Ik kan het niet… En tóch!
Deze maanden heb ik een vicaris, een stagiair. De laatste in mijn leven. Hij moet leren. Ik ook. Het blijft levenslang: „Ik kan het niet…” Maar ook: „En toch!” Mijn vicaris leert van mij en ik leer van hem. Hij leert hoe het niet moet én hoe wel. En zo vergaat het mij in het zicht van mijn emeritaat ook. Pas preekte hij twee keer. Samen luisterden we naar de dienst over wat Jesaja tegen koning Hizkia zegt: „Geef bevel aan uw huis…” Al luisterend vielen mijn vicaris en mij dingen op die beter kunnen en moeten; en waarvan ik moest bekennen dat dit net zo van mijn preken geldt. O, wat is het waar, wat mijn vicaris na de bespreking opmerkte: „Preken… Ik kan het niet.” En mijn vorige vicaris zei erbij: „En ik kan het toch niet laten!”
Wat doet een vicaris nog meer? Hij gaat mee op bezoekwerk, zowel bij kerkelijk meelevenden als bij ongeïnteresseerden; zowel bij blijde mensen als bij verdrietige mensen. Wat een variatie van ervaringen. Ook legt hij zelfstandig bezoeken af. Onlangs woonde hij een kerkenraadsvergadering bij en zag en hoorde hij daar wat er achter de schermen van het kerkelijke leven in de Hersteld Hervormde gemeente van Elspeet gebeurt – en hoe de onderlinge verhoudingen in de kerkenraad zijn.
Zo dient hij kennis te maken met alle kanten van het predikantenleven. En zo komt hij er bij ervaring achter hoe onmogelijk het vanuit onszelf is om leiding te geven, mensen bij te staan, zielen te leiden. Steeds wordt duidelijk dat we 100 procent afhankelijk zijn. Dat we de weg tot de Troon moeten weten – niet alleen voor ons eigen zielenleven, maar ook en niet minder voor het kerkelijke en ambtelijke dienen. O, wat nodig én wat een voorrecht om door de Heilige Geest te drinken van de Bron, Gods Woord.
We houden natuurlijk evaluatiegesprekken, over wat er goed en niet goed ging, waaraan hij moet werken, wat hij kan verbeteren. Ook laat hij kritisch weten hoe hij mijn optreden ervaart. Best leerzaam, zo’n vicaris.
Wat is het belangrijk om én Bijbels te spreken én met liefde voor de gemeente bezet te zijn. Een onzegbaar belangrijk bestanddeel van heel het werk: mensen tot Jezus leiden. Uit liefde voor zielen. En meer nog: uit liefde voor Jezus en Zijn Koninkrijk, zoals Wilhelmus à Brakel het in zijn ”Redelijke godsdienst” schrijft.
Wat wij niet kunnen of niet hebben, is bij onze Opdrachtgever gratis te krijgen: wijsheid om zielen tot Jezus te leiden; liefde om te doen wat Jakobus schrijft in de laatste twee verzen van zijn brief: „Broeders, als iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en iemand hem bekeert… Die mag weten, dat wie een zondaar van de dwaling van zijn weg bekeert, een ziel van de dood behoudt.”
O, wat een onmogelijk, maar toch o zo heerlijk werk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 februari 2025
Terdege | 136 Pagina's