Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PERSSCHOUW

6 minuten leestijd

Kepler.

15 November was het 300 jaar geleden, dat de groote natuurkundige Kepler stierf. In verband daarmede geven we onderstaand stukje uit het (Chr.) Duitsche • blad „Aufwarts" (vertaald) hier weer:

Als een liehttoren wees Kepler zijn tijd on ons den weg naar een grootsch, harmonisch wereldbeeld. Hij werd te Weilderstadt in Wurttemberg op 27 December 1571 geboren. Zijn voorouders waren Nürnbergsche patriciërs. Zijn lichaam was levenslang zwak, zijn geest geweldig sterk. Na een vreugdelooze jeugd studeerde hij in Tubingen Theologie, keerde zich echter, nadat hij in 1594 Professor in de „Mathematika" en de „Moraal" in Graz geworden was, meer en meer naar de Astronomie. De vervolging der Protestanten in Stiermarken echter verdreef hem, den overtuigden Protestant, van daar. Hij werd in 1600 assistent van den grooten Astronoom Tycho de Brahe in Praag en in 1601, na diens dood, zijn opvolger als Hof-astronoom van Keizer Rudolf II, die echter voor alles astrologische interessen had, waarmee ook Kepler rekenen moest. Toen de politieke verhoudingen in Bohemen gevaarlijk werden, poogde hij naar Wurttemberg terug te keeren, maar daar had zoowel zijn streven om Bijbel en nieuwe Astronomie te verzoenen als zijn opvatting betreffende het Avondmaal hem vele tegenstanders bezorgd.

Toen Rudolf in 1612 afstand van den troon deed nam Kepler een Professoraat in Linz aan. In Praag had hij zijn vrouw en een zoon verloren; in Linz hertrouwde hij. Daar werd hem het leven echter zeer verbitterd door den Lutherschen predikant en zijn Consistorie; daar noemde men hem, den trouwen zoon van zijn Kerk, toch spottend: „Warhoofdje" en „Van Lotje getikt". Hierbij kwam, dat men zijn moeder een heksenproces aandeed. Slechts met moeite bereikte Kepler haar vrijspraak.

Spoedig maakte hem de Contra-Reformatie het verblijf in Linz onmogelijk; ook bezorgde de late betaling van zijn tractement hem voortdurende zorgen. Daar Keizer Ferdinand II de achterstallige 12000 gulden niet betalen kon, verwees hij hem naar Wallenstein, die voor hem zelfs een drukkerij voor zijn groot Ephemeridenwerk ^) inrichtte, maar in de betaling evenzeer nalatig was. Rusteloos moest de groote Astronoom rondzwerven, tot hij in 1630 het plan opvatte om op den Rijksdag te Regensburg zelf zijn recht te bepleiten. Begin November kwam hij daar aan, werd echter ernstig ziek en ontsliep den 15en November. Zoo was Kepler's leven tot het eind vol van zórgen en een strijd om' het dagelijksch brood; hoewel Kastners epigram overdreven is: „Zoo hoog was nog geen sterveling gestegen, als Kepler steeg; hij stierf in hongersnood: hij wist slechts de geesten te verheugen, daarom lieten hem de lichamen zonder brood".

Kepler heeft op het gebied der Astronomie en voor alles ook voor de Optiek groote verdiensten gehad. Zoo gaf hij b.v. een heel goede theorie van het zien en bouwde hij een voortreffelijken telescoop; maar zijn grootste daad was de formuleering der naar hem genoemde wetten omtrent de bevv'eging van de hemellichamen. Wel had Copernicus reeds het Ptolemaeisch systeem, volgens welk systeem de hemellichamen zich om de aarde bewegen, door het „heliocentrische" met de beweging van de planeten om de zon vervangen, maar hij vond niet de wetten daarvan, ook geloofde hij nog, dat de planeten aan in draaiende beweging zijnde „sferen" of kogelschalen verbonden waren. Pas Tycho Brahe leerde, dat alle hemellichamen vrij in de ruimte zweven. Op grond van Tycho's waarnemingen en die van zichzelf, vond Kepler nu de groote Vïfetten voor deze beweging.

Steunend op deze wetten kon Newton later de beschrijving van de beweging der hemellichamen voltooien. Van belang is, dat Kepler zijn wetten door aanwending van de door Baco van Verulam geëischte inductieve methode vond, doordat hij van de waarnemingen uitging.

Kepler werd bij zijn groote ontdekking door de overtuiging van de in het heelal heerschende ordening en harmonie geleid, die hem ook tot een vast geloof in God bracht. Dat wordt duidelijk in vele zijner uitspraken, zoo roept hij b.v. in geestvervoering uit: „Groote Kunstenaar der wereld, vol verbazing zie ik de werken Uwer handen!"

Zoo wist hij dus wetenschap en godsdienstige overtuiging te vereenigen. Daarom noemde zich naar hem de „Keplerbond", dien ik met eenige vrienden in 1907 tot verweer tegen Haeckels Monisme en ter bevordering van de kennis der natuur onder ons volk, oprichtte.

Thans wil een Kepler-vereeniging ter eere van Kepler een astronomisch observatorium in Wurttemberg stichten.

(Prof. D. Dr Dennert, Bad Godesberg.)

Mogen wij nu meteen de aandacht vestigen op den „Keplerbund", die wellicht in ons land nog te weinig bekend is.

„Onbevooroordeelde wetenschap”.

Onder dit hoofdje vonden we in het „Alg. Weekbl. v. Christendom en Cultuur" het volgende stukske:

Jaren geleden gaf Ds H. Bakels een vertaling van het Nieuwe Testament, die voor leeken leesbaar was gemaakt. Prof. Meyboom schreef er een woord vooraf bij. De „Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur" bracht het boek in den handel. Het werk werd van geestverwante zijde begroet als een over het geheel wel geslaagde poging om de menschen van onzen tijd weer in aanraking te brengen met het Nieuwe Testament. Men kon er ook zeker van zijn, dat men hier niet in een van te voren vaststaande dogmatische richting werd voorgelicht, want de auteur stond vrij tegenover de duffe atmosfeer van allerlei kerkelijke traditie. Ds Bakels was een vrijzinnig man.

Hoe ver het gemis aan vrijheid van geest bij een man als Ds Bakels gaat, viel mij dezer dagen op toen i ik o.a. Romeinen 8 in zijn Bijbelvertaling las. Vanaf vers 38 worden de woorden „Want ik ben verzekerd" tot „ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods" met groote zware letters afgedrukt. Aan het slot staan dan de woorden: „welke is in Christus Jezus onzen Heer" met heel kleine letters. Deze laatste woorden zijn voor Ds Bakels minder belangrijk. Daarom vallen zij tegenover de verzen, die er aan voorafgaan weg. Het eigenaardige geval doet zich echter voor dat de hoofdzaak voor Paulus in deze laatste woorden gelegen was, dus juist in die woorden, die Ds Bakels klein laat drukken. Maar wat voor Paulus de hoofdzaak is, past niet in de Dogmatiek van Ds Bakels. En daarom maakt Ds Bakels Paulus in Romeinen 8 en passant tot lid van den Protestantenbond. Als men de feiten niet wenscht te laten spreken, kan men ze het beste laten buikspreken. Dan heeft men er geen last meer van. Maar wat dit met vrijheid van geest te maken heeft?

Een mooie uitdrukking: die van „feiten, die buikspi-eken".

Daartegen vecht de Gereformeerde Schriftbeschouwing al jaren. I

Mogen we in het vervolg deze uitdrukking ook eens gebruiken, wanneer het gaat tegen anderen, die naar onze overtuiging het Schriftgezag tekort doen? I I I f


') Ephemeriden zijn tabellen voor den dagelijkschen stand der, sterren..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken