Bekijk het origineel

Het erfgoed van geloof – ballast of zegen? (2/3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het erfgoed van geloof – ballast of zegen? (2/3)

15 minuten leestijd

Wat we van huis uit meekregen over het geloof, heeft ons gevormd. Zijn we daarvoor dankbaar of juist niet? Binnen hetzelfde gezin gaan kinderen soms wel heel verschillende wegen. Dit tweede artikel gaat over de vraag wat dit doet met de relaties binnen het gezin. Lukt het om elkaar de ruimte te geven?

Wat je ziet, is het niet

In het schilderij Kinderen der Zee (Jozef Israëls 1872, Rijksmuseum Amsterdam) herkent u zichzelf misschien. U ziet zichzelf lopen of als kind op de rug gedragen worden. De kans is groter dat het toch net iets anders is. Israëls heeft dit tafereel vaker en op meerdere manieren geschilderd. Ook het Verhaal van de Vier Zonen uit de Joodse Haggada (zie het vorige artikel) zou het best in bewegend beeld weergegeven kunnen worden. De grondlijnen zullen herkenbaar zijn in iedere familie. Posities kunnen wel wisselen in de tijd. Het wijze kind is dat niet altijd en dat geldt ook voor de rebel en voor het volgzame kind. Het kind op de rug zou ook nog op de schouders gezet kunnen worden. Of aan de arm meegesleurd.

Afhankelijk van je eigen plek in het gezin kan het beeld verschillende gevoelens oproepen. Hoe was het om altijd die zorg op je rug te dragen? Of om gedragen te worden? Of om meegenomen te worden, terwijl je misschien iets anders wilde? Hoe was het voor de ander? Vanuit je eigen positie heb je je oordeel daarover. Maar weet je echt wat in hem of haar omging? Verstarde beelden van elkaar houden ons gevangen. Wat je ziet, is het niet. Wie verder wil komen, zal zich dat bewust moeten worden.

East of Eden: strijd om de zegen

In het eerste gezin van de Bijbel zien we het verschil tussen Kaïn en Abel, met alle gevolgen van dien. Het herhaalt zich de geschiedenis door. De Amerikaanse schrijver John Steinbeck verwerkt de motieven in zijn boek ‘East of Eden’. In dit boek is van generatie op generatie zichtbaar wat afwijzing doet. Het leidt tot destructief gedrag. Nieuwe generaties betalen de prijs voor de nog niet vereffende rekeningen van hun ouders. Ook herkennen we de strijd tussen Jakob en Ezau. Familieleden strijden als het ware om de grote zegen. Is deze voortdurende strijd te stoppen? In East of Eden is het Caleb die goedkeuring van zijn vader blijft zoeken, maar telkens op afkeuring stuit. In zijn boosheid drijft hij zijn broer Aron, die wel de zegen van zijn vader heeft, tot wanhoop. Die meldt zich dan aan als soldaat voor het leger in de Eerste Wereldoorlog, wat leidt tot zijn dood. Het lijkt nooit meer goed te komen tussen Caleb en zijn vader. Tot op het laatst de bediende van zijn vader voor hem pleit: Geef hem je zegen! Met zijn laatste krachten heft de stervende vader zijn hand en fluistert een zegenend woord. Caleb hoeft niet gebukt onder zijn last te blijven. Het boek illustreert hoe de ongerechtigheid van ouders generaties lang kan doorwerken. Maar een noodlot is het niet. Belangrijk om niet te blijven leunen op het aangedane onrecht. Laat aan het licht komen welke zegen ook voor iemand als Caleb is weggelegd.

Lastige kinderen

Het valt niet altijd mee om erkenning en waardering te geven aan een kind dat andere wegen gaat. ‘Hij was altijd al lastig’, zei een moeder van haar zoon die het contact met haar verbroken had. Hoe komt een moeder zover om dat te zeggen? Het woord ‘altijd’ roept vragen op. Kan echt niets anders worden gezegd? Iemand stelde eens: lastige mensen bestaan niet. Wij hebben het lastig met hen. Kinderen zijn geen probleem. Ze kunnen wel een probleem hebben. Of hun ouders. Of allebei. In de opmerking van die moeder vermoeden we bitterheid. Wellicht is het een eeltlaag waardoor de pijn minder fel wordt gevoeld. Is het pijn over onrecht of over onvervulde verlangens? Het contextueel pastoraat (zie vorig art.), geïnspireerd door de hulpverlening van Nagy, spreekt van ‘meervoudige partijdigheid’. Het gaat erom dat de pastor geen voorkeur of afkeer van één van de familieleden aangeeft. Het vraagt een houding die je niet uit een boekje leert maar die wel geoefend kan worden. Het vraagt veel geduld, empathie en het vermogen om de mens te blijven zien achter zijn daden. Opstandigheid, woede, breken met de familie betekent geen einde aan de loyaliteit. De loyaliteit zoals Nagy bedoelt, is geen gevoel maar een gegeven. Tussen ouder en kind, hoe verstoord de verhouding ook mag zijn, bestaat een band die onlosmakelijk is. Dat geldt ook voor de band tussen broers/zussen, al is die van de band ouder-kind onderscheiden. In beide gevallen is de band met het leven gegeven. Die band wordt een verstikkend snoer wanneer men het touw, gericht op eigen belang, naar zich toe trekt. Des te meer aan ieder recht wordt gedaan, zal die band kracht geven en een levensader zijn.

Opschorten van ons oordeel

In de Bijbel staan ze tegenover elkaar: Kaïn en Abel, Izak en Ismaël, Jakob en Ezau, Jozef en zijn broers! Het is wel duidelijk welke weg God ons wijst. Niet die van wraakzucht, haat en jaloezie. Maar kunnen we op grond hiervan in een gezin aanwijzen wie Gods zegen draagt en wie niet? Jezus maakt duidelijk hoe we ons met ons oordeel kunnen vergissen (Matth. 7: 2). Met ons oordelen benemen we elkaar de ruimte. De contextuele benadering in het pastoraat helpt ons om verder en breder te kijken. Wat maakt de rebel tot rebel? Weet hij of zij wat liefde is? Is hem of haar altijd recht gedaan? Het aangedane onrecht hoeft niet onweersproken te blijven. Maar daarmee is niet alles gezegd. Het zien en erkennen van de pijn ook van degene die zich destructief gedraagt, zou kunnen helpen waardoor echt iets verandert. Dat zal niet gaan in één gesprek. Nagy gebruikt het woord moratorium, een juridische term voor opschorting van betalingsverplichtingen, om aan te geven dat een stap naar elkaar toe (een gesprek, een brief of welke actie ook) soms moet worden uitgesteld. Tijd en geduld zijn nodig, en een goede timing: de wijsheid wanneer het goede moment is om een vervolgstap te zetten. In het pastoraat zullen we oog hebben voor wat blokkeert, zonder de hoop ooit prijs te geven.

Huisverlaters

Het doet pijn wanneer het erfgoed van geloof een blokkade vormt tussen broers en zussen van hetzelfde huis. Wanneer iemand een andere weg gaat, betekent dat niet dat de band verbroken is, al kan het soms zo lijken. Wat zich afspeelt tussen de Here God en het kind, gaat buiten de ouders en de rest van de familie om. Dat een kind eigen wegen gaat, is een gegeven. Het is de opdracht van God Zelf dat de man zijn vader en moeder moet verlaten om zijn vrouw aan te hangen. Het huis uit dus! Zou het kunnen dat een kind teveel bezet was met verlangens en verwachtingen? Zoekt het kind de ruimte die het nodig heeft? Het helpt niemand om verwijten te maken. Het helpt wel om liefde en erkenning te blijven geven om wie hij of zij is.

Het gebed is de weg bij uitstek om aan die liefdevolle zorg uiting te geven. Het kan wel kleinerend overkomen wanneer we zeggen: ‘we bidden voor je’ – terwijl we daarbij onszelf geestelijk hoger achten dan de ander. De meeste verwijdering ontstaat door een houding waarbij we onszelf uitnemender achten dan de ander. Nagy leert ons met zijn contextuele benadering een vorm van omdenken. Hij zou bij Paulus in de leer geweest kunnen zijn. Paulus wijst op de gezindheid van Christus waardoor je de ander voortreffelijker leert te achten dan jezelf (Fil. 2: 3).

Verrassende wegen

In wat we denken te zien, kunnen we ons vergissen. De onverschillige is zo onverschillig nog niet. De kerkverlater zou zich dichter bij het Koninkrijk van God kunnen bevinden dan menige kerkganger vermoedt. We kennen de gelijkenis van de verloren zoon. Maar het gaat over twee zonen – en wie is nou het meest gezegend? Beiden hebben nodig dat hun ogen worden geopend. Verschil tussen mensen is het probleem niet. Wel ons eenzijdig oordelen en ons gebrek aan geduld. Met beeldendienst verstarren wij. Wie zich laat leiden door de Goede Herder, komt op verrassende plaatsen. Hij geeft kracht en perspectief om hoopvol gericht te blijven op al die broers en zussen, hoe dwars ze soms ook lijken.

‘Kinderen zijn geen probleem. Ze kunnen wel een probleem hebben’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Het erfgoed van geloof – ballast of zegen? (2/3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2020

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken