ge Geest een lesje leren" (WA 11, 246). God heeft dt twee regimenten verordend: het geestelijke, dat de mensen tot christenen maakt en vroom door de Heilige Geest en onder Christus, en het wereldlijke, dat niet-christenen en bozen tegengaat, zodat zij uiterlijk in vrede worden gehouden en tegen wil en dank stil moeten zijn (WA 11, 251). Wie de beide regimenten vermengt, pleegt ,,s,acriiegium" (heiligschennis), berooft het heilige. Wanneer het wereldlijke regiment zou trachten de mensen vroom te maken, zou zij de huichelarij in de hand werken (WA 11, 252).

Luther geeft in zijn genoemde geschrift eigenlijk •in uitleg van Romeinen 13 en van 1 Petrus 2:13. Hij eert zich tegen een overheid, die fungeert als de ster- 3 arm van de kerk. Ketterverbranding bijvoorbeeld — getuige een van Luthers stellingen — tegen de wil an de Heilige Geest (WA 7, 139). ,,A1 zou men Joden • a ketters met geweld verbranden, werd niemand beeerd" (WA 11, 269). Ook is het niet juist het Evanelie te vereenzelvigen met een sociaal program of te drmengen met economische belangen, zoals gebeur- 0 in de zogeheten 12 artikelen waarin de verlangens m de opstandige boeren in Zuid-Duitsland onder oorden werden gebracht. Dit leidde tot ,,de doperse itastrofe" (1525). Toen werd Luther gedwongen zijn rder gepubliceerde gedachten nader uit te werken. Later kwam de dreiging van de Turken (1529). Mag en als christen naar het zwaard grijpen? Voor het angelie niét, maar wanneer het gaat om het straften jn de bozen, is het geoorloofd. Althans: aan de ov jrid! En een christen mag de overheid niet met geweld eerstaan. De christenen in het algemeen worden op- , roepen tot passiviteit, gebed en boete, in zijn ,,Vom Lrieg wider den Türcken" (Over de oorlog tegen de rken) schrijft Luther, dat gestreden moet worden ;t boete en gebed èn met het zwaard! De overheid is roepen het zwaard te hanteren tegen de omverwerrs van de orde. De gelovigen worden opgeroepen t gebed onder ,,de tuchtroeden Gods".

Wat de boerenopstand betreft zag Luther, dat men . Naam des Heeren misbruikte om eigen zin te krij- •n. ,,Wij hebben niet het recht om naar het zwaard grijpen. Eigen rechter te zijn is onchristelijk. Wij .bben wel recht, maar dan om te lijden". De oproerigen willen zichzelf tot een god zijn en lenen hun Jr aan moordprofeten en sectariërs. De (opstandige) oeren hebben de Heilige Schrift en de ervaring tegen. 'ie het zwaard neemt, zal erdoor vergaan. Tegelijk ; nkt de oprcep san het adres van de vorsten rnct geeid het geweld te keren.

Wat Luther onder deze omstandigheden publiceer- 2, heeft men hem niet in dank afgenomen. Hij kreeg ïlfs de schuld van alle ellende. Boze tongen zeiden, at de opstand het gevolg was van de Lutherse leer en :at Luther een vorstendienaar was geworden. Hoe on hij de vorsten manen om met geweld op te tre- 'en? Was dat barmhartigheid? Ja, zei Luther, dèt is larmhartigheid: geweld met geweld neerslaan. De bozen moeten worden geweerd. De christelijke overheid moet de revolutie tegengaan! Valse profeten vermengen de twee regimenten en plaatsen de duivel in de hemel en God in de hel (WA 18,390, 6), met het gevolg dat zowel het rijk van God als dat van de wereld ten onder gaan.

Luther voert een pleidooi voor de rechtsstaat: de staat als een orde die op het recht gegrond is. ,,Na het Evangelie is er op aarde geen zeldzamer schat, geen gröterlcost"baarheid, geen rijker aalmoes,'geen scBoner instelling, geen fijner goud, dan een staat die het recht gééft en handhaaft", een staat waarin de Bjjbel als de belangrijkste bron van het recht geidt, onder een overheid die onafhankelijk is van de kerk en een eigen verantwoordelijkheid heeft. Richtsnoer van het politieke handelen is de t.veede tafel van de Wet van God.Luther keert zich tegf^n de Rooms-Katholieke kerkelijke theocratie. Daar wil hij van af!

Men heeft binnen het Gereformeerd Protestantisme grote vraagtekens geplaatst bij wat Li'ther op dit terrein naar voren gebracht heeft. Over het algemeen gesproken is het Gereformeerd Protestantisme blijven vasthouden aan de theocratische gedachten van Calvijn (Calvijn hield overigens aan de grondstructuur van Luthers leer vast en was tegen verpolitisering van de kerk en tegen verkerkelij king van de staat) in de zin van: de overheid dient het Koninkrijk Gods te bevorderen en mag geen valse godsdienst dulden.

Het lijkt me niet juist Luther en Calvijn tegen elkaar uit te spelen. Calvijn werkte in Geneve, de stad waarvan de bevolking overwegend .,reformatorisch" was. Het ideaal(!) van de theocratie bestond daar zonder dwang. Luther werkte binnen een geheel ènder kader. Wij zouden de situatie waarin Luther stond, kunnen vergelijken met onze moderne samenleving: protestanten en roomsen, christenen en mohammedanen, allerlei groeperingen en humanisten, allerhande levensovertuigingen en verschillende godsdiensten. Wat is in zó'n land de roeping van de overheid?

Ik wees er reeds op, dat Luther gezegd heeft: ,,Ketterverbranding is tegen de wil van de Heilige Geest". Zo'n uitspraak getuigt van verdraagzaamheid. Luther ziet als roeping van de overheid: de openbare orde te handhaven en het welzijn te dienen van ieder, ongeacht of hij protestant is of rooms-katholiek, christen of heiden, Jood of humanist.

Wij vinden de lijnen van Luther terug in de houding van ,,de Vader des Vaderlands", Prins Willem van Oranje. De laatste kwam — o.a. door zijn verdraagzaamheid — in conflict met Petrus Datheen en het moet gezegd worden, dat vele calvinistische theologen zich hebben gekant en kanten tegen de staatkundige vrijheid, zoals die voorgestaan werd door Luther en in praj.i'.jk gebracht dcor Pnns Wiliem. Hoe f:»natiek men de lijnen van het theocratische denken op kerkelijk terrein kan doortrekken, bewijst de geschiedenis.Zij leert ons, dat stoere Calvinisten zich hebben aangesloten bij het nationaal-socialisme, omdat zij werkelijk meenden op die wijze het theocratische ideaal te kunnen verwezenlijken! De geschiedenis bevestigt, dat wij ons moeten laten waarschuwen en richten door wat Luther gezegd heeft tégen de revolutie. Men heeft hem wel verweten, dat hij partij koos vóór de vorsten en tégen het volk des lands, de boeren. Ten onrechte! Luther stond in het Evangelie! Zijn onderscheiding van de twee regimenten had ten diepste de bedoeling om het Evangelie zuiver te houden. Zijn zogeheten ,,twee-rijken-leer" is een verschijningsvorm van zijn Kruis-theologie, waarin hij stelling neemt tegen de theologie van de glorie, die vooruitgrijpt op de toekomst van het Godsrijk.

Wanneer intolerante christenen staatkundig een meerderheid vormen en anderen onder de Wet willen dwingen, moeten diezelfde christenen niet zo hard schreeuwen wanneer de wal het schip keert en een christelijke minderheid moet zuchten onder de onverdraagzaamheid van pressiegroepen die zoiets hebben uitgedacht als de ,,wet gelijke behandeling", waarin de tweede tafel van de Tien Geboden is vervangen door een willekeurige, eigentijdse moraal. Daarin nu hebben wij een duidelijk voorbeeld van wat Luther niet gewild heeft met zijn prediking van de twee regimenten en verdraagzaamheid. Daarom onderstreep ik bij deze Luther-herdenking in het Oranjejaar 1984 wat ik ergens las: ,,wat dat betreft vind ik het navrant (bedroevend), dat juist in het jaar waarin Willem van Oranje, de verdraagzame, zo grootscheeps wordt herdacht, politiek met zijn nalatenschap wordt gebroken". Ik besluit dit eerste gedeelte met een woord van W. Künneth: ,,Die Zwei-Reiche-Lehre besitzt unbedingte Gültigkeit gerade heute" (De tweerijken-leer bezit onbeperkte geldigheid juist heden).

II

Wij hoorden in het bovenstaande , dat Luther de revolutie zag als een aanval op het Evangelie. Wij leren van hem tevens, dat een revolutionaire tijd een bedreiging vormt bij huwelijk en gezin. Immers, de normen, door God ons gesteld, vallen weg. In zó'n tijd leven wij.

Welnu, Luther heeft verstaan, dat de christenen temidden van de normloosheid tekenen stellen van hun gehoorzaamheid aan de ordeningen van God. In 1525 stelde hij zo'n teken door in het huwelijk te treden met Katharina von Bora. Luther zelf geeft ons inzicht in de motieven van dit gebeuren in een brief die hij schreef aan Rühel (een brief over de boerenopstand), waarin hij zegt dat het erom gaat de duivel en de machten van de chaos te trotseren en de door God gegeven orde daartegenover in het licht te stellen. ,,En kan ik het klaar krijgen om zó de duivel te trotseren, dan zal ik mijn Kathe nog trouwen voordat ik sterf" (5 mei 1525; WA Br. 3, 480). Een halfjaar tevoren, schreef hij nog aan één van zijn vrienden: Mijn zin staat niet naar een huwelijk, omdat ik dagelijks de dood en een welverdiende ketterstraf verwacht" (WA Br. 3, 393). Hoe kon hij dan tóch zo spoedig in het huwelijk treden? Het is duidelijk: Luther doet tegenover de anarchie in het openbaar belijdenis van Gods scheppingsorde! Tevens roept hij allen op, zich te weer te stellen tegen de chaosmachten die land en volk overspoelen en allereerst — zoals gezegd — het huwelijk en het gezin bedreigen.

Voor Luther had de huwelijkssluiting dus alles te maken met een leven naar Gods Wet. Zijn prediking beantwoordde men in die roerige tijd met hoon. Toen stelde hij een teken! Als een getuigenis, toen.

En vandaag — wij spreken immers over de actualiteit van Luther in het heden — is het goed die les van de Reformator door te geven. Wij leven in een tijd waarin men het huwelijk als tijdgebonden beschouwt. Men schimpt, dat de één over de ander heerst. Men spreekt van uitbuiting, machtsmisbruik, onderdrukking. Het huwelijk — zegt men — is een keurslijf.

Wie goed luistert, hoort de taal van de revolutiegeest die omverwerpt alles wat van God is. En dat begint van de heilige orde van het huwelijk. Paulus spreekt niet zomaar van een ,,geheimenis", een mysterie, met het oog op Christus en de Gemeente (Efez. 5). De aanslag op het huwelijk is een aanval op de Bruid van Christus, de Kerk. En dat niet alleen. Ook — en dat is de verbinding met de eerste paragraat —de staat wordt ondergraven. En ook de cultuur.

Luther heeft in een revolutionaire tijd beleden, dat het huwelijk van goddelijke oorsprong is, een goddelijke orde, gegeven met de schepping. Huwelijkssluiting als belijdenis! Belijdenis van het christelijk geloof! Dat wil zeggen — toen en nu —: het bijbelse huwelijk is vrucht van het geloof!

Wanneer ik zeg ,,vrucht van het geloof", zouder wij mogen verwachten dat de kerken niet meegaan ot de weg van het moderne denken, niet zich later meesleuren met de stroom van de emancipatie-drift Het tegendeel is het geval. De Hervormde Kerk en dt Gereformeerde Kerken hebben vijf en twee jaar gele den in een officieel schrijven de ,,bijbelse regels e' voorschriften ten aanzien van het huwelijk" als ,,tijd gebonden" gekwalificeerd en als op één lijn staand met andere relaties. Er verscheen in 1982 een boekj ,,Variaties in relaties". De goddelijke geboden valle weg. De chaos neemt toe. Er is niets nieuws onder d zon. De geesten worden openbaar.

De kinderen van God houden zich aan de Heilig' Schrift. Die is onze zedelijke norm. De Heilige Schri spreekt duidelijk van de verhouding van man t vrouw (niet — zoals beweerd wordt — over de men mens-relatie). De Heere God geeft aan de man e vrouw als ,,hulpe tegenover hem", om hem in eve wicht te houden in een leven naar de scheppingsorc en om zó ,,beeld Gods" te zijn!

Luther heeft het verstaan. Hij spreekt, nadat h gestorven is, vandaag nog duidelijke taal, óók wat b treft de man-vrouw-verhouding en het gezinslevei Nog heden bewijst hij ons grote diensten. Hij sprs profetisch toen hij zei, dat er een tijd zou aanbrekt i waarin men zich niet meer bekommerde om c • Schrift. ,,Er zal geen publieke preekstoel meer ziji Alleen maar gruwelijke genotzucht. Dan zal het Evai gelie alleen nog maar in de gezinnen door de oude • voortgang hebben. Op die wijze kan, als de kerken i het openbare leven zwijgen, het Evangelie toch nog c aarde blijven, namelijk door vrome christenen in a- huisgezinnen" (Inleiding op Daniël).

Christus houdt Zijn Kerk in stand. In onze dage misschien meer en meer op een extra-ordinaire wijzt nu de officiële kerk zich verliest in bewapenings- e milieu-problematiek en ondertussen aan Gods scher pingsorde (in het huwelijk) tornt! De profeet zegt: ,,0 land, land, land, hoor des Heeren Woord!" ,,Tot df Wet en tot de Getuigenis! zo zij niet spreken naar di Woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben".

III

Dit brengt ons bij de diepe achtergrond van aiie'^ wat zich in onze tijd voltrekt door het ontzonken-zijn aan de Wet van God. Het wordt ons duidelijk uit Luthers geschrift in de confrontatie met de humanist E- rasmus: ,,Dat de vrije wil niets is" (1525).

Luther gaat daarin een optimistisch mensbeeld te lijf, namelijk het beeld van die mens die zichzelf de wet stelt, autonoom, vrij en souverein De mens met de zogeheten ,,\rije wil" en de triomfantelijke theologie van de glorie, die een vals godsbeeld ontwerpt een godsbeeld, waarin het Kruis ontbreekt Het is de theologie van de dwepers, door Luther genoemd ce ,,enthousiasten", die van het Evangelie een menselijke zaak maken en aan de mens een vrije beslissing toekennen terzake \an het heil en het Koninkrijk van God

Daartegenover belijdt Luther, dat Gods wil alleen de oorzaak van ons behoud is Hij beslist' ,,De vrije wil is een goddelijk praedicaat" (iets dat alleen aan God toekomt) De Rooms Katholieke Kerk veroordeelde officieel een van Luthers stellingen betreffende 's mensen wil en ook de humanisten (rond E- rasmus) distantieerden zich op dit punt van de Reformator Luther herkende in de leer van roomsen en humanisten het oeroude paradijsgebeuren ,,Het is de oude duivel en de oude slang, die Adam en Eva tot enthousiasten maakte door hen van het uitwendige Woord van God af te trekken en tot geestdrijverij en eigendunk te voeren ". ,,Geestdrijverij — zegt Luther in de ,Schmalkaldische artikelen' — steekt diep in Adam en zijn kinderen van de aanvang der wereld af tot het einde en is de oorsprong, kracht en macht van iedere ketterij"' De vrije wil is mets ,,Ik belijd voor mijzelf vrij en

De vrije wil is mets ,,Ik belijd voor mijzelf vrij en openlijk dat, indien het zou kunnen gebeuren, ik helemaal met zou willen, dat mij een vrijc wil werd gegeven, of dat het op enigerlei manier in mijn macht zou worden overgegeven om naar het heil te streven of niet. Niet alleen daarom, omdat ik in zovele wederwaardigheden en gevaren en bij het aanstormen van zovele duivelen geen tegenstand zou kunnen bieden en ook met zou kunnen volhouden, omdat een enkele duivel machtiger is dan alle mensen en daarom geen mens gered zou worden; maar ook omdat ik, wanneer er geen gevaren, geen wederwaardigheden of duivelen waren, toch gedwongen zou zijn voortdurend in het ongewisse te arbeiden en slagen in de lucht zou uitdelen Mijn geweten zou namelijk, ook al zou ik eeuwig leven en werken, nimmer zeker en gewis worden hoeveel het ook zou moeten presteren om God genoegdoening te geven. Welk werk er ook maar volbracht werd, altijd zou er een onrustige twijfel overblijven, of het Gode aangenaam zou zijn of niet, of dat Hij misschien nog meer zou verlangen. Zo wordt het bevestigd door de ervaring van alle werkheiligen en ik heb het zelf tot mijn grote schade zovele jaren lang moeten leren Maar nu, nu God mijn zaligheid buiten mijn eigen wil genomen en in de Zijne opgenomen heeft en mij met door mijn werk of lopen, maar door Zijn genade en barmhartigheid beloofd heeft mij te behouden, nu ben ik zeker en gewis, dat Hij getrouw IS en mij met zal bedriegen; dat Hij zo machtig en groot IS, dat geen duivel en geen wederwaardigheden Hem overweldigen of mij aan Hem ontrukken kunnen" (WA 18,783).

Erasmus vraagt. ,,Wie zal dan nog moeite doen om /ijn leven te beteren''" En Luther antwoordt: ,,Geen mens, want memand kan door zichzelf zijn leven betelen En om de betering van het leven, die zonder gelooi en Geest geschiedt, vraagt God niet, omdat het maar huichelarij is De uitverkorenen en vromen zullen zich beteren door de werking van de Heilige Geest".

De vrije wil is niets en leidt tot mets dan revolutie' Het gevaar van het erasmiaanse denken bleek in de praktijk van de dwepers, die — met een beroep op Erasmus — de weg zijn opgegaan van de vrijheid van opgelegd gezag De dwepers eindig(d)en in de revolutie' Daarheen voert ons de vrije wil Daar komen wij terecht met een optimistisch mensbeeld. Luther schreef aan Erasmus ,,Gij denkt, dat beide. God en duivel, ver van ons verwijderd zijn en slechts toezien tot wie WIJ ons wenden zullen met deze vrije wil En gij gelooft niet, dat beide. God en duivel, die als twee rijken eeuwig met elkaar strijden, een krachtige werking en invloed hebben op de mens, zodat de menselijke wil niet anders is dan knecht".

Luther concludeert, dat Erasmus een vijand van Christus IS en een verwoester van de godsdienst Wij moeten — zegt hij — kortweg ,,nee" zeggen tegen de vrije wil. Alleen Christus bevrijdt onze wil door het Evangelie, in de herschepping naar het evenbeeld van God En buiten Christus zijn wij ,,vlees" en doen de werken van het vlees en wandelen in duisternis, onder de toorn van God, al beroepen wij ons op de Geest. Maar het is de Geest zonder het Woord, los van het Evangelie. De praktijk bewijst een heersen over het Woord, een aanpassing van het Evangelie aan de wil van het vlees. De vruchten zijn er dan ook naar: door het gif van de oude draak uiteindelijk de revolutie, de chaos, de diepste gebondenheid door duivel, zonde en dood. En dan te spreken van een vrije wil, van een mens die autonoom, souverein, vrij is ... !

Luther kreeg gelijk Dwepers als Munzer en Karlstadt predikten de revolutie. Op 15 mei 1525 sprak Munzer duizenden boeren toe en hij zette hen aan tot opstand Tijdens zijn ,,preek" verscheen de regenboog in de wolken en dat kwam goed van pas: God gaf een teken van Zijn gunst en bijstand! Te wapen om onze vrijheid te bevechten!

Hoe anders had Luther geschreven over de vrijheid van de gelovigen in Christus, de vrijheid van hen die zijn ingegaan in het genaderijk van de Zoon van God, door het geloof! De gave van het geloof is zó groot, ,,dat de ziel erdoor aan het goddelijke Woord gelijk wordt, vervuld van alle genade, vrij en zalig . . ." (WA 7, 53f)

In die vrijheid komt de Wet van God op haar plaats in de gezinnen en in de samenleving en verstaan wij Luthers pleidooi voor de rechtsstaat (§1), gegrondvest op de Wet, als tussentijd waarin de gelovigen goede werken doen, totdat de gerechtigheid van het Koninkrijk der hemelen daar is. Luther zegt: ,,Een christen doet uit vrije liefde goede werken" (,,Von der Freiheit eines Christenmenschen"), gericht op het nieuwe Jeruzalem dat van God neerdaalt. Geloof is op Gód, omhoog gericht!

Wat Luther bestrijdt, is het geloof in de souvereine mens die zijn vrijheid wil verwerkelijken in de geschiedenis. Hoe ver dat kan gaan leren wij van de dwepers ten tijde van Luther, die de ideologie stelden in de plaats van het Evangelie van Christus en droomden van het Rijk der vrijheid. Wat ervan geworden is, is geen geheim: ideologie-revolutie-chaos-ondergang. 181

Een les uit de geschiedenis

En de geschiedenis herhaalt zich

Hervormingsdag 1984

Hoogst actueel is het getuigenis van Luther Hij

geeft het medicijn van de Waarheid van het Evangelie in een wereld die in de ban is van de leugen Zijn stem klinkt als die van een roepende in de woestijn, de woestijn van een kerk die — naar Jezus' woord — de graven der profeten bouwt en de gedenktekenen der rechtvaardigen versiert, maar gemene zaak maakt met hen die zich tegen de profeten hebben gekeerd E- rasmus, Munzer en de Paus, met hun theologie van de glorie, met hun werken, wijsheid en kracht

Luther verkondigt het Evangelie van het Kruis van Christus, de genade, de dwaasheid en de zwakheid HIJ roemt in het dwaze Gods, dat wijzer is dan de mensen, in het zwakke Gods, dat sterker is dan de mensen Hij zegt ,,Alles wat met Christus is, is geen weg, maar dwaling, geen waarheid, maar leugen, geen leven, maar dood"

,,Daarom weg met al de profeten, die tot het volk van Christus zeggen ,Vrede, vrede' en het is toch geen vrede Wel echter al de profeten, die tot het volk van Christus zeggen ,Kruis, kruis'' en het is toch geen kruis" (nrs 92/3 van de 95 Thesen, 1517) Twee fheologieen waren rond in de kerk

,,De ware schat van de Kerk echter is het allerhei ligste Evangelie van de heerlijkheid en de genade Gods Maar deze schat is van nature zeer gehaat, om dat hij van (de) eersten (de) laatsten maakt" (nrs 62/3 van de 95 Thesen)

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1984

Kerkblaadje | 8 Pagina's

De maatschappelijke actualiteit van Luther

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1984

Kerkblaadje | 8 Pagina's