Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De zedelijke en de psychologische kant.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De zedelijke en de psychologische kant.

7 minuten leestijd

Jan Ligthart was ongetwijfeld een groot paedagoog. Maar ik twijfel eraan, of hij toch den juisten kijk had op het kind. Niet omdat hij geen psycholoog was, verre van daar. Hij was zeker een bijzonder begaafd psycholoog en hij was ook een uitnemend opvoeder. Maar hij zag te weinig het kwaad, dat ook in het hart van het kind plaats heeft. Het kind handelt naar zijn opvatting schier uitsluitend onder psychischen drang. Het wilde zijn activiteit uitleven. Vandaar dat een kind, als het gestraft moest worden, volgens hem eigenlijk leed, het meest leed althans door d© fouten der ouders.

Hier gaat Jan Ligthart mis. Ook in het kinderhart leeft de zonde. Ook daar is het „onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad" een feit, helaas een feit.

Zoo kunnen wij dan met Jan Ligthart het niet eens zijn.

Er zijn Christen-paedagogen, die net precies aan den anderen kant staan als Jan Ligthart. Zij zien de zonde als het eerste en als het laatste bij het kind. Elke daad, die hun niet welgevallig is, komt bij het kind voort uit een verkeerde neiging. Zij zien in alles wat het kind doet den opzet en als het kind iets doet tegen hun wil, zien zij in die daad den opzet om ongehoorzaam te zijn, om te beleedigen het ouderlijk gezag.

Menschen, die zoo hun kind bekijk©n, hebben ook ongelijk. Het groote probleem in de opvoeding is juist dat van de grens tusschen hetgeen spontaaa uit de activiteitsdrang van het kind voortkomt en^ hetgeen het kind opzettelijk en welbewust tegen het gebod van de ouders doet.

Een kind verveelt zich. Pakt aan een mooi beeldje op den schoorsteenmantel. Moeder zegt: „Van dat beeldje afblijven". Even later zit het kind met de vingers aan één van de kopjes van het dure servies op de theetafel. Moeder zegt: „Niet aankomen". Een minuut later roert het kind met den suikerschep in het suikerpotje rond. Moeder zegt: „Wat ben je ondeugend. Je zit ook overal met je vingers aan".

Moeder vergeet, dat het kind zich verveelt. Als moeder direct na het eerste symptoom van verveling het kind nuttige ©n geoorloofde bezigheid had gegeven, was er alle kans geweest, dat volgend© verkeerde daden achterwege gebleven waren. Dit kind is niet werkelijk ondeugend, maar moet alleen uitleven zijn drang naar activiteit.

Kleine jongetje heeft een mes in zijn hand. Ineens begint hij te kerven in den tafelrand. Zijn kracht is nog niet groot, het resultaat is dus niet ernstig. Maax moeder schrikt, liet mes wordt den jongen uit de handen gegrist, dit op tafel geworpen en de jongen krijgt een draai om de ooren. Straks pakt hij weer het mes en in een onbewaakt oogenblik weet hij nu een ernstiger kerf in den tafelrand te geven.

Moeder is geschrokken en nog meer boos dan den eersten keer; en de jongen krijgt een fiksche straf.

Hier is misschien ook het element van verveling in het spel, maar er is meer.

Ja, misschien is er ook een zekere verdringing en wellicht kan men een lang betoog opzetten om op grond van allerlei stellingen van de nieuwere psychologie te verklaren, wat de jongen doet.

Maar hier was toch ook overtreding. Hier was welbewust doen van datgene, wat moeder niet wilde. Hier was zelfhandhaving van de kinderlijke neiging tegen het moederlijk gezag. Dit kind was werkelijk ondeugend, indien het althans een normaal kind is.

Toch is het zelfs in dit geval de vraag, of moeder vrijuit gaat. Als een kind zich verveelt, moet moeder niet alleen zeggen, wat het kind niet moet doen, moeder heeft leiding te geven aan het kind. Moet dus ook zeggen, wat het kind wel doen moet. En als moeder het kind nuttige bezigheid gegeven had... vult u zelf maar verder in.

Uit het gezegde is duidelijk, dat een kind wel eens gestraft wordt, als het geen straf verdient.

Evenzeer, dat een kind, dat naar de moderne theorieën wordt opgevoed, wel eens niet wordt gestraft, wanneer het wel degelijk strafwaardig is.

Zoo is goed opvoeden altijd een vraagstuk van het' v©rstaan van hetgeen het kind tot zijn verkeerd© handelingen brengt.

Een van de eerste eischen, ' aan een goede opvoeding te stellen, is, dat zij zorgt, dat het kind bezig kan zijn, bezig kan zijn met dingen, die hem interesseeren.

Er zijn kinderen, die moeilijk bezig te houden zijn, die telkens van den hak op den tak springen. Misschien is dit dan wel de schuld van de ouders zelve. Maar het is oiok zeer wel mogelijk, dat er inderdaad bij dit kind iets niet in orde is.

In den regel is het echter zoo, dat een kind, dal; bezigheid heeft, waarvoor het zich werkelijk interesseert, gemakkelijk te leiden is. Vooral voor een kind geldt het, dat ledigheid des duivels oorkussen is. Heel veel onaangenaamheden komen er in den huiselijken kring, doordien het kind niet weet, wat het moet doen.

Een enkel woord willen wij hier nog zeggen over den Zondag. Het kan niet worden ontkend, dat voor veel kinderen de Zondag de vervelendste dag is. In het gezin, waar de Zondag in eete gehouden wordt (gelukkig zijn er zulke gezinnen nog zeer vele) en waar men dus het kind op Zondag niet toestaat, allerlei werkjes en allerlei spelen te doen, die het in d© week wel mag doen, is dikwijls de toestand deze, dat het kind het gevoel krijgt, dat de Zondag een dag is, waarop je je alleen maar kunt vervelen. Men gevoelt, dat hier voor de opvoeding van het kind een ernstig gevaar dreigt. Ook kinderen moeten den dag des Heeren liefhebben.

Zij moeten den dag des Heeren liefhebben ook om het naar de kerk gaan. De dienst des Woords heeft de roeping ook te rekenen met de tegen!woordigheid van kinderen in de kerk. Als Paulus in zijn brieven de kinderen afzonderlijk aanspreekt, als het geïnspireerde Woord van God aparte toespraken kent tot kinderen en jongemenschen, moeten wij niet denken, dat onze preek er bet©r door wordt, wanneer er nooit eens iets afzonderlijks voor de kinderen in voorkomt.

Maar dan thuis. Dat is voor de ouders dikwijls heel moeilijk. Hoe zullen zij de kinderen 's Zondags bezighouden? Hoeveel kwaad, hoeveel ongehoorzaamheid groeit er dan niet juist uit het feit, dat kinderen zich vervelen en niet weten, wat zij moeten doen.

Ik geloof, dat heel veel moeilijkheden overwonnen waren, wanneer de ouders zich op den dag des Heeren eens aan hun kinderen gaven. Ik ken families, waar de Zondag voor de kinderen eea feestdag is. Dan gaan zij, _jvat in de week nooit gebeurt, echt fijn met vader wandelen. Dan is vader hun groot© speelkameraad en vader vertelt, en moeder zorgt voor het stage feest. Heel veel ouders zouden hun kinderen beter kermen, wanneer zij zich op Zondag althans aan hun kinderen gaven.

Onlangs heb ik aan ©en vader van negen kinderen, di© tweemaal per Zondag als ouderling in de kerk zit, 's Zondagsmiddags vroeg een Zondagsschool en in de namiddaguren een knapenvergadering heeft en 's avonds meer of minder stichtelijk ©en visite maakt, gezegd, dat hij waarschijnlijk op Zondag meer zonde deed dan op alle andere dagen in de week samen. Begrijp het wel, zonde tegenover zijn gezin.

De practijk bewijst altijd; dat waar liefde woont (en dan ook beleefd wordt) de Heere Zijn zeg0n gebiedt.

De practijk geeft hier veel meer moeilijkheden. Over de praotische mogelijkheden ter oplossing van deze moeilijkheden spreken wij later eens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1932

De Reformatie | 8 Pagina's

De zedelijke en de psychologische kant.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1932

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken