Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tribunaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tribunaal

21 minuten leestijd

Woensdag j.1. hield het Tribunaal zitting in ,,Patagonia" te Middelharnis. President Mr Jonker; Adj.-secr. M. J. Hovenkamp, leden de heren de Wit en Soeteman.

Allereerst werd behandeld dë zaak tegen

wijlen Pléter van den Doel, gewoond hebbende te Sommelsdijk, vertegenwoordigd door Mr N. C. van Mastrigt te Rotterdam, die werd beschuldigd hulp Of steun aan de vijand te hebben verleend door vanaf einde 1942 tot Sept. 1944 als aannemer voor de Duitse Weermacht, aangesteld bij de Marine Festung Bau, groep Schouwen, o.m. de volgende werken uit te voeren: bunkers voor geschutsopstellingen, woongelegenheid, munitie-, voedselopslag- en gewonden- en drinkwatertanks te Ouddorp en Goedereede; door te bewerkstelligen, dat andere aannemers, die niet voor de Weermacht werkten hun personeel voor zijn Weermachtswerk moesten afstaan, m.n. tegen C. Kroos te zeggen, dat deze enige timmermansknechts aan hem moest afstaan, onder bedreiging, dat deze anders door de Weermacht gevorderd zouden worden.

Verder had hij voordeel getrokken of getracht te trekken van de vijand door het echtpaar Groenendijk te pressen het door hem gehuurde huis te verlaten, met bedreiging dat hij hun er anders door de Duitsers met geweld uit zou laten zet-' ten. De verdediger

Mr. N. C. van Mastrigt, die q.q. (qualitate qua = in de hoedanigheid van) de inmiddels overleden P. V. d. Doel optrad gaf toe, dat er inderdaad bunkers enz. zijn gebouwd, doch dat dit onder dwang der Duitsers was geschied. Het overige der tenlastelegging ontkende pi.' In de^dagvaarding staat, dat hij „bewerkstelligde" dat andere aannemers personeel moesten afstaan. Dit houdt dus „dwang" in, wat pi. onjuist noemde. Het personeel, dat,als regel via het Arbeidsbureau werd toegewezen, heeft V. d. Doel in onderling overleg met andere aannemers gekregen. Als er gezegd is dat die mensen anders gevorderd hadden geworden is dit een interpretatie die men daaraan geven kan, als zou dat dwang zijn. De vorde^ ring was destijds het gesprek van de dag. Van den Doel is echter geen NSBer geweest; hij had zelfs geen pro-Duitse neigingen. Met de verklaringen van Dijkers en Kroos moet men voorzichtig zijn. Dijkers verklaarde dat zijn knecht v. d. Gijze ook bij v. d. Doel had gewerkt, doch pi. legde een verklaring over van V. d. Gijze waarin deze meedeelt nimmer één dag voor v. d. Doel arbeid te hebben verricht. Kroos verklaarde, dat twee zijner arbeiders gedwongen bij v. d. Doel zouden hebben gewerkt, terwijl uit de verklaringen van die arbeiders — v. d. SteuJ en J. de Waard — het tegendeel blijkt. Deze mensen zijn na onderling overleg bij v. d. Doel tewerkgesteld. Wat het tenlastegelegde over de woning Groenendijk betreft zei pi. dat deze beschuldiging alleen berustte op een verklaring van mej. Pietje Appel, die maar wat praatte en niet au-serieux genomen kan worden. PI. zag daarom deze twee punten gaarne vervallen verklaard.

De bunkerbouw. PI. heeft een''verklaring van dhr. Bolkenbaas te Middelharnis en van dhr. Oly te Utrecht dat v. d. Doel niet N.S.B.-gezind was. Meermalen heeft hij geweigerd voor de Duitsers te werken. Als Dijkers en Kroos zeggen: „We hebben nooit voor de Weermacht gewerkt," zou men zeggen, welke flinke kerels! Men zou geneigd zijn de weigering van v. d. Doel in twijfel te trekken, doch er Is grote pressie op hem uitgeoefend waardoor hij tot weermachtsarbeid gebracht is. Toen hij in Utrecht en Oudenbosch klaar was heeft hrj zijn materialen naar Flakkee doen vervoeren, waar de een of ander de Duitsers -op* hem geattendeerd heeft en hij weer aan het werk gezet is. De vraag is met welke mentaliteit hij dit werk heeft verricht. Voor zijn overlijden fieeft hij een rapport opgesteld waarin hij van zijn sabotage gewaagt en meedeelde het werk zó slecht te hebben uitgevoerd, dat de Duitsers als het er op aan kwam er niets aan zouden ^hebben. Dit wordt ook door ir. Terluin bevestigd. Van der Welle heeft verklaard dat het werk van 2 jaar wel in 6 maanden had kunnen gebeuren en Mackloet verklaarde ook dat er geweldig gesaboteerd werd. Hij kon dit als voorman doen, omdat hij v. d. Doel achter zich wist als het over saboteren ging. Daarbij heeft V. d. Doel 96 onderduikers tewerk gesteld, die hij daardoor uit Duitsland hield. In dat licht, als een dwangtoestand, wil pi. de vordering van v. d. Doel zien. Doordat zijn vorderingsbevel anders was geformuleerd dan gewoonlijk was hij verplicht regelmatig voor de weermacht te werken. Daarom zijn er volgens pi. geen maatregelen door het Tribunaal te nemen. Alleen zag pi. er ;een fiscale zijde aan. Men kijkt echter al gauw naar grote winsten, die gemaakt zouden zijn. PI. citeert in' dit op zicht ènkeie aanhalingen uit het werk van Mr. D. van Bek: „Het misdrijf van hulp aan de vijand" en wil dit rustig aan de betrokken instantie overlaten. Gezien de wijze waarop v. d. Doel heef gewerkt acht pi. verbeurdverklaring niet gewenst. Het vermogen van v. d. Doel wordt op eind 1942 aangegeven als ƒ 54.000J— waarin een grote hoeveelheid hulpmateriaal is opgenomen. Ook kocht hij bonnen en bescheiden voor de bij hem werkende onderduikers, terwijl hi volgens een verklaring van Ds. v. Asch grote bedragen aan Kerk en Diaconie gaf. Een verklaring van Van Assen geeft aan, dat hij eens 50 kg rundvet kocht voor ƒ 5000 dat hij verdeelde. Z.ijn personeel betaalde hij zeer ruim. Het accountantsrapport meent, dat er nog geld moet zijn, maar uit het aangehaalde blijkt, dat v. d. Doel niet karig was. „Maar wat hij aan de kerk gaf en zwart kocht, moet hij toch ook verdiend hebben" interrumpeert de Pres.

Volgens pi. heeft hij inderdaad de winst verantwoord, die hij gemaakt heeft. Als men zou veronderstellen dat er nog kapitaal bij A. V. d. Doel was ondergebracht, dan zou min. Lieftinck daar intussen al beslag op hebben gelegd. Dat men het hulpmateriaal op een bedrag van --ƒ 15.000.— teruggebracht heeft, vond pi. onjuist, daar dit enkel op veronderstellingen berust. PI. drong er óp aan het vermogen van bekl. ad ƒ 54.000 op eind ' 42 aan te houden.

Zou het Tribunaal niet accoord gaan met pleiters opinie om geen maatregelen tegen v. d. Doel te nemen, dan doet pi. een beroep op het Tribunaal om de weduwe in de mogelijkheid te laten de zaak van wijlen haar echtgenoot voort te zetten, door huis, inventaris enz. uit te zonderen.

De heer Das van het Beheersinstituut zeide, dat er nog een aanvullend rapport was opgesteld, dat het Tribunaal zal worden toegezonden, waarin o.m. de gemaakte winsten te Utrecht worden nagegaan. Het vermogen van v. d. Doel wordt thans vastgesteld op ƒ 138.000.—. Het is moeilijk om een redelijke oplossing te krijgen vooral als de boekhouding niet juist is. Indien er gesaboteerd is, zoals pi. zei is de winstmarge abnormaal laag, want bij sabotage wordt de winstmarge hoger.' Als er met zand gewerkt is, inplaats van cement, ig er bij de Duitsers toch cement berekend. Het is mogelijk, dat hij nog veel opgesnoept of verdeeld heeft, maar het is ook mogelijk, dat er nog bedragen aanwezig zijn. Er kan een deel van het vermogen zijn, dat we nu nog niet kennen. Wat het materiasil betreft, zei dhr. Das, dat hij dit tussentijds gekocht moet hebben daar hij in Utrecht volgens verklaring van dhr. Oly materialen van de gemeente heeft gebruikt. De verdediger kon zich met de ge

De verdediger kon zich met de gedachtengang over onbekend vermogen niet verenigen. Daartegenover zou' weer een deskundig accountantsrapport moeten staan, waarom pi. daarop verder niet inging. Het Tribunaal zal de rapporten nagaan,

Het Tribunaal zal de rapporten nagaan, waarna over 14 dagen uitspraak zal volgen.

Vervolgens werden de getuigen gehoord in de aangehouden zaak van

WiUeni Flohil te Ouddorp. Als .eerste werd gehoord zijn broer

• Jan Flohil die wel bij de zitting van de Kriegsmarine over de port-zaak geweest was, doch over de vliegtulgbanden uit eigen Wetenschap niets kon vertellen. Wel had hij V. d. Broek naar Tanis verwezen, omdat hij meende dat die banden had. Over de gevonden pakken rubber verklaarde get. dat Grinwis deze bij de grenspolitie had aangegeven, waarna ze in besla.g genomen waren. Op de vraag-van de Pres. of zijn broer dronk, zei get. dat hij geen sterke drank gebruikte. „Maar ik lust graag een borrel", voegde hij er aan toe.

Wachtmeester KeUkens verklaarde, dat de banden bij van den Broek te Stellendam in beslag waren genomen. Vóór de oorlog moest het op strand gevondene bij de Burgemeester worden aangegeven, doch later hebben de Duitsers zich dat recht toegeëigend. Zie vervolg pag. 2, 1ste kolom. Door de strandjutters werd zoveel mogelijk het goed uit Duitse handen gehouden. De Duitsers, waai mee hekl. Flohil omging, waren er met communistische neigingen, die hun eigen leger zouden bestelen.

Get. C van Dam koopman, verklaarde met anderen een houten vliegtuigje in brand te hebben gestoken waarin nog kleren van werkmensen lagen. Onderling hebben ze toen gecollecteerd om dit verlies te vergoeden waarvan W. Flohil ook nog plm 10 galden heeft getrokken, doch hij heef niet op deze vergoeding aangedrongen

Get. Joh. Hoek lichtwachter Ie klasse, die aan de B.S. was geweest, verklaarde dat Flohil na de bevrijding hem gewaarschuwd had, goederen van de Weermacht in bewaring te hebben, die toen naar de school vervoerd zijn.

Get. Meganck, hoofd­lichtwachter legde eenzelfde verklaring af. „Het was Duitse rommel," had bekl. gezegd. Wat er verder mee gebeurd was wist hij niet en of er goederen van Bouman bij waren kon hij evenals Hoek, niet zeggen.

Get. W. V. d. Ster, die in oorlogstijd Rijkspolitie was te Ouddorp, gaf een breedvoerig relaas van de gebeurtenissen te Ouddorp. In een anoniem schrijven over de strandvonderij werd bericht aan de burgerneester, dat T. Tanis een hoeveelheid hout zou hebben gevonden wat ook bij deze in beslag genomen is.

Later werd verboden het strand te betreden. Een mijn, die Flohil gedemonteerd had in bijzijn van zijn kinderen en van Grinwis, en waaruit hij springstoffen meegenomen had, bezorgde hem 3 mnd. gevangenisstraf. Weer enigen tijd later was er een vlot zoek. Bij het opsporen daarvan heeft iemand van de grenspolitie met de vrouw van Flohil staan praten, waarbij zij verteld had, dat er vliegtuigbanden gevonden waren, welke naar v. d. Broek te Stellendam gegaan zouden zijn. Bij onderzoek, ontkende v. d. Broek doch de Conmiandant liet het er niet bij zitten en de zaak ging aan het rollen. Hoewel Flohil een verklaring ten deze afgelegd heeft, de initiatiefnemer is hij niet. Grinwis heeft verklaard, dat Hoek de banden bij hem weggehaald had. De vrouw van Flohil is de aanleidende oorzaak geweest, dat de zaak uitkwam. Wat de luchtkasten betreft, die door Bakelaar etc. waren verborgen, verklaarde get. dat deze daarvan geen nadeel hadden ondervonden. Wie hun echter aangegeven had, wist get. niet te zeggen. „Dat heb ik gedaan" zei bekl. W., Flohil. De wijn­vondst en de diefstal van'het vat zette get. breedvoerig uiteen ,doch van de rubber­affaire had hij alleen vernomen, dat de strandjutters in combinatie met de Duitsers rubber verkochten. Op een vraag van de Pres. of Flohil

Op een vraag van de Pres. of Flohil thuis was, toen zijn vrouw tegen de grenspolitie verklaarde dat er banden gevonden waren antwoordde get. bevestigend. Ze heeft gezegd, zei bekl.: ,,Je mot mar es bie Krien Pupe goa kieke!" Dan werd gehoord

get. Kr. Grinwis die op een vraag van de verdediger verklaarde, dat Bakelaar tegen hem gezegd had, dat hij voor een sigaret een valse eed wilde afleggen.

De Echtgenote van bekl. Flohil, die eerst de eed niet wenste af te leggen, doch daartoe na enige aarzeling over ging, gaf toe de gTenspoïitie op Grinwis opmerkzaam gemaakt te hebben. ,,Dat is niet zo mooi," zei de Pres.

,,Dat is niet zo mooi," zei de Pres. „Wat zou Uw vrouw doen, als haar man steeds maar weer werd achternagezeten?" vroeg get.

„Dan ga je toch iemand niet verraden," meende de Pres. De verdediger Mr. Stenf ert Kroese

Mr. Stenf ert Kroese voerde aan, dat behalve de aangifte van de gestolen luchtkasten, bekl. de andere punten niet ten laste konden worden ge­ legd. De m bewaring genomen goederen heeft hij aangegeven bij de B.S. Als e iets Van Bouman bij geweest zou zijn was dat ook uitgekomen. Door al die omstandigheden is bekl. vier keer gegrepen. Steeds heeft hij zich tegen de Duitsers verzet. 10,% maand is hij geïnterneerd geweest, zijn radio is hij kvirijt en 5 maal is er huiszoeking bij hem gedaan De verklaringen van Grinwis en Hoek zijn gedeeltelijk vals en zeer aangedikt Bakelaar heeft gezegd dat hij voor een sigaret een valse eed wou doen. Uit de verklaring van v. d. Ster blijkt ook, da deze bekl. niet schuldig acht. Waar Flohil nu al maanden achtervolgd wordt verzocht pi. intrekking van de tenlastelegging en vrijspraak op het punt van de luchtkasten na, wat hem niet zwaar aangerekend mag worden, omdat de andere partijen hem ook hebben beticht. De goede naam en reputatie van bekl. lijden er onder en hij komt in financiële moeilijkheden. Bekl. Flohil hoopte tenslotte dat het

Bekl. Flohil hoopte tenslotte dat het Tribunaal zal inzien, dat alles leugen en laster is.

Over veertien dagen zal uitspraak volgen.

Daarna kwam de zaak tegen Jacob de Vos

49 jaar, slager te Oude Tonge, die ten laste gelegd werd, dat hij hulp of steun aan de vijand verleend of getracht heeft te verlenen door: omstreeks Pasen '42 samen met de NSB-veldwachter Vos en de NSB-burgemeester Dekker te bewerkstelligen dat de Joodse slager Meijer Cohen vóói> de algemene Joden-arrestaties werd gearresteerd althans wetende dat dit zou gebeuren, heeft nagelaten Cohen te waarschuwen; door er bij Dekker op aan te dringen althans door zijn klacht over pro-Joodse propaganda te Oude Tonge te bewerkstelligen, dat Dekker een brief schreef aan de S.D. te R'dam met het verzoek de twee zoons van den Jood Cohen ook weg te laten halen; door zich in Maart '44 te melden bij de Landwacht en dienst te doen als hulp-landwachter. Verder sloot hij zich in 1940 aan bij de NSB en bleef lid tot het einde van de oorlog; was groepsorganisator en inner van groep 4. Hij gaf blijk van N.S.-gezindheid door toe te staan, dat twee zijner dochters lid werden van de Jeugdstorm; begon zijn brieven met' ;,kameraad" en eindigde deze met „Hou-Zee". In een gesprek met Ravens over Cohen zeide hij niet te begrijpen, dat die lelijke Jood nog zaken mocht doen en op de Centrale slachtplaats te Oude Tonge, nadat verordend was, dat de Joden hun fietsen moesten inleveren zei hij: „Gezien ik weet welke fietsen die rot-Jood heeft, moet Jaap niet proberen er een achter te houden of banden te verruilen, want dan gaat hij ook naar de bl gelijk zijn vader!" Burg. Dekker liet hij voorts bewerkstelligen, dat de arbeidsvergunning van J. Cohen werd ingetrokken. Tenslotte heeft hij voordeel getiokken of getracht dit te trekken van de vijand door de hulp in te roepen van Ravens en Dekker om slager Cohen te elimineren; door in April '42 als blokleider der P.T.C, aan M. Cohen de portie, waarop hij recht had, te onthouden; door op dezelfde datum op de Centrale slachtplaats de slagers Lugthart, Buth, Beijer en Hemmink aan te raden zich tot Burg. Dekker te wenden om M. Cohen uit de distributie uit te sluiten, wat deze hebben gedaan, met het gevolg dat dezelfde dag de Ortskommandant de slagerij van Cohen is komen sluiten; door de gedeeltelijke winkelinventaris, eertijds eigendom van Cohen, voor ƒ 120.— te verkopen; door van de A.N.B.O. vier panden te kopen uit welks eigendom de Joodse eigenaars waren ontzet, n.1. Achterdorp 133 en Voorstraat 1'79 te Dirksland, Westdijk 296 te Middelharnis en Molendijk 70 te Oude Tonge.

Bekl. kon niet alles erkennen. Dat Cohen weg moast wist hij niet.

,Maar Heesterm.ans heeft het U horen zeggen," zei de Pres. „U vond het wel fijn, hé?"

,.Helemaal niet" zei bekl. Dat hij veel bij Burg. Dekker kWam ontkende bekl. Eén keer heeft hij hem over de noodflachtplaats gesproken. Om op Flakkee te kunnen blijven was hij landwachter geworden ,doch bekl. had nimmer dienst gedaan. NSB-er was hij geworden, omdat hij dacht, dat het voor alle mensen beter zou worden. „Ik had me nooit met de politiek inoeten inlaten, maar ik zag dat te laat in", zei bekl. In Jan '43 had hij voor het laatst contributie betaald en via Bia zijn lidmaatschap opgezegd, doch men had verzuimd hem te royeren. Functies vervulde hij niet bij de NSB en blokleider was hij van de P.T.C. Eén zijner kinderen is enige tijd aan de Jeugdstorm geweest. Het ,,Hou-zee" en .kameraad" in z'n brieven erkende bekl. als fout. Dat hij zich tegen Ravens in de gewraakte bewoordingen zou hebjben uitgelaten ontkent bekl. De laatste jaren was hij hele beste vrienden met Cohen. „Broeders" noemde Cohen hun. ,Van je broeders moet je 't maar heb- Den", zei de Pres. ,,op alle mogelijke manieren heb je Cohen dwarsgezeten!" De woorden over de fietsen van .die rot-jood ontkende bekl. gebezigd te hebben. Niet hij, maar Buskop zelf heeft ze gezegd en nu wil hij ze bekl. in de schoenen schuiven. Buscop heeft al zijn klanten weggepikt en zou hem liever eeuwig weghouden.

„Kom nou" zei de Pres. ,,En Buscop heeft zelf Cohen gewaarschuwd, dat je dat gezegd had." ,,Hoe hij daartoe kwam, begrijp ik niet," zei bekl.

Van het intrekken van de arbeidsvergunning van Cohen wist bekl. niets af; ook ontkende hij de hulp van Ravens en Dekker ingeroepen te hebben om Cohen te elimineren. Het pand van Cohen had bekl. gehuurd, omdat het anders door de Duitsers verbrand was en wat van de inventaris had hij gekocht om later aan Jaap, waarvan hij wist dat hij ondergedoken was, terug te geven. De Jodenhuizen had hij als geldbelegging gekocht. Als de oorlog over was zou hij er zijn geld weer uit krijgen was hein gezegd. Bekl. gaf toe daarin verkeerd gehandeld te hebben, doch dat besefte hij toen niet. ,,Je deed het om er beter van te worden", zei de Pres.

De Echtgenote van bekl. verklaart, dat zij ƒ 25.— per week ontvangt van de beheerder. Van de Jodenhuizen wist zij niets. „Maar je hebt een brief naai' de Minister geschreven" zei de Pres. ,,Dat geeft niet, maar dan moet je geen onwaarheden schrijven. Je verzocht om spoedige berechting van je man, daar hij geen aanklachten heeft. Dat is niet waar!"

„Het zal niet veel zijn" zei get. „Veel dingen zijn niet waar. En met de politiek heb ik me nooit bemoeid."

Desgevraagd verklaarde zij nog, dat haar dochters niets verdienen; ze zijn beide thuis. Van Notaris Ris was een verklaring, dat bekl. nog ƒ 9300.— als kapitaal over heeft. „'t Is niet vet", zei bekl. Maar de President vond van wel.

De verdediger

Mr. V. d. Hoeven seide, dat er van de 14 aanklachten 9 over slager Cohen gingen welke in het juiste licht beoordeeld moeten worden, omdat het dossier slechts een hap en een snap er van geeft. De relaties van bekl. met Cohen gaan reeds 30 jaar terug. Oorspronkelijk was bekl. er in dienst. Tot 1940 was er steeds contact. Cohen werd toen hoofd van de vleesverdehng, waarbij hij zichzelf bevoordeelde. Slager Doesburg heeft zich daarover het eerst beklaagd bij Ravens. De Vos en Ravens hebben toen een gesprek gehad. Dat daarbij de woorden, die bekl. aangewreven zijn, door hem gebezigd zijn, ontkent bekl. Ravens was ook niet één van de betrouwbaarste^ Vrijwillig is de Vos gestemd als blokleider der P.T.C. Het vlees werd tot aller tevredenheid verdeeld en Cohen werd niet benadeeld; hem werd zelfs meer toegewezen dan van overheidswege was toegelaten. In 1942 vierde Cohen in intieme kring zijn zilveren bruiloft. De enige gasten daarbij waren deze NSB-er de Vos en zijn vrouw, wat wel de verhouding tussen hen typeert.

Slechts één kee." kreeg Cohen geen vlees, omdat er een tekort was en hij een vorige keer aan de beurt geweest was. Wat hij vroeger nooit deed, Cohen ging twee keer ,.Koosjer" slachten en bestemde daarvoor een half rund, waardoor hij een voorsprong op zijn concurrenten kreeg. De andere slagers namen daaraan aanstoot en wilden zijn winkel laten sluiten, waartegen de Vos opkwam. 4 slagers hebben toen in een café courage gedronken en zijn naar de Burgemeester gegaan wat de ondergang van Cohen tengevolge had. Nu verwijt men dit bekl. Boor de S.D. is bekl. als blokleider der P.T.C, meegenomen om het aanwezige vlees op te nemen, waarbij hij Cohen nog extra vlees toestopte. Later werd Cohen gearresteerd, doch bekl. had daai-mee niets te maken. Na zijn deportatie kreeg een Duitser opdracht zijn winkel in brand te steken, wat bekl. door huur van het pand wist te voorkomen. Pulleman kan dat getuigen. De relatie met Cohen werd door beid. aangehouden. Hij wist waar een zoon was ondergedoken, doch heeft hem nooit verraden. Aan de landwacht _ was bekl. slechts 7 weken verbonden en heeft 2X2 uren geëxcerceerd. Na zijn doel — vrijstelling van evacuatie — er mee bereikt te hebben, werd hij voor zijn voet afgekeurd. Eén zijner dochters die aan de Jeugdstorm was, heeft daarvoor weer bedankt. Wat de brieven met ,,Hou-zee" betreft, is een vrij belachelijke bezigheid geweest. Zijn NSB-gezindheid zat niet diep, waarover pi. van dhr. de Vin een verklaring overlegde, die dit bevestigde. Zijn zaak'was hem alles. Inzake de klacht over de fietsen, zei pi. dat verschillende getuigen een weinig fraaie rol hebben gespeeld. Buscop kan Cohen gewaarschuwd hebben, doch daarin ook een dubbele rol gespeeld hebben dat komt meer voor. PI. is niet zeker van deze get. Over het intrekken der arbeidsvergunning is geen enkel bewijs. De verhouding met Cohen was de laatste jaren goed. PI. geloofde niet dat er iets stak achter de overname inventaris.

Bekl. wilde deze goederen bewaren tot Cohen terugkwam. De aankoop Jodenpanden is minder ernstig als men weet, dat bekl. bij de aanvang van de oorlog een handelskapitaal had va.n ƒ 10.000. Hij is toen panden gaan kopen, eerst 2 van niet-Joden en later 4 van Joden, welke alle leeg stonden. Het is inderdaad minder oirbaar, doch nimmer is zulks een ernstige grond geweest dat er iemand door het tribunaal om vervolgd is geworden. Over het algemeen is het gedrag van bekl. niet slecht en de getuigenverklaringen, ook van concurrenten, waarvan pi. er talloze heeft, zijn betrouwbaar. Een Jood, Witteboon, die met 6 anderen te O. Tonge ondergedoken was, verklaarde dat de Vos goed voor hen geweest was en hen ninuner heeft verraden. Ook van W. Both, seor. der P.T.C, legde pi. een zeer gunstige verklaring omtrent bekl. over. De vrouw va bekl. heeft, politiek gesproken, niet aa zijn zijde gestaan. PI. -hoopt inzake d strafmaat dat bekl. met de uitspraa weer op vrije voeten zal komen en he tribunaal er met de boetebepaling rekening mee zal houden, dat bekl. door he kopen der Jodenpanden al een grot strop om de nek heeft en dit voor hem een groot verlies betekent, waarom pi -verzoekt om bekl. niet in zijn vermogen te treffen.

Over 14 dagen zal ook in deze zaak tütspraak worden gedaan. Dan komt de zaak aan de orde van Wijlen Anna Martha Jansen

Wijlen Anna Martha Jansen gewoond hebbende te Steliendam en vertegenwoordigd door Mr. L. J. den Hollander ,die ten laste was gelegd dat zi liulp of steun verleend heeft of getrach te verlenen door toe te staan, althans niet te verhinderen, dat haar dochter Cornelia van Sept. '43 tot April 1944 vrijvïiliig als schoonmaakster werkte bij de Weermacht, door nadat zij in het najar van '44 naar Duitsland was gevlucht met haar minderjarige kinderen, toe te staan dat haar dochter Baaltje vrijwillig landwerk verrichte in Polen of West- Pruisen; door in Juli '41 te Steliendam aan te geven, dat E. M. v. d. Steenhoven de berichten van radio Londen verspreidde, met het gevolg dat diens broer M, v. a. Steenhoven is gearresteerd, tot Fibr. '42 in ÏXiitse krijgsgevangenschap heeft verkeerd en een boete van ƒ 400 moest betalen, zijn vader ƒ 1000 boete kreeg en de radio in beslag werd genomen. Verder had'zij zich vanaf 1941 aangesloten bij de NSB en is dit tot aan de capitulatie gebleven. Ook was zij aangesloten bij de N.S.V.O. Van haar N.S.- gezindheid, gaf zij blijk, door toe te staan, dat enige van haar kinderen lid werden van de Jeugdstorm en een er van in '44 een cursus ging volgen voor een Jeugdstormkamp. Zij stond ook toe, dat Cornelia en Baaltje te Steliendam propaganda-materiaal ^van NSB en Jeugdstorm in het openbaar aanplakten en verspreidden. Tenslotte had zij voordeel getrokken van de vijand door als NSB-ster kleren te ontvangen. De verdediger

Mr. L,, J. den Hollander die q.q. voor bekl. optrad, gaf de tenlastelegging toe, met uitzondering van het verraad van v. d. Steenhoven. Waar bekl. inmiddels overleden i?'zou alleen de nalatenschap kunnen worden verbeurd verklaard. PI. verklaarde dat er geen nalatenschap is, wat door haar echtgenoot werd bevestigd, zodat er geen enkele maatregel is, die zou kunnen worden opgelegd. Uitspraak over 14 dagen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1947

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Tribunaal

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1947

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's