Hulp voor dubbel getroffen arbeidsmigranten
Een praktijkverhaal over gevolgen van coronacrisis voor kwetsbare mensen
De impact van het coronavirus is groot. Dat merken ook de medewerkers van Stichting Ontmoeting, een organisatie die hulp verleent aan kwetsbare mensen vanuit diverse locaties in het land. De gevolgen van de coronacrisis komen bij veel cliënten van Ontmoeting extra hard aan. In deze bijdrage geven twee medewerkers een inkijkje in de praktijk van alledag. Met als belangrijkste motivatie om problemen aan te pakken. Waar dat nodig is met hulp van gemeentelijke instanties. Maar vooral met inzet, steun en gebed van vrijwilligers en professionals.
Tegen welke situaties lopen kwetsbare mensen zoal aan? Welke nood speelt hun parten? Een paar voorbeelden. Voor eten kunnen ze niet naar de voedselbank, want die is dicht of heeft te weinig voorraad. Medewerkers van Ontmoeting krijgen hulpvragen van mensen die door corona ineens zonder werk zitten en geen idee hebben wat ze moeten doen. En van verslaafden die door corona hun afkicktraject niet kunnen afmaken en terug dreigen te vallen in hun verslaving. Kwetsbare gezinnen in onveilige situaties zitten noodgedwongen bij elkaar in huis. Vastigheden waar ze naar uitkeken, vallen weg. Ineke Bergsma werkt als veldwerker Europese migranten voor Ontmoeting in Rotterdam. Zij vertelt over haar werk en de impact die het coronavirus heeft.
Ineke: ‘Het veldwerkteam richt zich op buitenslapers, dakloze mensen die niet in de opvang verblijven, maar daadwerkelijk onder bruggen en in portieken slapen. We gaan in alle vroegte potentiele slaapplekken af, om contacten op te bouwen met buitenslapers, de problematiek of hulpvraag in kaart te brengen en waar mogelijk naar een oplossing toe te werken. Als veldwerker voor Europese migranten adviseer ik Europeanen over mogelijkheden voor werk of huisvesting, en organiseer ik terugkeer naar het land van herkomst.
De corona-crisis heeft ons werk drastisch veranderd. Niet zozeer de ziekte zelf, maar des te meer de maatschappelijke gevolgen van maatregelen. Er zijn vele tientallen buitenslapers bijgekomen. Op dit moment zijn er bij ons in Rotterdam zo’n 200 mensen bekend die buiten slapen.
ARBEIDSMIGRANTEN ZIJN EXTRA KWETSBAAR
Mensen die ergens sliepen op een bank en vriendelijk verzocht werden elders te gaan slapen of mensen die hun baan kwijt raakten. Het grootste deel van de buitenslapers is op dit moment Europese arbeidsmigrant. Zij zijn kwetsbaar voor de gevolgen van de corona-crisis op vele fronten: ze hebben flex-contracten die makkelijk te ontbinden zijn, hebben werk gekoppeld aan huisvesting, en werken in sectoren die hard getroffen zijn door de crisis. Daarnaast zijn hun sociale netwerken in Nederland minder sterk en kampen sommigen met taalbarrières waardoor ze minder snel hun weg vinden. Als klap op de vuurpijl zijn veel Europese grenzen een tijdlang dicht geweest, of beperkt open.
De gemeente Rotterdam heeft tijdens de periode van strenge maatregelen enkele sporthallen geopend waar mensen zonder recht op nachtopvang op veldbedden mochten gaan slapen. Wij waren in die periode in de sporthallen actief om mensen informatie over werkmogelijkheden te geven, hun documentatie en status uit te zoeken, en vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst te organiseren. De sporthallen zijn vanaf 12 juni weer gesloten. Een deel van de mensen is toen weer op straat beland.
OORZAKEN EN RISICO’S VAN DAKLOOSHEID
Waarom veel Europeanen niet in een reguliere nachtopvang slapen? Het punt bij Europese migranten die dakloos raken is, dat zij vaak geen recht hebben op hulpverlening in Nederland. Als men hier korter dan 5 jaar woont en werkt, is het veelal niet mogelijk om een pasje voor een nachtopvang te krijgen of een hulpverleningstraject te starten, tenzij iemand als ‘kwetsbaar’ wordt gezien vanwege bijvoorbeeld psychische problemen. Dit leidt ertoe dat het merendeel van de buitenslapers in Rotterdam van Europese komaf is, terwijl hun aantal ten opzichte van het totale aantal dak- en thuislozen klein is. Het is soms schrijnend dat mensen die hier al jaren werken, nét niet genoeg rechten hebben opgebouwd op hulp en daarom in circuits belanden waar ze soms moeilijk uitkomen. Zo wordt er onder daklozen flink veel drugs en drank gebruikt, en is de verleiding of sociale druk groot om dat ook te proberen. In het stadscentrum zijn drugsdealers te vinden die bewust azen op dakloze mensen. Bovendien slaapt men vaak toch in groepen of in panden waar ook drugs en drank wordt gebruikt.
Met regelmaat gaan er via Ontmoeting mensen terug naar klinieken of opvanglocaties in het buitenland, waar men wel recht heeft op hulp. De corona-crisis heeft dit soort repatriëringen een tijd stopgezet. Maandenlang hebben klinieken en opvangen in de meeste Europese landen geen mensen op willen nemen. Soms vanuit praktische overwegingen: men moest 14 dagen in quarantaine na aankomst en daar was geen plaats voor. In andere landen was het landelijk beleid om niemand toe te laten. We hebben mensen met complexe problematiek op straat waar we maandenlang niets anders voor konden doen dan pappen en nathouden. Gelukkig zijn de meeste grenzen ondertussen weer aan het opengaan, en zijn ook begeleide repatriëringen met opname (vooralsnog) weer mogelijk.
EEN GOED BEGRIP IS HET HALVE WERK
De groep Europese daklozen wordt niet altijd goed begrepen. De discussie over hulp aan deze groep hangt vaak in extremen: de ene kant wil onvoorwaardelijke nachtopvangplekken bieden voor elke buitenslaper, de andere kant wil niets bieden omdat er angst is voor een ‘aanzuigende werking’. Zelf sta ik hier tussenin. We hebben nu te weinig mogelijkheden om de groep snel en adequaat te helpen. Zo hebben we geen voorziening om iemand die duidelijk volledig overbelast is een time-out voorziening te bieden. Ook is er geen mogelijkheid om iemand een detox te geven van drugs of alcohol, voordat men naar het land van herkomst gaat. Dat bemoeilijkt de mogelijkheden tot opname in andere landen. De enige mogelijkheid die daar nu voor is, is dat de situatie zo escaleert dat men voor enkele weken in het ziekenhuis of in detentie beland. Ik heb cliënten die na een periode van detentie besluiten om terug naar huis of een kliniek te keren, volledig opgefrist. Sommigen bellen me vanuit detentie om te zeggen dat ze zich zo goed voelen en of ik ze wil helpen. Eigenlijk is dat triest en kost het relatief veel voor de samenleving.
De corona-crisis heeft de daklozenzorg op scherp gezet. Ik zie positieve kanten aan deze periode. Zo is er al jaren een tekort aan bedden in de reguliere nachtopvangen, waardoor er mensen ‘s nachts buiten sliepen terwijl ze wel recht hadden op een bed. Blijkbaar slaagt een rijk land als Nederland er niet in om bedden te regelen voor de meest kwetsbare groep onder ons. Daarnaast zijn de slaapzalen in de opvangen druk, en is er weinig privacy. Vanwege corona moest iedereen binnen slapen, daarom zijn er hotelbedden, een cruiseschip en sporthallen in gebruik genomen. Ik hoop van harte dat de discussies en creativiteit die nu losgekomen is, zich omzet in structurele oplossingen.
DAKLOOSHEID TERUGDRINGEN
Gemeentebreed zou ik graag zien dat we toegaan naar meer mogelijkheden tot professionele hulp voor Europeanen. Denk dan aan een time-out voorziening, een mogelijkheid voor kortdurende nachtopvang voor mensen die hun werk met huisvesting kwijtraken maar minder dan 5 jaar hier werken, en meer scholing voor professionals zodat ze goed weten hoe Europeanen te adviseren en door te verwijzen. We hebben nu redelijk veel voorzieningen voor eten, koffie, douchen, etc. Dat zou wat minder kunnen, met een wat meer structurele aanpak daartegenover.
Op landelijk niveau zijn er twee zaken die aandacht behoeven. Zo zou er meer aandacht moeten zijn voor de consequenties van de contracten die gebruikt worden in de uitzendbranche. Dit maakt werknemers kwetsbaar voor verlies van werk èn huisvesting. Daarnaast is er uiteraard het algemene huisvestingsprobleem, dat heeft grote gevolgen voor daklozen. De mensen die wel in nachtopvangen slapen, kunnen niet doorstromen naar een huis, en Europeanen die hun werk en slaapplek kwijtraken, kunnen moeilijk een nieuwe kamer vinden. Het is goed dat staatssecretaris Blokhuis maatregelen heeft aangekondigd om dakloosheid drastisch terug te dringen door middel van het beschikbaar maken van woningen. We zijn benieuwd naar de concrete uitvoering hiervan.
TREND: AANTAL DAKLOZEN NEEMT TOE
Martin: ‘Veel werk van onze medewerkers wordt nu op afstand uitgevoerd. De meeste medewerkers werk(t)en in de afgelopen tijd zo veel moge-lijk vanuit huis. Alleen in urgente situaties zijn uitzonderingen gemaakt en cliënten bezocht. Soms vonden ontmoetingen in de buitenruimte of op kantoor plaats. Natuurlijk werd rekening gehouden met de RIVM-richtlijnen. De ontmoetingen waar Ontmoeting sterk in is, zijn nu vaak ontmoetingen op afstand geworden. Het ontbreken van het persoonlijke contact is een groot gemis. Medewerkers en vrijwilligers willen graag present zijn. Een telefoongesprek of een video call is toch echt iets anders dan een face to face contact. Een bijkomend probleem is dat een aantal cliënten geen beschikking heeft over digitale mogelijkheden om contact met de begeleider te onderhouden. Je hoort vaak dat mensen digitaal werken veel vermoeiender vinden. Dat zullen onze cliënten zeker ook ervaren. De huidige manier van werken geeft hen onzekerheid. Ook verdwijnen sommige cliënten in deze coronatijd uit beeld. Vanwege de RIVM-richtlijnen en de anderhalve-metersamenleving kunnen wij minder cliënten ontvangen. Dat vergroot de eenzaamheid bij hen.
CRISIS STIMULEERT OOK CREATIVITEIT
Het is bijzonder om te zien hoe de medewerkers omgaan met deze situatie. Er worden creatieve oplossingen gezocht om met cliënten in contact te blijven. Contacten die in deze tijd echt nodig zijn. Er ontstaan mooie en creatieve oplossingen vanuit de achterban. Denk hierbij aan het verstrekken van voedsel(pakketten) aan onze cliënten. Onze cliënten kunnen op de inloop wat eten of drinken meenemen. Er wordt iedere dag gekookt. Opmerkelijk is dat het aantal daklozen dat besmet is met corona, beperkt lijkt te zijn. Het zou te verklaren zijn doordat zij minder contacten hebben en veel buiten leven of dat ze door hun manier van leven weerbaarder zijn tegen virusinfecties. Ook houden zij vaak vanuit zichzelf al meer afstand tot anderen.
Over het algemeen ervaart de maatschappelijke opvang voldoende steun vanuit de overheid. De overheid neemt hierin duidelijk haar verantwoordelijkheid. De gemeenten waar Ontmoeting mee te maken heeft, hebben zich welwillend opgesteld. Als voorbeeld kan genoemd worden dat in de coronatijd in de Rotterdamse situatie alle vergoedingen vanuit de intramurale en extramurale arrangementen worden uitgekeerd zonder de verplichting dat de cliënten gezien zijn/worden. Hierdoor wordt inkomstenderving gecompenseerd. Door enkele instellingen is via financiering van de gemeente Rotterdam een corona-opvang geregeld.
Voor de toekomst verwachten we dat door corona het aantal daklozen toeneemt. Dit geeft extra druk op de toch al overvolle (nacht)opvang. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn toegenomen; het aantal scheidingen neemt toe. De toestroom van nieuwe cliënten zal zeker toenemen. Daar staat tegenover dat de middelen vanuit de overheid beperkt zijn. De verwachting is dat de maatschappelijke opvang en andere zorginstellingen meer moeten doen voor hetzelfde geld. Creatieve (digitale) oplossingen zijn nodig om dit op te vangen en de kwetsbare burgers die hulp en begeleiding te bieden die nodig is.
GEBREK AAN BETAALBARE WONINGEN IS FNUIKEND
En waar de SGP zich op in zou kunnen zetten? Het CBS meldde in 2019 dat sinds de eerste schatting in 2009 het aantal dakloze 18- tot 65-jarigen in Nederland is toegenomen van 17,8 duizend naar 39,3 duizend in 2018. Meer dan een verdubbeling dus. Het aantal daklozen tussen 18 en 30 jaar is in deze periode verdrievoudigd, evenals het aantal daklozen met een niet-westerse migratieachtergrond. Staatssecretaris Paul Blokhuis denkt dat veel daklozen direct naar een woning kunnen. En dat geloof ik zeker, maar dat is nu juist een groot probleem. Als Ontmoeting ervaren we dat er bijna geen betaalbare woningen zijn. Enkele jaren geleden hebben wij samen met mensen uit onze achterban woningen aangekocht waarin onze cliënten tijdelijk kunnen wonen en toegroeien naar een eigen woning. Op dit moment kunnen wij geen woningen meer vinden die betaalbaar en exploitabel zijn. De woningmarkt is zwaar overspannen. Dat merken we allemaal. En dat betekent gelijk dat onze cliënten vanuit onze woningen niet kunnen doorstromen naar een eigen woning en geen nieuwe cliënten aan een woning geholpen kunnen worden. Er moet dus sterk ingezet worden op de bouw van huurwoningen onder de huurtoeslagengrens. Dat kost tijd. Er moeten door de politiek krachtige keuzes gemaakt worden. Huisvesting is een recht. De SGP kan ons hierin steunen door op de bres te staan en te gaan en hier aandacht voor te (blijven) vragen. Laten we samen aandacht hebben en houden voor de sterk groeiende dakloosheid en bedenken welke creatieve oplossingen hiervoor nodig en mogelijk zijn. Daarnaast kan het verlagen van de administratiedruk en het realiseren van nieuwe concepten en woonvoorzieningen een goed punt van aandacht zijn. Hoe meer tijd we besparen, hoe meer aandacht we kunnen geven aan onze kwetsbare medemens. Hoe meer woningen gebouwd worden, des te meer mensen wij kunnen bewaren voor dreigende dakloosheid.
In Rotterdam is Ontmoeting medeverantwoordelijk voor het project Housing First. Dit is een succesvol concept afkomstig uit de Verenigde Staten. Het is bedoeld voor dakloze mensen met meervoudige problematiek, waarbij de toewijzing van een woning de start is van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is. Er is sprake van intensieve begeleiding door een zorginstelling. Wel moeten de cliënten zich begeleidbaar opstellen en werken aan aflossing van hun schulden. Wij geloven in dit concept en zouden graag de kans krijgen om dat verder te laten groeien.
Ontmoeting biedt met vrijwilligers en professionals steun aan kwetsbare mensen die zijn vastgelopen. Mensen met sociale, psychische en financiële problemen, ex-gedetineerden, zwerfjongeren, dak- en thuislozen en multiprobleemgezinnen. We bieden hen steun, zodat ze weer een stap in de goede richting kunnen zetten. Dit doen we vanuit verschillende locaties in heel Nederland. Martin van der Elst is regiodirecteur bij Ontmoeting. Ook hij ervaart dat het werk door corona is veranderd en de eenzaamheid bij de cliënten van Ontmoeting is toegenomen.
Steun gevraagd!
Lezers van Zicht willen we oproepen om ons te steunen door gebed. Weten dat we onze zorgen en noden bij God mogen leggen, is ons rustpunt. Maar ook giften blijven nodig. Doordat markten, zangavonden en collectes niet doorgaan lopen we inkomsten mis. Giften zijn nodig om die stap extra voor cliënten te kunnen blijven zetten. Voor meer informatie, zie onze advertentie in dit nummer of kijk op onze website: www.ontmoeting.org/juistnu
I. Bergsma en M. van der Elst, Hulp voor dubbel getroffen arbeidsmigranten
Ineke Bergsma en Martin van der Elst, Stichting Ontmoeting
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 2020
Zicht | 108 Pagina's