Jouw vragen
Het geven van de tienden leeft onder reformatorische christenen niet zo. Zouden we daar meer aandacht voor moeten hebben?
Het verbaast mij nog steeds dat het geven van de tienden in reformatorische kring niet leeft. Het leefde wel in Jacobs hart, toen hij in Bethel een gelofte deed aan God: „en alles wat Gij mij geven zult, daarvan zal ik U voorzeker de tienden geven.” (Gen. 28:22) Dat zal hij van zijn grootvader Abraham geleerd hebben, die Melchizedek „van alles de tienden” gaf wat hij van Kedor-Laomer had heroverd (Gen. 14:20; Heb. 7:5-8). Dus het boek van ”oorspong”, Genesis, leert ons dat de tienden voor God zijn.
Later is het in de mozaïsche wetgeving gecodeerd als Gods wet. De laatste oudtestamentisch profeet, Maleachi, spreekt scherpe taal: „Zal een mens God beroven? maar gij berooft mij, en zegt: Waarin beroven wij U?” Het antwoord dat maleachi geeft is: „In de tienden en het hefoffer. Met een vloek zijt gij vervloekt, omdat gij mij berooft, zelfs het ganse volk.” (mal. 3:8-9) Die vloek betekent niet dat God niet Zijn volk vasthield en onderhield, maar wel dat de Heere God hen zou kastijden.
Het geven van tienden werd nog gedaan in Jezus’ dagen. De Farizeeër was er trots op: „Ik geef tienden van alles wat ik bezit.” (Lukas 18:12) Hij gaf om er iets mee te verdienen of om er iemand mee te zijn. Dezelfde zonde noemt de Heiland in het ”weewoord” in mattheus 23:23. De godsdienstige leiders gaven hun exacte tienden van de munt, en zelfs van dille en komijn (piepkleine zaadjes), terwijl ze zonder blikken en blozen het belangrijkste van de wet achterwege lieten: het oordeel (anderen beschermen in gerechtigheid), barmhartigheid en geloof (in de praktijk van de liefde, zoals in Lukas 11:42). Dan eindigt de Heere Jezus met: „Deze dingen moet men doen en de andere (het geven van tienden) niet nalaten.”
Je zou kunnen tegenwerpen: „Ja, maar door de dood van christus is er aan dit bevel een einde gekomen.” Vaak wordt zo dit bevel van God terzijde geschoven. Maar het was al praktijk vóór de wet van Mozes bekendgemaakt was, net zoals het houden van de sabbatdag.
God vraagt ons niet alleen de tienden. Hij belooft veel meer dan Hij vraagt. Nooit heeft Hij de beloften onvervuld gelaten in mijn eigen leven. „Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in mijn huis; en beproeft mij nu daarin, zegt de Heere der heirscharen, of Ik u dan niet zal opendoen de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.” (mal. 3:10).
Het is een geloofsoefening om God de tienden van je inkomen te geven, zeker wanneer de rekeningen en kosten zich opstapelen. En neem je een tiende van het bruto- of van het netto-inkomen? Wat het antwoord daar ook op is, het geven van de tienden blijft een goddelijke instelling.
Meer lezen? Zie www.prekenweb.nl/preek/26761 voor een preek van ds. A.T. Vergunst over dit thema.
Ds. A.T. Vergunst, Carterton, Nieuw Zeeland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 december 2024
Terdege | 244 Pagina's