Bekijk het origineel

Tot bekering geroepen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tot bekering geroepen

21 minuten leestijd

Je zit achter het stuur van je auto. Op het schermpje van je navigatiesysteem staat een pijl die terugwijst. Je moet terug. Je bevindt je op een doodlopende weg. Een stem klinkt: ‘Draai om.’ ‘Keer om.’ Bekende woorden? Het zijn door en door Bijbelse woorden. Heel vaak klinkt het in de Bijbel: Bekeer je, keer om, ga terug!

Noodzaak van bekering

Maar waarom? Waarom is bekering nodig? Omdat wij een verkeerde weg zijn ingeslagen en op een verkeerde weg lopen. Wij staan met onze rug naar God toe. Dat komt door onze zonden. Van nature ben ik niet gericht op de Heere, maar kies ik mijn eigen weg en ga ik mijn eigen route door het leven. Maar dat is een route die bij God vandaan loopt en eindigt in de eeuwige ondergang. Dat is wat God ons in Zijn Woord eerlijk en confronterend vertelt. We hebben bekering nodig.

Bekering is een radicale omkeer. Het betekent dat je je omdraait, omkeert de goede kant uit en terugkeert naar God. Je bekeert je tot God en van de zonde. Wie zich bekeert, gaat over van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God (Hand. 26: 18). Dat is een ingrijpende verandering. Bekering omvat namelijk je hele leven. Je gaat totaal anders denken, verlangen en willen.

We kunnen denken aan Saulus van Tarsen. Hij was op weg naar Damascus om gelovigen te arresteren en in de gevangenis te werpen. Hij liep op een verkeerde weg. Totdat God ingreep en hem stilzette en arresteerde. Er werd hem verteld dat hij op een verkeerd spoor zat. Wat gebeurt er? Saulus bekeert zich. Hij gaat niet verder op de ingeslagen weg die bij God vandaan leidt en radicaal tegen Gods wil ingaat, maar hij draait zich om, gaat terug naar God en vraagt: wat wilt U dat ik doen zal? Zijn leven krijgt een totaal andere koers. Eerst draaide alles om de as van zijn eigen ´ik´, maar nu komt God centraal te staan in zijn leven. Dat is een verandering van 180 graden.

Of denk, om een ander Bijbels voorbeeld te gebruiken, aan de jongste zoon uit de gelijkenis die Jezus vertelde over de barmhartige vader. Hij ging anders denken: hij kwam tot inkeer. Hij komt erachter dat hij zonder zijn vader niet gelukkig is. Je hoort hem zeggen: Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan. Vervolgens draait hij zich om en gaat hij ook daadwerkelijk de weg terug naar zijn vader.

Oproep tot bekering

In de Bijbel is de oproep tot bekering niet incidenteel, geen bijzaak, maar zeer wezenlijk. Steeds weer, keer op keer, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament klinkt het: Bekeer u! De profeten roepen herhaaldelijk op tot bekering. Zelfs de stellige oordeelsaankondigingen bij een profeet als Amos kunnen indirect als oproep tot bekering gelezen worden.

De prediking van Johannes de Doper zouden we kunnen typeren als prediking van de bekering omdat het Koninkrijk der hemelen in Christus nabij is gekomen. De apostel Petrus roept het volk op tot bekering, zoals alle apostelen met klem, bewogenheid en liefde in de Naam van de Heere bekering en vergeving van zonden hebben gepredikt. En wat te denken van Jezus zelf? Jezus Christus, die gekomen is om zondaren tot bekering te roepen heeft gezegd: ‘Bekeer u en gelooft het Evangelie’ (Mark.1: 15).

Charles Hadden Spurgeon (1834-1892) wijst erop dat Jezus Zijn bediening begon met de oproep tot bekering, dat Hij daar mee doorging (Matth. 4: 17) totdat Hij die beëindigde door de apostelen de opdracht te geven dat zij bekering en vergeving van zonden moeten preken onder alle volken, te beginnen bij Jeruzalem (Luk. 24: 27). De bekende Engelse predikant noemt dit een belangwekkend en leerzaam gegeven. Hij bedoelde daarmee te zeggen, en we stemmen er van harte mee in, dat ook in het heden de oproep tot geloof en bekering in de prediking mag en moet klinken. Juist in het midden van Gods verbondsvolk.

Nee, de oproep tot bekering komt in de Schrift niet alleen tot Israël, Gods verbondsvolk, maar klinkt óók in de oren van heidenen. De inwoners van de stad Ninevé wordt het oordeel aangezegd vanwege hun zonden, maar de profeet Jona roept hen in naam van zijn Zender op om zich te bekeren tot God, de God van Israël, de levende God.

En Paulus maakt duidelijk dat God overal, aan álle mensen verkondigt dat zij zich moeten bekeren (Hand. 17: 30). Wie alleen al het Bijbelboek Handelingen der apostelen doorleest, merkt dat de oproep tot bekering niet alleen Joden geldt maar óók heidenen. Toch is de oproep tot bekering veel vaker gericht aan Israël, het volk waar God Zijn verbond mee heeft opgericht en waar God Zich in liefde aan heeft verbonden. Opvallend is dat in het kader van die oproep tot bekering de verbondsnaam ‘HEERE’ nogal eens wordt gebruikt. ‘Bekeer u, Israël, tot de HEERE, uw God’ (Hos. 14: 2a). Keer terug, afvallig Israël, afvallige kinderen, spreekt de HEERE, want Ík heb u getrouwd (Jer. 3: 12,14). God eist bekering van Zijn volk, juist omdat het Zíjn volk is!

De oproep tot bekering laat ons een bewogen God zien die in liefde Zijn volk wil leiden. Hij vindt geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat hij zich bekeert van zijn weg en leeft. Daarom klinkt het indringend: ‘Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël’ (Ez. 33: 11).

De Heere is goedertieren, handhaaft Zijn toorn niet voor eeuwig, wil van afdwalingen genezen (Jer. 3: 12, 22). Wie zich tot Hem, de HEERE, bekeert, zal een ontfermende God ontmoeten die graag vergeeft (Jes. 55: 7).

De vader in de gelijkenis ontvangt zijn zoon - die zich van zijn verkeerde weg heeft omgedraaid en de weg terug is gegaan naar hem - met open armen. Jezus maakt duidelijk dat er blijdschap in de hemel is over één zondaar die zich bekeert (Luk. 15: 7). En wie zich bekeert, heeft zich dagelijks te bekeren.

Dagelijkse bekering

In de Bijbel wordt er over bekering gesproken als aanduiding dat er een wissel in iemands leven omgaat: je levensrichting wordt anders, je wendt je tot God. Maar er kan ook gesproken worden over bekering als aanduiding voor een dagelijks breken met de zonde, het steeds weer opnieuw in Zijn wegen gaan en vragen om Zijn leiding. We noemen dat ook wel de dagelijkse bekering.

In één van onze vorige woonplaatsen hadden bewoners op hun voordeur een papier geplakt met daarop de woorden: ‘Aan de deur wordt niet gekocht en bekeerd zijn we ook al’. Als je zegt: ‘Bekeerd zijn we ook al’, ‘ik ben bekeerd’, heb je het over iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden. Maar bekering is nooit iets van een voltooid verleden tijd. Nadat je gearresteerd bent door de Heere, ga je de heilige oorlog in. Een onderdaan van Koning Jezus heeft elke dag te strijden tegen te boze. Bekering is een zaak van alledag, van elke dag. Een leven lang. Daarom moeten we maar geen sticker ‘bekeerd zijn we ook al’ plakken op ons levenshuis.

De eerste bekering krijgt een vervolg in de dagelijkse bekering, in een dagelijks navolgen van Jezus. Dat houdt in: een afsterven van de oude mens en een opstaan van de nieuwe mens. Dat is ook de reden dat in de Heidelbergse Catechismus niet over bekering wordt gesproken in het stuk van de verlossing, maar in het stuk van de dankbaarheid (Zondag 33). Een leven in de dankbaarheid voor Gods redding is een leven van dagelijkse bekering. Als dat er niet is, is je bekering niet echt. Je hebt helaas ook schijnbekeringen. Denk maar aan Judas en Saul. Hun bekering leek echt te zijn. Maar uiteindelijk bleek dat hun toewending tot God tijdelijk van aard was. Hun leven liet een andere koers zien. Zij gingen uiteindelijk toch een eigen weg, een weg bij God vandaan.

De echtheid van de bekering, blijkt in een voortgaande bekering. De bekering tot God wordt zichtbaar in een nieuw leven. Johannes de Doper heeft erop aangedrongen om vruchten voort te brengen, die in overeenstemming zijn met de bekering (Matth. 3: 8). Als Saulus van Tarsen door God tot stilstand wordt gebracht en hij zich naar God toewendt, zich bekeert, krijgt zijn

bekering een vervolg in de dagelijkse bekering. Je ziet dat hij zijn weg wil gaan aan Gods hand en zijn leven besteedt in Zijn dienst. Elke dag opnieuw mag er geluisterd worden naar de stem van God. Hij stelt zich ter beschikking aan God (Rom. 6: 13). Juist daaruit blijkt dat God met je begon en de bekering in je leven werkte.

Berouw

Er is, voor alle duidelijkheid, geen mens op aarde te vinden die kan zeggen dat zijn toewending tot God en afkeer van de zonde nu al volkomen is. Soms is er zelfs een vallen in de zonde. David is daar een duidelijk voorbeeld van. David ging, toen hij overspel pleegde met Bathseba en Uria liet doden, een verkeerde weg op en moest zich opnieuw bekeren. Nadat God, door de profeet Nathan, David met zijn zonde geconfronteerd had, bekeerde David zich. Hij beleed, bekende zijn zonde. In Psalm 51 zien we David vol berouw over zijn zonde tot God naderen en smeken om vergeving. Bekering tot God en berouw over de zonde horen bij elkaar.

Ook de jongste zoon uit Lukas 15 belijdt als hij terugkeert aan zijn vader dat hij gezondigd heeft en het niet meer waard is om zijn zoon genoemd te worden. Je bekeren tot God is je bekeren van de zonde. Bekering is je zonden belijden, daadwerkelijk het zondige loslaten en (opnieuw) Gods weg gaan, Zijn wil doen.

Concreet

Om je te kunnen heen keren tot God en af te keren van de zonde, wordt in de Bijbel duidelijk gemaakt waarvan je je dient te bekeren. Zowel het volk Israël en een gemeente als geheel als individuen krijgen eerlijk de spiegel voorgehouden. De profeten hebben scherp en ontdekkend de zonden aangewezen.

De profeet Amos stelt heel concreet zonden aan de orde waarvan de inwoners uit het tienstammenrijk zich dienen te bekeren. Ze dienen God op hun eigen manier. De armen worden aan de kant geschoven, opzij geduwd, uitgebuit. Ze worden beroofd van hun rechten door rechters in de poort. De rechters doen niet wat ze moeten doen: eerlijk rechtspreken. Ze nemen zwijggeld aan. Kortom, de Israëlieten zijn wel godsdienstig, maar niet godvrezend. Ze hebben God niet lief boven alles en de naaste als zichzelf. Maar dát moet veranderen: ‘Zoek het goede en niet het kwade’ (Amos 5: 14).

In Openbaring 2 en 3 worden verschillende gemeenten opgeroepen tot bekering en wordt er ook aangegeven waarvan ze zich dienen te bekeren. Johannes de Doper, Jezus, Paulus, de andere apostelen roepen de hoorders en lezers op tot bekering en maken dat heel concreet. Bekering raakt de binnen- en buitenkant van ons leven!

Veelkleurigheid

In de Bijbel komen we veel kinderen van God tegen. Hun karakters en leefomstandigheden zijn heel divers. God leidt hen door Zijn Geest ook heel verschillend tot Hem. Zacheüs kwam op een andere manier tot bekering dan de moordenaar aan het kruis. Paulus weer anders dan Timotheüs. Wilhelmus á Brakel (1635-1711) schrijft in zijn Redelijke Godsdienst dat niemand bezorgd moet zijn over de wijze van bekering ‘als hij of zij niet is veranderd op die en die wijze, die men zichzelf voorschrijft, of de wijze waarop anderen bekeerd zijn. Wanneer er bekering is, dan is het goed en zie niet ongerust terug op de wijze waarop u bekeerd bent, al was uw wijze van bekering zodanig als u nog nooit had gehoord of gelezen. Want de wegen Gods zijn wonderlijk en de een ondervindt soms iets waar een ander niet van weet, ook in de gewone weg van de bekering.’

De HEERE riep niet alleen in het verleden indringend op tot bekering. Ook in het heden klinkt die oproep. En wat Hij eist, wil Hij Zelf uit genade schenken. Waar dan heen? Tot Hem alleen!

‘Bekering is een radicale omkeer’

‘Bekering is nooit iets van een voltooid verleden tijd’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Tot bekering geroepen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 2020

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken