Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ZIELKUNDE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZIELKUNDE

6 minuten leestijd

Erfelijke eigenschappen der ziel.

I.

Na de Reformatie in de 16e eeuw werd het onderzoek naar den oorsprong van de ziel niet voortgezet. Men volgde bijna algemeen Aristoteles en de vaders inzake het Creatianisme. Alleen in Luthersche kringen kwam de vraag naar voren, waai"mede Augustinus reeds verlegen was: Hoe verklaart men op creaüanistisch standpunt de van de ouders geërfde eigenschappen bij kinderen? Zij die voorstanders waren van een overgang van de ziel van de ouders op de kinderen werden genoemd Traducianen. Anderen die de ouders «en scheppend vermogen toekenden bij de voortplanting, werden genoemd Generatianisten. Voor de geschiedenis van deze richting en de literatuur raadplege men: Creatianisme of Traducianisme (Generatianisme) van Prof. Dr A. G. Honig, 1906. Men kan niet zeggen, dat de Traducianen het probleiem van den oorsprong der ziel veel verder gebracht hebben. Hun verdienste bestaat aUeen daarin, dat zij het probleem van den oorsprong der ziel van een anderen kant hebben bezien dan de scholastici. Luther schrijft: Het gevoelen, dat de ziel door overdracht ontstaat, schijnt de Heilige Schrift niet vreemd te zijn; de voortplanting van de zonde laat zich daardoor beter verklaren; ook vindt men in de kinderen liet karakter en den geest van de ouders terug. (a.w. pag. 18). Melanchton schreef enkele dagen vóór zijn dood, dat tot de vragen, die na zijn dood voor hem opgehelderd zouden worden, oók deze behoorde: waarom zijn wij aldus geschapen (in zonde ontvangen en geboren)?

Zoolang echter de zielkmide vasthield aan de leer van Thomas (Summa 118, art. 1, 2), dat de lagere of sensitieve ziel door voortplanting en de hoogere of intellectieve ziel door onmiddellijke schepping ontstaat, kon zij het probleem van den oorsprong der ziel niet oplossen. Het werd eenvoudig verschoven naar een ander probleem: Hoe komen die twee zielen met elkander in aanraking?

Het is dus van beteekenis, dat het probleem van den oorsprong der ziel zuiver gesteld worde. Daartoe is noodig, dat men den individueelen mensch als één geheel beschouwt, dragende de sporen van zijn afkomst. Aangaande de eerste oorzaak van ons ontstaan Ucht de Heilige Schrift ons volledig in, want alle dingen, ook de mensch en de menschheid zijn uit God.

Wat betref t de tweede oorzaken van 'smenschen ontstaan zegt de Heilige Schrift, dat Adam een zoon gewon naai- zijn gelijkenis en evenbeeld. De omwisseling van deze beide termen uit Gen. 1:26 bewijst hun eenheid. Uit 1 Kor. 15:49 blijkt, dat hiermede wordt te kennen gegeven, dat alle menschen het beeld van Adam dragen naar 't lichaam (de aardsche).

Over de erfelijkheid van psychische eigenschappen spreekt de Heilige Schrift in verband met de taal, zooals Richt. 12:6 en Nehemia 13:24. Daarbij wordt vaak de nadruk gelegd op den invloed van de moeder op het kind, blijkens het spreekwoord: Zoo de moeder is, is hare dochter. (Ezech. 16:44). Bij Israels koningen wordt vaak de naam van de moeder vermeld, b.v. de naam van Rehabeams moeder was Naama de Ammonietische. (1 Kon. 14 VS 21).

De zedelijke eigenschappen, die van de ouders op de kinderen overgaan, worden in de Heihge Schrift verklaard als toerekening van schuld aan verbondsbrekers in Vier geslachten. De bedreiging in de sanctie van het tweede gebod is geen kwestie van erfelijkheid maar van solidariteit, zooals de melaatsheid van Gehazi's nakomelingen.

Er is alzoo drieërlei erfelijkheid, n.l. de physische, de psychische en de ethische, d.w.z. de overgang van natuurlijke, zielkundige en zedelijke eigenschappen van de ouders op de kinderen by hun geboorte. De Heilige Schrift verwaarloost de tweede oorzaken van den oorsprong des menschen dus niet. Ook is er van die zijde geen bezwaar om ze wetenschappelijk te onderzoeken. Ons bestek laat niet toe dit onderzoek te volgen, maar we vergenoegen ons met de vraag naar de resultaten van dat onderzoek in de drie bovengenoemde wetenschappen. Zooals gewoonlijk treffen wij daarbij aan optimisten en pessimisten.

In het persoonsboek samengesteld door Dr Kooiman en Dr Frets lezen we: „De erfelijkheid van een groot aantal eigenschappen van den mensch is reeds bekend. Intellectueele en kunstzinnige aanleg, weerstandsvermogen tegen en vatbaarheid voor bepaalde ziekten, tallooze normale kenmerken en ziekelijke afwijkingen van de organen zijn van erfelijken aard. De voortgang yan onze kennis op dit gebied is belangrijk.

Naast dit gunstig getuigenis staat het pessimistisch oordeel van R. Sommer: j, Onze tegenwoordige kennis op het gebied van de erfelijkheid is ©en chaos van opzichzelf staande feiten, waarbij het inzicht in de oorzaak van het erven ontbreekt. Wij moeten ons daarom vergenoegen met het opstellen van enkele hypothesen."

Het resultaat van het physiologisch onderzoek wordt door Prof. M. J. Sirks in zijn Handboek der algemeene erfelijkheidsleer (1922) aldus samengevat: „De drie groepen van physiologische processen, voor welke we een genotypische basis (gen is aanleg voor een eigenschap) hebben kunnen vinden: de weerstand tegen zonde, de erfelijke aandoeningen naast den weerstand tegen parasieteiij de steriliteit (onvruchtbaarheid) mogen voldoende zijn om een afdoende weerlegging van de beperktheid der erfelijkheidsleer te verzekeren". Aan het slot van zijn werk geeft de schrijver ©en treffend geval van de toepassing van de erfelijkheidsleer. Een onecht kind werd ergens geboren, dat zeer eigenaardige afwijkingen vertoonde aan handen en voeten. Aan moederszijde kwam dit gebrek niet voor, wel in het geslacht van den vermoedelijken vader. Op grond daarvan veroordeelde de rechter hem tot mede-onderhoud van het kind. Wellicht hebben we iets dergelijks in het Bijbelsch verhaal van de Benjaminieten die links waren, o.a. Ehud en de 700 boogschutters van Gibea. De lichamelijke erfelijkheid wordt echter niet ontkend door de Creatianisten, zoodat we daarover niet verder behoeven te spreken.

De psychische erfelijkheids-onderzoekers, o. a. Davenport, beroepen zich op ervaring, en enquêtes (rondvragen). Bekend zijn de intellectueele gaven in de famiüe Bernouilli, de musicale in de familie Bach, de natuurkundige in de famihe Darwin. De' enquête van de Professoren Heymans en Wiersma leidde tol de volgende conclusies: Ie. Dat zoowel het geslacht van een kind als de directe erfelijkheid oorzakelijke momenten zijn voor de bepalingen van het individueele karakter, 2e Dat de invloed van het geslacht gemiddeld diriemaal zoo sterk is als die vaa de vaderlijke of moederlijke erfelijkheid; 3e. Dat de invloed der directe erfelijkheid in het gelijke geslacht gemiddeld 30 a 40 procent sterker is dan die der gekruiste; 4e. Dat de invloed der moederlijke directe erfelijkheid gemiddeld 10 procent sterker is dan die der vaderlijke. Deze conclusies zijn niet meer dan onderstellingen, doch het is opmerkelijk, dat zij evenals de b.g.n. Bijbeische gegevens wijzen op den grooten invloed van de moeder op de geestelijke eigenschappen van het kind. Het schynt alsof de ontwikkeling van het kind nog vóór zijn geboorte reeds gepaard gaat met een soort van opvoeding van de zijde der moeder. Kon dit bewezen worden^ zoo vielen vele bezwaren tegen het Creatianisme van de zijde der erfelijkheidsleer weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

ZIELKUNDE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken