Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HOOFDARTIKEL

12 minuten leestijd

ONTVANGEN VAN DEN HEILIGEN GEEST, GEBOREN UIT DE MAAGD MARIA.

Slot.

Als wij nu vragen naar de beteekenis van de maagdelijke geboorte, dan willen wij een drietal punten hierbij naar voren brengen: a. de waarachtige menschlieid van den Heiland; b. Zijn vernedering door de maagdelijke geboorte; c. Zijn zondeloosheid.

a. Emil Brunner heeft o.m. de maagdelijke geboorte bestreden met deze gedachte, dat de Heiland het geheele menschelijke bestaan heeft aangenomen en dat hiertoe ook het voortgebracht worden door twee menschen behoort. Deze opmerking is. meer, philosopisch dan schriftuurlijk. Want de schrift teekent ons de schepping van Adam en Eva door God. In hun leven was niet het voortgebracht worden door man en vrouw, zonder dat wij aan hun waarachtige menschheid twijfelen. Waarom zouden wij bij het lezen van de maagdelijke geboorte de waarachtige menschheid van Christus wel in twijfel trekken? Hij, die machtig was Adam te formeeren uit het stof der aarde, Eva te bouwen uit Adam's rib, zou Hij niet in staat zijn zichzelf een lichaam te bereiden uit het vleesch en bloed van de maagd Maria?

De ontkenning van de maagdelijke geboorte bij Brunner hangt samen met zijn ontkenning van de waarheid van de eerste hoofdstukken van Genesis. Wie het eerste blad uit het Oude Testament scheurt in de ontkenning van de historie van schepping en val, komt ook gemakkelijk tot het uitscheuren van het eerste blad van het Nieuwe Testament in de ontkenning van de maagdelijke geboorte.

Wij moeten blijven handhaven, dat de Heiland een waarachtige menschelijke natuur heeft aangenomen uit Maria.

Wij spreken van een waara.chtige menschelijke natuur. De Heere Jezus heeft niet aangenomen een menschelijk persoon.

Prof. Schilder merkt op, dat Hij niet in een reeds bestaanden mensch is , , opgedoken" voor de verbaasde oogen der wereld. De Zoon heeft zich niet met een mensch verbonden, of met een bestaanden menschelijken persoon, maar zooals de belijdenis zegt, zich onafscheidelijk vereenigd en tezamen gevoegd met de menschelijke natuur. Dat wil nu niet zeggen, dat de menschheid van den Heiland onvolledig was. De Zoon was geen menschelijk individu vóór Zijn vleeschwording, maar werd het wel, toen Hij vleesch en bloed uit de maagd Maria aannam.

Zooals Prof. Schilder opmerkt, dat Hij in de istorie werkt als historische individueele Persoon, Goddelijk, maar in dien Goddelijken Persoon dan ook opnemende Zijn aangenomen menschelijke natuur. Bevend heeft de taal der Kerk hier haar woorden gestameld, als zij de aangenomen menschelijke natuur om beurten anhypostatisch en ook enhypostatisch noemde; het ééne beteekent, zonder eigen ipenschelijkindividueele subsistentie en het andere wil zeggen: in de Goddelijke subsistentie individueel opgenomen, door haar gedragen en gegarandeerd. , , Onpersoonlijk" kan men daarom deze menschelijke natuur beter niét noemen. Want vooreerst is Jiet woord , , anhypostatisch" niet te vertalen door , , onpersoonlijk"; "doch door: zonder eigen subsistentie of hypostase. Een persoon nu wordt wel vaak hypostase genoemd, maar daarom is elke hypostase of subsistentie nog geen persoon. Voorts wordt anhyostatisch telkens afgewisseld door enhypostatisch. De Heere Jezus was waarlijk mensch van een bejjaalde sexe, de Schrift spreekt van den man Jezus, van een bepaald geslacht, Hij is het ware zaad Davids, uit een bepaald volk. Hij sprak de taal van Zijn volk, hield zich aan de gewoonten van Zijn volk.. Hij heeft niet , de menschelijke natuur in zijn algemeenheid gehad. Hij was en is een menschelijk individu, de eeniggeborene van den Vader, maar ook de eerstgeborene onder vele broederen.

H. Heppe geeft het gevoelen van de Gereformeerde vaderen aldus weer, dat de menschheid van Christus wel een individu, een , , Darstellung" van de menschelijke natuur in individueelen vorm is, maar deze heeft slechts in den persoon van den Logos, niet in zichzelf, reëele , , Existenz".

De maagdelijke geboorte geeft op deze waarachtige en tegelijk unieke menschelijkheid van den Zoon een recht gezicht. De Heiland is een waarachtig mensch. Hij wordt geboren. Hij ontvangt echter niet de menschelijke natuur. De man wordt uitgesloten. Hij neemt de ware menschelijke natuur aan. Zijn geboorte is geen lot. Zijn geboorte is een daad. Hij heeft zichzelt ontledigd. (Phil. 2:7).

b. De term ontlediging brengt ons vanzelf op de tweede gedachte, die wij, om de beteekenis van de maagdelijke geboorte te verstaan, willen overwegen, n.l. de gedachte van de vernedering van onzen Heiland en Zaligmaker in Zijn geboorte uit de maagd Maria.

Op zichzelf, afgedafcht van de zonde, is de menschwording geen vernedering voor den Zoon van God. Dan zou de schepping dat ook reeds zijn. Dan zou ook nu in den staat der verheerlijking de Heiland in vernedering zijn. Want ook nu is Hij waarachtig mensch.

Maar wel is het vernedering, dat de Zoon onze door de zonde verzwakte menschelijke natuur aanneemt. In deze zondige wereld is de geboorte van Jezus een vernedering. Hij is om onzentwil arm geworden.

Dat krijgt nog meer relief, wanneer wij er op letten dat de Schrift eï nadruk op legt, dat Hij geboren is uit een vrouw. Gal. 4 : 4. De vrouw is het wezen, dat het eerst gezondigd heeft (Gen. 3 : 6, 1 Tim. 2 : 14).' Wanneer een vrouw een zoon baart, is zij onrein. Ook het kind is onrein. Na 40 dagen mag zij pas in het Heiligdom komen. Dan moet er voor haar een offer gebracht worden. Verzoening moet door den priester worden bewerkt. (Lev. 12). In de besnijdens en voorstelling van Christus in den Tempel ligt vernedering. Hij is gekomen in een vleesch, aan dat der zonde gelijk. Rom. 8 : 3. 't Was tenslotte voor den Heiland vernedering, dat Hij uit een maagd geboren werd. Dat blijkt ons, wanneer wij de geschiedenis van Mattheüs 1 ons indenken. Bornhauser maakt hier een mooie opmerking, dat hij het liefst aan de sobere en kuische wijze, waarop de Evangeliën van het hoog mysterie spreken, geen woord meer wil toevoegen. Trek, uwe schoenen uit. Hier is heilig land. Toch is het noodig ons recht in te denken, wat de Heere hier zegt in Zijn Woord. Jozef heeft verdenking opgevat tegen Maria. Zij geldt als ondertrouwde vrouw voor de wet reeds als zijn echtgenoote. Bij haar terugkomst van Elisabeth blijkt zij zwanger te zijn. Jozef denkt, dat zij haar maagdom verloren heeft. Hij beschouwt het kind, dat in haar schoot sluimert, als een onechtelijk kind. Zoo zullen ook de menschen in Nazareth gedacht hebben. Jozef is van plan, van haar te scheiden. Hij had haar voor het gerecht kunnen brengen. Dan zou Maria waarschijnlijk geworgd zijn geworden. Niet alleen boven den geboren, ook reeds over dèn ongeboren Christus zweeft het zwaard. Jozef besluit een zachteren weg te kiezen, n.l. door haar een scheldbrief te geven. Totdat de Engel hem vermaant, Maria tot zich te nemen. Maar de smaadheid blijft. In de oogen der menschen is de Heere Jezus als een te vroeg geboren kind ter wereld gekomen. Men kan denken, dat de menschen dat in Nazareth en Bethlehem niet vergeten hebben. In. de geboorte uit de maagd komt het zoo heel duidelijk uit, dat Jezus gekomen is in een vleesch aan dat der zonde gelijk.

Maar juist zoo toont zich in de maagdelijke geboorte de vervulling van Gods belofte van Gen. 3 : 15, 16. Tot de slang had de Heere God gesproken: Ik zal vijandschap zetten tusschen u en deze vrouw, tusschen uw zaad en haar zaad. Dat zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. God beschikt hier souverein over den moederschoot. De man moet terugtreden. De vrouw is eers^ moeder, dan pas echtgenoote. In plaats van Manninne wordt zij Eva, moeder des levens genaamd. Het eerste huwelijksdoel, het hulpe zijn van den man wordt in de oude bedeeling in de schaduw gezet door het tweede huwelijksdoel, het verkrijgen van kinderen.

Ten opzichte van den moederschoot is niet de njan, maar God de eerste. Niet uit Rachel, de beminde, maar uit Lea de verachte, wordt de Christus geboren. •

Hier bij Maria zien wij ten volle dat God beschikt over den moederschoot. Hij verwekt het Zaad der Vrouw. God is machtig, uit het kwade het goede voort te brengen. Uit de vrouw, die het eerst heeft gezondigd, weet Hij den zondeloozen Verlosser te doen geboren worden.

Niettegenstaande de diepe vernedering wordt Gods belofte heerlijk vervuld. Uit een zondig menschenkind wordt de Heilige Zone Gods geboren.

c. Hiermede komen wij op de derde gedachte, n.l. de zondeloosheid van Christus. Hierin is door de Kerk des Heeren vooral de beteekenis van de maagdelijke geboorte gezien.

Bavinck zegt dat de uitsluiting van den man bij zijne ontvangenis bewerkte, dat Christus, als niet in het werkverbond begrepen, ook vrij bleef van erfschuld en daarom ook naar zijne

menschelijke natuur vóór en na zijne geboorte van allen smet der zonde kon bewaard worden. Als subject, als Ik, was Hij niet uit Adam, maar was Hij de Zoon des Vaders, die van eeuwigheid was verkoren tot Hoofd van een nieuw Verbond. Niet Adam, maar God was Zijn Vader. Als persoon kwam Hij niet uit de menschheid voort, maar kwam Hij • zelf van buiten tot haar en ging in haar in. En wijl Hij alzoo naar Gods rechtvaardig oordeel van alle erfschuld vrij, bleef, daarom kon Hij ontvangen worden van den Heiligen Geest en door dien Geest van alle smet der zonde bevrijd blijven.

E. Brunner maakt de opmerking, dat niet te vestaan valt, in hoeverre de geboorte enkel uit een zondige moeder een bewijs of voorwaarde voor de zondeloosheid des Heeren kon geweest zijn en waarom die geboorte uit twee voor God een hindernis kon zijn geweest om een zondeloozen Godmensch te scheppen.

Wat het eerste betreft, heeft de R.-Kath. Kerk dezen uitweg gevonden, dat Maria zelf ook zonder zonde was. Daarmede wordt de kwestie slechts verschoven. Want men kan direct de vraag stellen, hoe het mogelijk is, dat de zondige ouders van Maria een onzondig kind ter wereld konden brengen. Was dit raogelijk, dan was in principe de komst van den Christus niet noodzakelijk. Trouwens, de Schrift leert duidelijk, dat Maria niet zonder zonde was.

Daarom is van Protestantsche zijde steeds de nadruk gelegd op de werkzaamheid van den Heiligen Geest. Zoo zegt Calvijn: wij maken Christus niet vrij van alle smet, omdat Hij slechts uit een moeder geboren is, zonder toedoen van een man, maar omdat Hij geheiligd is door den Geest, opdat Zijn geboorte zuiver en rein zou zijn evenals ze geweest zou zijn vóór den val van Adam.

En wat het tweede aangaat, dat Brunner opmerkt, in abstracto zou men zeker kunnen zeggen, dat voor God er geen verhindering was uit twee zondige menschenkinderen een zondeloozen godmensch te verwekken. Maar wij mogen de maagdelijke geboorte niet losmaken uit het raam der Schrift. Daarin wordt wel de vrouw als de eerste geteekend, die gezondigd heeft, maar niet als de voornaamste zondaar. Niet met Eva, maar met Adam heeft de Heere een verbond gemaakt. Niet Eva's maar Adam's zonde wordt aan al zijn nakomelingen toegerekend. Al wat uit Adam voortkomt deelt in Adam's vloek. Daarom moest bij de geboorte van Christus de wil van den man worden uitgeschakeld. In plaats van den eersten komt de tweede Adam.

Trouwens niet alleen de wil van den man, ook de wil van de vrouw wordt hier uitgeschakeld. De geboorte van den Christus gaat ook in tegen vleesch en bloed. Maria heeft deze vrucht niet begeerd. De geboorte van deji Messias draagt een strikt monopleurisch karakter, 't Gaat geheel en al van God uit. Hij maakt een nieuw begin op aarde. Een geboorte niet uit het vleesch, maar uit den Geest.

Dat wil niet zeggen, dat daarom de mensch wordt overweldigd. Maria krijgt een plaats in het werk van God. Zij heeft dézen Zoon niet verwacht noch begeerd. Hij is niet uit den bloede noch uit den wil des vleesches.

Maar wanneer de Engel haar meedeelt de beschikking des Heeren over datgene, wat haar eer is, gaat Maria gehoorzaam op de .belofte Gods in. Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. De Schrift legt nadruk op het gelóóf van Maria. Zalig zij, die geloofd heeft (Luc. 1 : 45). In de Theologie heeft dat geloof van Maria een geheel onderscheidene plaats gekregen. Bij Rome wordt dat geloof een zelfstandige factor naast het werk van God. Bernard merkt op: bij het ontvangen en het ter wereld brengen schijnt de Heilige Drievuldigheid niets buiten de Heilige Maagd te willen doen. Alles Vijst er op, dat de drie personen hebben besloten in deze nieuwe orde niets zonder Maria te doen. Bij Kohlbrugge vinden wij de eigenaardige opvatting, dat niet de Heilige Geest den schoot van Maria heeft vruchtbaar gemaakt, maar dat de Heilige Geest zich met haar geest heeft vereenigd en daardoor haar kind een vrucht des - geloofs is geweest.

Prof. Schilder legt den nadruk op het bijzonder karakter van Maria's geloof. Hij noemt haar Abraham's sterkste dochter. Abraham en Sara hadden nog de gedaante van den , , vader" en de „moeder", bij het verkrijgen van Izak. Maar bij Maria komt het wonder langs een nóg zwaarder weg, hier ontbreekt niet de schaduw, maar ook de eerste aanvang van de moeder. Door het geloof is toen het kindeken ontvangen, want God doet niets onmiddellijk- ons allen wekt Hij op door bloed en ziel, den Christus door geloof.

Omdat wij zoo den nadruk leggen op het eenzijdig goddelijk karakter van de maagdelijke geboorte, waarin Maria met haar geloof wordt opgenomen, houden wij alle zonde van den Heiland verre. Hij is gekomen in een vleesch aan dat der zonde gelijk, maar dat juist waarborgt Zijn zondeloosheid. Hij, die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt. Juist omdat Hij zondef zonde was, kon Hij onze zonde dragen. Hij heeft onze zonden op zich genomen.

Wij mogen daarom niet zoover gaan als Ed. Böhl dat heeft gedaan in zijn werken, die leerde, dat de Heere Jezus evenals wij erfschuld heeft gehad. Ook bij Kohlbrugge zijn uitdrukkingen, die in deze richting gaan.

Deze uitdrukkingen worden thans in den dialectischen kring weer met voorliefde naar voren gehaald.

De maagdelijke geboorte/-is derhalve niet van ondergeschikte beteekenis.

Wij stemmen het den Catechismus toe, datde eeuwige Zone Gods, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, ware menschelijke natuur uit het vleesch en bloed der Maagd Maria door de werking des Heiligen Geestes heeft aangenomen, opdat Hij ook het ware zaad Davids zij, zijnen broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde en wij putten met den Catechismus uit deze waarheid de , , nuttigheid", dat Hij onze Middelaar is en mét Zijn onschuld en volkomene heiligheid mijne zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben voor Gods aange zicht bedekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 december 1945

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 december 1945

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken