Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

4 minuten leestijd

Frits Broeyer, Het verleden van Utrecht als remonstrantse stad, 1610-1618: Maurits’ zwaard (Utrecht: Matrijs, 2018) 384 p., € 24,95 (ISBN 9789053455432).

Na zijn werkzame leven als hoofddocent kerkgeschiedenis bij de Universiteit Utrecht heeft Frits Broeyer zich nog steeds intensief beziggehouden met de (kerk)geschiedenis van Utrecht. Het verleden van Utrecht is het eerste van een drietal boeken waarin recent de Synode van Dordrecht (1618-1619) belicht wordt vanuit het perspectief van een van de grotere steden in de Nederlanden aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Dit jaar is Synodestad.

Dordrecht 1618-1619 van de hand van Fred van Lieburg gepubliceerd en heeft Erik de Boer zijn boek over Kampen afgerond: De macht van de minderheid. Het remonstrantisme in Kampen in de spiegel van de nationale synode te Dordrecht (1618-1619).

Uitermate belangrijke gebeurtenissen op weg naar de synode vonden plaats in juli 1618. Op de Neude in Utrecht dankte prins Maurits de waardgelders af. Hij liet onder meer Oldenbarnevelt en Grotius arresteren, wijzigde de samenstelling van stadsbesturen die het samenroepen van een nationale synode probeerden tegen te houden en bewerkte zo de realisatie van het besluit van de Staten-Generaal om een nationale synode te houden. De ondertitel verwijst naar de heenzending van de waardgelders. Het pamflet Op de Waeg-schael brengt het moment in beeld waarop Maurits zijn zwaard naast de Institutie van Calvijn en een boek van Beza legt. Zijn zwaard heeft voldoende gewicht om de weegschaal te laten doorslaan naar zijn kant, ten koste van het ‘Heylich recht’ van de stad Utrecht.

Om het gehele verhaal te vertellen vanaf Hubert Duifhuis – pastoor en predikant van Utrecht in de jaren 1574-1518 – tot de situatie na 1632, toen zich een gedoogde Remonstrantse Gereformeerde Gemeente binnen de muren van Utrecht bevond, heeft Broeyer minutieus alle op deze periode betrekking hebbende archiefstukken bestudeerd. Elk van de twaalf hoofdstukken begint met een korte inleiding en heeft aan het einde een korte paragraaf ‘tot slot’. Vanwege de vele details die voor het voetlicht gehaald worden, dreigt soms het zicht op de rode draad van de gebeurtenissen verloren te gaan. De in- en uitleidingen helpen echter om de lijn van het betoog vast te houden.

In de onderzochte periode blijkt dat de kerkenraad van Utrecht zich zeer veel moeite moest getroosten om het aantal predikanten dat nodig was voor de ambtelijke bearbeiding van de stad op peil te houden.

Regelmatig komen predikanten van elders om voor enkele weken of enkele maanden hand- en spandiensten te verlenen, zodat het kerkelijk leven – en met name de avondmaalsviering – voortgang kan hebben. De remonstrantse hofprediker Johannes Wten bogaert heeft frequent de reis van ’s-Gravenhage naar Utrecht gemaakt om de kerk in zijn geboortestad met raad en daad bij te staan.

Hoofdstuk 7 dat gewijd is aan het godsdienstdebat van 2 mei 1617, getuigt van Entdeckungsfreude. Aan dit debat tussen vier contraremonstrantse afgevaardigden die niet theologisch geschoold waren en acht predikanten is tot op heden geen aandacht geschonken in de geschiedschrijving.

Broeyer heeft dankbaar gebruikgemaakt van het door hem ontdekte verslag van niet minder dan veertien foliopagina’s in het Archief C. Berger. Dirck van Velthuysen, woordvoerder van de vier contraremonstranten, heeft een verslag vervaardigd, waarin hij op levendige wijze het verloop van het debat beschrijft.

In zijn slotbeschouwing merkt Broeyer terecht op dat vanuit de bewaard gebleven documenten één groep niet in beeld is gekomen – de gematigden. De twisten wekken de indruk dat iedereen ofwel bij de remonstranten ofwel bij de contraremonstranten hoorde. ‘Voordat het conflict losbarstte moeten er zelfs nog veel meer mensen zijn geweest, die gematigd, moderaat in hun opvattingen waren’ (327). Zij hebben echter geen sporen achtergelaten waarmee de auteur zijn verhaal had kunnen verrijken.

Afzonderlijke vermelding verdient de zorgvuldige selectie van de illustraties die dit mooi vormgegeven boek sieren en de voortreffelijke wijze waarop de afbeeldingen gelithografeerd zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Theologia Reformata | 130 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Theologia Reformata | 130 Pagina's