+ Meer informatie

De geschiedenis der Waldenzen (II)

7 minuten leestijd

Het edict van 1694 van hertog Victor Amadeus van Savoye, waarbij de Waldenzen vrijheid van godsdienst hadden gekregen, was uitgevaardigd onder druk van Engeland en Nederland (Willem III!). Tot 1789 of daaromtrent leefden zij in een soort van getto, waarin zij geduld werden. In 1730 waren alle bepalingen betreffende de Waldenzen samengevat in een 'net van verboden waarin zij dreigden te zullen verstikken'. (V. Tourn: Geschichte der Waldenzer- Kirche).

Gelukkig kregen onze Italiaanse geloofsbroeders steun uit Nederland en andere protestantse staten. In 1735 stichtten enige Waalse kerkgemeenten in ons land het nog bestaande 'Fonds Vaudois'. Uit de bijeengebrachte gelden werden o.a. scholen opgericht. In 1769 kwam de Latijnse School in het Waldenzische centrum Torre Pellice tot stand, waardoor oud-leerlingen in het buitenland hoger onderwijs konden gaan volgen. De meeste Waldenzen behoorden tot de boerenstand. Later waren er ook kooplieden, zoals de invloedrijke Albert Peyrot, wiens handelsrelaties reikten van Edinburg tot Livorno. Behalve predikanten telde de 'intelligentsia' ook jonge leraren, die in het protestantse buitenland huisonderwijs gaven.

Gelukkig kregen onze Italiaanse geloofsbroeders steun uit Nederland en andere protestantse staten. In 1735 stichtten enige Waalse kerkgemeenten in ons land het nog bestaande 'Fonds Vaudois'. Uit de bijeengebrachte gelden werden o.a. scholen opgericht. In 1769 kwam de Latijnse School in het Waldenzische centrum Torre Pellice tot stand, waardoor oud-leerlingen in het buitenland hoger onderwijs konden gaan volgen. De meeste Waldenzen behoorden tot de boerenstand. Later waren er ook kooplieden, zoals de invloedrijke Albert Peyrot, wiens handelsrelaties reikten van Edinburg tot Livorno. Behalve predikanten telde de 'intelligentsia' ook jonge leraren, die in het protestantse buitenland huisonderwijs gaven.

Tijdens de heerschappij van Napoleon Bonaparte maakte ook Italië deel uit van het grote Franse rijk. Daar bestond, zij het onder staatscontrole, vrijheid van eredienst. Tot een deputatie van 27 voorzitters van kerkbesturen, die aanwezig waren bij Napoleons kroning in 1804, verklaarde Zijne Keizerlijke Majesteit: 'Het gezag van de wet eindigt, waar het onbeperkte gezag van het geweten begint; noch de wet, noch de vorsten(!) vermogen iets tegen die vrijheid'.

Wij citeerden uit het eerste 'Jaarboek van de Hervormde en Protestantse kerken van het Franse Keizerrijk', dat in 1807 werd samengesteld door de jongste zoon van de bekende 'woestijnprediker' Paul Rabaut. (Zie P.N.: jan. '85). In zijn Voorwoord schrijft Rabaut Jr.: Lodewijk XIV wilde maar één godsdienst in zijn rijk en verklaarde allen, die niet tot de zijne behoorden, vogelvrij. De grote Napoleon belooft vrijheid aan alle godsdiensten'. Uit het Jaarboek van Rabaut blijkt dat er 15 Waldenzische kerkgemeenten waren, die bediend werden door 13 predikanten. Hun kerkgenootschap behoorde geografisch tot het departement van de rivier de PO, ten Z.W. van Turijn.

Na het definitieve einde van het Napoleonistische keizerrijk in 1815, als gevolg van de nederlaag van de Fransen bij Waterloo, was het gedaan met de godsdienstvrijheid van de Waldenzen. Onder hun nieuwe landsheer Victor Emmanuel 1, koning van Sardinië, hertog van Savoye enz., komen de Waldenzen weer in het 'getto' van weleer te leven. Zij hebben geen rechten, maar worden slechts geduld! Er is nu echter een voor hen gunstige bijkomstigheid: in protestantse staten als Engeland, Pruisen en Nederland was belangstelling gewekt voor het lot van de Waldenzen. De diplomatieke vertegenwoordigers van die landen in de hoofdstad Turijn, ondersteunen krachtig de tot Victor Emmanuel gerichte verzoekschriften van de 'Tavola', het in het centrum Torre Pellice zetelende presidium van de Waldenzische synode.De tot de anglikaanse kerk behorende, invalide Engelsman Charles Beckwith zou grote invloed krijgen op de ontplooiing van het kerkelijke en maatschappelijke leven der Waldenzen. Als Brits generaal had Beckwith een been verloren in de slag bij Waterloo. Dat belette hem niet om, na lezing van een reisverhaal van de anglikaanse kanunnik Gilly over het leven in de valleien van Piémont, zich in 1827 blijvend te vestigen in het centrum Torre Pellice. Tot zijn dood toe zou hij er blijven ijveren voor de belangen van de gemeenschap der Waldenzen. Vele wegen en instellingen in de Valleien dragen zijn naam! Dank zij de geldmiddelen en vooral de grote energie van Beckwith, werden er veel lagere scholen gebouwd. In 1830 kwam er in Pomarett een Latijnse school (gymnasium) en werd in 1837 te Torre Pellice een college (naar Engels model) met internaat geopend.

Over de bemoeienissen van Beckwith met de scholenbouw, schrijft dominee Tourn (op.cit.): 'Moeizaam aangehinkt kwam hij op alle bouwplaatsen, met zijn witzijden sjerp en hoge ridderorde. Waar nodig wijst hij de bouwopzichters terecht, en spoort hij vreesachtige kerkbestuurders aan. Bovenal maakte Beckwith zich zorgen over het voortbestaan van het Waldenzische kerkgenootschap. Dat zou op den duur verdwijnen, meende de oude generaal. Daarom moesten de Waldenzen, als zendelingen, buiten hun valleien gaan arbeiden.

In het vrijheidsjaar 1848 werd deze expansie mogelijk. Op 17 februari 1848 verleende koning Karei Albert, onder invloed van de verlichte denkbeelden van politici als D'Azeglio en Cavour, aan zijn Waldenzische onderdanen onbeperkte 'burgerlijke en staatkundige rechten'. Kort voor de verlening van het z.g. 'Genadepatent' door de koning, had Beckwith tot de Tavola gezegd: 'Gij zult, of zendelingen zijn, of helemaal niets!'
Dat de Waldenzen het advies van Beckwith opgevolgd hebben, blijkt uit de lijst van kerkgebouwen, scholen, rust- en ziekenhuizen die na 1848 tot stand kwamen. Wij noemen enkele kerken: Torre Pellice, Turijn, Venetië, Messina, Milaan, Rome (1883/1914), Napels, Como, Palermo... In 1859 emigreerden de eerste Waldenzen naar Uruguay. Sedertdien zijn er talrijke Spaanstalige kerkgemeenten ontstaan in Uruguay en Argentinië. Sinds 1966 bestaat er een unie tussen de Waldenzen en de Zuid-Amerikaanse protestanten. Acht jaar later hebben de Italiaanse Methodisten zich erbij aangesloten.

In 1855 werd er in het Waldenzische centrum Torre Pellice een theologische faculteit gesticht. Deze is in 1922 overgebracht naar Rome op het Cavourplein, niet ver van het Vaticaan! Op die Piazza Cavour werd in 1914 een grote Waldenzische kerk ingewijd. In 1889 openden de Waldenzen in Torre Pellice de Casa Valdese. In dat gebouw bevindt zich een theologische bibliotheek, en zijn ook de kantoren van Synode en Tavola gevestigd.
Al deze zaken getuigen van het zelfbewustzijn van de 800 jaar oude Waldenzergemeenten. Van slechts node gedulde Italiaanse burgers zijn zij, dank zij hun geloofs- en wilskracht, een kleine maar organische werkelijkheid geworden van gemeenten, die door velerlei aktiviteiten op religieus en sociaal terrein, zich een eigen plaats hebben verworven in de grote nationale werkelijkheid van Italië (Tourn).

Dat is wel duidelijk gebleken op maandag 17 februari 1986. Zoals men weet is de 17de januari de gedenkdag van het 'genadepatent' van koning Karei Albert uit 1848. Die dag wordt in de Waldenzerkerkgemeenten ieder jaar plechtig en dankbaar herdacht. Ditmaal kreeg de herdenking een bijzonder betekenis door het bezoek dat President Cossiga van de Italiaanse Republiek aan het Waldenzencentrum op de Piazza Cavour. De 'Eco delle valli valdesi' van 28 februari 1986 besteedt uitvoerig aandacht aan deze belangrijke gebeurtenis.

De toespraken van Moderator (president van de Synode) Bouchard en van de Italiaanse President Cossiga zijn in extenso afgedrukt. In zijn welkomstwoord zei Dominee Bouchard o.a.: 'Mijnheer de President, 17 februari is de dag van de vrijheid, niet alleen voor de Waldenzen maar voor alle protestanten in Italië. Met Uw bezoek, Mijnheer de President, komt er ook formeel een einde aan de randpositie van de protestantse component in de Italiaanse samenleving. Wij worden geaccepteerd, niet geabsorbeerd: wij zijn dragers van een eigen geestelijke roeping. Wij weten dat wij de plicht hebben om onze bijdrage te leveren in de strijd voor de waarheid in dit Land. De waarheid wordt niet bereikt zonder offers en strijd: zij is een gave GODS, maar ook vrucht van een verovering.

In zijn uitvoerig antwoord zei President Cossiga, dat hij dankbaar was, dat men hem op deze roemvolle herdenkingsdag had willen ontvangen. Die dag herinnert aan de emancipatie van de Waldenzen, die koning Karei Albert mogelijk maakte, onder invloed van verlichte geesten als Balbo, D'Azeglio en Cavour. Staat U mij toe, verklaarde de President, te zeggen, dat deze datum (17 februari) een feestdag zou moeten zijn, niet alleen voor Uw kerkgenootschap in het bijzonder, maar ook een feestdag voor de gehele volksgemeenschap. Omdat toeneming van de vrijheid voor een deel, ook toeneming van de vrijheid is voor het geheel: 'Perché l'accrescimento di liberta di una parte è accrescimento di liberta del tutto'.


Het verheerlijken van christelijke liefde en eendracht is gemakkelijk. Het is ook gevaarlijk. Wij doen er niet aan mee. Wij willen daarentegen de majesteit van het Woord en van het geloof verheerlijken. Luther (Uit: Prof. dr. W. J. Kooiman, 'Luther, zijn weg en werk'. Carillon-reeks, 1959, blz. 51).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.