Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spannende raadsvergadering te Sommelsdijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Spannende raadsvergadering te Sommelsdijk

Grote verontwaardiging liij P.v.d.II. en wethouder Edewaard (a.rj over brief van gem.-secretaris Knape

30 minuten leestijd

Er is te Sommelsdijk vrijdag een opzienbarende raadsvergadering gehouden waarbij het zeer scherp is toegegaan, ihzake de j.1. begrotingsbeschouwing Burgerl. Inst. Maatsch. Zorg door de heer D. Hoogzand (p.v.d.a.) betreffende verhuur van bouwland en de daarop gevolgde brief van de secr. boekhouder Jan KnaiDe Mzn. Deze vergadering was aangevraagd door de p.v.d.a.-fraktie ingevolge art. 47 der gemeentewet, in hoofdzaak, om de brief van dhr. Knape onder de loupe te nemen. (Deze brief hebben wi] in extenso opgenomen in het 2e blad.) Het ging er zeer warm naar toe; de voorzitter burgemeester P. W. Hordijk moest tegen zijn gewoonte in meermalen de orde herstellen en onparlementaire uitdruklcingen afhameren. Het uiteindelijke resultaat van deze zitting was, dat door de heer Hoogzand de scherpte in zijn alg. beschouwing werd teruggenomen en ook door weth. Edewaard, dat hij het beleid en de beslissing van de regenten in het openbaar had afgekeurd. Vanzelfsprekend heeft toen ook de heer Knape zijn brief als niet-geschreven verklaard. Al is dit alles rechtgetrokken, het is nu eenmaal in een openbare raadszitting behandeld, zodat wij ons genoodzaakt zien van de gehele gang van zaken verslag te geven. Nu de kruitdamp is opgetrokken dachten we aan de vader, die iedere keer dat zijn zoon het verpeuterd had een spijker in een plank sloeg. Deed hij een goede daad, trok hij er een spijker uit. De jongen paste zo goed op, dat na enige tijd alle spijkers uit de plank waren getrokken. Toen zei de jongen: „Vader, maar nu zijn de gaten er nog!" Al is alles bijgelegd, ook hier blijven de gaten zichtbaar!

Kwestie over verhuur bouwland door Maatsch. Zorg uitgeplozen

Tenslotte: alles terug genomen

Voor deze raadsvergadering waren ook de voorzitter en de regenten van de Burgerlijke Instelling Maatsch. Zorg uitgenodigd. Voorts was er enige belangstelling op de publieke tribune. De voorzitter burg. Hordijk opende met gebed en zei daarna, dat de vergadering eerst in comité generaal ging.

De heer Hoogzand (p.v.d.a.): Wat bedoelt Ü m.et comité generaal?

De voorz.: Dat er eerst in besloten zitting vergaderd wordt.

De heer Hoogzand: Mag ik dan een verklaring afleggen? (dit betrof een verklaring om alles in het openbaar te behandelen. (Verslagg.)

De voorz.: We gaan voorhands in besloten zitting. (Pers, regenten en publiek moesten vertrekken. Er is toen geruime tijd in de raad gedelibereerd om al dan niet in het openbaar te vergaderen. Na ruim een half uur werd de zitting openbaar).

Aanval van dhr. Hoogzand op de brief van dhr. J. Knape Mz.

Als eerste verkreeg dhr. D. Hoogzand het woord, die het volgende naar voren bracht.

„Hoofdschuddend heb ik de brief van de heer J. Knape Mzn., die in zijn kwaliteit van gemeentesecretaris en secretaries-boekhouder van de gem. inst. voor maatsch. zorg deze brief op 16 dec. 1963 heeft verzonden; aan de heren leden van de raad onzer gemeente, de heren regenten van de gem. inst, voor maatschappelijkee zorg als mede de bestuursleden en oudbestuursleden van de Oranjevereniging, gelezen.

Ik wil er eerst op wijzen dat de fraktie van de P.v.d.A. de heer J. Knape Mlz. van 16 dec. 1963 tot 23 dec. 1963, stilzwijgend gelegenheid heeft geboden om op enigerlei wijze intrekking van zijn brief mogelijk te maken en excuses aan te bieden aan de fraktievoorzitter van de P.v.d.A. in de raad aan wethouder Edewaard, aan heel de fam. Hoogzand en aan mevr. van Nimwegen-Slui. Van deze gelegenheid is geen gebruik

Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De brief is uitgegeven één dag voor publikatie van de rede welke ik als raadslid heb uitgesproken, zodat de secretaris als ambtenaar gebruik heeft gemaakt van de op het gemeentehuis aanwezige stukken. De raad moet hierbij wel bedenken

De raad moet hierbij wel bedenken dat het ieder lid kan overkomen, dat een door hem uitgesproken rede door de gemeentesecretaris van een politiek commentaar wordt voorzien. Sinds 16 dec. 1.1. heeft Sommelsdijk een gemeentesecretaris met politieke intenties, en het spreekt wel vanzelf dat men die van de P.v.d.A. cadeau kan krijgen.

Waaraan ontleent de gemeentesecretaris het recht correspondentie te verzenden aan genoemde geadresseerden?

Volgens artikel lOStitel V van de gemeentewet, zou de taak van de secretaris bestaan uit: de raad, burgemeester en wet houders, de burgemeester en de commissieén van de raad in alles, wat ' het hun opgedragen bestuur aangaat, i behulpzaam te zijn. i

Artikel 109 titel V luidt: Door hem ' (de secretaris dus) worden alle stukken, | die van de raad en van burgemeester j en wethouders uitgaan, mede ondertekend. I

Voorts vermeldt artikel 110 titel V: de instructie van de secretaris wordt door de raad vastgesteld en aan Gedeputeerde Staten medegedeeld. Deze noch de overige artikels van titel V der gemeentewet kennen aan de secretaris de bevoegdheid toe, om in zijn functie van secretaris, brieven te laten bezorgen aan een groot aantal ingezetenen van zijn gemeente. Mijn vraag is hoeveel van deze brieven heeft de secretaris laten bezorgen en zijn deze brieven op het gemeentehuis verzorgd? De heer J. Knape Mzn. heeft deze

De heer J. Knape Mzn. heeft deze brief eveneens ondertekend in zijn functie van secretaris-boekhouder van de gemeentelijke inst. voor maatschappelijke zorg.

In deze kwaliteit heeft de heer J. Knape Mz. geen bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen.

Pas wanneer het regenten college van oordeel zou zijn geweest een schrijven te richten aan bestuurders en oud-bestuurders van de Oranjevereniging, aan leden van de gemeenteraad en aan oudraadslieden, dan had de secretaris-boekhouder gehandeld in opdracht. Voor mij is het echter een overbodige vraag te stellen of werkelijk het regenten-college de secretaris-boekhouder die opdracht had verstrekt.

Zo had het voor mij eveneens overbodig geweest om aan de raadsvoorzitter te verzoeken het door mij in de vorige raadsvergadering te berde gebrachte onderdeel van het beleid, gevoerd door het regenten-college, te willen ontzenuwen. Hoe kan een secretaris-boekhouder

Hoe kan een secretaris-boekhouder zoiets nu doen?

En dan nog wel in het veelvoudige van wat ik als raadsvertegenwoordiger rechtstreeks meende te moeten ontvouwen. Er moet gelet worden op welk gebied de verantwoordelijliheid drukt.

Het staat dus onomwonden vast dat de secr-boekh. buitin zijn boekje is gegaan. Nu staat de raad intussen voor de

Nu staat de raad intussen voor de vraag in hoeveere er zal moeten worden beraadslaagd om dit „onwettig gedoe" te bestraffen. Ik kan me best voorstellen dat de ge

Ik kan me best voorstellen dat de gemeentesecretaris graag het één en ander in de raad zou willen zeggen. Of dat hij verwacht dat college's raadsleden onderling elkaar niet alles onbeantwoord laten. Doch het behoort en blijft behoren tot de competenties van de raad zelve!

Het gaat me wel te ver mijnheer de voorzitter waar de secretaris verkondigt dat ik me eigenlijk als raadslid onmogelijk heb gemaakt.

Ik dacht dat ieder lid van onze raad zo zachtjes aan wel wist, dat het de kiesgerechtigde burgers zijn die ons hier plaatsen.

Daarbij zal de partij welke ik dien de stem van de secretaris behoeven noch begeren.

In het slot van de brief van de secretaris word ik aangeraden uit zijn buurt te blijven.

Hopelijk kunt u begrijpen, mijnheer de voorzitter, dat ik als raadslid en als regent van de gem. inst. voor maatsch. zorg in een volslagen conflictsituatie ben geraakt door het impulsieve geschrijf van de heer J. Knape Mzn. De volledige behandeling van de brief

De volledige behandeling van de brief laat ik over aan de justitie in geval de raad de brief als een welkome reactie op mijn rede beschouwen zal. Bovendien behoren naar mijn mening

Bovendien behoren naar mijn mening slechts bestuurlijke aspecten hier op zijn plaats. De gemeente-secretaris kan voor mij zeer moeilijk voldoen aan het eerder geciteerde artikel 108 titel V van de gemeentewet. Mijn enige conclusie luidt:

Laagheid zoekt bij goede zaken naar slechte motieven.

Ik behoud met het recht voor om straks een motie in te dienen.

„Moet het buigen of barsten"

Weth. Edewaard (a.r.) viel direct het schrijven van de heer Jan Knape Mzn. aan in een uitgebreid en langdurig betoog, dat we eerlijk gezegd niet geheel konden volgen en waaruit we alleen de kern zullen trachten weer te geven. De vraag zou kunnen rijzen aldus spreker, waarom is er door het college van b. en w. niet eerder op gereageerd; anderzijds was er tussen de tijd van het verzenden van het onderhavige epistel voor hem gelegenheid geschapen om er voldoende afstand van te nemen. Spr. wilde bij hetgeen hij zeggen zou niet in de politieke sfeer geraken, maar ook niet de heer Hoogzand zo wie zo verdedigen, maar zijn politieke tegenstander recht laten wedervaren en het geheel zo zakelijk mogelijk benaderen. Weth. Edewaard gaf dan een overzicht hoe het geval zich had toegedragen bij de verpachting van bouwland door de instelling Maatsch. Zorg waarvan hij regent is. Hij sprak van willekeurige bevoorrechting, zijn standpunt was, waar er 125 gegadigden waren, alle burgers gelijke kansen te geven. (Instemming van de heer Hoogzand: Juist!) Spr. zei dat de heer Hoogzand het met hem in hoofdzaak eens was, n.1. laten inschrijven en daarna verloten. Intussen kwam ook in behandeling de aanvrage om grond af te staan voor vestiging van de Land- en Tuinbouwvakschool (in erfpacht). De secr.-boekhouder dhr. Knape ontraadde verloting, pleitte voor versteviging van het bedrijf van Viskil en voelde er niet veel voor om bedrijfjes voor kleine zelfstandigen te scheppen. Zelfs de aanvraag van de Tuinbouwvakschool wilde hij naast zich neerleggen, aldus de notulen, waaruit spr. een groot deel citeerde. Het geval Wielhouwer woog bij Knape zwaar, bij M. van den Doel eveneens, maar Hoogzand hield vast aan verloting.

De voorz.: Ik zie de noodzaak niet in, waarom U dit alles hier zo breed gaat etaleren!" aldus sprak hij tot weth. Edewaard.

Weth. Edewaard sloeg daarna een paar vellen van zijn lang betoog om en zette verder uiteen, hoe er een besluit viel om voor de Tuinbouwvakschool een gedeelte grond af te staan, eveneens aan de heer Viskil en er was een voorstel het resterende aan dhr. Wielhouwer te geven.

Hierover staakten de stemmen. Na al het voorgaande was het voor

Na al het voorgaande was het voor spreker een principiële zaak geworden. Tegen de gehele gang van zaken had hij grote bezwaren, omdat hardnekkig is vastgehouden de percelen toe te wijzen aan één of twee gegadigden. Hij distancieerde zich van het beleid.

In een volgende vergadering viel de beslissing. De secretaries heeft dit alles in zijn brief onjuist weergegeven, wat hij sterk afkeurde.

De voorz.: Wilt U zich tot het zakelijke beperken?

Weth. Edewaard: De heer Hoogzand heeft het geval in de raad in zijn algemene beschouwingen te berde gebracht, met een woordenstroom die hem geheel onverwacht voorkwam, welke lawine hij over zich heen had laten gaan. Hij gaf toe, dat hij bezwaar had moeten makefi dat een persoonlijk gesprek van de secr. boekhouder dhr. Knape in het openbaar was gebracht, en stelde, dat het optreden van de heer Hoogzand het karakter had van een politieke stunt. Anderzijds wraakte hij de uitdrukking in de brief van Knape: Kerkeraadslidvoorzitter der Instelling, wat z.i. wél verenigbaar was (als stond hij niet naar die baan). De weergave van dhr. Hoogzand vond hij overigens juist, met uitzondering dat van geen „boerenbedrog" sprake is geweest. De feiten waren in het stencil van de heer Knape gekleurd weergegeven er was hem en ook de heer Hoogzand groot onrecht aangedaan. Hij vertrouwde dat er •— na de uiteenzetting van de werkelijke feiten — begrip zou zijn voor zijn verontwaardiging bij de ontvangst van de betreffende brief, met als ondertekening: „de gemeentesecretaris." Kort ging spr. ook in op de beweringen over de Oranjevereniging en noemde het verder een unicum in ons Vaderland, dat met behulp van het gemeentepersoneel en met materiaal van de gemeente een wethouder wordt aangevallen. De ondertekening als gem. secretaris maakt het geval des te ernstiger aldus sprekerf door b. en w. is hem er geen opdracht toe gegeven. Hij achtte zich gediskwalificeerd en in zijn eer een goede naam aangetast; hij noemde het onbegrijpelijk en ook ontoelaatbaar.

Verder deelde spr. mee dat de heer Knape een schrijven heeft ontvangen om zijn excuses aan te bieden en de brief als ongeschreven te beschouwen. In de weken die zijn verstreken heeft hij hieraan niet voldaan. Waren de regenten op de hoogte, dat deze brief zou worden verzonden? aldus stelde spr. de vraag. Hij zag er in, dat de samenwerking in het college van de Burgerlijke Instelling moeilijk en moeizaam zou worden.

Tenslotte betoogde spreker dat het beleid van de instelling openbaar was. Bij de behandeling van de begroting in de raad kon daar het nodige over worden gezegd. Zou dit niet kunnen, dan zou het reglement moeten worden gewijzigd om kortsluiting te voorkomen. Het is wel een zelfstandige instelling maar met een subsidie van ƒ 45000 van de gemeente. De gemeentebelangen worden met dit geld gediend. Een eerste vereiste is een goed samenspel tussen de Burgerlijke Instelling het college van b. en w. en de raad. De heren Volwerk (voorz.) en dhr. M. v. d. Doel hebben daar blijkbaar geen oog voor...

De voorz.: Nu begint U ook interne zaken van de B.I. naar voren te brengen!

De heer Edewaard besloot met te zeg gen: „waarom erkent de secr. boekhouder Knape niet loyaal en royaal zijn fout? Moet het buigen of barsten?

Onparlementair

De heer J. P. C. van Zielst (s.g.p.) had de brief van de heer Knape gelezen en het speet hem dat er enkele uitdrukkingen in voorkwamen, die beter waren weggelaten. Toch kon spreker begrijpen — gehoord de rede van de heer Hoogzand •—• dat deze brief geschreven was. De heer Knape mag in de raad als secretaris niet het woord voeren; hij weet dan ook alle schuld aan de heer Hoogzand, die in zijn alg. beschouwingen de zaak publiek heeft tentoongesteld en daarmee zeer onparlementair is geweest. Z.i. had men dit in besloten zitting moeten afhandelen. Spr. laakte bijzonder de uitdrukkingen „boerenbedrog en vriendjespolitiek" en kon begrijpen, dat het bloed bij de hoer Knape naar het hoofd was geslagen. De beschuldigingen over en weer zijn te ver gegaan; spreker maande dat de beide heren dit zouden erkennen. „Het boetekleed ontsiert de mens niet" zei dr. Abr. Kuyper eens toen hij te ver was gegaan en spr. hoopte zeer, dat het gerezen geschil in der minne zou worden opgelost.

In drieën knippen!

De heer A. Knape (a.r.) was het in grote lijnen eens met de heer Van Zielst. Hij meende dat de heer Knape zijn brief in drieën had moeten verdelen en verzenden, n.1. naar de Oranjevereniging, de heer Hoogzand en wetli. Edewaard. Tot de laatste zei spreker, dat de meerder'heid van regenten heeft besloten het land aldus te verdelen, waar hij zich bij neer had te leggen. Wij moeten de oorzaak hebben en niet de gevolgen, aldus spreker.

Knuppel i/n hoenderhok

De heer Peekstok (a.r.) zei dat de heer Knape met zijn brief de knuppel in het hoenderhok had gegooid. Hij nam aan, daar de brief met „gemeente-secretaris" ondertekend was, dat dit op een vergissing berustte. Ook hij kon begrijpen, dat de secretaris ontstemd was over de kritiek van de heer Hoogzand, van welke laatste hij het niet fair vond, een afspraak in het openbaar te verraden. Spr. noemde het een politieke stunt, die grote verdeeldheid brengt onder de raadsleden.

Geen goed looord!

Ir. J. B. Mijs (V.V.D.) merkte op dat de heer Edewaard zich bij de beslissing van de meerderheid van de regenten had neer te leggen. Het ging niet aan om in het openbaar op het beleid van het college kritiek te brengen! Hij had geen goed woord over voor de heer Hoogzand en ook niet voor de brief van dhr. Knape. In eerste instantie diende alles in het college van B.I. te worden uitgemaakt. Goede namen zijn nu met modder besmeurd en de sfeer in de raad wordt verpest. Bovendien wordt door de heer E. het aanzien en de bestuurskracht van b. en w. ondermijnd.

Waarom niet eerst in b. en w.?

De heer de Wit (a.r.) bleek het niet eens te zijn met ir. Mijs en zei, dat wetli. Edewaard het toesluit van de regenten niet was afgevallen. Dhr. E. is alleen een andere mening toegedaan. Do brief van de secretaris keurde hij ten strengstp af. Hij had verwacht dat b. en w. hieromtrent stappen hadden gedaan en hij vroef of dat was gebeurd. De heer Hoogzand: De P.v.d.A. heeft stappen ondernomen!

De heer Grinwis (s.g.p.) had de diversprekers beluisterd en concludeerde, dat Hoogzand van alles de oorzaak was. Hij had beter kunnen zwijgen. Al kon hij met de brief van dhr. Knape niet in alles instemmen, hij had er een behoorlijk inzicht in de gang van zaken door gekregen.

Verdediging van de beklaagde!

Dan kreeg secretaris Knape het woord. Hij sprak aldus:

Mijnheer de voorzitter, men heeft van begin af aan het accent in deze affaire proberen te verleggen. Mijn brief, dat is hoofdzaak geworden! Men heeft althans geprobeerd om er de hoofdzaak van te maken!

Maar zo is het niet: het accent ligt bij de beschuldiging van de heer Hoogzand aan het adres van twee regenten van de Instelling voor Maatschappelijke Zorg en aan het adres van een oudregent. En ik ben daar van zeer nabij bij betrokken als sekretaris-boekhouder We werden feitelijk van misdaden beschuldigd; misdaden die, — als ze bewezen konden worden — zeker strafbare feiten zouden opleveren. De heer Hoogzand heeft drie regenten beschuldigd van lieve-vriendjespolitiek en boerenbedrog. En ik heb tot die politiek en dat bedrog geadviseerd. Ik zou bijna zeggen: een zwaarder beschuldiging kan men niet tegen een regent der Instelling uiten. De heer Hoogzand heeft die beschuldiging straffeloos kunnen debiteren gedekt door zijn raadslidmaatschap; hij dacht, dat hij op die manier geen enkel risico nam.

De tweede fase is de adhaesie-betuiging van de heer Edewaard aan de gerichte beschuldigingen. Weliswaar heeft hij te kennen gegeven, dat hij het onjuist vond om deze zaak in het openbaar ter tafel bij de Raad te brengen, maar de beschuldigingen zelf heeft hij onderstreept en er nog een nieuwe aan toegevoegd: de regenten missen inzicht in bestuurlijke verhoudingen. En dat zal ook wel het geval zijn met de Adviseur van het college. En dan komt in de derde plaats pas

En dan komt in de derde plaats pas mijn brief.

Omdat de heren persé mijn brief naar voren willen schuiven wil ik die wel het eerste behandelen.

Aan die brief kleven enkele fouten. Ik had niet mijn kwaliteit van sekretaris moeten vermelden, wordt mij ver-, weten. Ik zeg: de macht der gewoonte. De gemeente-sekretaris had hier niets mee te maken. Wie mij voor dit abuis wil ophangen, die kan het proberen.

Men heeft mij ook verweten, dat ik de brief verzonden heb aan personen, die er niets mee te maken hebben. Is men vergeten, dat deze zaak in een openbare vergadering is behandeld en dat ze uitvoerig in de kranten heeft gestaan? Op speciaal verzoek van de voorzitter van de Partij van de Arbeid, afdeling Middelharnis-Snmmelsdijk, heb ik de brief tot nu toe uit de kranten gehouden, want — >zei hij —: we hebben liever geen rel. Ik ook niet, ik heb alleen een rechtvaardige beoordeling gezocht voor de regenten, die hadden meegewerkt aan het betwiste besluit, en voor mezelf. Een rechtvaardiging voor degenen, die bij de zaak rechtstreeks of zijdelings betrokken waren.

Lieve-vriendjespolitiek Boerenbedrog!

Er wordt mij voorts verweten, dat de brief enkele nodeloos scherpe passages bevat. Wil ilt ook al toegeven. Maar houdt u in het oog, dat de brief is ge inspireerd door diepe verontwaardiging. Weet u, dat ik een dag langer van deze noodlottige raadsvergadering genoten heb dan de raadsleden. Ik heb de hele vrijdagavond aan de notulen gewerkt, toen nog eens de hele zaterdagmiddag en een gedeelte van de avond. Ik was toen net voldoende op koolthitte om mijn verontwaardiging op papier te smijten. Dat er zodoende wat klodders zijn terecht gekomen op schoon papier zal ieder onbevooroordeeld mens mij vergeven. Die paar klodders konden er nog wel bij. Ik had ook liever bij mijn vrouw gezeten om een mooi boek te lezen. Lieve-vriendjespolitiek. Boerenbedrog!

Van de feitelijke inhoud neem ik geen tittel of jota terug. Men heeft mij gevraagd waaraan ik

Men heeft mij gevraagd waaraan ik het recht ontleende om deze brief te schrijven. Mijn antwoord is: omdat ik tot het college behoor. De beledigingen van de heer Hoogzand troffen mij rechtstreeks. Als secretaris-boekhouder der Instelling ben ik de adviseur der regenten; in zaken van ondersteuning heb ik evenals de voorzitter zelfs het recht om provisionele beslissingen te nemen.

Ik laat mij het recht van deze brief geschreven te hebben niet betwisten. Lieve-vriendjespolitiek. Boerenbedrog! Dat de brief pijnlijk is voor de heren Hoogzand en Edewaard laat zich verstaan. Niet' ilc, maar de heer Hoogzand is begonnen met de motieven te analyseren, die de drie regenten geleid hebben om het bewuste land aan de heer Wielhouwer te verhuren. Hij kwam tot de konklusie van lieve-vriendjespolitiek en boerenbedrog. Toen moest ik ter verdediging wel komen met een analyse van de motieven die de heren Hoogzand en Edewaard geleid hebben tot hun standpunt.

Ik verklaar nadrukkelijk, dat te voren nooit enige analyse is gemaakt. Zowel de drie regenten als ik hebben altijd gezegd: we zijn het er niet mee eens, maar we respecteren het standpunt van de anderen.

De heer Hoogzand is al dadelijk begonnen met te demonstreren, dat het begrip „democratie" voor hem maar zeer betrekkelijk is. Hij is kwaad weggelopen. Het lijkt wel iets op Nazipraktijken: de enkeling legt zijn wil op aan de meerderheid. Hij alleen weet het.

De voorz.: „Nazi-praktijken moet U terugnemen! Do heer Knape: Dat neem ik dan te

Do heer Knape: Dat neem ik dan terug.

Secr. Knape: Hoezeer de heer Hoogzand deze zaak wil doortrekken blijkt wel hieruit, dat hij deze vergadering heeft aangevraagd tegen de wil van het bestuur van zijn partij, terwijl hij zijn fractie-leden min of meer heeft geprest om hun handtekening te zetten. Ik ben een fijn waarnemer, mijnheer Hoogzand, een enkel woord, een enkele blik is voor mij soms al voldoende om een situatie te doorgronden.

Erg enthousiast zijn uw kiezers ook al niet over uw algemene beschouwingen. Als u verstandig was geweest, dan zou u nog geprobeerd hebben om uw aanvallen op het legentencoUege uit de kranten te houden, maar verstand moet men blijkbaar bij u niet zoeken. De politiek gaat bovenal. Maar uw kiezers halen medelijdend de schouders op: o die!.... Lieve-vriendjespolitiek. Boerenbedrog!

Al deze beschouwingen hebben een rol gespeeld toen ik de bewuste brief schreef. Ik heb mij afgevraagd: moet daar nu helemaal niets aan worden gedaan? Het is nog aan een raadslid gevraagd; die eigen vrijdagavond nog! Die zei: geen paarlen voor de zwijnen werpen. De beeldspraak was scherp en juist, maar het leek me toch wat al te gemakkelijk. Want onderwijl gaat het varken door met wroeten.... Lievevriendjespolitiek. Boerenbedrog!

De voorz. hamerde nogmaals en zei: U moet meer parlementaire woorden gebruiken! Mijnheer de voorzitter, heel deze

Mijnheer de voorzitter, heel deze zaak is sterk overtrold^en. De heer Hoogzand heeft de kans gezien om er een politieke stunt van te maken, en de heer Edewaard een gewetenszaak. Het ene afkeuringswaardig en het andere laakbaar.

Do zaak is deze, dat ik ongeveer twintig jaar sekretaris en boekhouder ben van het Burgrelijk Armbestuur. Dit is de tweede keer in mijn loopbaan dat een klein perceeltje land moet worden verhuurd aan iemand die volgens de Pachtwet daarop geen rechten kan laten gelden. En daarover maakt men een heibel alsof de wereldvrede er door in gevaar wordt gebracht. Lieve-vriendjespolitiek, boerenbedrog! We zouden er om lachen als de zaak niet zo ernstig was en niet zulke ernstige gevolgen dreigde aan te nemen.

Ik maan de heren aan om hun verstand te gaan gebruiken — voorzover ze dat hebben. — Door de heren Hoogzand en Edewaard

Door de heren Hoogzand en Edewaard wordt de zelfstandigheid der Instelling aangetast en betwist.

Mijnheer de voorzitter, ik moet persisteren bij die zelfstandigheid. De gemeenteraad heeft geen andere invloed dan begrotings- en rekeningsgoedkeuring.

Dit impliceert niet de beoordeling van de wijze waarop het Ind wordt verhuurd. Het zou een andere zaak zijn indien regenten land verhuurden dat ze in erfpacht konden geven b.v. Want dan gaan er inkomsten prijs. Dan zou betekenen, dat ze meerdere subsidie behoefden.

In de Armenwet is voorgeschreven, dat regenten voor de verhuring van landerijen de toestemming nodig hebben van gedeputeerde staten. Die toestemming werd vroeger steeds gevraagd. Gedeputeerde Staten wonnen daaromtrent het advies in van burgemeester en wethouders. Tot de Pachtwet kwam. Toen hebben gedeputeerde staten gezegd: we hebben er verder niet mee te maken, want de Pachtwet regelt de opbrengst aan pacht. Aan wie u het verhuurt valt buiten onze competentie. U behoeft voortaan onze machtiging niet meer.

Mijnheer de voorzitter ik konkludeer: a. dat heel deze affaire veroorzaakt

a. dat heel deze affaire veroorzaakt is door een raadslid, dat van toeten nog blazen weet. Een raadslid, dat in zijn overmoed heeft geprobeerd om zich een naam te vestigen. Dat doet hij: maar geen mooie naam;

b. de heer Edewaard zie ik min of meer als slachtoffer. Hij heeft wat onaangename ervaringen gehad als Kerkeraadslid met de verhuring van land. Ik zie in heel deze geschiedenis maar één schuldige. Als er vroeger op het schoolplein gevochten werd dan vroeg de meester: wie is er begonnen. En wie er begonnen was die moest in de hoek staan. Wie er in de hoek moet staan, dat is do heer Hoogzand: lieve-vriendjespolitiek, boerenbedrog! Het is een misdaad bij de rechters!

c. de regenten van de Instelling voor Maatschappelijke Zorg persisteren bij hun zelfstandigheid. Zonder die zelfstandigheid is het werk van dat college vrijwel niet mogelijk. De Instelling heeft er ook recht op krachtens eeuwen oude tradities. d. Ik benadruk tenslotte nog dat hee

d. Ik benadruk tenslotte nog dat hee deze geschiedenis verschrikkelijk is i geblazen om er een politieke rel van't> maken. Een politieke rel, die niet waardeerd wordt door de P.v.d.A. at zodanig. Alleen maar door de Hoogzand als pedant vertegenwoordi ger.

Daarna gaf de voorzitter het woo aan de voorzitter van de Burgerl: Instelling Maatsch. Zorg, de heer Vol werk.

De heer Volwerk schetste in welgkozen woorden, kort enzeer gepast, i gehele gang van zaken. De verdelm was naar eer en geweten gedaan, ï Stichting Tuinbouwvakschool is een al gemeen belang, de grond wordt in erf pacht gegeven, wat geld in het laatj brengt. Het tweede stukje was voor ver steviging van het bedrijf van de hee Viskil. Voor het kleine stukje dat oveschoot waren 125 gegadigden. Voor ot, — aldus spreker — was geen enkel ge val zo urgent als dat van Wielhouwei deze man heeft met noeste vlijt een wii loftrekkerijtje opgebouwd, op grond V,T de Gebr. v. d. Doel. Dit staat voor her op losse schroeven, hij kan er elk oger, blik af moeten. Nu bestaat voor hem c mogelijkheid zijn bedrijfje op de he toegewezen grond voort te zetten aid spreker. Hij krijgt het stukje grond i erfpacht.

De heer M. v. d. Doel (regent) zei ziel te schamen Sommelsdijker te zijn, Hi had van de heer Edewaard wel iets an ders verwacht en noemde hem een wol in schaapskleren

„Die woorden moet u terug nemen maande de voorzitter.

De heer v. d. Doel: Dat zal ik dan hiei in het openbaar doen.

De voorzitter over de discussies

De voorzitter gaf daarna een beschoii, wing over de discussies. Hij noemde hc parlementair ongebruikelijk het beien van de regenten in discrediet te brengei Nu had spreker op de algemene b' schouwingen van de heer Hoogzand aar merkingen kunnen maken, maar hij zas daar op dit moment vanaf, omdat eer vertegenwoordiger van de B.I. dit ha: kunnen doen. Spr. nam aan dat de regenten op integere wijze de belanger van de instelling dienen; wethouder Edewaard heeft zich van de heer Hoog zand bij diens beschouwingen niet gedistancieerd. Het had spreker bevreeini dat noch over het verschil van inziclit noch over het gevoerde beleid, b. en« was geïnformeerd.

Verder zei de voorzitter dat het college de brief van de secretaris afkeurt te meer, daar deze de gewraakte onder titel van gem. secr. draagt. Ook de terminologie is afkeuringswaardig; was it brief beperkt gebleven tot de regenten had deze een andere indruk gemaakt Spreker zou niet meedelen, wat er m b en w. over gezegd is. Wel kon spreker begrijpen, dat de secretaris op kookhitt» stond, al keurde hij diens handelwijz» niet goed.

Weth. Edewaard viel de heer Mijs aan, over het gezegde dat hij zici onmogelijk had gemaakt als wethoude' en het aanzien van het college en raad had geschaad. Spreker zag dat nicl in. Hij voer op het kompas van zijn rechtskundige adviseur. Het college van regenten is geen ministerie, een regenl van een gemeentelijke instelling handelt niet onjuist, als hij laat blijken, dat zijt standpunt afwijkt van de meerderheid Alle facetten moesten z.i. in de openbaarheid komen; hij hoopte dat zijn geemotioneerdheid in de raad wordt begrepen. Hij voelde zich onbehaaglijk er had zelf overwogen zijn mandaat nee: te leggen.

De voorzitter zei niet te begrijpen, ali wethouder E. overweegt zijn mandaa' neer te leggen, hij deze historie niet i' het college van b. en w. heeft gebrachl

Ir. Mijs: Ik heb gezegd dat u als re gent niet te handhaven bent, wanneer i zich niet bij beslissingen neerlegt, l hebt die te helpen uitvoeren en te verdedigen, maar niet uw mening in buurt te vertellen. U bent Ie wethouder ik vind dit een karakterloze manier vat doen.

Weth. Edewaard: U beschuldigt van karakterloosheid? Ir. Mijs: Ik heb gezegd een karakter

Ir. Mijs: Ik heb gezegd een karakterloze wijze van doen.

De heer Hoogzand zei inderdaad eers' niet te willen medewerken aan grono voor de Tuinbouwvakschool, maai late' had hij zijn standpunt gewijzigd. Hi' meende echter recht te hebben raadslid het minderheidsstandpunt uiteen te zetten. Hij gaf toe, het college var regenten te veel te hebben bekritiseerd Van Zielst geeft de schuld aan mij dus spreker; de schuld ligt bij de beslissing van het regentencollege. Ik hai een andere weg kunnen kiezen, ik gef' dit toe, als een tekortkoming. U moei dit zien als een sterke uiting van mij» rechtvaardigheidsgevoel. Of bestaat dil niet? Er lagen 125 aanvragen op tafel' Ir. Mijs heeft er geen goed woord voor over; dhr. Grinwis schuift alles op miJ Ik neem de volle verantwoordelijkheiJ gesteund door mijn fraktie. De oorsprong ligt bij de beslissing van de burgerlijke Instelling M. Z.

Secretaris Knape: U hebt misbruik gemaakt van uw onschendbaarheid al' raadslid. Vriendjespolitiek en boerenbedrog! Van de afd. voorzitter p.vda de heer Horseling wist spreker, dat getracht is de partijen bij elkaar te brengen.

De heer Hoogzand: Dit is gedaan nadat deze vergadering is aangevraagd, D' P.v.d.A. heeft met de fraktie niets 1' maken, we hebben hier de belofte af| legd, geen ruggespraak te houden * welke zin ook. Ik heb mij laten lei*" door zakelijke motieven bij benoeminJ van een voorzitter. Ik zag aankome» als Edewaard voorzitter werd, dat1») het met secr. Knape voortdurend de stok zou krijgen (Vrolijkheid). Hij achtte de huidige voorzitter Volwerk voor zijn taak berekend, zelfs n' de gewraakte vergadering van '^'C " week. Spreker betoogde verder dat e' jaarlijks ƒ 45.000,— subsidie aan de B! wordt verstrekt, waarvoor we dubbe'^ verantwoordelijkheid dragen. Hij hoopte dat de Tuinbouwvakschool er spoediS zal komen; het ging bij hem om de vetdeling van het laatste stuk grond. Hi] was niet tegen Wielhouwer, diens zoons

(Vervolg pag- ^' taren zijn vrienden. Maar het had apers gekund.

(Hij had bewondering voor de leiding an de voorzitter maar nu niet, (omdat achteraf zijn rede en de gebruikte ferminologie afkeurde. Waarom heb ik let zo gedaan? Om te laten zien, dat een |.v.d.a-man, die in de grond moet roeten, ook wel intelligentie bezit en fen dergelijke rede kan houden....

|De voorzitter; Ik wroet ook graag in grond!

I De heer Hoogzand: Dat doet u dan uit tefhebberij. Spreker gaf toe de andere igenten geen recht te hebben laten federvaren.

[De voorzitter zei nogmaals dat de reenten naar eer en geweten handelen; f bracht de beslissing in discussie. Par- Imentair is dit niet juist en niet tac- |sch. De beslissing lag achter besloten ^uren. Als u dit zo zwaar woog had u Êt in b. en w. ter sprake kunnen brenpn, of in het college van regenten.

JDe heer Hoogzand: Het uitgangspunt de brief van de secretaris, die blijkaar wordt getolereerd.

„Van tolerantie is geen sprake, de Hef ligt er" aldus de voorzitter.

jDe heer Hoogzand. Ik wil een motie dienen; als die geen meerderheid Bndt, doe ik een beroep op de justitie, je voorzitter: Wacht nog even met uw lotie. Bij u zijn fouten naar voren gepmen, die zijn erkend, de secretaris beft gezegd op punten te scherp te zijn feweest, ook wat de ondertekening beleft.

IDe secretaris: „Barbertje moet han- In!"

IDe heer Hoogzand tot de secretaris: lebt u excuses?

iDe secretaris: Hebt u teruggenomen y.v. de regenten: berenbedrog en vriendjespolitiek?

berenbedrog en vriendjespolitiek? IDe voorzitter tot de heer Hoogzand: j zet de integeriteit van de regenten op jsse schroeven! U had de zaak in b. en 1. kunnen brengen. iDe secretaris: De heer Hoogzand heeft

iDe secretaris: De heer Hoogzand heeft \ zijn betoog een analyse gesteld: dat Pb ik in mijn brief ook gedaan. iDe voorzitter: Ik gebruik zelden de

iDe voorzitter: Ik gebruik zelden de Jmer, ik had het betoog van de heer loogzand bij zijn alg. beschouwingen Tinnen afhameren. Dat is nu napraten, preker weet de hele kwestie aan een ^erdreven rechtvaardigheidsgevoel van heer Hoogzand. Voorts was spreker Ui met deze openhartige discussie. i.iDat heb je aan de p.v.d.a. te danken"

i.iDat heb je aan de p.v.d.a. te danken" Idus de heer Hoogzand. IDe voorzitter: Mede aan de p.v.d.a.

IDe voorzitter: Mede aan de p.v.d.a. Tibliekelijke discussie neemt het gevaar |eg, dat men denkt, gaat het daar nu el goed, dat is daar geheimdoenerij. " zijn fouten gemaakt, bij u bij de heer dewaard en bij de secretaris. IDe heer Hoogzand: Maar ik ben geen

IDe heer Hoogzand: Maar ik ben geen Jikele keer afgehamerd, dat ik onpar- Imentaire uitdrukkingen deed. Hij neigde de heer van Zielst, die er in Eil. leuws over geschreven had, uit tot een penbaar debat.

ISeoretaris Knape: Mag ik meedoen? IDe heer Hoogzand: U niet! Spreker prduurde er verder op door en wilde pn motie te berde brengen. l.iDan ga ik bij het ambtenarenyegle-

l.iDan ga ik bij het ambtenarenyegle- |ent in beroep" aldus secr. Knape. p voorzitter: De heer Hoogzand neemt ps terug dat hij de integeriteit van de fgenten heeft aangetast. De heer Edepard neemt zijn opmerkingen terug en ¥ heer Knape zijn brief. ISecr. Knape: Wanneer de heer Hoog-

ISecr. Knape: Wanneer de heer Hoog- Pnd terugneemt, wat hij t.o.v. de be- Bssmgen van de regenten heeft gezegd, pm ik mijn reacties terug. Dan heeft p brief geen zin meer. Ik heb gezegd, pt ik er geen politieke rel van wil ma- Pn.

Met Koote en v. d. Veer (p.v.d.a.) heb ik een gesprek over deze zaak gevoerd, een onderhoud tot wederzijds genoegen. Hoe deze vergadering ook afloopt, daar zal ik nooit over spreken. Ik sta op goede voet met alle fractieleden, voorheen ook met dhr. Hoogzand. Politieke intenties heb ik niet. Als U het terugneemt, doe ik dat ook. Dan heeft het geen zin meer.

De heer Hoogzand: Ik ben bereid mijn motie in te trekken; wel verwees hij naar de laatste regel in zijn alg. beschouwing, dat zo iets nooit meer zal gebeuren! Hij hoopte verder op een prettige samenwerking; hij vond het een eer regent te mogen zijn en zegde toe zijn beste krachten te zullen geven aan de instelling. De heer M. v. d. Doel (regent): de

De heer M. v. d. Doel (regent): de heer Hoogzand uit de wens dat dit nooit meer gebeurd, als wij — we spreken in het college niet van „ik" maar van „wij", — een besluit nemen, betreft dat de meerderheid. Weth. Edewaard wist eerst niet goed

Weth. Edewaard wist eerst niet goed wat hij moest terugnemen; bij hem was geen twijfel aan de integeriteit; met het beleid was men aanvankelijk op een verkeerd spoor geraakt.

De heer van Zielst hield vol, dat de wijze waarop dhr. H. dit alles naar voren heeft gebracht onparlementair is geweest. Hij wilde daarmee de heer H. bij hem thuis nog wel eens over spreken. De heer Hoogzand: Nee, in een open

De heer Hoogzand: Nee, in een openbaar debat. Ik betaal alles! De voorz. hamerde af. De heren hebben hun fouten erkent en teruggenomen. Hij verheugde zich dat het tot een oplossing gekomen was en met goede wensen voor de instelling Maatsch. Zorg sloot hij te ongeveer 11 uur de vergadering.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 januari 1964

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

Spannende raadsvergadering te Sommelsdijk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 januari 1964

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's