Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

4 minuten leestijd

Emanuel Rutten, Contra Kant: Herwonnen ruimte voor de transcendentie (Utrecht: KokBoekencentrum, 2020) 176 p., € 20,48 (ISBN 9789043533591).

In de nasleep van ‘9/11’ ontstond er al snel, in brede kring, een nieuwe interesse voor de periode van de Verlichting, als bron van onze belangrijkste seculiere waarden. Kort daarvoor vroeg historicus Jonathan Israel speciaal aandacht voor de radicale variant van de Verlichting (denkers in het voetspoor van Spinoza). Dit radicalisme ging in zijn atheïsme veel verder dan bijvoorbeeld een gematigde vertegenwoordiger van de Verlichting als Immanuel Kant (1724-1804), al wees ook de filosoof uit Koningsbergen een filosofisch gefundeerde metafysica af.

In Contra Kant neemt de Amsterdamse filosoof Emanuel Rutten stelling tegen Kants concretisering van de radicale scheiding van geloof en weten. Het kantiaanse kennismodel onderscheidt ‘de wereld voor ons’, zoals we die zintuiglijk waarnemen (fenomenaal), van ‘de wereld in zichzelf’, zoals we die denken (noumenaal) – dit laatste, het noumenale, geldt voor Kant echter niet als kennis! De kantiaanse kennis, als uitsluitend zintuiglijk waarneembare categorie, resulteerde vervolgens vanaf de late negentiende eeuw in een definitieve wending in de wetenschap naar het empirisme. (De overgang van het empirisme vanaf Hume, via Kants kritische filosofie naar het negentiende-eeuwse positivisme wordt hier als vanzelfsprekend voorgesteld.)

De kern van het boek bestaat uit de presentatie van een alternatieve kennisleer, die juist wél ruimte biedt aan kennis over het bovenzintuiglijke (het ‘transcendente’, niet te verwarren met wat Kant onder ‘transcendentaal’ verstaat). Deze alternatieve kennisleer beoogt meer dan een kritiek op het kantiaanse model. Er zou dan ook sprake zijn van het failliet van de traditionele opvatting van kennis gedefinieerd als gerechtvaardigd waar geloof. Dit traditionalisme luidt filosofisch: ‘Wij kennen propositie P dan en slechts wanneer wij een argument voor P hebben.’ De crux is dat volgens de alternatieve kennisleer kennis echter niet gerechtvaardigd wordt door de inhoud van de kennis (kennis is epistemologisch zelfs een leeg begrip). Ofwel: ‘S kent P dan en slechts dan als P beslissend gerechtvaardigd is als claim over de wereld voor ons.’ De alternatieve kennisleer vormt een antwoord op het failliet, en dient zich aan als opvolger.

Hoe origineel is de alternatieve kennisleer? Rutten gaat onder meer uitvoerig in op vergelijkbare inzichten bij Hilary Putnam, Martha Nussbaum en de achttiende-eeuwse Schotse filosoof Thomas Reid. In al deze gevallen onderscheidt zíjn oplossing zich door de gelijkwaardigheid die, vergeleken met ons zintuiglijke waarnemingsvermogen, aan het autonome vrije denken wordt toegekend. Contra Kant leest, het mag nauwelijks verbazen, als filosofisch betoog, redeneringen worden zorgvuldig technisch-filosofisch uitgewerkt – maar de hoofdlijn is ook voor niet-vakgenoten gelukkig duidelijk.

Het boek concentreert zich op het metafysische tekort in het (klassieke) kantiaanse kennismodel. Onderbelicht blijven daardoor andere aspecten, zoals de opvatting in het latere neokantianisme, haaks op het positivisme, dat een verklaring van de werkelijkheid alleen van de géést kan uitgaan. Of het inzicht van de rechts-modernistische theoloog K.H. Roessingh, die van mening was dat het Duitse idealisme van Kant (en Fichte) de reikwijdte van het verstand relativeerde en zedelijke, esthetische of religieuze waarden verankerde in de geest. Als persoon bleef Kant trouwens ook altijd balanceren op de rand van kritisch agnosticisme en stellige metafysische overtuiging.

Dat voert ten slotte naar de vraag waar wijsbegeerte hier theologie en geloof raakt. Hoewel deze studie zich binnen filosofische kaders afspeelt, is de link met metafysica onmiskenbaar. De schrijver laat ook weten dat zijn theorie ruimte biedt voor een werkelijk redelijk argument voor het bestaan van God, namelijk vanuit het perspectief van de wereld zoals wij haar denken en ervaren. Terzijde: in 2012 baarde Rutten, een theïstisch christelijk denker, opzien met de presentatie van zijn ‘modaal-epistemisch argu-ment voor het bestaan van God’ (een argument is overigens niet hetzelfde als een bewijs). Al neemt hij van Kant wel de opvatting over dat iedere poging om terug te willen keren naar de traditionele speculatieve absolute dogmatische metafysica onzinnig is.

Maar schuilt er ook een gevaar in het zo royaal bemeten van de menselijke kennis in ‘de wereld voor ons’? Tegelijk houdt dit immers in dat ‘de wereld in zichzelf’ voor de mens voorgoed en principieel verborgen blijft. Toch ziet Rutten een plaats weggelegd voor transcendentie binnen ‘de wereld voor ons’. Bestaat zo niet het risico dat het begrip transcendentie ietwat wordt opgerekt?

Intrigerend is ook de opinie dat wij ons heden ten dage, na het positivistische sciëntisme en het relativistische postmodernisme, in een veel vruchtbaarder intellectueel milieu bevinden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Theologia Reformata

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

Theologia Reformata | 122 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

Theologia Reformata | 122 Pagina's