De Amerikanen van Azië
Toen ik als eerstejaars op de universiteit een bijvak in een vreemde taal moest kiezen, twijfelde ik tussen het Chinees en het Japans. Bij beide talen – en de landen waar ze worden gesproken - kon ik me nauwelijks een voorstelling maken. Maar een niet-Westerse taal klonk interessant, spannender dan nog een vak Frans of Duits. Wat uiteindelijk de balans naar Chinees door liet slaan weet ik niet meer, maar het bleek een goede keus.
Na een jaar beginners-Mandarijn was ik een paar maanden in Beijing. Al snel had ik door dat het Chinees van mijn Amerikaanse leraar, een excentrieke man die gekleed in kimono zowel de Chinese als de Japanse taalcolleges aan mijn universiteit in de VS verzorgde, niet geweldig was geweest. In het wild verstond ik niet veel. Wel snapte ik eenmaal in Beijing zijn geliefde uitspraak dat Chinezen ‘de Amerikanen van Azië’ zouden zijn. Luidruchtig en soms wat bot, bedoelde hij daarmee, maar ook joviaal en vaak in voor een praatje.
De verschillen in straatcultuur tussen Chinese regio’s zijn aanzienlijk, maar dat jaar deelde ik zijn ervaring. In Beijing was het een gezellige boel, waar ik me thuis voelde in de fietsende massa en dagelijks gesprekken had over de verschillen tussen China en Nederland op elk vlak, van politiek en sportcultuur – de 2008 Olympische Spelen in Beijing kwamen eraan – tot pensioenbeleid.
Deze lossere, extraverte kant van het publieke leven in China, die volgens velen minder aanwezig is in buurlanden als Japan en Zuid-Korea, verrast toeristen en andere nieuwkomers vaak. Toen een 18-jarig familielid mij vorig jaar in Shanghai bezocht, verbaasde ze zich over modieuze jongeren, maar ook over de infrastructuur en de contrasten tussen arm en rijk in de stad. Na terugkeer raakte ze geïnteresseerd in Chinese tv-series.
Ook steeds meer Chinezen kunnen hun eigen oordeel over de buitenwereld vormen, inclusief Europa. Het aantal Chinese toeristen in Europa verdrievoudigde de afgelopen tien jaar, al doorbreekt de covid-19 crisis nu de trend. Het zijn veelal mensen uit de rijkere Chinese middenklasse die op hun eerste paspoort reizen. Restricties die buitenlandreizen decennialang aan banden legden werden de laatste twintig jaar versoepeld. Maar pas de laatste jaren werd het vrij makkelijk om een paspoort aan te vragen. Het percentage Chinezen met een paspoort steeg de laatste 10 jaar van 2% van de bevolking tot zo’n 15%, oftewel ruim 200 miljoen mensen (ter vergelijking: ongeveer 42% van alle Amerikanen heeft een paspoort). Geen doorsnede van de bevolking, maar wel een enorme internationalisering.
De snelle toename van Chinese toeristen wereldwijd heeft gezorgd voor leermomenten aan beide kanten. Westerse hotels bieden vaker een waterkoker aan voor thee en vertalen bordjes in het Chinees. Als reactie op nieuwsberichten over Chinese toeristen die op straat spugen of hun shirt uittrekken op een warme dag (beide niet ongebruikelijk in Beijing), bracht de overheid in 2015 een “Richtlijn beschaafd reizen” uit, met regels als “eet rustig” en “dring niet voor in rijen”. Ook bij het reisbureau bij mij om de hoek hangen de regels omlijst boven de faxmachine.
Over hun vakantie in Nederland zijn Chinese toeristen meestal goed te spreken. Jongeren zien Europa als een fijne plek voor reizen of uitwisseling. “Alleen wat stil, meer een plek om met pensioen te gaan”, is een veelgehoorde reactie. Europeanen zijn aardig, maar houden wat afstand. Het zijn geen diepe inzichten, maar de soort persoonlijke ervaringen die een plek minder exotisch maken, en die het nieuws uit dat gebied een extra dimensie kunnen geven. Voor wie een stap verder wil: in Leiden zijn de leraren Chinees (en Japans) erg goed.
Tabitha Speelman
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 2020
Zicht | 108 Pagina's