Bekijk het origineel

Een zeventiende-eeuwsGhe Gideon.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een zeventiende-eeuwsGhe Gideon.

7 minuten leestijd

Inhoud van de varige artikelen.:1. De verkeerde beoordeeling van Croaiwell tot in de eerste helft der negentiende eeuw en de oorzaken daarvan. 2. Cromwell de zeventiende-eeuwsche Gideon. Ter verldaring van Cromwell's strijd oen koiie schets van de kerkelijke toestanden in Engeland vana! 1534. Wat men te verstaan heeft onisr de Puriteinen.

II

In hoofdzaak onderscheidt men de Piuriteinen in Presbyterianen en Independenten.

De Presbyterianen waren niet (zooals de gematigde Episcopalen) tevreden met het uitzuiveren van den Roomschen zuurdeesem wat de kerkgebruiken betreft, maar wilden ook geheel breken met het stelsel van Kerkregeering: in plaats van het bisschoppelijk bestuur wilden zij, dat elke plaatselijke gemeente zon - worden geregeerd door ouderlingen (Presbyters; vandaar hun naam); dat boven de Kerkeraden zou staan de Classicale Vergadering, boven deze de Provinciale Synode en boven de laatste weer de Nationale Synode. Zoo was het in Schotland, waar door den arbeid van den Calvinistischen Hervormer John Knox de Ptesbyteriaansche Kerk Staatskerk was geworden en de Nationale Synode (the National Assembly) dikwijls een overwegenden invloed op den gang der staatszaken uitoefende. Zoo wilde het ook de eerste op den voorgrond tredende woordvoerder der Presbyterianen in Engeland, Thomas Gart­ wright, in den tijd van koningin Elizabeth.

Ook hij had te Geneve gestudeerd. Hij wilde een Staatskerk, evengoed als de Episcopalen, maar naar het Presbyteriaansche systeem. Hij was even onverdraagzaam als de fanatieke Episcopalen. Als er eenmaal een Presbyteriaansche Staatskerk was, zou hij voor geen dwang terugdeinzen om allen er in te vereenigen. Vergeleken bij wat hij durft te schrijven, is het niet onvermaarde vóór-Utrechtsche art. 36 onzer Geloofsbelijdenis onschuldig te noemen. Volgens hem was het de plicht der regeering om de besluiten der Presbyters uit te voeren en „de verachters er van te straffen": zooals de Tudors (Hendrik VIII, Elizabeth) de Kerk hadden gemaakt tot een instrument der Regeering, zoo wilde hij de Regeering maken tot een instrument der Kerk. Ketters moesten ter dood gebracht worden. Berouw zelfs zou niet mogen baten. „Ik ontken", schreef Cartwright, „dat op berouw pardon moet volgen. ... Ketters moeten ter dood gebraeht worden. Als dit bloedig en fanatiek is, dan wil ik gaarne als zoodanig beschouwd worden, want dan is de Heilige Geest het ook".

Dit zijn inderdaad verschrikkelijke woorden. En hoewel weinig Presbyterianen het Cartwright zóó na zullen hebben durven zeggen, moet helaas erkend worden, dat, geleid door de absoluut verkeerde meening, dat er een Staatskerk moest zijn, waarin het geheele volk vrijwillig of gedwongen moest worden vereenigd, de Presbyterianen, toen ze in de gelegenheid waren (in Engeland van 1643—'49), weinig verdraagzaamheid jegens andersdenkenden hebben getoond. Daardoor hebben ze de schoone Calvinistische beginselen ook ten opzichte det Kerkregeering, in discrediet gebracht. En men kaïi voor hen minder dan dikwijls voor anderen in deze en voorafgaande eeuwen als excuus aanvoeren, dat het zoo in den geest des tijds lag. Want zij liadden tegenover zich menschen, die, al hadden ze dan niet zoo'n mooi systeem, of misschien heelemaal geen systeem, van kerkregeering — voorwaar geen gering gemis — in deze ééne groote zaai boven hen uitblonken, dat ze tegen een Staatskerk waren, en de vrijheid van geweten, de vrijheid van godsdienst, aandorsten. Dat waren de Indep enden ten.

De Independenten of Congr e ga ti Dualisten werden zoo genoemd, omdat ieder hunner gemeenten (congregations) onafhankelijk (in dependent) was, een complete kerk op zichzelf, zonder eenige classis of synode boven zich. Laatstgenoemde „eerwaarde vergaderingen" waren alleen nuttig „voor het bijleggen van geschillen tussohen de kerken, en om vriendschappelijken raad te geven maar niet voor het uitoefenen van eenige autoriteit zonder de vrije toestemming van de kerken zelf"-Zoo wordt het uitgedrukt door John Robinson, de predikant der Independente gemeente, welke te tó den een toevlucht tegen de vervolging in ei land had gevonden i) en waarvan een gedeelte, de beroemde Pilgrim Fathers, in 1620 naar Amerika trok; en deze Robinson, zoo zegt Maisson, „wordt tot op dezen dag beschouwd als de werijelijke stichter van de richting der Independe»-

ten, of het eigenlijke Congregationalisme". Het verschil met de opvatting der Presbyterianen ten op^ zichte van de kerkregeering wordt ons des te "duidelijker, wanneer we naast bovenstaande woorden van Robinson leggen de volgende uitspraak van de Schotsche (Presbyteriaansche) Nationale Synode van 1641: „De kerkelijke macht en autoriteit behooren aan de ambtsdragers der Kerk; de ambtsdragers van een plaatselijke kerk mogen deze macht niet onafhankelijk uitoefenen, maar met onderwerping aan classes en synoden provinciaal en nationaal".

Het is de glorie van de Independenten, diat zij het door woord en daad hebben opgenomen voor vrijheid van geweten en van godsdienst. Men kan zeggen, dat dit een logische consequentie is van hun kerkbegrip. Toegegeven desnoods! Al wil men het noemen een deugd van een gebrek (hoewel ze ten opzichte van een Staatskerk dan toch maar heel gezonde ideeën hadden, inderdaad hun tijd over 't geheel een stuk vooruit waren!), het feit blijft niettemin bestaan, dat zij voor het eerst in Engelsche ooren de nobele taal der gewetensvrijheid hebben doen weerklinken. Het waxen vooral de Engelsche Baptisten, een vertakking van de Independenten, die hierbij op den voorgrond traden.

Ik moet hier nog even David Masson laten spreken, die in rijn superieur werk The Life of Milton: in connexion with the History of his Time, zegt: „Niet aain de Kerk van Engeland, noch aan het Schotsche Bresbyterianisme, noch aan het Engelsche Puritanisme in het algemeen, komt de eer toe het eerst gegrepen te hebben het volledige beginsel van Vrijheid van Geweten, en de eerste verkondiging er van in de Engelsche taal. Die eer moet, geloof ik, toegekend worden aan de Independenten. in 't algemeen, en aan de Baptisten in het bijzonder".

Het was vanuit Amsterdam, dat de vluchtelingengemeente der Engelsche Baptisten aldaar in haar in 1611 gepubliceerde Geloofsbelijdenis deze edele woorden deed hooren: „De magistraat moet zich niet met den godsdienst bemoeien, omdat Christus is de Koning en AVetgever van de Kerk en het Geweten". — „Men gelooft", zegt Masson, „dat dit de eerste uitdrukking is van het absolute beginsel van Vrijheid van Geweten in de openbare belijdenis van eenige groep' van Christenen."

In 1614 verscheen een korte verhandeling, getiteld: Godsdienstvrede: of. Een Pleidooi voor Vrijheid van Geweten. Ze werd aan Koning Jacobus I en het Parlement aangeboden door „Leonard Busher, burger van Londen". Er is reden te gelooven, dat deze Leonard Busher lid was v; an de gemeente der Baptisten te Londen.

Het meest volledig en systematisch werd de volstrekte vrijheid van geweten verdedigd door den geamerikanizeerden Welshman Roger Williams (een vurig Independent) in zijn geschrift Het Bloedige Leerstuk. Het verscheen in 1644, toen hij uit Nieuw-Engeland naar Engeland was overgekomen.

Fel valt de groote Christen-dichter Milton, die zich aan de zijde der Independenten had geschaard, de Presbyterianen aan om hun onverdraagzaamheid. Zoo in zijn sonnet Op de nieuwe aanranders van het Geweten onder het

Lange Pa riem ent 2), waarin hij het de triumfeerende Presbyteriaansche meerderheid in het Parlement en hun vermaarde Synode van Westmmster toeroept: „Durft gij de hulp van het Wereldlijke Zwaard in te roepen om ons te dwingen in ons geweten, dat Christus vrijgemaakt heeft, en ons in plaats van de heerschappij' der Prelaten een hiërarchie van classes op den hals te leggen? " Het sonnet eindigt met de woorden:

New Presbyter is but Old Priest writ Large, hetwelk, in Vondels taal overgezet, zou luiden: De hanen van het nieuwe hok zijn zeker niet minder erg dan die van het onde.

De houding van den anderen grooten Independent, Oliver Cromwell, in dezen, hoop ik hierna in het licht te stellen. Want van historisch standpunt gesproken, loop ik gevaar de huid te verkoopen voordat de beer (in casu Kaïrel I en Aartsbisschop Laud) geschoten is: de Puriteinen (= Presbyterianen-p Independenten) konden zich de weelde niet veroorloven elkaar te lijf te gaan, voordat ze het met de Koninklijke en Bisschoppelijke dwingelandij (voorloopig althans) hadden uitgevochten. Ik zal dus thans in de eerste plaats moeten spreken over de verhouding tusschen den koning en de Puriteinen.


¹) Welk een eer toch voor ons goede-land, waar toen te'I Calvinisme in zijn kracht was! W; 'SiiaSi-

²) Het Lange Parlement was het Parlement dat den. str«d tegen Karel I had aangebonden en nu (plm. 1646) over de heele linie scheen te zegevieren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

Een zeventiende-eeuwsGhe Gideon.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken