+ Meer informatie

Claudia’s en Pilatus’ vrees.

10 minuten leestijd

Heb toch niets te, do«n met dien rechtvaardige, want ik heb heden veel geleden ili den droom om zijnentwil. Indien gy, dezen loslaat, zoo zijt gij des keizers vriend ni©t. Matth. 27 : 19; Joh. 19 : 12.

Pilatus en Claudia.

De man en de vrouw.

Ze izijn één geweest door hUii huwlijk; maar op den .zwiarteii daig van de veroonieeling van Christus zijn ze een weinig om J©zius' wil verdeeld geweest. Herodes en Pilatus, die tegen elkander over stonden, worden heden één. Dooli Claudia en Pilatus, die met elkander leefden en aten en dronken, zijn op dienzelfden dag elkaar k-wijt geraakt voor een oagenbÜk.

Deze vereeniging èn deze scheiding der gedachten des 'harten, — ze zijn echter beide door één gemeenschappelijke izonde van zelfzucht zelfs in het aangezicht van Jezias Christus, Uitgewerkt. Is dat trouwens niet altijd de wet der eonde, dat ze eenheid brengt tot de werking, en tweeheid bij de door-werking van het kwade?

Claudia en Pilatus.

Ze leven beiden Uit de rzonde, dat is: uit de zelfizlucht. Daarin zijn ze één. Hun verschU loopt slechtsi over de vraag, op welke wijize liUn zelfzucht zich het beste 'uitleven en handhaven kan. Claudia meent, dat Pilatus' belang ligt in Jezus' leven; Pilatus oordeelt, dat izijn belang is gelegen in Jezus' sterven.

En op . den dag van Jezus' vonnis strijdt Pilatuisj den woordlo'oizen strijd met Claudia. Wie heeft het beste middel nu gevonden om den stoel van Pilatus te beveiligen? Claudia, de intuïtieve, of PUatus, de denker?

Hoor, - wat Claudia izegt. Ze beeft in den nacht haar droom gehad en die droom is benau-wend geweest. Veel heeft ize jgeleden in haar droom; en vooir haar staalj het vast, dat de goden met dien droom iets te zeggen hebben. Uit de onzichtbare wereld der goddelijke geheim-Kinnigheid is de waarschuwing gekomen; en Pilatus mag aich wel tienmaal bedenken, eer hq één vinger uitsteekt naar dien Rechtvaardige! De goden aUllen nemen hun wraak met bittere gestrengheid, Pilatus! Als gij Uizelven lief'hebt, laat dien Man, die daar voor u gebracht is, dan los! Laat lois, want .... ik heb om Hem geleden in den droom.

Heeft Pilatus, de c-ynicus, gelachen om de boodschap - van izijn - vrouw? Heeft hij, wat „maar een droom" was, kalm naast , zich neergelegd?

Neen, hij heeft het niet gtedaan. Pilatus is wel de Verlichte, de man, die niet veel „aan" zulke dingen als droomen en godsspraken „doet". Maar.... de man, die met schouderophaling vraagt: wat is waarheid? " - vraagit toch ook nog wel eens izoo bij zichzelven: wat is leugen? " Nietvpaar, men kon toch nooit weten; daar kon toch nog wel „iets .zijn". En dian — is het zijn - vrouw niet, die spreekt? En — neigt hij zelf niet zeer sterk tot de - vrijlating van dözen gevangene ? Neen, Pilatus is niet doof voor de Uitlegging van de geheimainnige droomen /zijner vrouw. Hij leent het oor eraan niet zonder ernst en welvsillendheid. Wat is leugen? Trouwens, dat hij zelf onder den indruk is van het geheimzinnige in dezen aangeklaagde, dat er een woBc van mysterie voor Pilatus hangt over dezen mensch, en dat Pilatus voor dat mysterie beducht is, dat is hier ook te bewijzen. Zoodra toch de Joden over Christus als den Zoon Gods spreken, aoodra ze maar reppen van het goddelijke, het. geheimzinnige, het verborgene, dat in Jezus heet te zijn, wordt Pilatus meer bevreesd (Joh. 19:8).

Claudia, uw man is niet doof voor u. Uw vrees •— hij deelt er ook wel in.

Maar heden , zult gij toch uw man niet winnen voor uw .zienswijzse. Want er is nög een ander gevaar, en daarvoor is hijzelf beducht. Dreigen de Joden luet, dat ze hem zullen aanklagen bij den keizer, als hij den gewaanden Jodeiikoning laat leven? Des keizers vriend niet meer te zijn ach, Claudia, met droo> men begint men in de politiek niet veel. In droomen. hebt ge meer de dingen, die men niet ziet; maar in do politiek van keizers heeft men vooral te doen met de dinigen, die gezien worden. Ge kunt gelijk hebben, Claudia; maar'-r ach, wat is waarheid? De keizer, de keizer....

Toen gial Pilatus dan Jezus over om gekruisigd te worden.

Claudia en Pilatus. Tweeërlei vrees.

De eerste ducht het gevaar van den stoel der goden, de tweede van den stoel, des keizers. De een - vreesti voor de onaicbtbare, de ander voor de zichtbare machten. Do een droomt en gelooft in een ongewild en opgelegd contact met de buitenzinnelijke .wereld; de ander redeneert, en .zoekt bewuste aanraking met het stuurrad xiaa het schip van staat. De een rekent met het verre, de ander met het naastbij zijnde oordeel. Met het geen boven de aarde is, de een, en óp de aarde is, de ander. De een luistert naar de fluistering der goden, de ander naar het getier der Joden. Goden zijn ver, maar Joden vlak bij.

En Pilatus wordt tusschen die twee beschouwingen heen en weer geslingerd. Maar de droom-wijsheid moet straks iz w i c h t e n voor de koele berekening. Claudia kan Pilatus, de stem der droomen, het gekrijsoh der Joden, de - vrees voor de goden, de angst voor den Keizer niet overwinnen. In Pilatus kan 'het zijn hemel niet van de aarde mnnen.

En nog steeds moet Cliaüdia het bij Pilatus verliezen. Want het oordeel van boven, het gevaar dat Claudia ducht, dat is zoo ver en het toeft nog zoo lang. 'Maar het oordeel van vandaags de ramp van heden, daar Kwieliten de menschen wel voor. Ze zijn voor den keizer bang meer dan voor God; de wraalc van dit leven _^ is hun meer dan die der groote toekomst. Het gevaar dat voor oogen is — dat regelt 'h'un gang; en niet de erkenning van de macht van de onzienlijke toom-energie •van den ongezienen God vermag 'hun denken te boeien en 'hun hart te bewegen om bet goede woord te spreken tot en van Jezus Christus.'

Dat was voor Christus l ij d e n: dat Claudia en Pilatus, hoezeer ze - verschilden, toch één waren, in bUn bezorgdheid niet voor Je^us' leven, doch voor dat van . Pilatus. Dat Pilatus niet - wilde vallen voor Jezus; en Claudia evenmin, 'hoe heeft het den Christus gemarteld!

Maar in dat lijden was dan nog bovendien voor den Christus Gods deze verzwaring Zijner smart: dat Pilatus' - \Touw den cirkel van haar vreezen tot den hemel trekt (schoon zij niet weet waarom), doch dat Pilatus dien cirkel niet verder trekt dan tot des Caesar^ troon. Dat was lijden - voor den Man van Smarten, die den cirkel nu trekt der oneindigheden: dat hetgeen - voor oogen is, meer vermag dan hetgeen niet is vooW oogen; dat 'het gevaar van den tijd de aielen meer boeit dan "de - vreezen der eöu-wiigjheid; dat de fceiaer op den troon van marmer meer in vreezen zet dan die God, rondom Wien zijn: wolken en donkerheid; den God, dien Christus vreest.

Doch Christus heeft de nederlaag van Claudia gezien en is toen gaan sterven om de overwinniag van ChriS'tusl te bevechten.

Hij is den dood ingegaan, in de wetenschap-, dat Claludia het altijd aflegt in de wereld; dat ook wij, ook wij', izeig ik, één voor één, den nood van. het oogenjbbk alleen duchten en de eeu-wigheid wel overlaten aan God. Christus is gegaan naar het kruisi, ook aelfsi met deze diepe smart in Zijn menschelijke ziel, dat, i n - dien wij, menschen, nog duchten het gevaar van het recht en van den toom van den ongezienen God, wij het dan nog maar doen als Claudia: uit zelfzucht. Want Claudia, die tot Jazus zou - willen spreken goede woorden, troostelijke - woorden, ze doet het ook slechtsi Uit den valschen izUcht tot zelfbehoud. Haar pleiten voor - vrqspiiaak .... om Pilatus' wille wondt Christus even diep als Pilatus' vonnis van veroordeeling.

Danken wij nU dien Heiland, die sterven ging, wetende^, dat onze beste gedachten van nature voos zijn en schuldig als die van Claiidia en dat straks onze slechtste begeerten het in ons winnen, gelijk bij Pilatus.

En weten wij, dat wij Hem steeds weer bedroeven, tenzij onze getuigenis aangaande Jezus Christus een andere zij dan van Pilatus en Claudia. Want ieder, die niet voor Jezus Christus neer wU vallen, onvoorwaardelijk wil neervallen; elk mensch, die, evenals Pilatus, van zijn hoogen stoel niet wijken wil, zie, al verneemt hij de stem van Claudia, dat is: den roep van beneden om den roep van boven, de stem der zinnen om de stem van het boven^zinnelijke te gedenken: hij zal niet hoeren.

Hij kkn ook niet. Want Claudia's stem, ©ene stem immers niet uit den Geest, is niet zuiver en niet sterk genoeg, om dea roep des hemels te dragen tot in de binnenkameren der ziel. Niet Claudia, doch alleen Christus' Geest kan de eeuwigheid doen .zegepralen in ons hart.

Maar o, indien wij zijn gevallen van onzen rechterstoel, neergevallen voor Gods Christus! Dan wordt het in ons waar, dat Claudia het wint van Pilatus, dat de zorg om wat niet gezien wordt, sterker in ons is dan al de macht der zienlijke diagen.

Het bewijs is geleverd. Want-de droom van Claudia is eenmaal wederom gedi'oomd en de vreeze van Pilatus wederom doorleefd. Op Patmos .zag in den geest, in den droom, Johannes,

dat de Grekruiste cle' Gekroonde werd, doch dat Zijn kroon nog was in 'haar verborgenheid. Toon heeft ook deze , To^, hannes veel geleden in den droom om dezen Rechtvaardige; en meer hoeft hem de wiuak om dezen Reentvaardige verschrikt in haar ontwakingen, dan u, o Claudia; was niet het woord van zijn droonien hem „bitter in den huik"? Zie, het boek van zijn droomvisioenen •zegt het ons nog: indien gij, o dienaren Gods, indien gij 'den Christus vrijspreekt, , zoo zijt gij des keizers vriend niet: u .zial de antichrist, de wereldmacht, verderven. Johannes verschrikt ons meer dan de Joden u deden, Pilatus! En ook heeft hij gezien, dat de Rechtvaardige i^ijn dood zal wreken en alle oog zal Hem zien .... Cla'udia, u was de helft niet aangezegd.

En toch — de droom van Johannes, den meerdere van Claudia, vers-chrikt ons niet ten doode. Want wie in het geloof alles wil te doen hebben, alles, met dezen Rechtvaardige, dien gaat het verderf voorbij. Claudia droomde aJleen van wat-Johannes noemt „bitter in den buik"; doch Johannes schrijdt door tot wat „zoet is in den mond". Claudia wist alleen van wraak, Johannes óók van evar^elie in den Rechtvaardige.

En .zioo vaak voor deze hemelstem ons hart wil bukken, zóó Vaak zal den Christus Zijn loon daar zijn voor do smurten, door Claudia en door Pilattts hem bereid; zóó vaak zal niet Claudia Pilatus, doch Johannes op Patmos zijn vreesachtige leerlirugen en de Geest Gods onze lauwe harten heilzaam verslagen hebben; .zóó Vaak' zal in ons zijn de lijdzaamheid en het geloof der heiligen; dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men .ziet, inia, ar de dingen die men niet ziet; de dingen die men ziet zijn tijdelijk, miaar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

Dat leert niet Claudia den gehevene op den stoel der eere, maar dat leert de gekruiste Christus den verslagene in het stof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.