Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Speculatie. ¹)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Speculatie. ¹)

14 minuten leestijd

Hoofdstuk A.

Algemeene inleidende opmerkingen.

Het is nuttig aanstonds enkele beperkingem te noemen, die wij ons bij d© behandeling van dit onderwerp moeten en willen stellen.

D© hier volgende bespreking wil in alle opzichten rekening houden met de bestaande, z.g. „kapitalistische", inrichting van d© wereldhuishouding. Wij zullen allo fantasieën achterwege laten, welke zouden zijn te maken ter zak© van ©en z.g. weréfdhuishouding onder één centraal bestuur. Wij aanvaarden het woord wereldhuishouding wel in den thans gebruikelijken zin, wanneer men met dozen term o.a. wil vaststellen, dat geen individu en evenmin eenig volk zelfstandig, geïsoleerd, ©en plaats op deze wereld kan innemen en dat dus de belangen ook van de volkeren onderling met allerlei vezels aan elkaar verbonden zijn. Wij stellen ons verre van wat men wel noemt Utopia, al zullen wij in het vervolg gelegenheid krijgen op een enkel punt een opmerking te maken in verband met zulk een Utopische wereld-inrichting.

Een tweede beperking, die wij ons • opleggen is deze, dat wij ons losmaken van de tegenwoordige crisis. Dat schijnt ©en zeer groote vrijpostigheid. Men zou inderdaad een verhandeling over speculatie in alle opzichten kunnen binden aan crisistijdperken en - verschijnselen. Onwillekeurig zou men een fout begaan, door alleen met de tegenwoordige crisis te rekenen en aldus te vergeten, dat niet elke crisis van dezelfde verschijnselen vergezeld gaat, zooals inderdaad met reden is te stellen, dat d© huidige crisis wel geheel onderscheiden van en veel ernstiger is dan voorgaande crises, o.a. die van 1907, om er nu een te noe-

men, die vóór den wereldoorlog ligt. Zulk een verhandeling zou echter minder passen op deze plaats; zij zou veel te veel „technisch" moeten worden en bovendien gevaar loopeti zeer spoedig achterhaald te worden door nieuwe verschijnselen.

Zou men aan zulk een crisisbespreking dan nog toevoegen *een bespreking van de speculatie, zooals die in gewone tijden bestaat, dan zou die veel te uitgebreid worden voor het doel, dat vrij ons thans hebben gesteld. Om deze redenen binden, wij ons in de navolgende bespreking aan gewone tijden, waarin wij natuurlijk niet volkomen zullen uitschakelen de vroeger algemeen gekende periodiek terugkeerende crises.

Ook om andere redenen zijn de beide evengenoemde beperkingen noodig. Van sommige zijden wordt de gedachte uitgesproken, dat de tegenwoordige crisis ons drijft naar een omverwerping van. wat men dan noemt de „kapitalistische" inrichting van onze maatschappij. Wij willen het over de gronden van die verwachting nu eens niet hebben, noch over de al of niet waarschijnlijke vervulling daarvan. Doch zooveel is wel zeker, dat uiömand zich heden zal kunnen voorstellen, hoe de nieuwe wereldorde, welke de tegenwoordige maatschappelijke inrichting dan zou moeten vervangen, er zal uitzien. Niemand zal verlangen, dat wij zouden trachten een beeld daarvan hier te ontwerpen. Dat de werkelijkheid wel eens, en meestal, heel anders wordt dan wat men in theorie vcorloopig opstelt, heeft ook Rusland wel geleerd.

» Hoofdstuk B.

Omschrijving van wezen, doel, voor-en nadeelen.

[. Komende tot ons eigenlijke onderwerp willen wij allereerst het voorbeeld i> oemen, hetwelk hierbg door sommigen gaai-ne gebruikt wordt. Vooruit zeggen wij daarbij, dat bij oppervlakkige beoordeeling, zoo ook bij het eerste aanhooren, de beeldspraak op profanie gelijkt. Daarom ga thans eerst vooraf, de verzekering, dat profanie niet de bedoeling is. En wanneer wij dan ook thans hetzelfde voorbeeld hier inlasschen, dan is dat alleen, omdat dat beeld de verdienste heeft ons plotseling tot vlak voor de kern van ons onderwerp. te stellen.

[> e bedoelde beeldspraak is, eenigszins brusfc samengevat, deze, dat Jozef de grootste graanspeculant is geweest, dien de wereld ooit heeft gekend.

Men verstaat thans wel, waarom wij vooraf d© verzekering wilden geven, dat profaneeren van de gewijde geschiedenis hier niet bedoeld werd.

Onder ons is vanzelfsprekend, dat Jozef tot zijn regeeringsperiode geroepen is door GoddeUjk© voorzienigheid en daarvoor een bijzondere Goddelijke openbaring heeft gekregen, waardoor zijn bekend advies aan Farao en zijn eigen uitvoering vam dien raad moeten worden bezien onder geheel bijzonder licht, vrijgemaalvt als het was van de zwakheden en betrekkelijkheden van alle menschelijk denken, zoodat wij belijden, dat het advies, bestuur en beheer van Jozef zóó rechtstreeks door God waren gewild, dat zij principieel onderscheiden zijn van al het doen en laten vain eenig menschenkind in dezen tijd, ook al wil zulk een menscheoikind, zooveel hem mogelijk is, rekening houden met Gods ordinantiën.

Wij zeiden zooeven, dat de beeldspraak daarom toch nuttig was en vermeld mocht worden, omdat zg ons met één ruk tot de kern van ons onderwerp voert. Wij moeten daarvan nu eerst rekenschap geven. Wat is die kern ? Deze: dat de natuur slechts in zekere, korte gedeelten van het jaar voortbrengt, wat, naar scheppings-orde, moet dienen voor het onderhoud van schepping en schepselen gedurende het volle jaar. Men merkt aanstonds het verschil, hetwelk wij hier nu maken tusschen de gewone orde, ook van dezen dag en de zeer bijzondere omstandigheden, waarvoor Jozef werd gesteld. Jozef heeft, geleid door Gods openbaring, een tijdperk van 14 jaren moeten omspannen. Dat is thans met aan de orde. Gelukkig ook niet! Maar wel is ons geboden, waar wij de vaste wisselingen van zomer en winter kennen, dat wij in den tijd van den overvloed zorgen voor de tijden, waarin niets meer groeit. Dat is een waarheid, zoO' groot, dait z^ bijna niet meer behoeft gezegd te worden, al schijnt het toch wel, dat menigeen (in eigen particulier leven en misschien ook wel de Overheid), daarvan niet meer doordrongen is en teveel bij den dag leeft. De oorzaak daarvan is gemakkelijk te vinden; de meesten van ons zijn teveel verwijderd van het leven in de natuur; ©li de toch zoo mooie organisatie van het maatschappelijk leven heeft zoozeer de nadeelen van die verwijdering weten weg te nemen, dat voor veel te velen het leven te gemakkelijk wordt gemaakt en nadenken over de wetten van de natuur schier overbodig schijnt.

Het is nu eenmaal een wet der natuur, dat er wisselingen zijn, dat er is ©en zeer korte tijd van geweldige productie en een zooveel grootere tijd, waarin de consumptie slechts teren kan op wat in enkele maanden, misschien slechts enkele weken van het jaar is voortgebracht. Het is de taaie van den mensch, die zijn denkvermogen niet voor niets ontvangen h©eft, te overwegen, hoe het moet gaan van het een© productie-tijdperk tot het andere. Welnu, veel van wat in dien tusschen gelegen tijd met den oogst van eenig jaar moet geschieden valt binnen het kader van ons onderwerp.

Door deze kern van het vraagstuk voorop te stellen, is, naar wij vertrouwen, oofe ineens duidelijk geworden, dat wij nu niet in de eerste plaats denken aan den effectenhandel, zooals zoo velen vrijwel alleen daaraan denken, wanneer zij het woord „speculatie" in hun mond nemen. Over den effectenhandel, welke slechts een onderdeel is van ons onderwerp, hopen wij nog nader te spreken. Laat ons thans trachten het begrip speculatie wat nader te omschrijven.

11. Wij stemmen in met de onlangs geuite bewering, dat een algemeen gangbare begripsomschrijving niet bestaat.

Het woord „speculeeren" is afgeleid van een Latijnsch woord, dat boteekent: om zich heen zien, verkennen, in oogenschonw nemen, op iets loeren. Al aanstonds blijkt hieruit, dat hij, die speculeert, zijn verstandelijke vermogens ingespannen heeft te gebruiken en dat dus de oorspronkelijke beteekenis het ijdel geluks-spel, wat zoo velen er in zien, uitsluit. Dit blijkt ook wel uit het gebruik van het woord „speculatief" in andere takken van wetenschap, waarin handels-oogmerken niet bestaan, o.a. in de wijsbegeerte en in de theologie.

D© enquête-commissie, die, nu veertig jaren geleden zich met het Duitsche beurswezen heeft bezig gehoudeji en in 1892/1893 de resultaten van haar onderzoek publiceerde, zag in speculatie „de verstandelijke werkzaamheid van degenen, die uit de ervaring van het verleden en de waarneming van het tegenwoordige een gevolgtrekking voor de toekomst maken en op grond van zulk ©en gevolgtrekking een economische handeling verrichten, met het oogmerk, daardoor ©enig vermogensvoordeel te behalen." ^)

Pierson geeft in het tweede deel van zijn bekend Leerboek van speculatie-handel deze omschrijving: „iedere tijdelijke onttrekking van goederen aan het verkeer, met het oog op een latere gunstiger gesteldheid der markt, of iedere transactie, waarbij partij wordt getrokken van een tijdelijk overvloedig aanbod, waarop men weet dat ©©rlang een levendiger vraag zal volgen." 3)

ïn de encyclopaedie van Winkler E*rins, laatst© druk, vindt men de volgende omschrijving: „Men geeft den naam van speculatie ook aan het bedrijf van den koopman, die bij zijn inkoopen of verkoopen met een vermoedelijke rijzing of daling van den prijs der goederen te rade gaat."

De Christelijke Encyclopaedie (uitgave J. H. Kok) spreekt als volgt: „Speculeeren, eigenlijk rondzien, bezichtigen, kijken, bespieden, gadeslaan; in den geest beschouwen, nadenken, navorscJien, di©pzinnig denken; vooral ook: handelsplannen maken, winst berekenen, op handelsvoordeelen loeren; inzonderheid plannen en berekeningen maken in zaken van financiën, geldhandel, rijzing of daling der fondsen, met het doei om veel en snel t© winnen, waarbij men in den regel veel waagt, vaak ook anderer toebehoorende gelden."

Nog ©en andere omschrijving is die van de groote; The Catholic Encyclopedia (New York) 14e deel, biz. 211/212: „Speculatie is een uitdrukldng, gebruild; met betrekking tot zaken-transacties om aan te duiden de belegging van geld met het risico van verlies of d© kans op buitengewon© winst.

Het woord wordt gewoonlijk alleen gebruikt, wanneer het gevaar van verlies grooter is dan bij gewoon zaken doen en bij voorzichtig geleid."

In de vrij uitvoerige toelichting, welke daarop volgt, wordt in de eerste plaats gedacht aan ©ffecten-(beurs)-speculaties. Het element van tijds-overbrugging wordt niet met zooveel woorden genoemd.

Wij zullen ons van het geven van meer definities onthouden; het geven van een eigen definitie mag in deze verhandeling achterweg© blijven, wanneer ik zeg, dat ik mij met de omschrijving van de genoemde Beurs-enquête-commissie, aangevuld met die van Pierson vereenigen kan. Vooral uit de omschrijving van Pierson blijkt duidelijk, dat de spe culatie, of, zooals Pierson zich uitdrukt, de speculatie-„hander', bedoelt een brug te slaan van het ©ene naar het andere tijdperk. D© speculatiehandel wil een schakel zijn tusschen producent en consument.

Er zijn meer schakels dan die, welke de speculatie slaat. Er zijn handelaren, die zich b©zig houden met het brengen van goederen van de centra der productie naar het breeder terrein der consumptie. Die geografische verplaatsing van goederen is, het wordt door niemand bestreden, als economisch nuttig t© beschouwen. In sommiger gedachtengang zou men in vele gevallen d e z © verplaatsing nog gevaarlijk kunnen noemen, n.l. bij hen, die niets liever zien, dan dat die verplaatsing overbodig worde doordat d© volkeren zich z.g. self-supporting maken, dus ook: door voortbrenging op eigen bodem zich onafhankelijk maken van de productie ergens anders op de wereld. Wijl zullen ons in dit debat nu niet mengen; wij releveeren slechts de stelling door meer dan een geuit, dat de internationale ruil van goederen gevaren m zich brengt en daarom vermeden dient te worden. Maar: wat daarvan juist of onjuist moge zijn, ©r bestaat géén mogehjkheid de verplaatsing in den tij d, de verbinding van opvolgende productie-tijdperken overbodig te maken. Ook al zou men d© huishouding van elk volk op zichzelf trachten te regelen, dan toch dient op dat nationale erf de behandeling van den oogst van elk jaar zóó te zijn, dat een regelmatige voorziening van de consumptie-behoeften tot den volgendon oogst mogelijk zij. Deze dienst nu, het overbruggen van twee tijdperken, is het werk der speculatie.

De speculatie tracht te bevredigen de behoeften van den producent, die op ©©n zeker oogenblik zijn oogst heeft binnengehaald ©n gaarne ten verkoop aanbiedt. (Terloops zij hier gezegd, dat de speculatie dikwijls v©©l eerder optreedt, soms reeds vóór den uitzaai den te verwachten oogst van den producent koopt.)

Aldus ontslaat d© speculatie den producent van de zorg en de moeite, die voor hem gelegen zouden zijn in het bewaren ©n in de behandeling, die d© oogst vereischt en in het zoeken van de consumenten, die bij ontstentenis van de speculanten als de afnemers van den producent zouden moeten optreden. Zij, de speculatie, stelt zich aldus tusschen den producent en den consument. Hiermede komen vrij tot de andere zijde van haai werkzaamheden: de speculatie probeert de door haar opgekochte goederen te verkoopen op zulk© tijdstippen als zij nuttig en juist oordeelt. Dat oordeel tracht zij te vormen door kennis te nemen van alle verschijnselen, waardoor zij de behoeften der consumptie kan afleiden en vaststellen. De ervaring speelt hier natuurlijk ©en groot© rol.

Men moet zich voor een verkeerde conclusie uit het voorgaande hoeden, alsof er een rechtstreeksche verbinding zou zijn tusschen den ©erstdptredenden speculant ©n den consument. Neen; de weg van producent tot consument is een zeer lange; de keten h©©ft talrijke schakels; de speculatie valt dan ook in allerlei onderdeel©!! uiteen. Wanneer wij dan ook over speculatie in het algemeen spreken, dan , wordt daarmede gedoeld op die groot© groep van menschen ©n instellingen, welke met geen. ander doel dan den tijd te overbruggen in het geheel© handelsproces een plaats innemen.

Hier is d© plaats een enkel woord in te vlechten met betrekking tot de ideeën, welke aan Utopia verbonden zijn.

De beschouwingen, die men aan dit vraagstuk wil vastknoopen, moeten alweer uiteenvallen in twee gedeelten, waarbij het ©ene gedeelte zich heeft bezig t© houdon met het vraagstuk van de self-supporting van een bepaald land, d© voorziening door eigen nationale productie in eigen, nationale consmnptie-behoeften, zooals boven als het ideaal van sommigen is genoemd. Zoover zijn betrekkelijk weinig landen; zoover is Nederland zeker niet; zoover zal Nederland vermoedelijk ook wel nooit komen. In al zulke gevallen blijft dus de iioodzakehjkheid om t©r voorziening in de consumptie-behoeften, ook elders in te koopen. Dan kunnen dus de werkzaamheden van de Overheid zich niet meer beperken tot de reguleering van de nationale productie en de nationale consumptie, maar moet zij noodgedwongen ©en plaats in het wereldverkeer innemen. Wat beteekent dit nu anders dan dat de Overheid van het eigen land, dat zijn dus alle inwoners tezamen, dan zou(den) dragen alle risico's, welke de speculanten, dat zijn tot nu toe particulieren, thans voor eigen rekening nemen? De particuliere speculanten van eigen natie zouden dan wel zijn uitgeschakeld, de internationale wellicht nog niet en: de speculatie zélf blijft ev©ngoed b©staan. D'aarmede worden dus dezelfde risico's, als thans reeds bestaan, gehandhaafd en aanvaard. Het eenige verschil is, dat die risico's worden geconcentreerd en voor de eigen volkshuishouding waarschijnlijk grooter zullen zijn dan thans. Want nu wordon verschillende plaatsen in het speculatieproces ingenomen ook door buitenland©rs. Zou d© Overheid streven naar het bereiken van den eersten producent, dan zon zij weliswaar de speculanten hebben uitgeschaield, maar dan is zij toch tevens zelf groot-speculante geworden. H©t hoofddoel: d© üjds-ovorbrugging, is dan bereikt. Maar het blijft een, laat ons zeggen, open vraag, of d© overheids-speculatie doelmatiger zou werken dan die der particulieren.

Wij willlen nu niet ingaan op de bezwaren, welke aan zulk ©en ontzaglijke concentratie zijn verbonden. Wij willen het evenmin hebben over d© be^ zwar©n, die sommigen steeds verbinden aan d© bemoeiïngen van de Overheid, wanneer die zich op het handelsterrein gaat begeven. Wij; willen slechts stellen, dat, indien de Overheid een plaats zou gaan innemen in den wereldhandel, om over te nemen de taak, welke de speculatie, door particulieren gedreven, thans vervult, aan de finantiëele' belangen van bet volk risico's zou stellen, die, principieel, dezelfde zijn als die, welke thans bestaan. Wij laten nu maar in het midden, of die risico's voor-, dan wel nadeelen brengen. Het Itomt ons voor, dat de klank van het woord speculatie voldoende doet denken aan de verlieskansen, daaraan verbonden.

Dit alles zou anders zijn in het volstrekt Utopia, zooals sommigen zich dat ontwerpen, een wereldhuishouding onder één centraal bestuur. Hier zou een opkoopen en distributie door de centrale Overheid van de gansche wereldproductie naar alle uiteindelijke consumenten, dus de tijds-overbrugging, mogelijk zijn zonder eenig winstbejag. Wij willen verklaren aan de mogelijkheid van zulk een wereldhuishouding niet te gelooven, en het tijdsverspilling te achten, daaraan eenig woord te besteden.

De conclusie van dit korte tusschenvoegsel moet dus zijn, dat de eventueel© bemoeiingen van de Overheid in het proces, hetvfelk de productie en de consumptie omspant, de speculatie, inclusief het winstbejag van (stel alleen maar buitenlandsche, maar dan toch) particulieren nimmer buitensluiten; de speculatie blijft daaraan inhaerent.

(Wordt vervolgd.)


') Een uitvoerige iiteratuur-opgaaf laat ik hier achterwege-Voor wie meer over dit onderwerp gelezen heeft en eenigszins bekend is met de ideëen van de Roomsche Kerk, wil ik de lezing aanbevelen van het werk van Oswald v. Nell—Breuning S. J., in het Nederlaudsch vertaald door Mr F. B. M. Wobbe, verschenen onder 4en titel „Beurs en Moraal", uitgaaf N.V. Lecturis, Eindhoven.

') Ontleend aan Oswald v. Nell—Breuning S.J. t.a.p. blz. 146.

') Ontleend aan Mr N. G. Pierson, Leerboek der Staatshuishoudkunde, Haarlem 1913, 2e deel, t.a.p. blz. 41.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1932

De Reformatie | 8 Pagina's

Speculatie. ¹)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1932

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken