Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Critiek op de Christelijke vakbeweging.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Critiek op de Christelijke vakbeweging.

8 minuten leestijd

II.

In den laatsten tijd is uit eigen kring van moer dan een zijde critiek geoefend op onze christelijke vakbeweging, en niemand heeft dit zoo sterk-principiëel gedaan als Dr Nederbragt in zijn bekende Proeve. In het zevende hoofdstuk van zijn „Inleidende beschouwingen", hetwelk handelt over: '; , ^„Van eenling tot menschheid in de eco-'nomie", somt hij niet minder dan tien „gevaren en bezwaren" op, die in de huidige arbeidersgemeenschap schuilen, of daartegen kunnen ingebracht worden, en dat tiental is:

lo. dat g!etracht wordt, de groepeeringen onder de menschen te doen plaats vinden naar het cri-• teri'um van het belanig, terwijl het criterum van de gemeenschappelijke roepinjg, welke men heeft, bijv. ondernemers en arbeiders samen, moet beslissen;

2o. dat aan het belang, zooals een groep individuen binnen de meer ideëele roepingggemeenschap dat hebben tegenover anderen in die geineenschap, wordt hooger beteekenis toegekend dan aan het recht, dat in die gemeenschap moet heerschen;

3o. dat dit belang van een groep binnen die gemeenschap eventueel bevorderd wordt ten koste van wat buiten die gemeenschap ligt;

4o. dat in verband met een en ander aan het materieele de voorrang toegekend wordt boven het ideëele in de' roepingsgemeenschap, maar gaandeweg ook daar buiten, zoodat de geheele levensopvatting vermaterialiseert;

5o. dat er ook reeds materieel genomen, een streven ontstaat, geheel buiten verband met de eigenaardigheden, mogelijkheden, eischen en belangen van de grootere gemeenschap, waarin men leeft; C

6o. dat de zelfz'ncht dientengevolge gaat overheerschen, eerst binnen de roepingsgemeenschap, maar op den duur ook in het geheele leven der betrokkenen; '

7o. dat ijver en toewijdirug geleidelijk te loor gaan en ten slotte zoo min mogelijk gepraesteerd wordt voor zoo groot mogelijke voordeelen;

8o. dat in de roepingsgemeensohap een sfeer van strijd wordt geschapen, die het onmogelijk maakt, gemeenschappelijk en naar ideale opvattingen een roeping te vervullen;

9o. dat het besef der individuen de verantwoordelijkheid, die in eerste instantie zuiver individueel is, naar de gemeenschap, c.q. op de leiders, verlegt;

lOo. dat zich leiders opwerpen, die nóch het belang van de grootere gemeenschap, nóch het belang van de roepingsgemeenschap, nóch het waarachtig, het ideëel belang van de individuen op het oog hebben, maar slechts eigen belang beoogen, ten bate waarvan z'e, tot schade van alle hoogere belangen, de betrokken individuen leiden in de richting, die dezen zelf verkozen hebben.

Deze bezwaren, die natuurlijk tegen elke belangengemeenschap, en dies ook tegen die der werkgevers kunnen gelden, al verliezen zé ten opzichte van deze organisatie veel van hun kracht, brengen Dr Nederbragt er toe om den tegenwoordigen vorm van vakvereenigingen te verwerpen, evenals hij ook het stakingsrecht a, bsoluut veroordeelt. Hij wil een anderen weg. De arbeiders moeten tegenover de exploitatiezucht van den patroon op andere wijze hun belangen verdedigen.

„In de eerste plaats, zoo zegt hij, (echter in een ander hoofdstuk over: „De arbeider en zijn positie"),

is er geen sterker wapen in de wereld ter behartiging van het eigenbelang dan plichtsbetrachting, toewijding', geheele overgave aan zijn taak, bijna zou men kunnen «eggen belangeloosheid; de Christen moet het ook in het arbeidsleven daarmede diirven wagen, wetende, dat God voor zijn lichamelijke behoeften .zorgt. Voorts wijs ik er op, dat als, , niet door belanghebbenden, maar door de ware leiders des volks, die niet door demag, ogie hün eigenbelang .zoeken te bevorderen, de publieke opinie bearbeid wordt ten glunste van gqede verhoudingen, ook in het arbeidsleven, door de pers en op de tribunes, daarvan , zeer veel is te verwachten. In de derde plaats mag worden aangenom.en, dat de arbeiders zelf , zeer veel ten g; oede kunnen doen, als .ze de hëusche vakvereenigjngen stichten, die voor het belang van het vak opkomen, maar waarin dan vanzelf ook de goede verhoudingen in het arbeidsleven verdediging vinden, al is het ook, dat ; ze, wat het finantieele betreft, slechts de haar toekomende zeer ondeiig: eschikte rol spelen en van het scherpe eigen-belang-karakter '.zijn ontdaan. En ten slotte is er de overheid, die ertegen heeft te waken, dat in» het arbeidsleven geen onrecht, ook niet het onrecht der Uitbuiting' van den economisch (voorheen) .zwakke, plaats vinde."

Dr (Nederbragt spreekt ten slotte nog uit, dat de door hem verdedigde methode minder succes belooft dan de gewone, maar hij meent, dat Gods Woord geen andere methode toelaat.

„Zie ik goed, zoo zegt hij, dan mag ook hier worden toegepast het woord, dat het noch door kracht, noch door geweld, maar door Gods geest geschieden zal, tenvijl mede alles afdoend is het woord van den Christus, dat slechts hij het leven behouden zal, die bereid is het te verliezen."

Deze bezwaren zijn dus van emstigen aard. DT JNIederbragt beroept zich ook hier op Gods "W'oord.

Hij haalt zelfs bepaalde teksten voor zijn gravamina aan, en wanneer hij gelijk heeft, moeten alle vakvereenigingen, en dies ook onze christelijke, verdwijnen, omdat ze in strijd zijn met de Heilige Schrift. En dit is het punt, waarop ik de aandacht wil vestigen. De meer-economische argumenten va]len buiten het kader van dit blad. Het karakter van deze rubriek brengt met zich naee, dat ik' mij bepaal tot de Schriftgegevens, en evenals ik znlks deed ten opzichte van de exegese van Mattheus 6:33, en de waarde van het goud, vnl ik ook het beroep van Dr N. toetsen aan de uitspraken, die hij zelf naar voren brengt. En zulks is geen overbodige weelde. Het bestaansrecht onzer christelijke vakactie staat m. i. hier op het spel. Het gaat hier om een to be or not to be. Voor mij heeft ae Schrift, ook in de sociale vragen, zulk een absolute autoriteit, dat, indien de verklaring van Dr N. juist is, wij met alle kracht tegen de christelijke vakactie moeten ingaan, en de 'Kerk, die nog de tucht handhaaft een dure roeping heeft te vervullen. En Dr N. staat niet alleen. Onlangs is een brochure verschenen, die wel niet in één adem met de lijvige „Proeve" te noemen, en in argumentatie en Schriftuitlegging' niet bijster gelukkig geslaagd is, maar toch tracht te betoogpn, dat alle streven naar loonsverbetering, gelijk dit geschiedt in onze sociale actie, tegen Gods Woord ingaat, en een Christen alle dingen rustig en kalm van de vaderhand Gods moet verwacihten. " •

Zulk een critiek oefent invloed. Zij maakt nog meer indruk dan een economische veroordeeling.

Onze menschen zijn zeer vatbaar voor Schriftuurlijke beschouwingen.

Zij luisteren gaajne naar een ieder, die zich op het getuigenis des Heeren baseert, en dit is een goed teeken, maar kan ook tot verkeerde conciusiën leiden, en ongewenschte praktijken veroorzaken. En waar mij ter oore kwam, dat onze christelijke vakactie in den laatsten tijd telkens op zulke „principiëele" bezwaren stuit, en, nu de Novemberdagen van 1918 hoe langer hoe meer uit den gezichtkring verdwijnen, veelvuldige apathie en lantipalhie tegen haar openbaar wordt, meen ik over deze bijbelsche argumenten iets te moeten zeggen.

Daarbij komt nog iets.

Nog een ander verwijt heeft de christelijke vakbeweging getroffen.

Er is ook gesproken van het Mammonisme, dat in haar zou binnengedrongen zijn, en mijn waarde, ijverige medewerker in de actie voor ons gereformeerd jeugdwerk in den Haag, heeft in zijn vierenvijftig bladzijden tellende brochure, die deze beschuldiging bevat en uiteenzet (i), in niet minder dan negen stellingen zijn standpunt verdedigd. Deze stellingen zijn de volgende:

I. Uiterlijk geeft de Vakbeweging — inzonderheid de Christelijke — teekenen van bloei.

II. Een diepere beschouwing geeft echter geen redenen tot bijzondere verheuging.

III. De groote bloei (uitwendig) dateert van 1918, en juist van dien tijd af is er innerlijke achteruitgang.

IV. Het leven der resp. organisaties kan niet bloeiend worden genoemd, omdat het egoïsme velen beheerscht.

V. De nieuwe gevaren, welke dreigen als gevolg van de actie der Christen-Socialisten, mogen niet onderschat worden.

VI. Daarom móeten wij! èorgeil, 'dat de 'Chr. Vakbeweging zoo sterk mogelijk worde gemaakt.

VII. Dus moet de Christelijke vakbeweging haar propaganda vóór alles gaan voeren onder de georganiseerden en dan pas onder de ongeorganiseerden.

VIII. Een strenge controle moet Worden geoefend bij het toetreden van nieuWe leden, opdat zijl, die zich uit bij-bedoelingen organiseeren, worden geweerd, alsmede die welke den klassenstrijd aanvaarden.

IX. In woord en geschrift moet worden gewezen op het ware karakter onzer beweging, en met kracht dient èn de socialistische èn de egoïstische stroom te worden gekeerd.

Ook deze grieven dragen een ernstig - karakter. Ze dood te zwijgen zou de onvoorzichtigheid zelve zijn.

Dat verdient de schrijver, die zijn hait aan onze christelijke organisaties verpand heeft, allerminst, en ik wil zijn bezwaren tegelijk bespreken, met die yan Dr Nederbragt. Ook deze vreest immers voor zelfzucht en vermaterialiseering, en het wordt tijd, dat wij deze klachten onder de oogen zien. Ik hoop dit in een volgend nummer te doen.


1) .J. H. Scheps, Het Mammonisme in de christelijke vakbeweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Critiek op de Christelijke vakbeweging.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken