Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toespraak*

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toespraak*

25 minuten leestijd

Twee kwesties vormen de aanloop naar de Vrijmaking in 1944: een kwestie over de leer en een over het kerkrecht. En die kwesties spelen in een steeds meer verzuurd klimaat. Dat klimaat is eigenlijk de derde kwestie. Eerst de leer. In mei 1942 doet de synode een aantal leeruitspraken. Met algemene stemmen.' Grote opluchting. Weinig blijft over van de zware beschuldigingen van de VU-hoogleraren Kuyper en Hepp in de synode van 1936.2 De leeruitspraken veroordelen niemand. Maar de vreugde duurt niet lang. Want de synode laat een (niet door haarzelf officieel vastgestelde)3 Toelichting op de leeruitspraken verschijnen.4 En zij besluit: voortaan moeten kandidaten bij de kerkelijke examina instemmen met de leeruitspraken.5 Men leest in den lande de leeruitspraken in het licht van de Toelichting,6 en de bezwaarschriften tegen leeruitspraken en kandidatenbinding stromen binnen. Schilder is bij de behandeling van de leeruitspraken niet aanwezig geweest.' De beschuldigingen zijn indertijd in een openbare vergadering gedaan. Daarom is zijns inziens een behandeling in comité8 niet eerlijk. Ook kan Schilder zich niet publiek verdedigen: hij heeft van de Duitsers een publicatieverbod gekregen.9 Na herhaalde oproep10 berust de synode in de afwezigheid van Schilder." (Vreemd genoeg wordt de afwezigheid later één van de overwegingen in het schorsingsbesluit. 12) De volgende synode van Utrecht behandelt de bezwaarschriften in september 1943. Zij doet dat aan de hand van een lijvig Prae-advies van 78 bladzijden, dat pas enkele dagen voor die tijd aan de synodeleden is toegestuurd.13 De synode handhaaft éérst de leeruitspraken14, en besluit dan tot een samenspreking met de bezwaarde broeders; in de hoop dat zij door de argumenten van het Prae-advies van de juistheid van de leeruitspraken worden overtuigd.15 Maar daarmee heeft naast de Toelichting nu ook het Prae-advies een semi-officiële status gekregen; geen bezwaarde kan meer om het Prae-advies en zijn argumenten heen. In de discussie wordt gezegd: terugnemen van de leeruitspraken kan niet, want dat is een miskenning van de leiding van de Heilige Geest. De synode is geen studentenvereniging die zomaar iets kan terugnemen.16 Ook de kandidatenbinding blijft gehandhaafd." In november volgt een tweede ronde. Deputaten rapporteren over de samenspreking met de bezwaarden, de 'mosterd na de maaltijd'.18 De bezwaarden hebben op verzoek van deputaten een Verklaring van gevoelen geschreven. Die wordt door de deputaten niet behandeld: de synode moet niet de positieve verbondsbeschouwing van de broeders onderzoeken, maar hun bezwaren tegen de leeruitspraken.19 De uitslag van de tweede ronde valt in december. Schilder adviseert schriftelijk: trek het meest acute punt, de kandidatenbinding, in; de rest kan wachten tot na de oorlog. Dat wordt verworpen.20 Daarna stelt de synode: er mag in onze kerken niets worden geleerd, dat met de leeruitspraken niet ten volle in overeenstemming is. Dezelfde dag zegt ze het nog anders: instemmen, maar op één punt niet bestrijden.21 De binding vliegt alle kanten op... In de zomer van '4422 volgt de laatste ronde. Vanuit de kerken zijn allerlei voorstellen voor een andere formulering gekomen. Het commissierapport is door een prae-adviseur opgesteld: de commissie heeft er niet over vergaderd.23 Maar een vervanging van de leeruitspraken is niet meer mogelijk. Elke nieuwe formulering veroordeelt altijd min of meer de oude - en tegen de oude formulering zijn geen genoegzame bezwaren uit Schrift en belijdenis.24 De synode handhaaft de leeruitspraken2\ maar besluit - met algemene stemmen! - niet de zoveelste verduidelijkende brief aan de kerken te sturen.26 Blijkbaar was men uit-verduidelijkt...

De synode doet mij hier aan Jefta denken. Hij sprak een woord tegenover de Here en kon niet terug. En de schuld verschuift hij naar zijn dochter: zij is het, die hem in het ongeluk stort. De synode heeft niet doorzien: zij zwom in een fuik die steeds smaller werd. Zij raakte verstrikt in haar eigen besluiten. Een voor het aangezicht des Heren gedane leeruitspraak kun je op een volgende synode haast niet meer amenderen. En een leeruitsprak vraagt om binding, die - hoe graag de synode ook wil - niet meer weg te nuanceren is. Er zit een dwangmatige innerlijke logica in het proces. Dat is juist niet de leiding van de Heilige Geest geweest. De synode had in 1936 de theologische richtingenstrijd nooit moeten agenderen en via uitspraken confessioneel maken. Want over de confessie was er verder geen verschil. Het afschuiven van de schuld naar een ander is goedkoop. Was Jefta's dochter hem maar niet tegemoet gekomen. Waren die bezwaarden maar niet zo bezwaard geweest, en Schilder niet zo lastig en halsstarrig...27

Maar ze moesten wel: bezwaard zijn. En dat hangt samen met die tweede kwestie, die van het kerkrecht. Het Doleantie-kerkrecht onderstreepte de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken. In dat kerkrecht werd gedoceerd en gecatechiseerd. Maar kort voor de oorlog ontstaat een felle polemiek over het 'nieuwe' kerkrecht. Dat legt grotere nadruk op de bevoegdheid van de meerdere vergaderingen.28 Daarom benoemt de synode in september '39 een deputaatschap. Het moet het tuchtrecht van de meerdere vergaderingen onderzoeken.29 Maar de discussie in de kerken is nog niet uitgekristalliseerd en het deputaatschap nog lang niet klaar,30 als het in 1942 tot een conflict komt. Dan besluit de synode: omdat de kerkorde het niet verbiedt zal de volgende synode één jaar later dan gebruikelijk in 1943 bijeenkomen.31 In september '42 komt de synode weer samen om o.m. een hoogleraar in Kampen te benoemen32. In brieven betwist Schilder (om mij tot hem te beperken) de wettigheid van deze zelfverlenging,33 en kondigt hij aan zich met zijn bezwaren naar elders te wenden: de kerkeraad van Kampen.34 De synode neemt de brieven eerst voor kennisgeving aan,35 maar stelt ze later onder het uitspreken van sterke afkeuring in handen van een commissie, die haar nader moet adviseren.36 In oktober '42 eist de synode van Schilder de categorische verklaring (vóór 15 november) dat hij zich de facto conformeert aan de besluiten van de synode en aan de uitvoering van die besluiten op loyale wijze meewerkt.3' Schilder schrijft terug (gezamenlijk met Greijdanus)38: u heeft principieel het recht niet een dergelijke eis te stellen39. Het gaat hier om de principiële kwestie: hoeveel 'rek' zit er in artikel 31 K.O.: 'Hetgeen door de meeste stemmen goedgevonden is, zal voor vast en bondig gehouden worden. Tenzij dat het bewezen worde te strijden tegen het Woord Gods, of tegen de artikelen in deze generale synode besloten, zolang als dezelfde door geen andere generale synode veranderd zijn'. Er is in de kerkorde van die dagen geen 'techniek voor het bezwaard zijn'. Als een synodebesluit voor iemands geweten ingaat tegen Gods Woord of de kerkorde - wat is dan kerkelijke trouw! Ja zeggen, en je conformeren, totdat een volgende synode het gewraakte besluit intrekt? Of: nee zeggen, ik mag me niet conformeren, en ik ga de discussie in de kerkelijke weg aan - in een soort afkoelingsperiode?40 Het gaat hier, schrijft Schilder, om een kerkrechtelijk principe van de eerste orde.41 Wie hier buigt schept een precedent en legt de interpretatie van de kerkorde voor de komende jaren vast.42 In 1942 al betitelt de synodecommissie het optreden van Schilder als het verwekken van scheuring en muiterij in Christus' kerk.41 En aan de kerkeraad van Wezep schrijft de synode: 'Besluiten van een generale synode kunnen natuurlijk door een volgende gewijzigd worden, maar zo lang dit niet geschied is, zijn ze bindend. Meent iemand, om der consciëntie wil zich er niet aan te kunnen houden, dan mag hij zeker niet tegen zijn consciëntie handelen, maar moet hij dan ook tevens tot de conclusie komen, dat hij met het kerkverband moet breken'.44 Daartegenover zegt Schilder: dan is er ook geen kerkverband meer mogelijk. Het opmerken van zonden in de kerk dwingt niet tot stante pede heengaan, maar tot een poging tot reformatie.45 Schilder spreekt van een wrede stelling tegenover het door God gewilde kerkverband. 'Niet elkaar meer onderrichten. Niet bij zijn kerkeraad en vervolgens procederen. Aanstonds roepen: naar uwe tenten, o Israël!'.46 De kerkrechtelijke tragiek is geweest: de synode heeft geen denkpauze genomen over de techniek van het bezwaard zijn en de eventuele rek in art. 31 K.O. Er is geen brede kerkelijke discussie geweest, maar de 'kwestie Schilder' ontstond. De nietuitgekristalliseerde discussie werd aan een mens opgelost. Weer: een zichzelf versnellend proces, waar geen terug meer is. Tegenover gezag enerzijds stond principe anderzijds. En waar een binding wordt opgelegd, kan geen toegeeflijkheid meer zijn...

En er was reden voor een dergelijke denkpauze. Nu kom ik bij het verzuurde klimaat. In 1936 had de synode van Amsterdam een uitspraak gedaan over NSB en CDU. Kuyper en Hepp hadden hier bezwaar tegen. Maar van het recht een verklaring in de Acta op te laten nemen maakten zij geen gebruik.47 Hepp schrijft in december '40 in zijn blad Credo, zich in geen enkel opzicht aan dat besluit gebonden te achten.48 En Kuyper wijkt in zijn artikelen49 en kerkrechtelijke adviezen af van het besluit van 1936. In september '40 schrijft hij aan de Geref. kerk van Goes: zet NSB-ers niet onder censuur, want dat kan de grootste rampen voor onze kerken betekenen.50 In het Convent van afgevaardigden van protestantse kerken51 moest Kuyper vanwege zijn pro-Duitse houding al in oktober 1940 vervangen worden52, wegens 'hardhorigheid'.53 De classis Rotterdam dient een klacht bij de synode in over Kuypers artikelen in De Heraut54: hem moet gevraagd worden zijn lidmaatschap van deputaten Hoge Overheid neer te leggen. In december '41 krijgt Kuyper op eigen verzoek ontheffing.55 Tussen Schilder en Kuyper, 'Schilders eigenlijke tegenstander'56 kwam het tot een onverkwikkelijke affaire. Schilder was op 22 augustus '40 gevangen gezet. Dit vanwege een artikel dat eindigde met de woorden: 'Kom, Heere Oogster, ja, kom haastiglijk, kom over het Kanaal en over de Brennerpas, kom via Malta en Japan, ja kom van de einden der aarde, en breng uw snoeimes mee, en wees genadig aan uw volk; het is wel bevoegd, maar slechts door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen'.57 Kuyper schrijft dan aan de redacteur van de Friesche Kerkbode, ds. Veltkamp: Schilders gevangenschap, zo blijkt uit zijn verhoor, heeft niets te maken met een martelaar zijn voor Christus' zaak.""18 Schilders collega's Ridderbos en Greijdanus hadden inmiddels de bezetter op de hoogte gesteld van de juiste interpretatie van de bede aan het slot van het artikel: een bede om Christus' wederkomst.39 Schilder verwijt Kuyper dat hij deze juiste interpretatie bij de Duitse autoriteiten niet krachtig genoeg heeft verdedigd en daardoor zijn vrijlating vertraagd heeft. Kuyper legt de kwestie aan de synode voor en krijgt, zij het dan ook postuum, in 1945 eerherstel.60 Voeg daar aan toe, dat herhaaldelijk in de officiële briefwisseling tussen de synode en Schilder van de zijde van de synode twijfel doorklonk aan de noodzaak van Schilders onderduiken,61 dan is het klimaat wel helemaal vergiftigd. Meteen toen de synode aan Schilder de eis tot conformering stelde, heeft hij aan de synode de vraag voorgelegd: en waarom diezelfde eis niet aan Kuyper en  Hepp?62 De synode moet niet 'een geval Schilder' construeren, maar een algemene regel opstellen, waar ieder zich ten aanzien van art. 31 aan te houden heeft.63 Er was alle aanleiding om een denkpauze te nemen over de 'techniek van het bezwaard zijn'. Maar er ontstond een 'kwestie-Schilder', wéér als een zichzelf versnellend proces, waarbij uiteindelijk alleen maar verliezers zijn. In een verzuurd klimaat, waarin de schijn van het kwaad van het meten met twee maten niet vermeden is - en misschien ook niet vermeden kon worden...

Nog even terug naar Jefta. Te snel heeft hij van het slachtoffer een dader gemaakt. Maar levenslang blijft hij de vader van deze dochter. En het is goed, dat de synode van Almere zich dat gerealiseerd heeft bij haar verklaring over de gebeurtenissen van 1944. In elk geval: voor autonome zichzelf versnellende processen moet je heilig uitkijken...


E. Overeem (geboren in 1949) is predikant van de Gereformeerde Kerk (synodaal) te Haren (Gr.) en voorzitter van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (synodaal) te Almere. Adres: Schoutelaan 16, 9751 PM Haren.


Noten:
* Toespraak, gehouden bij de opening van de oktoberzitting van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (synodaal) te Almere, 1 oktober 1990.

1. Acta Sneek/Utrecht, art. 682, 699, 715. Dit 'met algemene stemmen' keert steeds als argument terug, tot in de schorsingen toe.

2. H.H. Kuyper: de toestand is ernstiger dan vóór Assen. Een beweging die de kerk vergiftigt. V. Hepp: gij Iaat dwalingen toe. De Reformatie , persverslag synode, 18 sept. '36.

3. Acta Sneek/Utrecht, art. 724. Art. 7806 maakt melding van een bezwaarschrift van synodelid ouderling Tieleman tegen de Toelichting. Dit bezwaarschrift wordt teruggenomen nadat de commissie die de Toelichting opstelde erover heeft gerapporteerd. De synode besluit de Toelichting publiek te laten verschijnen (artt. 788-7919. Later zegt Nauta: de Toelichting had achterwege moeten blijven. De machtiging aan de commissie is geen juist beleid geweest. We hadden niets meer moeten doen. Er was immers overeenstemming (interview, nu opgenomen in: Puchinger, Ontmoetingen met Schilder, p. 127v.).

4. Later is een apart besluit over de status van de Toelichting nodig: Acta Sneek/Utrecht, art. 855 (Bijlage CVII). Alleen de uitspraken zijn bindend. De Toelichting is een commissierapport. Maar: de waarde van de Toelichting is groter, omdat ze geschreven is na het synodebesluit. Daarom heeft ze 'als bron van de kennis van de bedoeling der synode eens des te grotere waarde'.

5. Acta Sneek/Utrecht, art. 801.

6. Janssen, De feitelijke toedracht, tien jaren kerkstrijd, p. 23v.

7. Acta Sneek/Utrecht, art. 550. Schilder verzoekt aantekening in de Acta, dat hij zich aan de gevallen beslissing - nl. de meningsverschilen te behandelen en eventueel daartoe de volgende synode uit te stellen tot 1943 - niet kan conformeren. Kort daarna is hij (vanaf 13 juli, na een mislukte poging tot arrestatie in Kampen) ondergedoken. Zie hiervoor Bijlagen bij het Kerkelijk Handboek vcm de GKN (onderh. art. 31 KO), 1946, p. 5v.

8. Vanaf 6 augustus 1940 vergadert de synode alleen in comité (Acta Sneek/Utrecht, p. 25).

9. Zie hierover zijn brief aan curatoren, opgenomen in Puchinger, a.w.,p. 118v. Ook zijn blad De Reformatie is voor onbepaalde tijd verboden. Het kan pas na de oorlog weer verschijnen.

10. Op 26 mei 1942 schrijft Schilder aan de synode: de - gedrukte - rapporten van de meerderheid van deputaten circuleren al in Amerika. 'Ik verlang geen positie aan uw eigen Hogeschool, die door heimelijke oppositie wordt ondermijnd'. Brief in Archief Generale Synode (Rijksarchief Utrecht). Op 27 mei telegrafeert de synode aan Schilder: bezwaren moeten ondergeschikt blijven aan gemeenschappelijke arbeid (Acta Sneek/Utrecht, art. 580). Schilder telegrafeert terug: ik ben van gemeenschappelijke arbeid op kardinale punten uitgesloten. Gemeenschappelijke arbeid betekent nu: de meningsverschillen niet behandelen (Acta Sneek/Utrecht, art. 590; telegram in Archief GS). De synode neemt het telegram voor kennisgeving aan. Op 2 juni benoemt de synode een commissie, die een oproep om toch aanwezig te zijn aan Schilder persoonlijk ter hand zal stellen en toelichten (Acta art. 646). Op 10 juni wordt aan Schilder telefonisch meegedeeld dat de behandeling van een minderheidsnota van zijn hand een dag later zal plaatsvinden (Acta art. 701).

11. Acta Sneek/Utrecht, art. 646 ('met leedwezen').

12. Acta Sneek/Utrecht, art. 392, overweging 3. De Toelichting op het synodebesluit tot schorsing van prof. dr. K. Schilder vermeldt op p. 5: Schilder heeft hierin 'zijn eigen recht meer gezocht dan het heil der kerken, of dat heil vereenzelvigd met zijn persoonlijke zaak'. Maar: pas na afloop van de behandeling der meningsverschillen (11 juni) besluit de synode, dat alle rapporten in het geheim archief zullen worden gedeponeerd (Acta Sneek/Utrecht, art. 715). Niet zonder reden leefde Schilder in de veronderstelling, dat hij als enige niet kon publiceren. En: kan een beslissing waar de ene synode met leedwezen in berust, door de volgende synode - die zich van harte met de conclusies van haar voorgangster verenigt (Toelichting Schorsingsbesluit, p. 5) - als overweging bij een schorsingsbesluit worden gehanteerd?

13. Van Dijk, Hoe het geworden is, p. 61. Op 25 februari 1944 schrijft de synode aan de kerken: 'Deze rondzending geschiedde zó tijdig (in 1905 werd het rapport over de leeruitspraken naar de gewoonte der toenmalige synoden slechts voorgelezen op de synode) dat alle leden zich van zijn inhoud op de hoogte konden stellen, en bij de behandeling is van overhaasting of onrijpheid niets gebleken' (Acta Utrecht, art. 390).

14. Een minderheid van commissie I pleitte ervoor, éérst met de bezwaarden samen te spreken (Acta art. 145,
Bijlagen XXXV).

15. Acta Utrecht, art. 173.

16. Aldus prof. dr. J. Ridderbos in de discussie. Scheps, Verslag van de zittingen der Generale Synode der GKN te Utrecht, p. 41.

17. Acta Utrecht, art. 173.

18. Aldus een der bezwaarden, die om dit argument niet deelnam aan de samenspreking: Acta Utrecht, Bijlage LIII,
p. 340.

19. Acta Utrecht, Bijlage LXVI. Zie ook: Scheps, a.w., p. 83, 109; Berkouwer, Zoeken en vinden, p. 335.

20. Acta Utrecht, art. 290. Het advies had de eenheid van de kerken kunnen redden, volgens De Vries, Schilder en de Vrijmaking, in: Geen duimbreed!, p. 167.

21. Acta Utrecht, art. 298. Een dag later besluit de synode (het gaat om twee kandidaten waar moeilijkheden mee zijn ontstaan): bij beide personen is het bezwaar beperkt tot één punt. Daarom kunnen deze kandidaten worden toegelaten, indien zij aangaande het betrokken punt beloven niets te zullen leren wat met de uitspraak der synode in strijd is en aangaande de overige punten hun instemming betuigen. Voor toekomstige gevallen benoemt de synode deputaten. Als bij de kerkelijke examina zich moeilijkheden voordoen, kan de classis geen beslissing nemen dan na advies en goedkeuring van deputaten (Comité-Acta, art. 170).

22. Op 25 februari '44 verbeterde de synode een door Amersfoortse predikanten ingediend wijzigingsvoorstel, Acta Utrecht, art. 343.

23. Acta Utrecht, art. 477. Bijlage LXXX, minderheidsnota Veltman/Meima.

24. Meerderheidsrapport, geschreven door prof. Grosheide. Bijlage LXXIX, p. 383.

25. Acta Utrecht, art. 485.

26. Na Toelichting en Prae-advies brieven van 11 nov. 43 (Bijlage LV) en 22 febr. '44 (Bijlage LXV).

27. Toelichting schorsingsbesluit, p. 11.

28. Zie hierover Deddens, Schilder en het kerkrecht, in: Geen duimbreed!, p. 180v.

29. Acta Sneek 1939, art. 183, Bijlage XXXVi.

30. Acta Utrecht, art. 269 (12 november 1943). De synode besluit de opdracht aan deputaten niet uit te breiden in de richting van de bevoegdheid van de meerdere vergaderingen in het algemeen. Deputaten zijn al ver gevorderd en hun rapport zal toch wel licht geven op de hier liggende vragen. Op dezelfde dag besluit de synode in Comité-zitting: het rapport zal door de volgende synode behandeld worden. Dit naar aanleiding van een verzoek van de P.S. Groningen: het rapport is niet tijdig aan de kerken toegezonden zodat de mindere vergaderingen zich er niet over hebben kunnen uitspreken. Comite-acta, art. 146.

31. Acta Sneek/Utrecht, art. 622. De beslissing is genomen met het oog op dringende zaken, in het bijzonder op verzoek van deputaten voor Correspondentie met de Hoge Overheid. Het gaat om art. 50 K.O. 'De nationale synode zal ordinaarlijk alle drie jaren eens gehouden worden, ten ware dat er enige dringende nood ware, de tijd korter te nemen'. Betekent 'ordinaarlijk' nu in de regel, of: naar de regel? De synode ging van de eerste opvatting uit. Dan kent art. 50 twee uitzonderingsmogelijkheden: de termijn kan korter öf langer dan drie jaar zijn. De bezwaarden gingen van de tweede opvatting uit. De tijd kan wel korter genomen worden, maar nooit langer!

32. In de aanstaande vacature-Greijdanus. De synode benoemt dr. H.N. Ridderbos, Acta Sneek/ Utrecht, art. 745, 747.

33. De eerste brief is gedateerd 17 juli 1942, en geschreven 'op reis' (Schilder is vanaf 13 juli ondergedoken). Hij spreekt van een 'bijeenkomst van afgevaardigden naar de generale synode' en acht deze onwettig: de synode mag haar (afgewerkte) agendum niet uitbreiden. Schilder kan geen brede uiteenzetting geven: in zijn huidige verblijf beschikt hij over geen enkel studieboek (brief in Archief Generale Synode). De tweede brief, ook 'op reis' geschreven, is gedateerd op 27 augustus en geadresseerd aan de vergadering van afgevaardigden naar de generale synode, (brief in Archief Generale Synode, zij is de eerste in de opsomming bij K.C. van Spronsen, De waarheid luistert nauw, bijdrage tot de kennis der jongste kerkelijke procedure, p. 9-12). Na een aantal inleidende opmerkingen over de afhandeling van de leergeschillen komt Schilder tot zijn eigenlijke punt: de verlenging van de synode. Hier kan een precedent geschapen worden zonder rijpe overweging van de rechtsgrond. Als de vergadering toch zaken behandelt buiten haar afgepaalde agendum wordt zij een onwettige en onbevoegde bijeenkomst van gedeputeerden. De Toelichting Schorsingsbesluit vermeldt (p. 6) ten onrechte, dat Schilder de aanstaande benoeming van een hoogleraar op het oog heeft. Uit de brief zelf blijkt dat nergens. De bezwaren van Schilder zijn algemeen.

34. Deze brief aan de synode is te vinden in Van Spronsen, a.w., p. 13. Schilder wijst op de kwestie Goossens, waarbij door de synode besloten is dat het geen zin heeft bezwaren in te dienen bij dezelfde instantie, die de besluiten nam (Comité-Acta Sneek, art. 157, 164, 171). Schilder schrijft aan de kerkeraad van Kampen, in een brief van 17 blz., geschreven 'op reis' in oktober 1942. Hij vraagt de kerkeraad 'zijn bezwaar uit te spreken' 'langs de kerkelijke weg'. Het zou z.i. 'aanbeveling verdienen', als de kerkeraad a) aan de afgevaardigden van Overijssel bericht, dat de synode tegen de kerkorde is ingegaan; b) uitspreekt dat de afgevaardigden hun bevoegdheid hebben overschreden, weshalve ook het door hen beslotene overeenkomstig art. 31 KO niet voor vast en bondig besluit kan gehouden worden; c) zich tot de classis en de particuliere synode wendt, opdat deze de afgevaardigden terugroept; d) de eerstvolgende synode de vraag voorlegt hoe ten aanzien van onwettige besluiten van haar voorgangster gehandeld moet worden. De brief is te vinden in Archief Generale Synode. Het gegeven advies werd later overweging 1 in het schorsingsbesluit, Acta Utrecht, art. 392.

35. Acta Sneek/Utrecht, art. 742.

36. Acta Sneek/Utrecht, art. 766, 768.

37. Acta Sneek/Utrecht, art. 785.

38. Niet aan het modercimen van de synode, maar aan de leden van het moderamen. Beide hoogleraren hadden immers bezwaren tegen de wettigheid van de synode!

39. Zie voor de brief: Van Spronsen, a.w.,p. 19.

40. Het verwijt van Schilder is geweest, dat de synode het 'tenzij' van art. 31 opvatte als een 'totdat': alle besluiten dienen te worden uitgevoerd, totdat een volgende synode het bewijs van strijdigheid met Schrift en aangenomen kerkorde heeft aanvaard. Deddens, a.a., p. 185. Zie ook: Schilder, Jaaroverzicht, in: Handboek GKN (art. 31 KO) 1946, p. 75.

41. In een brief aan het moderamen van de synode, Van Spronsen, a.w.,p. 56.

42. Dat blijkt ook uit het rapport van de commissie die aan de synode van Utrecht moest rapporteren over de wettigheid van de besluiten van haar voorgangster. De commissie acht het niet nodig dat de synode een nadere interpretatie geeft van art. 31 en 50 K.O., zoals gevraagd door de kerk van Rotterdam en de particuliere synode van Overijssel. 'Wanneer uw vergadering zich met de door uw commissie gegeven uiteenzetting verenigt, zal daarmee vanzelf aan dergelijke verzoeken voldaan zijn' (Acta Utrecht, Bijlage XXIX, p. 262. Janssen, a.w.,p. 111: 'We hebben dus in deze conclusies de voortaan geldende uitleg ( . . . ) als wettig verklaard een synode, die naar believen haar zittingen kan voortzetten over onbeperkte duur en mindere vergaderingen en kerkleden het recht ontzegt onder beroep op het 'tenzij' van art. 31 KO ( . . . ) haar besluiten althans voorlopig naast zich neer te leggen. De onbeperkte synodocratie is bevestigd'.

43. Acta Sneek/Utrecht, Bijlage CIII.

44. Acta Sneek/Utrecht, Bijlage CXII, p. 274.

45. Brief aan de synode d.d. 24 mei 1943, Van Spronsen, a.w.,p. 47.

46. Van Spronsen, a.w., p. 65.

47. Acta Amsterdam 36, art. 272.

48. Aangehaald bij Bouwman, Geen rechtskrenking, p. 36. 'Wij weten van velen, die zich van het begin af in die besluiten niet konden vinden. Hadden zij allen hun bezwaren in de kerkelijke weg aanhangig gemaakt, dan zouden zij nu sterker staan. Het kan zijn, dat zij erop gerekend hadden, dat de praeadviserende leden, die ter synode een verklaring hadden afgelegd, hen zouden aanmoedigen om zich tot een volgende synode te wenden. Terecht hebben deze leden zich daarvan onthouden. Zij mochten de schijn niet op zich laden tweedracht in de kerk te zaaien. Zij hebben zelfs ter synode geen enkele poging in het werk gesteld om anderen te overreden eenzelfde houding als zij aan te nemen. Zij wilden tot geen enkele prijs een actie tegen een kerkelijk besluit voeren. Zo staan wij er op het ogenblik nog voor. Wij zelf hebben ons van het besluit van 1936 dadelijk losgemaakt. Wij zijn er in geen enkel opzicht aan gehouden'. Hepp schreef dit twee weken nadat Schilder uit zijn gevangenschap ontslagen was.

49. Van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941, p. 307: 'Van feitelijke collaboratie moeten we spreken bij de door H.H. Kuyper in De Heraut geschreven artikelen. In algemene lijn komt die tot uiting in een zinsnede als: 'de leidslieden die God ons gaf, hebben dan ook niet stil gezeten in deze zomermaanden, maar de weg ons gewezen, die door de omwenteling in Europa ook voor ons volk nodig is geworden'.

50. De brief is te vinden in De Reformatie van 13 april '46. Opvallend is de zinsnede: 'Uw bezwaar dat men door de besluiten niet uit te voeren, feitelijk zich aan het kerkverband zou onttrekken, is niet juist'. Zie vooreen soortgelijke kwestie Van Roon, a.w., p. 287v.

51. Het mandaat tot dat Convent toe te treden werd aan Kuyper (als voorzitter deputaten Hoge Overheid) door de synode verleend, Acta Sneek/Utrecht, art. 386 (6 augustus 1940).

52. Zie Van Roon, a.w.,p. 287 en De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (populaire uitgave), IV, 2e helft, p. 718-721.

53. Acta Sneek/Utrecht, Bijlage LXX, p. 191. Later schrijft Buskes in In de Waagschaal, aangehaald in De Reformatie van 9 februari 46: 'Wat hebben wij de eerste maanden heftig gediscussieerd over het gebed voorde koning. Het merkwaardige was, dat velen, die voor mei 1940 elke zondag voor de koningin baden, erna die fatale datum geheel mee ophielden. Een hoogleraar van de VU ( . . . ) gaf zelfs het advies, om niet meer met name voor de koningin te bidden'. Schilder voegt er aan toe: 'Er loopt een verhaal, volgens hetwelk dr. Kuyper zou gezegd hebben, ook als wij de naam der koningin niet noemden, de Heere wel wist, wie we bedoelden, en dat ds. Buskes toen zou hebben gerepliceerd: inderdaad, en dan weet de Heere ook wel, wat voor vlees Hij in de kuip heeft'. Een zoon van Kuyper, Elisa Willem, overleed in januari '44 aan het oostfront in Rusland (De Dolerenden van 1886 en hun nageslacht, p. 292).

54. De brief is door C. Veenhof afgedrukt in De Reformatie van 7 februari 1948. 55. Acta Sneek/Utrecht, art. 4873, 490.

56. Ridderbos, Schilder en de Tweede Wereldoorlog, in: Geen Duimbreed!, p. 91.

57. De Reformatie van 16 augustus 1940. Het artikel is later opgenomen in 'Bezet Bezit', p. 85 - 93.

58. Brief van 9 september. Afschriften in Archief GS. De gehele correspondentie tussen Schilder en Kuyper is gepubliceerd in Bijlagen Kerkelijk Handboek GKN (art. 31) 1946, p. 58 - 85. Het merkwaardige is, dat in 1944 Rutgers als deputaat Hoge Overheid bijna hetzelfde schrijft aan Berkouwerals praeses van de synode. Prof. Nelis, Sturmbannführerder Sicherheitspolizei, heeft - aldus Rutgers - gezegd: 'Ten onrechte zoekt prof. Schilder op deze wijze zijn positie te versterken door zich als martelaar van de Sicherheitspolizei voor te doen, want hij wordt door deze niet gezocht, hij is vrij om naar Kampen terug te keren en hij is ook vrij in zijn persarbeid mits hij niet over politiek op staatkundig gebied schrijft' (brief van 19 juli, in Archief GS). Rutgers rectificeert deze uitlating in een brief van 24 juli aan Berkouwer (Archief GS). Dit n.a.v. brieven van A. Schilder aan Rutgers: 'noch mijn broer, noch ik kan inzien waarom het goed is, of weldadig, dat de welkomstgroet na twee jaren van afzondering zo bijzonder veel moet gelijken op een ongeargumenteerde morele belasting' (Brief van A. Schilder aan A. A.L. Rutgers d.d. 26 juli '44, Achief GS).

59. Acta Sneek/Utrecht, Bijlage LXXX, p. 194.

60. Acta Utrecht, art. 631. Comité-acta, art. 531.

61. In een brief van 23 febr. '43: 'u meent de uitnodiging tot een samenspreking niet te kunnen aanvaarden' (Van Spronsen, a.w.,p. 27). In een brief van 30 april '43: 'u hebt geoordeeld, u aan de mondelinge samenspreking te mogen en moeten onttrekken' (Van Spronsen, a.w.,49) meteen verwijzing naar de plicht der christelijke manlijkheid om ter synode of haar commissie te verschijnen (t.a.p.). Toelichting Schorsingsbesluit, p. 13; Schilder sneed elke samenspreking af.

62. Brief van 13 november '42 aan de leden van het moderamen Van Spronsen, a.vv.,p. 18.

63. 'Stel een algemene regel op, heb geen ruzietje met K.S., doch doe een wetswerk in en aan de kerk
- dan krijgt KS meteen wel zijn beurt' (van Spronsen, a.w.,p. 58).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1990

Radix | 68 Pagina's

Toespraak*

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1990

Radix | 68 Pagina's

PDF Bekijken