Begrafenis in eenvoud
W at een veranderingen en ingrijpende maatregelen in het maatschappelijk en kerkelijk leven sedert de coronacrisis. Het raakte alle facetten van het leven, ook de begrafenissen. Vanwege de richtlijnen van het RIVM mogen begrafenissen gehouden worden met een maximum van dertig personen. Een verplichte begrafenis in stilte. Uiterst pijnlijk voor een grote familie. Want er moet gesneden worden: wie kan erbij zijn en wie niet? Ik rekende uit dat in het geval mijn vrouw of ik zou sterven alleen de kinderen en de oudste kleinkinderen aanwezig konden zijn. Geen broer of zus, zelfs mijn schoonmoeder niet.
Er moet ook nog eens 1,5 meter afstand genomen worden van elkaar en van een handdruk of omhelzing kan geen sprake zijn. Juist wanneer warmte en intimiteit zo goed doen. Een condoleanceavond moet vermeden worden. Ook de broodmaaltijd, onder ons vaak de ‘nabegrafenis’ genoemd, moest wijken.
Een streep door de rekening van velen die iets bijzonders van de uitvaart wilden maken. Er soms van droomden, zoals Winston Churchill, de vroegere premier van Engeland, dat deed. Zeker, sommigen wensten na de crisis alsnog een grotere bijeenkomst ter herinnering aan de gestorvene, maar dat lijkt mij mosterd na de maaltijd.
De begrafenissen leken meer op wat in 1554 Marten Micron wenste. In zijn kerkorde ten behoeve van de Hollandse vluchtelingen in Engeland schreef hij eenvoud voor bij begrafenissen, zodat ze zouden geschieden in „alle simpelheit sonder eenige pomperie.” Is het in veel gevallen niet iets te uitbundig geweest? Alsof de dood geen bloedernstige zaak is die herinnert aan de zonde? Nee, wij kennen geen ‘feestje’ na afloop, maar was de nabegrafenis ook niet vaak het wegspoelen van de ernst van de dood met een kopje koffie?
Laten we bij dit alles niet vergeten dat de begrafenis van de Zaligmaker plaatsvond zonder Zijn moeder, broeders, zusters en discipelen. Het waren Jozef van Arimathea en Nicodémus en enkele vrouwen op afstand die de plechtigheid van nabij of van verre meemaakten. Wat een vernedering, hoewel Hij vorstelijk was gezalfd met het oog op Zijn begrafenis en Hij bij de rijke in Zijn dood was. Laten we ook niet vergeten dat een begrafenis –althans voor Gods volk– niet ‘de laatste eer’ maar de laatste schande is en tegelijk een doorgang naar het eeuwige leven. Een geschiedenis uit 2 Kon. 13:20-21 verwijst daarnaar. Het was kort na Elisa’s dood, toen de Moabieten Israël binnenvielen.
„En het geschiedde als zij een man begroeven, dat zij, ziet, een bende zagen; zo wierpen zij de man in het graf van Elisa; en toen de man daarin kwam en het gebeente van Elisa aanroerde, werd hij levend en rees op zijn voeten.”
Wel is er de mogelijkheid om via een livestream de droeve gebeurtenis in de huiskamer mee te beleven. Het bekijken van een rouwdienst en begrafenis op een laptop is weliswaar een lapmiddel, maar beter iets dan helemaal niets. Die livestream doet me denken aan de uitzending via radio en televisie van de uitvaart van leden van de koninklijke familie. Zo ook die van prinses Wilhelmina op 8 december 1962. In een ziekenhuis in de regio Den Haag werd op een kamer van zes patiënten een televisie neergezet, zodat men de uitvaart mee kon beleven. Dat ging allemaal met staatsie. Een eenvoudige vrouw met genade wendde haar gezicht niet af maar keek mee. Aan het eind van het gebeuren zei ze: „Wanneer ik sterf, behoeft het niet met staatsie en franje. Ze mogen me wegdragen op een kruiwagen met op beide zijden geschreven: „Deze ellendige riep, en de HEERE hoorde; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.””
Ds. M. van Kooten, Elspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 juni 2020
Terdege | 178 Pagina's