Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een terugblik op de vroegere fa. Kolffte Middelharnis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een terugblik op de vroegere fa. Kolffte Middelharnis

Flakkeese schets:

27 minuten leestijd

Bovenstaand schrijven HAD een brieve KUNNEN zijn van de firma Kolff ware het niet dat de inhoud hier is aangepast aan het volgende artikel. Alleen het briefhoofd en de ondertekening is een foto­kopie van het originele briefpapier. Desalniettemin wil ik proberen u een idee te geven van de verscheidenheid van werkzaamheden ondanks dat het ruim een halve eeuw geleden is.

Als we over de Voorstraat in Middelharnis lopen kunnen we nog steeds boven de dubbele deuren van het pand no. 36 de wijntros zien en daarbij de naam 'N.V. WED. C. KOLFF & Zn. Anno 1768 WIJNKOOPERIJ'.

Dat was het jaar waarin de heer A Q. Kolff zich in zaken begaf. Aanvankelijk als wijnhandel, doch er werd gestaag aan de uitbreiding van de aktiviteiten gewerkt.

Zo kwam er een rederij voor de zeevisserij. Er werden wel reizen van vele maanden gemaakt naar de rijke visgronden. De houten (later stalen) sloepen hadden veel uitrusting nodig. Daartoe werd een touwslagerij, een lijnbaan, aan het Beneden Zandpad ingericht. Veel ambachtslieden werkten als toeleverancier voor de verdere uitrusting zoals scheepsbouw, zeilmakerij, netten boeten, mandenmakers, smeden, timmerlieden en kuipers. Ook leveranciers van levensmiddelen

Ook leveranciers van levensmiddelen en dan speciaal gericht op lang houdbare levensmiddelen. (Behalve de rederij van Kolff was er in Middelhamis nog een tweede rederij, namelijk die van de fam. Slis).

In de 1ste wereldoorlog begon eigenlijk de aftakeling. Menige sloep verging doordat ze op een mijn Jiep. Daardoor verdwenen in de loop der tijd veel op de rederij gerichte bedrijven. De laatste sloep werd in 1921 naar Vlaardingen verkocht.

Toch was er nog jarenlang iets van de vroegere aktiviteiten in het dorp te merken. Er waren o.a. nog steeds mandenmakers e.d. en ook in de 30­er jaren waren er nog steeds de bekende scheepsbeschuit (sloepenkaken) bij o.a. dhr. Schuurman aan de Chr. Vrieslaan te koop è 5 cent per stuk.

Achter de dubbele deuren met de wijntros was het eigenlijke wijnpakhuis (het vóór­pakhuis) gelegen met eind 40­er jaren nog veel herkenbare herinneringen daaraan zoals langs alle wanden van het pakhuis stellingen voor opslag van wijnflessen.

Het achterste deel van het pakhuis had een verhoogde vloer i.v.m. de daaronder gelegen privé­kelder. Tegen die verhoogde vloer waren stellingen voor fusten nog steeds aanwezig. In het pakhuis was het altijd donker. Er drong slechts weinig daglicht door de van ijzeren roosterwerk voorziene ramen in de deuren in het pakhuis.

Direkt achter de dubbele deuren was het luik dat toegang gaf naar de onder het kantoor gelegen wijnkelder met nissen voor de lagering van de duurdere wijnen.

De toegang tot het kantoor was gelegen in de linker gang die tevens naar de privé­woning achter en boven het kantoor voerde.

In de gang rechts het loket voor het kantoor. Aan de indeling en inrichting van het kantoor was toen vrijwel niets gewijzigd.

In later jaren was er naast de kluis een Martens brandkast van de Nederlandsche Bank geplaatst. Boven het bureau van de boekhouder

Boven het bureau van de boekhouder waren nog vele metalen ordners opgehangen, doch nä de 20­er jaren als aandenken aan de vroegere rederij. Op die ordners waren sloepen afgebeeld. Op de zolder was nog een kast met daar

Op de zolder was nog een kast met daarin vele logboeken van de sloepen aan wezig. Ik heb daar nog wel eens in zitten snuffelen en kwam daarin veel bekende namen van vissers tegen, de wijze van werken, de vangsten en de ontberingen die zij moesten doorstaan.

De leiding van de wijnhandel en alle andere aktiviteiten was sinds 1923 in handen van Mej. A. W. Kolff tot aan haar overlijden in 1951.

Over de verscheidenheid van werkzaamheden bij de firma Kolff kan ik slechts over de periode 1939­1947 spreken, de periode dat ik werkzaam was bij Kolff De jaren vóór en nä deze periode zijn mij evenwel niet geheel onbekend gebleven.

Ik kwam in dienst als jongste bediende/ wisselloper tegen het salaris van ƒ 7,50 per maand maar na korte tijd werd je met een enorme verscheidenheid aan werkzaamheden gekonfronteerd. Je moest snel leren en hard werken en

Je moest snel leren en hard werken en alles aanpakken wat zich voordeed. Juist die verscheidenheid van werk was boeiend en interessant.

Werken bij Kolff gaf je toch wel het gevoel dat je bij een zaak werkte van vertrouwen en met een rijke geschiedenis. Als je snel rijk wilde worden moest je beslist niet bij Kolff gaan werken, maar als je veel kennis en ervaring wilde opdoen was dat toen een prima werkgever.

De aktiviteiten in de 30-er en 40-er jaren waren o.a.:

1. Groot- en kleinhandel in wijnen, gedistilleerd en frisdranken.

2. Groothandel in kruidenierswaren. 3. Correspondentschap van de Nederlandsche Bank.

4. Vestiging van de Nutsspaarbank Middelhamis-Sommelsdijk.

5. Agentschap Brandverzekeringsmaatschappij Tiel-Utrecht.

6. Incasso van wissels e.d. alsmede assurantie tussenpersoon voor R. Mees & Zonen te Rotterdam.

7. Het Vissers Weduwenfonds.

8. Rentmeesterschappen in de vorm van polderadministraties.

In de loop van de 50-er tot 80-er jaren bleven, o.a. door ontsluiting van de geïsoleerde ligging van Flakkee door de aanleg van bruggen en dammen en mede daardoor de sterke concurrentie van o.m. grootwinkelbedrijven en nä opheffing van de groothandel in 1973 en overige aktiviteiten, slechts over:

1. Slijterij (kleinhandel) in wijnen en gedistilleerd tot 1981.

2. Nutsspaarbank Middelhamis- Sommelsdijk sinds 1818.

Als in 1993 de Spaarbank zich in de Nieuwstraat te Middelhamis zal vestigen zal nog geen paperclip meer herinneren aan de eertijds zo bekende firma Kolff.

Ondanks de konstante geldstroom die het bedrijf zo kenmerkte was het geen bankinstelling. Men kon er bijvoorbeeld geen bankrekening openen, geld storten of opnemen of betalingsopdrachten indienen. Die geldstroom was het gevolg van de

Die geldstroom was het gevolg van de toen nog heersende gewoonte om alles in kontanten af te rekenen. Enkele van die aktiviteiten zullen nog nader worden toegelicht.

Eind van de 20-er jaren was het nog zo dat de jongste bediende ook op Zondagmorgen naar kantoor moest komen.

Dan moest de post afgehaald worden op het postkantoor en tegelijkertijd moest hij dan het hondje 'Wallie' van Mej. Agatha Kolff uitlaten. Al met al heb ik er, ondanks het vele

Al met al heb ik er, ondanks het vele werk en de lage beloning, met veel plezier gewerkt en veel kennis en ervaring opgedaan en met mij vele anderen die nä vertrek bij Kolff veelal goed geslaagd zijn in het verkrijgen van een goede betrekking bij andere werkgevers, o.a. een bediende die een vooraanstaande positie bekleedde bij de Nederlandsche Spaarbankbond, een ander die staflid en Hoofd van de boekhouding werd van de assurantie-makelaardij van een vooraanstaande bankinstelling, anderen die eveneens geslaagd zijn in het bekleden van boekhoudkundige en/of administratieve funkties bij allerlei instellingen of bedrijven.

Naast de vaste kem van medewerkers, 4 op kantoor, 1 in pakhuis, en 1 reiziger/ vertegenwoordiger werden in de 30-er en 40-er jaren ook enkele adviseurs geraadpleegd, o.a. notaris Hempenius, Hoofd boekhouding van Esselink bouwmaterialen en Mr. L. J. den Hollander als pas gevestigde advocaat in Middelhamis. Laatst genoemde was bekend met de cijfercombinaties van de sloten van de kluis en de brandkast van de Ned. Bank om die ingeval van ziekte of afwezigheid van Mej. Kolff te openen.

De oorlogsjaren '40-'45 brachten veel wijzigingen met zich mee. Al direkt na het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 werden alle handelaren in sterke drank, slijters en caféhouders gesommeerd om de gehele voorraad van gedistilleerde dranken te vemietigen om excessen en/of dronkenschap van o.a. militairen te voorkomen. Meerdere caféhouders en slijters gaven hieraan gehoor en lieten hun voorraad sterke drank weglopen in het riool of in de haven. Ongelooflijk, maar waar! Echter niet bij de firma Kolff Zij had

Echter niet bij de firma Kolff Zij hadden altijd een flinke hoeveelheid drank op voorraad liggen in het onveraccijnsde' pakhuis (accijns-vrij) doch mochten daar pas nä opgaaf aan de belastingdienst en nä betaling van de accijns over beschikken voor de vrije verkoop. Dezelfde dag nog werd een 'uitslag' ingediend bij de belastingdienst voor de gehele voorraad sterke drank waarna deze ter beschikking voor de vrije verkoop kwam.

De voorraad werd niet in de handel gebracht doch opgeslagen in de wijnkelder onder het kantoor in alle beschikbare vaten, vaatjes, mandflessen e.d. nadat deze grondig waren gespoeld en gereinigd en daarna gevuld.

Iedereen moest meehelpen met bottelen en overbrengen naar de wijnkelder. Eén en ander duurde toch wel iy2-2 dagen. In het 'winkeltje' (de verkoopruimte met vergunning) aan de Oost-Achterweg was de lucht bezwangerd van de alcohol terwijl er door morsen bij het bottelen een plas van enkele centimeters op de vloer stond.

Nadat alle drank was overgebracht werden de nissen en een groot deel van de wijnkelder dichtgemetseld. Ook op het toegangsluik werd een vloer gemetseld. Na verloop van enkele weken/maanden toen alles weer wat rustiger was geworden werden delen van de vloer op het luik en gedeelten van de muren in de wijnkelder gesloopt. Tot ver in de 40-er jaren waren er nog

Tot ver in de 40-er jaren waren er nog steeds restanten van de muren aanwezig.

Een tweede ingrijpende maatregel was de distributie en beperking in de drankenhandel.

Er kwam een systeem van toewijzing op basis van vroegere afname van dranken. Als basisjaar werd 1939 aangewezen. Van alle afnemers moest worden nagegaan wat zij in 1939 hadden afgenomen en vervolgens omgerekend worden in liters alcohol van 96%. De toewijzing van drank verschilde vrijwel elke maand (steeds minder). Het gevolg was een enorme toename van rekenwerk en administratie van toewijzing en het vaststellen van de afname en het bepalen van de maandelijks te veel of te weinig geleverde drank. Op elke nota van gedistilleerd werd met een in te vullen stempel de toewijzing, de levering en het restsaldo aangegeven, alles omgerekend in alcohol van 96%. Dezelfde gegevens werden op kantoor op lijsten bijgehouden. Problemen met de afnemers over de te leveren hoeveelheid zijn er niet geweest omdat alles nauwkeurig werd bijgehouden. En reken er maar op dat de caféhouders alles goed narekenden. Telen/of rekenmachines waren niet aanwezig, alles was dus 'hoofdrekenen'. De omzet liep flink temg afhankelijk van de maandelijkse toewijzingen.

Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat bij bevalling de dokter een recept mocht uitschrijven voor bijv. Vi liter brandewijn, o.a. voor sterilisatie en als versterkend middel (met een geklutst ei) voor de kraamvrouw (en -man). Deze recepten konden bij Kolff omgezet worden in brandewijn die zij dan weer op hun beurt bij de distillateur konden inwisselen, boven op de toewijzing. Om u een indruk te geven hoe streng het

Om u een indruk te geven hoe streng het vervoer en de opslag van gedistilleerde dranken aan regels was gebonden leest u in onderstaand artikel 'De geleidebiljetten voor gedistilleerde dranken'. Uiteindelijk werd de groothandel in 1973 opgeheven en de slijterij in 1981.

De geleidebiljetten voor gedistilleerde dranken

De 30-er en 40-er jaren waar ik nu over schrijf worden nog wel eens 'De goede oude tijd' genoemd. Enerzijds was dat ook zo, maar dan moeten we meer denken aan de onderlinge omgang van de mensen en de verdraagzaamheid en ook aan de veiligheid, orde en rust in de samenleving waar wij nü nog wel eens met weemoed aan terug denken. Anderzijds was er veel armoede. De eco

Anderzijds was er veel armoede. De economie lag op z'n gat en er waren erg veel werklozen die wel graag wilden werken, ook tegen een hongerloontje, doch niet aan de slag konden komen omdat er eenvoudig geen werk was. Desalniettemin was er toch altijd de be

Desalniettemin was er toch altijd de behoefte om de zinnen eens te verzetten en even de zorgen te vergeten. Denkend aan de tegenwoordige slagzin

Denkend aan de tegenwoordige slagzin 'Geniet, maar drink met mate' was één van die dingen. En over dat borreltje zal ik nu wat uit de doeken doen. Niet zozeer over de geestverrijkende werking van de borrel doch meer over de wijze hoe de borrel in 't algemeen van producent tot consument kwam. Zoals we wel weten wordt er over ge

Zoals we wel weten wordt er over gedistilleerde dranken erg veel belasting geheven, zo'n 70-80%, in de vorm van accijns.

Elke keer dat we aan de borrel nippen is een aderlating aan 's lands schatkist. Dat is nü zo en dat was vroeger ook zo. Omdat de schatkist-bewaarders altijd het onderste uit de kan willen hebben was, en is, er zeer strenge en intensieve controle op de accijns. Daartoe waren vele ambtenaren (Commiezen) aangesteld.

Als de distillateur de sterke dranken gestookt had moest het zijn weg nog vinden naar de gebmiker.

Bij aflevering moesten de distillateurs dat aanmelden en daarvoor de nodige papieren (geleidebiljetten) invullen. Bij direkte levering aan cafe's en slijters e.d. werden direckt de accijns afgedragen. Een andere vorm was de levering aan de groothandel waarbij de accijns niet door de distillateur maar door de groothandel afgedragen moest worden op het moment dat de drank het verkoopcircuit in ging.

Deze gang van zaken vroeg een streng geregelde papieren begeleiding. Voor 't gemak bepalen we ons nu maar

Voor 't gemak bepalen we ons nu maar eens naar de toen bekende groothandel (en kleinhandel) op Flakkee, nl. de N.V. Wed. C. Kolff & Zoon te Middelharnis.

Als de (maandelijkse) bestellingen bij de distillateur de deur uitgingen waren de nodige geleidebiljetten daarbij aanwezig. Alle gegevens die van belang waren stonden daarop vermeld.

De vervoerder, meestal een beurtschipper uit Middelhamis, zoals Polak, Zoon of Toon de Wachter, brachten de vaten, kisten en manden naar Middelhamis.

De lading werd op kantoor aangemeld waarna wij in aktie kwamen. De commies werd gewaarschuwd wanneer de lading in ontvangst genomen zou worden. De opslag van de dan nog vrij van accijns zijnde dranken moesten in een speciaal pakhuis (veem of onveraccijnst pakhuis) worden ingeslagen. Een bord op het pakhuis gaf aan dat het pakhuis als zodanig te boek stond.

Direkt na opslag in het pakhuis controleerde de commies alle gegevens met de geleidebiljetten zoals fustnummer, inhoud, ritsnummer (ingekerfd nummer nabij het bomgat). Het aantal liters werd met een peilstok in de vaten gemeten terwijl de sterkte met alcoholmeters nauwkeurig vastgesteld werd. De 'inslag' was een feit. Het was niet toegestaan andere goederen en/of dranken in dat pakhuis op te slaan.

Er mocht geen druppel drank het pakhuis uit buiten medeweten van de commissies c.q. de ontvanger der belastingen. Als de dranken in de verkoop moesten

Als de dranken in de verkoop moesten worden gebracht dan diende daarvoor formulieren ingevuld te worden met nauwkeurige omschrijving van de inhoud en sterkte der dranken, fust- en kistnummers e.d. alsook dag en tijdstip van uitslag.

Deze formulieren werden op het belastingkantoor aangeboden die de commissies inschakelde om op de juiste tijd en plaats aanwezig te zijn om de 'uitslag' te begeleiden. Hij controleerde vóórdat de vaten e.d. het pakhuis verheten eerst nog de nummers, inhoud, sterkte van de dranken. Vervolgens werden de vaten e.d. overgebracht naar een ander pakhuis 'het winkeltje' aan de overzijde van de straat. Aan dat 'winkeltje' was de vergunning verbonden om van daaruit te mogen verkopen. Op het moment dat de dranken overgebracht werden waren de accijns verschuldigd. De eerstkomende woensdag van de volgende week moesten de accijns betaald worden. Nog was de controle en begeleiding op de dranken niet ten einde. Bij verkoop en vervoer naar de afnemers

Bij verkoop en vervoer naar de afnemers (cafe's, slijters en ook particulieren boven de 3 liter) moesten eerst weer geleidebiljetten worden geschreven in 2- voud die door de belastingontvanger afgetekend werden. De originele biljetten moesten (samen met de nota's) het vervoer begeleiden. Alle gegevens moesten op de geleidebiljetten worden aangegeven zoals naam en adres, soort verpakking, aantal liters, soortnaam en sterkte van de drank, datum van vertrek en aankomst van het vervoer.

Het gebeurde regelmatig dat de auto onderweg aangehouden werd waarbij de commies de inhoud van de auto met de geleidebiljetten controleerde. Bij aflevering aan de klant werd het geleidebiljet afgegeven. Op gezette tijden kwam de commies ook in de cafe's controleren of de voorraad dranken wel gedekt was door geleidebiljetten. (Tevens was dat voor de belastingdienst een hulpmiddel om de omzet en de administratie van de café-houder te controleren). Hoe 't er tegenwoordig aan toe gaat weet

Hoe 't er tegenwoordig aan toe gaat weet ik niet maar 'vroeger' was dat een flinke administratieve berg werk. Denk er in elk geval maar eens bij na als u aan uw borreltje nipt. En weet u nog dat u vroeger voor de ver

En weet u nog dat u vroeger voor de verfijnde brandewijn è la vanille van 36% van Daniël Visser & Zn., Dist. 'De Graauwe Hengst', bij Kolff ƒ 3,24 per liter moest betalen?

Een andere aktiviteit van Kolff was de groothandel in kmidenierswaren. Zij behoorden weliswaar niet tot de 'groten' doch zij hadden de benijdenswaardige alleen-verkoop voor Flakkee van o.a. Hero-produkten, groenten en fmit in blik. sappen en frisdranken, Tjoklat chocolade-artikelen, vaten zuurkool van Peter Verburg uit Noord-Holland e.d. Verder allerhande artikelen die in een groothandel voorkwamen. In de oorlogsjaren '40-'45 gaf dat ook extra veel werk in de levensmiddelen-distributie. Er moest gewerkt worden met toewijzingen, volle of halfvolle distributievellen met opgeplakte levensmiddelenbonnen. Daar zat dus de onverbrekelijke administratie aan vast van bestellingen, afleveringen alsmede restsaldi van te veel of te weinig geleverde goederen.

Met bovenstaande zijn wel de belangrijkste handelsaktiviteiten van Kolff aangegeven.

In 1943 werden 2 werknemers (1 van kantoor en 1 van het pakhuis) op bevel van de bezetter tewerk gesteld in Duitsland. Dat gaf nogal wat wijzigingen in de werkverdeling.

De reiziger/vertegenwoordiger, in 't bezit van een rijbewijs, moest deels het pakhuiswerk en de bestellingen verzorgen, de jongste bediende moest het werk van'de verdwenen bediende er bij doen alsmede een deel van het werk van de reiziger die nu slechts beperkt de klanten kon bezoeken. Er moest dus een nieuwe jongste bediende bijkomen. In de daarop volgende jaren werden nogal wat jongste bedienden 'versleten'. Zij kwamen uit diverse dorpen doch bleven over 't algemeen niet zo lang 'hangen'. De grossierderij werd omstreeks 1953 opgeheven.

Vermeldenswaard is nog dat kort na de beëindiging van de oorlog de grossiers in Middelhamis en Sommelsdijk overeen kwamen om gezamenlijk hun klanten te bevoorraden met artikelen die toen, zij het beperkt, leverbaar waren. Dat waren o.a. ei-poeder, chocolade en voedzame biscuits uit legervoorraden, en al wat verder nog geleverd kon worden. Aangezien niemand meer over eigen vervoer beschikte werd besloten met een traktor + bandenwagen de klanten van 't een en ander te bevoorraden. De klanten-caféhouders van Kolff kregen elk 1 liter Oranjebitter, weliswaar geen originele doch samengesteld uit sinaasappelsiroop + brandewijn/jenever en dat smaakte ook prima.

Op kantoor werd de bevrijding gevierd met een fles champagne.

Naast deze handels-aktiviteiten werden bij Kolff ook diverse bancaire werkzaamheden verricht. Als eerder gemeld was Kolff beslist geen bankinstelling. De werkzaamheden vloeiden voort uit diverse vestigingen van bank- en financiële instellingen waarvoor Kolff de handelingen verrichtte. Het gevolg was een konstante geldstroom op 't kantoor wat de indmk wekte dat Kolff een 'bankinstelling' was.

Een aantal van deze aktiviteiten zullen wij nu nader toelichten.

Correspondentschap van de Nederlandsche Bank

Door de geïsoleerde ligging van Goeree en Overflakkee had de Ned. Bank een correspondentschap op het eiland gevestigd in het kantoor van de firma Kolff te Middelhamis. Daartoe was door de Ned. Bank een Martens brandkast geplaatst met daarin een vaste voorraad van ƒ30.000,- aan bankbiljetten en munten. Als correspondente was Mej. A. W. Kolff aangesteld die als enige op kantoor de cijfercombinatie van het slot kende.

De werkzaamheden bestonden hoofdzakelijk uit het omwisselen van groot geld in klein geld en omgekeerd. Iedereen kon daar dagelijks gebmik van maken zowel particulieren als zakenlieden. Voor elke omwisseling werd een formuliertje ingevuld met daarop naam en ingeleverde en gevraagde biljetten en munten. Dagelijks werden alle handelingen in het daarvoor bestemde boek ingeschreven, zodat op elk moment de inhoud van de geldvoorraad met de exacte soorten van biljetten en munten bekend was. Periodiek kwam er een controleur van de Ned. Bank de inhoud van de brandkast inspekteren en dat moest natuurlijk kloppen. Aangezien de vraag naar biljetten van kleinere waarde en munten groter was dan omgekeerd moesten er wekelijks kleinere biljetten en munten aangevraagd worden bij de Ned. Bank aan de Boompjes in Rotterdam. Daartoe werden dan de bankbiljetten van grotere waarde aangetekend per post verzonden alsmede een verwisselingsbriefje voor de gevraagde waarden.

Separaat werd dan per gewone post een advieskaart verzonden met verwijzing naar de aangetekende waardezending. Zo'n pakket bankbiljetten moest met lak en lakstempels heel sekuur worden ingepakt.

De volgende dag werden de gevraagde biljetten en munten door de Ned. Bank in een loodzwaar ijzeren kistje per ss

'Middelhamis' verzonden. De zending werd in de kapiteinskamer of in de stuurhut onder toezicht en verantwoording van de kapitein verzonden. Gebruikelijk was dat de waardezending dezelfde avond nog door de agent van de 'Meneerseboot', dhr. Job Bom, met de 'bootwagen' bezorgd werd. De volgende dag moest het grootste deel van de munten worden uitgeteld en in stapeltjes van 20 stuks in speciale bakken worden geplaatst, (Voor pasmunten (klein geld) was het postkantoor de aangewezen instantie).

Al met al bracht dat wisselen van geld nog al wat werk met zich mee. Uitschieter was wel de geldzuivering kort na de oorlog op 26 september 1945. Totaal onverwacht werd bekend gemaakt dat alle bankbiljetten ongeldig werden verklaard en ingeleverd konden/ moesten worden.

Bij inlevering kreeg elke ingezetene één nieuwbankbiljet van ƒ 10,-, het bekende 'tientje van Lieftinck'. Het meerdere ingeleverde geld werd op een geblokkeerde rekening geplaatst en kon men daarover niet meer beschikken.

Ook andere vormen van bezit zoals huizen, koopsompolissen etc. etc. werden geblokkeerd.

Pas nä onderzoek door o.a. de Belastingdienst werden tegoeden van lieverlede vrij gegeven. Bij verdenking van ten onrechte verkregen geld en andere bezittingen werd een flinke boete opgelegd of volgde soms inbeslagname. Door deze maatregel werden ten onrechte verkregen bezittingen in één klap weggezuiverd waar vooral de 'zwarthandelaren' uit de oorlog buikpijn aan over hielden.

Natuurlijk waren er maatregelen getroffen opdat een ieder toch in de eerste levensbehoeften kon voorzien. Winkeliers werd gevraagd zo mogelijk enige tijd krediet te verlenen aan hun klanten.

In de daarop volgende jaren werden legale bezittingen vrij gegeven. Bij Kolff, als correspondent van de Ned. Bank op Flakkee, gaf dit een enorme hoeveelheid werk. Er werden kapitalen aan ongeldige bankbiljetten ingeleverd. Alles moest zorgvuldig geadministreerd worden. Dat extra werk kon niet op 't kantoor

Dat extra werk kon niet op 't kantoor verwerkt worden en daarom werd dit werk, het natellen, opslag etc. etc. in de achterkamer van Mej. Kolff verricht. Talloze dozen met ongeldige bankbiljetten stonden langs de muur opgestapeld om vervolgens naar de Ned. Bank verstuurd te worden. Deze ingrijpende maatregel van de regering heeft er veel toe bijgedragen dat Nederland weer met een schone lei en gezonde economie verder kon. (Een idee voor de huidige regering?). In 1968 is het correspondentschap opgeheven.

Nutsspaarbank Middelharnis-Somm elsdijk

Sinds 1818 was de spaarbank gevestigd in het pand van de firma Kolff aan de Voorstraat te Middelhamis.

In de kluis stond een ladenkastje waarin de ± 500 kaarten van de spaarders werden opgeborgen. Elke spaarder ontving een spaarbankboekje waarin de stortingen en opnamen genoteerd werden, alsmede aan het eind van het jaar de gekweekte rente. Voorts konden spaarders beschikken over de bekende spaarbusjes. Voorts was het mogelijk voor kinderen

Voorts was het mogelijk voor kinderen op de O.L. school in Middelhamis en Sommelsdijk mee te doen aan het schoolsparen. Daartoe werden er grote zwarte metalen kisten met 50 genummerde gleuven in de schoolklas geplaatst. Elke maandagmorgen konden de kinderen daar hun spaarcentjes in stoppen. Elk kind had zijn eigen vaste nummer. De onderwijzer noteerde in een schrift van elk kind het bedrag dat er ingestopt werd. Onder elke genummerde gleuf stond een blikken busje. 2x per jaar werden de schoolspaarbussen opgehaald en op kantoor leeggemaakt wat een stoffig en vuil werkje was. Samen met het schrift van de onderwijzer werd de inhoud van elk busje geteld. Er werden door de kinderen wel eens vergissingen gemaakt doch met een notitie in het schrift van de onderwijzer werd dat gecorrigeerd.

De rentevergoeding bedroeg in die jaren 2,64% per jaar. Dit precentage was niet zomaar vastgesteld doch er zat een zekere rekenfilosofie achter. De rentevergoeding was gebaseerd op halve maanden. Per jaar dus 24 halve maanden wat resulteerde tot 2,64% : 24 = 0,11% per halve maand. Bij elke storting of opname werd de rente tot aan het eind van het jaar berekend. Het aantal halve maanden x 0,11% was gemakkelijk te berekenen. Hoewel de spaarbank-aktiviteiten vaak kleine bedragen betrof was er administratief vrij veel rekenwerk aan verbonden.

1 è 2x per week een avondopenstelling. De jongste bediende was dan meestal ook aanwezig om o.a. de spaarbusjes leeg te maken en de spaarkaarten te lichten en weer op te bergen. Alle mutaties werden aan het eind van het jaar op lijsten samengevat wat een enorme hoeveelheid tel- en rekenwerk opleverde en wegens het ontbreken van tel- en rekenmachines veel hoofdrekenen tot gevolg had. Van al die pasmunten uit de spaarbusjes moesten dan nog rolletjes worden gemaakt en omgewisseld worden op 't postkantoor.

Verzekerings-aktiviteiten

Kolff was ook agent voor de Brandverzekeringsmaatschappij 'Tiel-Utrecht'.

Het was een vrij groot agentschap met veel verzekeringen. Maandelijks werd door de 'Tiel-Utrecht' de kwitanties toegezonden voor incasso. Er waren op kantoor een hele serie grote dikke polisboeken waarin elke verzekering was beschreven zoals polisvoorwaarden, dekking, premie etc. Elke wijziging in de polissen, alle nieuwe en vervallen polissen, moesten daarin handmatig worden bijgehouden. Bijzonder waren de zgn. 'oogstverzeke

Bijzonder waren de zgn. 'oogstverzekeringen'. Deze aflopende verzekeringen boden gedurende een vooraf bepaalde periode dekking voor brand op oogsten aanwezig in schuren en/of aan 'klampen' e.d.

Behalve als agent voor de 'Tiel-Utrecht' was Kolff ook tussenpersoon voor diverse verzekeringen van R. Mees & Zonen, Bankiers en Assurantie-makelaars te Rotterdam.

De tussenpersoon-portefeuille was niet zo uitgebreid. Omstreeks 1973 is deze aktiviteit beëindigd omdat zowel voor Kolff als voor Mees dit niet meer lonend was.

Incasso van wissels, promesses, kwitanties e.d.

Verrekening van vorderingen en schulden verliep tot diep in de 50-er jaren voor het overgrote deel nog in kontanten.

Natuurlijk kwamen fabrikanten en groothandel e.d. niet zelf aan de deur om hun vorderingen te incasseren. Daarvoor werden wissels, promessen, kwitanties e.d. uitgeschreven die dan via banken werden geïncasseerd. De schuldeisers konden op deze waardepapieren bij hun bank al direkt over hun geld beschikken. Deze waardepapieren waren ook verhandelbaar. De banken verzorgden via geldlopers/incasseerders de incasso. Waar de bank geen eigen vestiging had werd gebruik gemaakt van vertrouwde tussenpersonen. Tussen Kolff en R. Mees & Zonen

Tussen Kolff en R. Mees & Zonen bestond zo'n vertrouwensrelatie al meer dan een eeuw.

Naast en behalve de incasso voor Mees (en andere banken) moest de wisselloper tevens alle kwitanties van verzekeringen incasseren. Daar kwamen dan nog de eigen kwitanties bij van Kolff zelf van de wijnkoperij en grossierderij. Al met al ging de wisselloper met een goed gevulde tas op pad en bij temgkeer op kantoor moest de kas wel kloppen. Hoe één en ander verliep kunt u in 't navolgende lezen over de wisselloper.

De wisselloper

Een wisselloper zul je heden ten dage wel niet meer tegen komen. Het is een uitgestorven 'ras'.

Enigszins vergelijkbare funkties waren o.m.: bode voor de huisdokter ('bus'); incasseerder van o.a. huur, gas, water; agent van bijv. begrafenisfonds, levensverzekering e.d.

Wissellopers waren incasseerders i.o.v. derden (banken e.d.) en hoofdzakelijk gericht op afnemers van goederen in het midden- en kleinbedrijf en overige bedrijven. De waardepapieren bestonden meestal

De waardepapieren bestonden meestal uit wissels, promessen en ook kwitanties die in klinkende munt betaald moesten worden.

Er waren op Flakkee 3 wissellopers, t.w.: Teun Jongejan van de Rotterdamsche Bankvereeniging (AMRO), Geldhof van de Nederlandsche Handelmy (ABN) en Hannie Wittekoek van Kolff die de wissels e.d. ter incasso toegezonden kreeg van R. Mees & Zonen in Rotterdam en van andere banken die geen eigen vestiging op Flakkee hadden. Over laatst genoemde gaat dit verhaaltje. Er moesten vaak grote bedragen geind

Er moesten vaak grote bedragen geind worden, o.a. bij grossiers (f 15.000,-, / 20.000,- per maand) en bij uitvoerders van bijv. bouwwerken. De meesten waren er van op de hoogte dat zij diep in de portemonnee moesten tasten om aan hun verplichtingen te voldoen. Over 't algemeen werd bij de eerste aanbieding nog een uitstel van betaling verleend waarna een tweede aanbieding volgde die onherroepelijk betaald moest worden, zo niet dan werd door de schuldeiser een procedure in gang gezet waarbij Kolff niet meer betrokken was.

De minder goed te boek staande betalers kregen van hun schuldeisers en via diens bank een protestwissel op hun dak. De incasso-procedure verliep dan heel

De incasso-procedure verliep dan heel anders. Er werd geen voorkennis aan de schuldenaar gegeven en de protestwissel moest op een vastgestelde dag worden aangeboden, waarbij geen zichtdagen of uitstel van betaling mogelijk was. Bij eerste aanbieding betalen of anders... Werd een protestwissel niet betaald dan werd de bank (resp. de schuldeiser) telefonisch op de hoogte gesteld die dan passende maatregelen nam waarbij wij verder niet betrokken waren. Het aanbieden van zo'n protestwissel zorgde wel voor extra spanning. De schuldenaar zag de wisselloper als de kwaaie pier en reageerde z'n woede daarop af. Allerlei ziekten werden hem toegewenst en dreigen met geweld was niet uitgesloten. Na een laatste sommatie om toch maar te betalen was het eind van het, ook dit, verhaal.

Vissers Weduwen Fonds

Ten tijde van het rederijtijdperk (tot 1921) was een voorzieningsfonds opgericht met het doel om weduwen/verwanten van op zee gebleven vissers een kleine ondersteuning te verschaffen. De beslissing of een weduwe in aanmer

De beslissing of een weduwe in aanmerking kwam voor een uitkering lag in handen van Mej. Agatha Kolff als beheerster van het Vissersfonds. De uitkeringen varieerden van ƒ 1,-; ƒ 1,12V2; ƒ 1,25; ƒ 1,50 tot ƒ 2,- per week. Als op zaterdagmiddag al het andere

Als op zaterdagmiddag al het andere werk op kantoor gedaan was lag er inmiddels ± ƒ 100,- klaar om de uitkeringen bij de weduwen thuis te bezorgen. De jongste bediende was met deze taak belast en na een snelle rit op de fiets was hij dan enkele stuivers en een paar kleverige ulevellen rijker. (Bestaat het Vissersfonds trouwens nog.

(Bestaat het Vissersfonds trouwens nog. Bij een jaarlijkse uitkering van ± ƒ 5.000,- en een rentevergoeding van 2,64% moet dat een kapitaal geweest zijn van ± ƒ200.000,- of is daar een andere bestemming aan gegeven?)

Polderadministra ties

Door Kolff werden voor een aantal polders/waterschappen de financiële administratie gevoerd. De hieruit voortvloeiende werkzaamheden waren niet zo omvangrijk en konden gemakkelijk ingepast worden in het dagelijkse kantoorgebeuren.

Eind der 20-er jaren was een nieuwe beurtvaartondememing in Middelharnis opgericht. De firma Bol & Bom bekonkurreerde de 'Menheerseboot' en overige beurtvaartondememers. De administratie werd door de toenmalige boekhouder van Kolff - als privépersoon - gevoerd. De rekeningen mochten (moesten) echter door de jongste bediende van Kolff in de avonduren worden bezorgd/geincasseerd. Als vergoeding ontving hij daarvoor de portokosten, zijnde IVi cent per adres. De onderneming heeft slechts enkele jaren bestaan.

Zaterdagmorgen was iedere medewerker 'thuis' (op kantoor).

De reiziger en pakhuisknecht liepen de voorraden na, op kantoor werden o.a. de kwitanties uitgeschreven. In de morgen werden wij steevast verwend met een heerlijk kopje warme chocolademelk door de huishoudster Mej. Nellie Smitshoek. Nè beëindiging van de officiële werkweek om 1.00 uur werden wij evenwel 's middags temg verwacht om o.a. de bestellingen te schrijven en de uitkeringen van het Vissersfonds nog te bezorgen.

Uit vorenstaande is wel gebleken dat het vertrouwen en geheimhouding bij Kolff hoog genoteerd stond. Ook het reilen en zeilen van de firma zelfwas een gesloten boek voor de 'gewone' werknemers. De resultaten werden angstvallig verborgen gehouden. Juist door deze,^heimdoenerij vielen sommige handelingen extra op en viel er wel eens een steekje zoals bij het vastleggen van de jaarcijfers. Het was voor de 'gewone' bedienden een simpele handeling om 's anderendaags inzage van deze cijfers te verkrijgen ondanks dat deze met de meeste geheimhouding waren geproduceerd en achter slot en grendel werden opgeborgen. Foutje dus!

Er werd overigens op geen enkele wijze ruchtbaarheid aan gegeven. Hoe dat dan mogelijk was zal ik nu nä ruim 50 jaar maar niet verklappen. De boekhouder zou zich alsnog de haren uit 't hoofd trekken, hij was daar toch al zo karig mee bedeeld.

Jammer dat zo'n markant bedrijf na 212 jaar de strijd heeft moeten opgeven. Alleen de herinneringen zijn gebleven.

m.vr.gr.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's

Een terugblik op de vroegere fa. Kolffte Middelharnis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's