Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christelijke geneeskunst en Buchman-beweging (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christelijke geneeskunst en Buchman-beweging (II)

7 minuten leestijd

Dr PAUL TOURNIER

VAKWETENSCHAP EN PRACTIJK

Vorig'e maal zei ik, dat Tournier, nadat hij zijn gewone huispraktijk vaarwel gezegd had, eerst een toegewijd beoefenaar van de psychosomatische geneeskunde geworden was. Eerst! Wie de twee boeken: „Radicale Therapie" en „Techniek en (ïeloof", met elkaar vergelijkt, zal zien, dat Tournier, hoe verder hij komt, zich meer en meer de p s y c h i a t r i s c h e kant uit beweegt. Meer en meer komen mensen tot hem, met allerlei moeilijkheden in gezin, familie, in het huwelijk, op het werk; enz. Patiënten dus, die vrijwel géén somatische bezwaren en afw ij kingen meer hebben. De meer zuivere geest e s z i e k e n dus. Al zegt Tournier duidelijk, dat liij zich niet in wenst te laten met de typisch psychiatrische behandelingsmethoden als de shock-behandeling en de eigenlijke psychoanalyse. Deze laat hij over aan de vak-psychiater.

De patiënten van Tournier vertonen ook nog in 'n ^ ander opzicht een eigenaardigheid. Wie oppervlakkig •' leest, krijgt de indruk, alsof het Tournier „zo maar", ' in een paar zittingen, bij de meeste van zijn patiënten ' gelukt, hen „tot Christus" te brengen. Voor de christen zou dit natuurlijk iets buitengewoon aantrekkehjks ' zijn en om jaloers op te worden! Maar wie toch wat nauwkeuriger leest, ontdekt al ras, dat de meeste van ' de mensen, die hij beschrijft, reeds vóór ze bij hem ' kwamen, min of meer sterk smpathiseerden met de ' Buchmanbeweging. En dat velen van dezen, met him ' kwalen en moeilijkheden Tournier opzochten, juist : omdat ze van hem wisten of gehoord hadden, dat hij ' eveneens Buchmanniaan was! .^

Dat vergemakkelijkt natuurlijk het spreken over j" Christus met deze mensen in niet-onbelangrijke mate! Terwijl het „tot Christus brengen", de „plotselinge ' bekering", hierdoor een heel eind naar de achtergrond gedrongen wordt!

Bovendien zou over dat „tot Christus brengen" ook ^ nog wel het een en ander te zeggen zijn.

Ik heb reeds een paar maal gezegd, dat Tournier I" een volgeling van Frank Buchman is; en dit discipelschap in zijn geneeswijze zo goed mogelijk tot uiting l wil brengen.

Wie is Frank Buchman? Hij is van afkomst, evenals Tournier, een Zwitser. In de Verenigde Staten was 3 hij Luthers predikant en leider van een opvoedingsgesticht voor jongens. Door een conflict met het bestuur vertrok hij naar Oxford in Engeland en ontving ï daar in 1& 21 zijn „roeping" voor een geheel nieuwe 3 arbeid, die aanvankelijk weinig' succes had. Eigenlijk alleen wat onder de studenten van Oxford. Later boekt hij echter plotseling veel meer succes en krijgt hij veel volgelingen; die hem, zoals meer bij zulke bewegingen of „revivals", op meer dan gewone wijze gingen vereren. Zij noemden zich in den beginne en nóg wel, gaarne „levensvemieuwers" of ook „Christelijke broederschap van de eerste eeuw". Zo ook dragen b, v. velen van de vereerders van Frank Buchman hun boeken aan hem op. Wei vinden dit ook bij Tournier. Voor in zijn „Radicale Therapie" vinden we: „Aan Dr Frank N. D. Buchman, wiens boodschap een diepgaande invloed op mijn persoonhjk leven uitoefende en mij tot nadenken dwong over de eigenlijke zin van mijn roeping, draag ik dit boek op".

„In onderscheiding met de Pinksterbeweging, in één van welke kerkjes Buchman tot bekerig kwam, en die vooral de gaven der profetie en van het spreken in nieuwe talen vernieuwen wil, jaagt de Buchmanbeweging de handelingen, de praxeis, de op de praktijk gerichte daden der apostolische eeuw na: dezelfde vrijmoedigheid in het getuigen, hetzelfde redden en bekeren van zondaren, dezelfde apostolischei bezieling, hetzelfde apostolische vertrouwen en dan dezelfde apostolische resultaten ook" (Dr E. D. Kraan: „De Buchman-beweging", 14/15).

Tournier, als goed Buchman-discipel, wil niet anders; hij dan als arts. Luister maar: „De mens toch bestaat niet alleen uit een lichaam en een ziel: hij is een geestelijk wezen. En het is onmogelijk hem te kennen, wanneer men zijn diepste werkelijkh e i d buiten beschouwing laat. Deze ervaring doet de medicus wel in zijn dagelijkse praktijk op. Geen psychologische of physiologische analyse maakt het hem mogelijk het eindeloos ingewikkeld kluwen van een mensenleven te ontwarren. Hij ziet hoe slecht zijn zieken zichzelf kennen, z o l a n g zij zich niet voor God onderzoeken, hoe gemakzuchtig zij hun ogen sluiten voor hun eigen tekortkomingen, hoe sterk hun goedwilligheid gebonden blijft door de omstandigheden, door moedeloosheid of gewoonte, en hoe machteloos hij zelf is om met zijn raadgevingen het leven van een mens te veranderen, wanneer zijn geest besluiteloos in eigen innerlijke moeiUjkheden vast zit" (R. T., 61). Even verder: „En de medicus, die aan de geest gelooft, ontdekt dat de geestelijke ontvinkkeling van zijn patient niet buiten zijn psychische en physieke ontv^kkeling omgaat. Hij constateert, dat zowel physieke als psy- • chische stoornissen afhankelijk zijn van stoornissen in de p er soonl ij k e betrekking van de mens tot God" (R. T., 68). Hierdoor komt Tournier dan tot de kern van zijn geneeswijze: „Er is geen physieke verbetering van een mensenleven mogelijk zonder morele verbetering. En geen morele verbetering zonder geestelijke vernieuwing" (R. T., 69). En: „Ik geloof, dat het ware antwoord op deze crisis ligt in de terugkeer tot het Christ e ndo m". (De crisis, die Tournier hier bedoelt is de cultuurcrisis, die de hele wereld thans doormaakt).

Christus zélf heeft, volgens Tournier, niet anders gehandeld: „Christus heeft steeds het geestelijke en het stoffelijke vereenzelvigd, steeds zich van het ene gezichtspunt naar het andere begeven zonder overgang, het geestelijke in lichamelijke beelden uitgedrukt en het lichamelijke in zijn geestelijke betekenis geschouwd. Hij heeft de genezing van lichamen verbonden met die van de ziel ". Tournier wijst erop, „dat deze Christehjke opvatting van de mens helemaal niet in tegenspraak is met het wetenschappelijk determinisme. De bewering, dat geest, ziel en lichaam één zijn, betekent niets anders, dan dat het geestelijke lichamehjke gevolgen heeft en dat het lichamelijke geestelijke gevolgen heeft, en volstrekt niet, dat er gevolgen zonder oorzaak zouden zijn" (R. T., 138).

„De geneeskunde kan dus evenmin willekeurig het geestelijke als het psychische of physische buiten beschouwing laten. Geneeskunst bestaat in genezen. Alles wat tot genezing medewerkt behoort dus tot de geneeskunde. Het valt niet te ontkennen, dat feiten van geest el ij ke orde (die dus, volgens velen, aUéén tot het gebied van de predikant behoren! P. J.) tot genezing kunnen medewerken. Een arts mag ze daarom niet buiten beschouwing laten. Zoals hij bij zijn behandeling korte golven toepast zonder natuurkundige te zijn, of morphine-injecties geeft zonder scheikundige te zijn, zo kan hij ook zielszorg uitoefenen zonder theoloog te zijn. Het eigenlijke van de zielszorg is de mensen tot persoonlijk c o n t a c t met Christus te brengen. In die gemeenschap met Christus doen zij ervaringen op, die psychische en physieke gevolgen met zich meebrengen e n d u s met de g e n e e s k u n d e te maken hebben" (R. T., 139). En om niet meer te noemen: „De voornaamste roeping van de geneeskundige ligt daarom", zo zegt Tournier, „naar het mij voorkomt, niet zozeer in het uitdelen van , , raadgevingen voor het leven", als wel in het brengen van de patient tot die persoonlijke ontmoeting met Christus. Daar Hem aan te nemen kan hij dan een nieuw leven van geheel andere kwaliteit vinden, tot het inzicht komen van Gods plan met zijn leven, en als door een wonder de nodige kracht ontvangen om Hem te gehoorzamen" (R. T., 217/218).

P. JASFERSE.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 februari 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

Christelijke geneeskunst en Buchman-beweging (II)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 februari 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken