Mooi Groningen
Voor de meeste Nederlanders is Groningen niet de eerste streek die boven komt drijven als ze aan vakantie denken. Terwijl liefhebbers van rust, weids land en cultuur juist hier aan hun trekken komen. Op safari in de hoofdstad van de noordelijkste provincie.
Scheepvaartmuseum
Voor liefhebbers van maritieme geschiedenis is het Noordelijk Scheepvaartmuseum een aanrader. Het is ondergebracht in twee laatmiddeleeuwse panden aan de Brugstraat: het Gotische Huis en het Canterhuis. Op de binnenplaats ligt de tjalk Alida, aan het begin van de 20e eeuw gebouwd voor de vrachtvaart. In 1931 kwam het historische schip in handen van de Groningse kunstschilder George Martens, die het gebruikte als varend atelier. Sinds 1986 is de tjalk in bezit van het Noordelijk Scheepvaartmuseum.
De route door de twee statige panden, een museum op zich, voert langs scheepsmodellen, prachtige maquettes, vitrines met voorwerpen uit de wereld van schippers en matrozen, een winkeltje met scheepsvictualiën, een ruimte vol scheepsmotoren en een heuse stuurhut, afkomstig van de kustvaarder Erebus. Dankzij de coaster, een zeewaardig schip dat ook binnenwateren kon bevaren, hielden de Groningse scheepswerven zelfs in de crisisjaren werk, leert historisch beeldmateriaal.
Een twintig minuten durende film geeft de bezoeker een realistisch beeld van de stad Groningen aan het eind van de 15e eeuw. Wie alles op z’n gemak wil bekijken, is hier zomaar een paar uur zoet. Zwak puntje: het museum is niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
WWW.NOORDELIJKSCHEEPVAARTMUSEUM.NL
Een prima startpunt voor het verkennen van Groningen is het centraal station. Het kolossale rijksmonument verrees tussen 1895 en 1898. Tot nu toe bleef het bewaard voor schendende ingrepen. Boven een zijingang staat in klassiek schrift ”Wachtkamer 3e klasse”. Achter de deur belandt de bezoeker in een restauratieruimte waar vrijwel niets is veranderd sinds de bouw, ruim een eeuw geleden.
Voor het station staat al zestig jaar het ”Peerd van ome Loeks”, vervaardigd door de Amsterdamse kunstenaar Jan de Baat. Het dier met opgeheven staart, gereed om wat vijgen te laten vallen, besnuffelt de sokkel waarop het staat. Ome Loeks, de linkerarm op een bil van het paard, bestudeert de lucht.
In het kanaal tegenover het station verrees het Groninger Museum, een bonte verzameling bouwsels in alle mogelijke vormen en kleuren, ontworpen door de Italiaanse architect Alessandro Mendini. Volgens liefhebbers een knap staaltje moderne architectuur. Een heer met grijze baard en kunstzinnige pet denkt er anders over. „Dit is het beruchte Gronings museum”, laat hij zijn metgezel weten.
GASTHUIS
Aan de overzijde van het water is het gedaan met de moderniteit. Via de Ubbo Emmiussingel lopen we naar het Hereplein, waar kunstschilder Jozef Israëls met een beeld wordt geëerd. De meester van de Haagse School kwam in 1824 ter wereld in een woning aan de Groningse Vischmarkt. Statige panden aan de Heresingel geven een indruk van de welstand van de oorspronkelijke en huidige bewoners. De Sint-Jozefkathedraal met zijn zes wijzerplaten in de zeskantige toren ondergaat een grondige reparatie, die volgend jaar afgerond moet zijn. Buiten staat werkvolk te overleggen, binnen zijn twee Afrikaanse vrouwen de vloer aan het reinigen.
Enkele straten verderop passeren we het eerste hofje, in 1864 gebouwd voor bejaarde Groningers. „Bespodt niet een out wyf ofte man. Niemant wyet waer ’t hem toe comen can”, waarschuwt de spreuk boven de toegangspoort. Vandaag zijn het vooral studenten en jongvolwassenen die in de hofjeswoningen huizen. Een van hen wil ons wel een blik in zijn onderkomen gunnen. Het Pepergasthuishofje met aanpalende kerk is de parel onder de Groningse hofjes. Een papier aan de binnenkant van de toegangspoort roept op de petitie tegen de verkoop van het complex aan een particuliere belegger te tekenen. „Het gasthuis is geschonken aan de gemeente voor pelgrims en arme luiden ten eeuwigen dage. Eens gegeven blijft gegeven.”
FORUM
De Grote Markt wordt op de schop genomen, waardoor de fraaie opstal rond het plein wat minder uit de verf komt. Achter het historische stadhuis ligt een van de mooiste panden van de stad: het goudkantoor uit 1635, nu een restaurant. Aan de oostzijde van de markt verrees het 45 meter hoge Groninger Forum, een grijze kolos die vloekt met de omringende bebouwing. De ”algemene ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van de stad Groningen” was jarenlang onderwerp van heftige discussie onder de Groningers. „Voor een dakkapel krijg je hier geen vergunning, maar dit kwam door de welstandscommissie”, laat een arbeidsman van de groenvoorziening cynisch weten.
Gelukkig bleef de Martinikerk met haar bijna 100 meter hoge toren het centrum domineren. De voormalige kosterij, gebouwd tegen een van de flanken van de kerk, is vandaag een sfeervol eethuis. Het pad tussen de kerk en het robuuste provinciehuis, deels daterend uit de late middeleeuwen, leidt naar het Martinikerkhof. Het door herenhuizen omgeven plein is een oase van rust in de binnenstad. Net als de iets verderop gelegen Prinsentuin, een renaissancegaard uit 1626 met een imposante zonnewijzer aan de binnenzijde van de poort.
SYNAGOGE
Het wordt tijd om iets van de Groningse waterlopen te gaan bekijken, met als hoogtepunt de Drentsche Aa, door Groningers kortweg A genoemd. Aan de Hoge der A en Lage der A, de wegen aan weerszijden van het water, liggen 28 rijksmonumenten en 11 gemeentelijke monumenten. Stuk voor stuk parels. Historische schepen versterken het gevoel een oud schilderij te zijn binnengestapt. Niet voor niets is dit het meest gefotografeerde deel van de stad.
Langs het 110 jaar oude academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen met z’n elegante toren begeven we ons naar de Vismarkt. Er wordt deze dag ook markt gehouden, door handelaren van allerlei soort en snit. Achter de kramen rijst de Korenbeurs op, met zijn opvallende neoclassicistische gevel. Sinds 2000 is in de voormalige graanbeurs een vestiging van Albert Heijn ondergebracht. Het beroemde monument ligt aan de voet van de robuuste A-kerk, herkenbaar aan de gele biezen in de torenspits.
We sluiten de safari af door in trage tred over de Folkingestraat te lopen, een lustoord voor winkelende vrouwen. In 2014 werd hij verkozen tot leukste winkelstraat van Nederland. Aan het eind ligt de Joodse synagoge, nog altijd in gebruik, al is het elke week een toer om de voor de eredienst vereiste tien Joodse mannen bijeen te krijgen. Precies een eeuw terug werd hier Avraham Asscher benoemd, de eerste zionistische opperrabbijn van Nederland. Na de oorlog kreeg hij breed bekendheid door de autobiografie van zijn begaafde echtgenote Clara Asscher- Pinkhof, die in 1940 Groningen verwisselde voor Amsterdam om daar onderwijzeres te worden op een Joodse meisjesschool. ”Danseres zonder benen” getuigt van haar intense liefde voor haar jong overleden echtgenoot. Dat maakt de Folkingestraat ook een beetje tot een treurige straat. Maar dat weet vandaag vrijwel niemand meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 januari 2020
Terdege | 123 Pagina's