Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stoomschip ‘Statendam’ in de meidagen van 1940 en de andere Statendam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stoomschip ‘Statendam’ in de meidagen van 1940 en de andere Statendam

9 minuten leestijd

GOEREE-OVERFLAKKEE – Op vrijdag 10 mei 1940, kort voor vier uur ’s morgens, verschenen Duitse He-III bommenwerpers boven het vliegveld Waalhaven en wierpen hun dodelijke bommenlast af boven de gebouwen rond het vliegveld. Hoewel de op het vliegveld aanwezige Fokker G-I jachtkruisers er in slaagden enige vijandelijke bommenwerpers uit de lucht te schieten, konden zij niet voorkomen dat na korte tijd bijna alle gebouwen van het vliegveld in vlammen op gingen. Een uur later landden 670 Duitse valschermjagers in de buurt van het vliegveld, zodat na hevige gevechten spoedig het vliegveld in Duitse handen was. Het was het begin van een vijf dagen durende verschrikking, die eindigde in een catastrofe voor de stad Rotterdam en voor het schip dat eens de trots was van de Holland-Amerika Lijn, ss ‘Statendam’.

Rond vijf uur die morgen landden twaalf Heinkel He-50 watervliegtuigen op de Nieuwe Maas en losten ongeveer 120 infanteristen, die met rubberboten naar de kant roeiden en de landhoofden, de kade en een enige gebouwen bezetten bij de Maasbruggen. Vanaf de zuidkant kregen zij spoedig versterking van parachutisten die in de buurt van het Feijenoord-stadion waren neergekomen. Spoedig was ook het Noordereiland bezet door Duitse troepen. Nederlandse mariniers slaagden erin hen van de Noordelijke Maasoever te verdrijven. Alleen in het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank konden de Duitsers met een kleine groep stand houden. Aan de Wilhelminakade lagen drie schepen van de Holland-Amerika Lijn: de passagiersschepen ‘Statendam’ en ‘Veendam’ en het vrachtschip ‘Boschdijk’. Van pogingen om deze schepen alsnog naar zee te laten vertrekken moest worden afgezien, omdat Duitse vliegtuigen magnetische mijnen hadden gestrooid in de Nieuwe Waterweg.

Duitse parachutisten boekten succes in hun opmars vanuit de Moerdijk en Dordrecht richting Rotterdam. Zij konden het eiland IJsselmonde en de linker Maasoever van de stad Rotterdam bezetten, maar slaagden er niet in de Maasbruggen over te steken. Vanaf de Boompjes werden zij onder vuur genomen door Nederlandse mariniers, waardoor iedere poging daartoe werd verijdeld.

Terwijl op andere fronten de strijd onverminderd voortging en de Duitsers op enige uitzonderingen na, zoals bij Kornwerderzand, gestadig oprukten, bleef in Rotterdam de status quo gehandhaafd: Duitse troepen op de zuidelijke, Nederlandse op de noordelijke Maasoever.

De ‘Statendam’ van de Holland-Amerika Lijn

De ‘Statendam III’ werd in 1921 op stapel gezet bij de werf Harland and Wolff in Belfast, Noord-Ierland. Haar voorganger, de ‘Statendam II’, werd op dezelfde werf gebouwd maar zou nooit onder die naam varen, omdat de Britse regering het schip tijdens de Eerste Wereldoorlog na voltooiing in beslag had genomen, waarna het zou gaan varen onder de naam ‘Justicia’. In 1918 werd dit tot troepentransportschip omgebouwde passagiersschip door Duitse onderzeeboten tot zinken gebracht. Als gevolg van een staalcrisis in het Verenigd Koninkrijk moest de tewaterlating van de ‘Statendam III’ worden uitgesteld tot 1924 en om financiële redenen moest de afbouw tot 1927 worden opgeschort. In dat jaar versleepte men het schip naar de Werf Wilton in Schiedam om daar te worden afgebouwd.

In 1929 kon de ‘Statendam’ voor haar eerste reis kon worden ingezet. Ze was bestemd voor de passagiersvaart op de route tussen Rotterdam en New York en voor cruisevaarten in Europa en West-Indië. Met deze ‘Statendam’ verwierf de Holland-Amerika Lijn het destijds grootste en meest luxueuze passagiersschip van de Nederlandse koopvaardijvloot. Het schip was 212 meter lang, mat ruim 29.000 bruto registertonnen en werd aangedreven met zes stoomturbines met een gezamenlijk vermogen van 19.500 pk. De twee schroeven gaven het schip een kruissnelheid van 19 knopen (35 kilometer per uur). De roepletters van het radiostation waren PHSN.

In totaal voer de ‘Statendam’, naast winterse cruisereizen, tussen 1929 en 1940 97 keer heen en weer tussen Rotterdam en New York, waarbij gewoonlijk ook de havens van Boulogne en Southampton werden aangedaan. Het schip was ingericht voor 150 passagiers in de 1e klasse, 344 in 2e klasse en 800 in de 3e klasse. Het aantal bemanningssleden bedroeg ruim 500. Naast passagiers vervoerde de ‘Statendam’ ook bulklading, voornamelijk graan en meel. Na de oorlogsverklaringen door Engeland en Frankrijk aan Duitsland in september 1939 werd de romp van het schip aan weerszijden voorzien van meters grote letters Statendam – Holland en de geschilderde kleuren van de Nederlandse vlag bij de boeg, om daarmee de neutrale status van het schip aan te geven. Toen uit lotgevallen van andere schepen dit niet altijd een garantie bleek te zijn tegen aanvallen door Duitse onderzeeërs en verwoesting door zeemijnen, werd de ‘Statendam’ in december 1939 aan de Wilhelminakade van de Holland-Amerika Lijn gelegd. Verder varen werd wegens de ontstane oorlogstoestand te gevaarlijk geacht. Daar bleef zij liggen in afwachting van betere tijden.

What’s in a name, de andere Statendam

Traditioneel hebben de passagiersschepen van de Holland-Amerika Lijn altijd geografische namen gehad die eindigen op -dam, met namen als ‘Rotterdam’, ‘Nieuw Amsterdam’, ‘Volendam’ en ‘Veendam’. De vrachtschepen kregen namen die eindigden op -dijk, bij voorbeeld de ‘Andijk’, de ‘Zaandijk’, de ‘Schiedijk’ en de ‘Soestdijk’. Tweemaal voer voor de H.A.L. een vrachtschip met de naam ‘Sommelsdijk’, namelijk in de Eerste en in de Tweede Wereldoorlog. Bij de directie van de Holland-Amerika Lijn moet ooit het voorstel zijn geopperd hun schepen deze karakteristieke, typisch Hollandse naamuitgangen te geven. Het is interessant eens na te gaan waar de keuze voor de naam ‘Statendam’ aan ontleend is.

In totaal zijn er vijf schepen die achtereenvolgens onder deze naam voor de Holland-Amerika Lijn hebben gevaren of nog varen. De eerste, de ‘Statendam I’, voer van 1898 tot 1910. Bij het in de vaart komen van de ‘Statendam III’, het onderwerp van dit artikel, was er een journalist die wilde nagaan wat de geografische oorsprong was van deze nieuwe aanwinst van de H.A.L. Hij kwam terecht in een wijk genaamd Statendam, gelegen bij Geertruidenberg in Noord-Brabant. Er bleken slechts een paar huizen te staan en een suikerfabriek met dezelfde naam. Nu is het een bedrijfsterrein. Er is echter een goede reden voor te veronderstellen dat bij de naamgeving is gekeken naar de kilometerslange dam die in 1751 werd aangelegd op last van de Staten van Holland tussen de eilanden Goeree en Overflakkee. Deze dam kreeg dan ook de toepasselijke naam Statendam. In een gedetailleerd artikel in de ‘Ouwe Waerelt’ van maart 2023, tijdschrift van de Historische Vereniging De Motte, heeft J.L. Lokker het ontstaan van deze Statendam in detail beschreven. Hoewel bij laag water en gunstig weer op een paard of met paard en wagen de oversteek kon worden gemaakt van het ene naar het andere eiland, dreigde in de eerste helft van de 18e eeuw het gevaar dat het eiland Goeree, of delen ervan, door de zee zouden worden verzwolgen. Een dam tussen de beide eilanden Goeree en Flakkee zou door verandering van de zeestroming een gunstig resultaat opleveren en verdere afkalving voorkomen. Ook verwachtte men dat de aanleg ervan de waterdiepten voor de belangrijke havens van Hellevoetsluis en Brouwershaven ten goede zou komen. Verder zou aanslibbing ten noorden en zuiden van de dijk landaanwinst betekenen. De betere toegankelijkheid van de beide eilanden voor personen en goederenverkeer stond niet bovenaan de lijst. Aanvankelijk mocht de kruin van de dam niet bereden worden.

Het ontwerp was van de befaamde landmeter Cruquius. Volgens hem moest de dam 2,5 meter hoog en 25 meter breed worden, wat 300.000 gulden zou gaan kosten, wat onoverkomelijk werd geacht. Het duurde weer enige tijd voor het project van de grond kwam. De damhoogte werd gereduceerd tot 1 meter hoogte, wat de kosten terug bracht tot 70.000 gulden. In 1751 was het zover: de Staten van Holland gaven opdracht tot de aanleg van de dijk. De Statendam liep vanuit het eiland Goeree via het Stellegors, het voormalige Zomerland, naar Roxenisse aan de westkant van het eiland Flakkee. Omdat het voortbestaan van de dam later door weersinvloeden weer werd bedreigd, verhoogde men in 1766 de dam tot 2 meter. Dit bleek afdoende om de dam te behouden en aan weerszijde van de Statendam, nu opgewaardeerd tot Damdijk, konden polders ontstaan. Eind 20stee eeuw werd de ontstane Damdijk afgegraven. Bij het Ted Jansenplein, op de kruising van de A57 en de N215, is nog een klein, onzichtbaar deel van de oorspronkelijke Statendam(dijk) behouden gebleven. Een zichtbaar aandenken aan deze voor Goeree-Overflakkee belangrijke Statendam vinden we in de naamgeving van de straat naast het parkeerterrein van de Hersteld Hervormde kerk van Stellendam.

Het einde van ss ‘Statendam’

Keren we nu terug naar Rotterdam: de situatie rond de Wilhelminakade en ss ‘Statendam’ in de meidagen van 1940. Voordat ook de Wilhelminakade door de Duitsers werd bezet, besloot de directie van de Holland-Amerika Lijn iedereen die kon worden gemist op de Wilhelminakade en aan boord van de schepen te evacueren naar de overkant van de Nieuwe Maas. Dit gebeurde met de sleepboot Amerika, die tijdens de oversteek naar de Veerhaven onder vuur werd genomen. Plat op het dek liggend wist men veilig de overkant te bereiken. Schippers en gezinnen van binnenschepen die in de aangrenzende Rijnhaven lagen, vonden beschutting in de schuilkelders op de Wilhelminakade. Later verlieten deze evacués de schuilkelders en konden worden ondergebracht in Rotterdam-Zuid. Tijdens de eerste oorlogsnacht werd een aflossende olieman van de ‘Statendam’ door een Duitse schildwacht neergeschoten. Na overleg met de Duitse commandant kon de olieman met een ziekenauto vanuit de vuurlinie worden afgevoerd.

In de morgen van zaterdag 11 mei installeerden de Duitsers een mitrailleur op het achterdek van de ‘Statendam’ en begonnen zij ook vanuit de patrijspoorten te schieten. Voor de verdedigers aan de noordelijke oever van de Nieuwe Maas was dit aanleiding op hun beurt het schip onder vuur te nemen. Tegen de middag namen de beschietingen aan weerszijden van de rivier in hevigheid toe. Ook de ‘Statendam’ werd door granaatvuur getroffen. Rond vier uur ’s middags stegen rookwolken op uit het schip, van vuur dat zich steeds meer verspreidde. Wegens hevig mitrailleurvuur was het echter onmogelijk aan boord te gaan om het vuur te bestrijden.

Een drijvende motorbrandspuit probeerde langszij de ‘Statendam’ te komen, maar moest zich terugtrekken nadat schipper Rotgans door een kogel dodelijk was getroffen. Toen werd een poging ondernomen om de militaire commandant van Rotterdam, kolonel Scharroo, die zijn hoofdkwartier had in Blijdorp, te bewegen het schip met een zwaar kaliber granaat midscheeps lek te laten schieten om zo het vuur te doven. Dit verzoek werd echter geweigerd, mogelijk omdat de kolonel en de aanwezige marinecommandant beducht waren dat de Duitsers het schip zouden kunnen lichten en in gebruik nemen bij een eventuele bezetting.

Ondertussen brandden de ‘Statendam’ en de ‘Boschdijk’ geheel uit. Alleen het passagiersschip ‘Veendam’ bleef behouden. De volgende oorlogsdagen werd de omgeving van de Wilhelminakade getroffen door bommen van Britse en Nederlandse vliegtuigen. Toen dinsdagmiddag 14 mei rond half twee de binnenstad van Rotterdam door een verwoestend Duits bombardement werd getroffen, was ook het lot bezegeld van wat negen jaar lang het prachtige vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn en de Nederlandse koopvaardij was geweest. ss ‘Statendam’, rijp voor de sloop, zou nooit meer varen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2024

Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's

Stoomschip ‘Statendam’ in de meidagen van 1940 en de andere Statendam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2024

Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's