Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

God verdwenen uit de politiek? Echt niet!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

God verdwenen uit de politiek? Echt niet!

10 minuten leestijd

Eginhard Meijering

Hoe God verdween uit de Tweede Kamer De ondergang van de christelijke politiek in Nederland

Amsterdam: Balans 2012

204 pagina’s

ISBN 9789460034022

Voor mij ligt een vlot geschreven boek dat ik in één adem heb uitgelezen. Het gaat om Hoe God verdween uit de Tweede Kamer van dr. E.P. Meijering, oud-lector theologiegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. De niet vrolijke ondertitel is: “De ondergang van de christelijke politiek”. De auteur brengt in kaart hoe het spreken over God, hoe het beroep op Hem en Zijn openbaring, in de loop van de twintigste eeuw geleidelijk aan is veranderd, sommigen zeggen zelfs geruisloos is verdwenen uit de debatten in de Tweede Kamer. Hij doet dat aan de hand van een selectie van twintig debatten, gespreid over die honderd jaren; debatten die hij als representatief beschouwt. Zijn conclusie is dat christenen in de politiek gaandeweg meer nadruk zijn gaan leggen op de ethiek dan op de dogmatiek van de christelijke geloofsovertuiging. Of zij daarmee voldoende onderscheidend blijven ten opzichte van andere stromingen in (het midden van) de politiek, is de vraag die hij met zijn boek indringend aan de orde stelt. Boeiende stof voor elke politiek geïnteresseerde, voor mij temeer aangezien ik een belangrijk deel van deze periode zelf binnen het parlement heb meegemaakt.

Van pretentie naar presentie

Meijering begint zijn eerste hoofdstuk bij het aantreden van het kabinet-Kuyper in 1901. Het voorlaatste hoofdstuk is gewijd aan de komst van het paarse kabinet in 1994, een kabinet waar de christendemocraten voor het eerst na lange jaren geen deel meer van uitmaken. Het laatste hoofdstuk geeft een doorkijkje naar de tijd welke wij nu beleven. Scharnierpunt in de excursie over de twintigste eeuw ligt in het jaar 1967 toen de christelijke partijen hun meerderheid in de Kamer definitief verloren. Met nu en dan een piek omhoog is die daling in zeteltal al met al sterk doorgezet, met alle gevolgen daaraan verbonden. Voor de christelijke politiek een lesje in bescheidenheid; van pretentie naar presentie (een woordspeling van Willem Aantjes). Een presentie die al maar marginaler wordt, naar het lijkt.

Abraham Kuyper benadrukte in 1901 de antithese, het fundamentele onderscheid tussen christelijke en wereldse partijen, die “God het meespreken in de staatkunde ontzeggen” (met dank aan Hans Goslinga voor dit citaat, zie Trouw van 29 september 2012). Daarmee heeft hij een strijd aangewakkerd tussen wat toen rechts en links heette met als inzet de regeermacht. Debatteren met een beroep op God en Zijn openbaring in de Bijbel en de kerkelijke traditie was in die tijd en tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw eerder norm dan uitzondering. Dat wordt door Meijering met veel treffende citaten royaal aangetoond.

Er was in die tijd nog sprake van een ‘gedoopte natie’. Toen in de jaren twintig heftig gedebatteerd werd over de vraag of de Olympische spelen wel of niet naar Amsterdam moesten worden gehaald, ging een communist met de SGP-er ds. G.H. Kersten in debat over het onderscheid tussen de joodse sabbat en de christelijke zondag. Dat is op dezelfde manier nu welhaast ondenkbaar. Er is dus inderdaad veel veranderd.

Op zoek naar een antenne

Als gezegd, een twintigtal cruciale debatten passeert de revue. Een paar voorbeelden: de spoorwegstaking (1903), oorlogsdreigingen (1914 en 1939), het gezantschap bij de paus (1925), de Indische kwestie (1946-1949), crematie (1955), abortus (1980) en de kruisraketten (1986). Ook komt bij herhaling de samenwerking van confessionelen, de ene keer met socialisten, de andere keer met liberalen, aan de orde. Om nog één voorbeeld te noemen: de bede wel (en hoe dan) of niet in de troonrede.

Het is zonneklaar dat de wijze waarop de christelijke geloofsovertuiging in de debatten wordt ingebracht, van lieverlede verschuift. Ik doe dus aan de in het boek geschetste ontwikkeling op zichzelf niets af. Die is sprekend genoeg! Maar ik houd tegelijk staande dat de Naam van God de jaren door bij herhaling heeft geklonken. Naar ik hoop op de daarvoor gepaste en geëigende momenten, mogelijk wat minder vaak, maar dan toch. Het gaat natuurlijk ook om de context en om de vraag naar een klankbord, dat wil zeggen of er wel een antenne voor is. Dit zal ik met twee voorbeelden toelichten.

Ik herinner me nog goed hoe teleurgesteld de woordvoerders van de kleine christelijke partijen in de jaren tachtig al waren als er in belangrijke debatten op de kern van hun principiële beschouwingen nauwelijks werd gereageerd. Je zocht dan naar invalshoeken die daartoe wél noopten. De zorg daarbij was dan altijd geen concessies te doen aan de authenticiteit en kern van de inbreng. Zo refereerde ik, in de eerste de beste algemene politieke beschouwingen na verschijning ervan, aan Geert Maks boek Hoe God verdween uit Jorwerd, met het opwerpen van de vraag “hoe God verdween uit Nederland”. Dat viel op, maar leidde helaas niet tot de door mij beoogde bezinning. Wellicht kwam dat omdat ik benadrukte dat God Zich helemaal niet door mensen laat wegdenken uit Nederland, net zo min als uit Jorwerd (noch uit het parlement natuurlijk). Daar is Hij immers veel te groot voor. Zijn aanwezigheid is heus niet afhankelijk van het aantal keren dat Zijn naam in het parlement wordt genoemd, immers, daar staat Hij boven. God verdwenen? Echt niet! Wat dat betreft is de titel van het besproken boek beperkt, of slechts een vorm van beeldspraak, zoals de auteur op bladzijde 11 ook toegeeft. Anders liep het met een bewust uitgezocht citaat van de kerkvader Augustinus (354-430) dat ik een andere keer gebruikte om mijn algemene beschouwingen aan ‘op te hangen’. Bij die gelegenheid toonde minister-president Lubbers zich aangenaam verrast. Hij koos mijn inbreng tot startpunt van zijn antwoord aan de Kamer. Dat leidde vervolgens wel tot een inhoudelijk debat: winst voor de gedachtewisseling in het parlement.

Andere accenten

In het begin van de twintigste eeuw konden politici als Kuyper en Kersten nog redelijk onbevangen spreken over God en Zijn wil in het publieke bestel. De overgrote meerderheid van Kamerleden was nog gedoopt. De huidige generatie politici is geboren tijdens of nadat de secularisatie en de ontkerkelijking hun tol hebben geëist. Dat leidt noodwendig tot andere accenten. De breed gedragen, zo niet algemene tendens is nú dat religie maar geen plek moet hebben in het publieke domein. Religie is in veler ogen een privézaak geworden.

Toen Gerrit Zalm korte tijd fractieleider was van de VVD (2001 – 2002), werd er op het niveau van de fractievoorzitters een debat gehouden over normen en waarden in onze multiculturele samenleving. Die samenleving was enige jaren als een potentiële verrijking voor ons land gezien, maar door allerlei er aan verbonden schaduwkanten verstilde die lofzang. Zalm wierp mij in dat debat tegen dat ik nu eens moest ophouden met me te beroepen op Bijbelse noties om de positie van mijn fractie te markeren en mijn gesprekspartners op te wekken die noties serieus te overwegen en liefst te volgen. Zijn kernpunt was dat deze voor mijn fractie een gezag hadden wat voor hem niet mee te maken was. Daardoor ontstond in zijn ogen een ongelijke verhouding in het debat, en was een gedachtewisseling niet goed mogelijk. Hij raakte er naar eigen zeggen door op achterstand en ook een beetje in de war. Hierop spoedde ik mij naar de interruptiemicrofoon met de opmerking dat er dat inderdaad van komt, als je de Bijbelse waarden en normen terzijde legt in je denken en doen. Er was en bleef tussen ons een sfeer van vriendelijke collegialiteit, maar toch bleek er tegelijk een ‘kloof’ en werd een religieuze overtuiging als minder relevant verwezen naar de privésfeer.

Nog weer anders ging het in een geëmotioneerd debat over de dierziekten (vogelgriep, varkenspest, mond en klauwzeer). Ik had de vraag gesteld wat deze ziekten ons te zeggen hebben voor ons persoonlijke leven, voor onze samenleving, voor onze bedrijfsvoering qua veehouderijsystemen en dergelijke. Er geschiedt immers niets bij geval: God bestuurt alle dingen. Wat heeft ons dit dus te zeggen? Jan Marijnissen (van de SP) stoof naar voren en vroeg mij of ik nu werkelijk meende dat God dit had laten gebeuren. Zoveel narigheid, zoveel verdriet, zoveel dierenleed. Dat kon toch niet! Ik antwoordde hem dat God dit niet deed uit lust tot plagen, maar om ons dicht bij Hem te brengen tot ons behoud. Op zulke momenten is het in de Kamer bladstil door intense betrokkenheid! Het niet te loochenen proces van ontkerstening van het Nederlandse parlement ten spijt. Zeker, ándere accenten, maar de kern van het christelijke getuigenis klinkt nu en dan, zij het wat ons betreft in alle gebrek. God verdwenen? Neen dus.

En nu verder

Vergis ik mij als ik zeg dat een vorm van ‘agressief secularisme’ oprukt in ons land (trouwens ook breder in Europa!), een ‘neutraal geloof’ dat het christelijke geloof uit de samenleving wil bannen? Ik ben daar niet gerust op. De grote uitdaging voor de christelijke politiek is hoe daartegen een oprecht en geloofwaardig front kan worden gemaakt. Een daadkrachtige reactie is geboden vanuit de innerlijke overtuiging dat de Bijbelse waarden en normen voluit zegenrijk zijn voor land en volk. Het boeiende boek van Meijering helpt ons de achtergronden van de verschuivingen in de christelijke politiek tegen het licht van de tijdgeest in onze postchristelijke samenleving te verstaan. Die verschuivingen staan uiteraard niet los van de veranderingen in christelijke kerken en kringen. Je kunt nu eenmaal niet verwachten dat als de kerken al leger worden, de steun voor christelijke politieke partijen zal blijven, laat staan groeien. Een probleem ligt er dus wél!

De frequentie van tegengeluiden neemt evenwel toe. De Britse oud-premier Tony Blair riep in juli jl. in The Telegraph christenen ertoe op om in het publieke domein weer vrijuit over God te spreken. Bij gelegenheid van de uitreiking van een eredoctoraat aan aartsbisschop en Nobelprijswinnaar Desmond Tutu werd er in Groningen krachtig toe opgeroepen dat het seculiere Europa godsdienst weer positiever gaat waarderen, omdat in het vaderland van bisschop Tutu, Zuid-Afrika, was gebleken dat religie helpt bij het beëindigen van conflicten.

Meijering zelf mengt zich ook in de discussie over de vraag hoe het met de christelijke politiek verder moet (Reformatorisch Dagblad, 29 september jl.). Ik zie deze bijdrage als een verdere uitwerking van zijn laatste hoofdstuk in het boek. Er moet voor een expliciet christelijke koers worden gekozen. Een ethisch christendom en een feitelijk humanisme liggen te dicht bij elkaar. Een aangepast christendom is niet onderscheidend en wervend genoeg. Sleutelwoorden zijn herijking, herbronning, revitalisatie. Terug naar de authentieke wortels, in de taal van 2012. Daaraan moeten de christelijke partijen werken. Overigens begint dat in de kerken, als het goed is. Het is een kwestie van gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Zelfs al zou ik het een waardeloos boek vinden – het tegendeel is waar, dat moge duidelijk zijn geworden! – dan nog maakt een noot op pagina 213 (deel 2, hoofdstuk 5, noot 8) alles goed. Ik citeer met een knipoog: “Lang na de Tweede Wereldoorlog zou de vrijzinnige predikant L.H. Ruitenberg, die met Drees een tijdlang in het hoofdbestuur van de PvdA zat, eens vertellen dat Drees tegenover hem als zijn persoonlijke mening te kennen gaf dat men, als men christen is, dat op de manier van de SGP zou moeten zijn. Al het andere was volgens Drees een slap aftreksel.” Terecht blijft Meijering het CDA, de ChristenUnie en de SGP onderscheiden. Tot de dag van vandaag is er immers onderscheid, ook wat betreft het thema van zijn boek.

Ir. B. J. (Bas) van der Vlies was lid van de Tweede Kamer van 1981 tot 2010 namens de SGP-fractie. E bjvdvlies@kliksafe.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2012

Radix | 80 Pagina's

God verdwenen uit de politiek? Echt niet!

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2012

Radix | 80 Pagina's

PDF Bekijken