Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BIOGRAFIE EN BIBLIOGRAFIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BIOGRAFIE EN BIBLIOGRAFIE

7 minuten leestijd

In de nacht van Zaterdag op Zondag 23 Maart j.l. is plotseling van ons heengegaan Prof. Dr K. Schilder, Hoogleraar in de Dogmatiek, Ethiek, Encyclopaedie en Geschiedenis der Wijsbegeerte aan de Theologische Hogeschool te Kampen.

De overledene, Klaas Schilder, werd op 19 December 1890 geboren te Kampen, als zoon van Johannes Schilder en Grietje, geb. Leydekker. Gedoopt in de Ned. Herv. Kerk, werd hij enige jaren na zijn geboorte als dooplid der Gereformeerde Kerk van Kampen ingedragen.

Hij bezocht het Geref. Gymnasium aldaar en werd, na afgelegd eind-examen (19 Jixni 1909), ingeschreven als student aan de Theologische Hogeschool der Gereformeerde Kerken. Aan deze school volgde hij het onderwijs bij de professoren: L. Lindeboom, M. Noordtzij, Dr A. G. Honig, Dr H. Bouwman, Dr J. Ridderbos, Dr T. Hoekstra, en de lectoren Dr J. J. Esser en Dr A. Noordtzij, later professor in de Theologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. De inschrijving had plaats op 17 September 1909.

Aan deze Hogeschool legde hij propaedeutisch examen af op 24 Juni 1910, het eerste deel van het candidaatsexamen op 11 October 1912 en het tweede deel van het candidaats-examen, dat de graad tot candidaat in de theologie verleende, op 23 Januari 1914 (cum laude). Na de gebruikelijke twee kerkelijke exainens, het praeparatoir en peremptoir, werd de overledene beroepbaar tot de Dienst des Woords in de Gereformeerde Kerken. Hij aanvaardde 't beroep naar de Kerk van Ambt-Vollenhove, na in het huwelijk te zijn getreden met mejuffrouw Anna Johanna Walter. Hij deed zijn intrede op 21 Juni 1914. Vervolgens diende hij de kerken van Vlaardingen, Gorinchem, Delft, Oegstgeest en deed op 27 Juni 1928 zijn intrede als predikant in de kerk van Rotterdam-Delf shaven.

De overledene was lid van het hoofdbestuur van de Ned. Chr. Radio Vereniging, welk contact gedurende de bezettingsjaren werd verbroken. Na de bevrijding van ons land, werd hem niet meer gevraagd opnieuw in dit bestuur zitting te nemen.

Gedurende deze ambtsperiode ontving hij verlof van zijn kerkeraad, voor zijn studie aan de Friedrich-Alexander-Universiteit te Erlangen (Duitsland), alwaar hij de colleges volgde, gegeven aan de Philosophische Faculteit, van Prof. Dr E. Herrigel, Geh. Rat Prof. Dr O. Stahlin, en Geh. Rat Prof. Dr J. Heil. Tevens volgde hij aan deze Universiteit als „Gasthörer" de colleges van Prof. Dr W. Vollrath aan de Theol. Faculteit.

Het mondeling examen ter verkrijging van de doctorstitel legde hij af op 3 Maart 1933 waarvoor hij summa cum laude slaagde. Hij schreef een Proefschrift, getiteld: „ZUR BEGRIFFSGESCHICHTE DES • „PARA- DOXON", mit besonderer Berücksichtigung Calvins ünd des Nach-Kierkegaardschen „Paradoxen" ", welk proefschrift werd uitgegeven in 1933 bij J. H. Kok te Kampen.

Op de slotpagina van dit proefschrift schrijft hij, zich „tot bizonderen dank verplicht te gevoelen, in de eerste plaats aan het aandenken van zijn Moeder, die sedert 18 December 1896, weduwe, niettegenstaande zware economische omstandigheden, hem den weg tot studie heeft vereffend. Tenslotte ook aan den Kerkeraad van Rotterdam-Delfshaven, die door een ruimschoots studieverlof, de gelegenheid schonk zijn doctorstitel te halen. Boven alles echter dankt hij den God zijns levens".

Op 26 September 1933 verkreeg hij emeritaat van de kerk van Delfshaven, wegens zijn benoeming tot Hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen, alwaar hij op 17 Januari 1934 zijn colleges aanving met een inauguratie, bizonder stelling nemend tegen Prof. Dr Haitjema en in hem tegen de dwalingen van de theologie van Karl Barth. Z'n colleges mocht hij tot heden geven, met een enkele onderbreking wegens zijn reizen naar Amerika in de jaren 1939 en 1947, terwijl deze colleges ook nog werden onderbroken gedurende kortere en langere perioden tijdens de bezettingsjaren.

Op 22 Augustus 1940 werd Prof. Schilder in zijn woning te Kampen door de S.D. gearresteerd en naar de strafgevangenis te Arnhem vervoerd, alwaar hij tot 6 December 1940 cellulair gevangen werd gehouden. Bij zijn vrijlating werd hem medegedeeld, dat „elke deelneming aan een vergadering van de A.R. partij of ook elke werkzaamheid als schrijver of journalist zou worden beantwoord met wegvoering naar een concentratiekamp.

Ofschoon Prof. Schilder herhaaldelijk moest onderduiken, daar hij door de Duitsers opnieuw gezocht werd, werd het kerkelijk proces der Generale Synoden van Sneek-Utrecht tegen hem voortgezet, en leidde dit, terwijl Prof. Schilder ondergedoken was bij zijn vriend Jasperse, arts te Leiden, waar hij voor de huisgenoten als „mijnheer De Priester" bekend stond, tot schorsing eerst en vier maanden daarna tot zijn afzetting als emeritus-predikant van Delfshaven en Hoogleraar aan de Theologische Hogeschool.

De schorsing had plaats op 23 Maart 1944 en de afzetting op 3 Augustus 1944, nadat op 23 Juni 1944 de schorsingstermijn met één maand verlengd was.

Hierop volgde op 11 Augustus 1944 in de Lutherse kerk te 's-Gravenhage de samenkomst van bezwaarden, in welke vergadering de „Acte van Afscheiding en Wederkeer" werd aanvaard en de vrijmaking der kerken een v-oldongen feit was. Daar de vrijgemaakte kerken van het Noorden des lands o.m. Prof. Schilder verzocht hadden de opleiding van studenten in de theologie ter hand te nemen, werd het ambt van Prof. Schilder gehandhaafd en bleef hij hoogleraar aan de vrijgemaakte Theologische Hogeschool, welk ambt hij tot heden bekleedde.

Prof. Schilder, die bijna van de oprichting van het weekblad „De Reformatie" medewerker was geweest aan dit orgaan, en er verschillende rubrieken in Wfzorgd had, werd daarna samen met Dr C. Tazelaar^n Prof. Dr J. Waterink redacteur van dit blad. Wegeiis verschillend inzicht in de leiding, welke ons gereformeerde volk behoefde, was samenwerking niet langer mogelijk en zag de uitgever zich genoodzaakt een beslissing te nemen, welke aldus uitviel, dat door deze aan Prof. Schilder werd verzocht de hoofdredactie geheel alleen voor zijn rekening te nemen. Hiervan werd kennis gegeven aan de lezers op 12 April 1935.

Door dit blad heeft Prof. Schilder grote invloed uitgeoefend op het gereformeerde volk.

Zijn positieve en principiële leiding in dit blad gegeven, ook tegenover de gevaren van de nationaal-socialistische beweging in Duitsland en de N.S.B, in Nederland, welke leiding hij onvervaard positief bleef voortzetten, nadat de Duitsers ons land in Mei 1940 bezet hadden, leidde tot zijn gevangenschap hierboven gememoreerd. Tegelijk met zijn gevangenneming Werd zijn weekblad „De Reformatie" verboden en het archief bij de uitgever in.beslag genomen.

Na de bevrijding werd het reeds heel spoedig weer mogelijk (6 Juli 1945) het blad opnieuw te doen verschijnen. Het eerste nummer opende de hoofdredacteur met een artikel: „Wederkeer" en van deze datum af aan had hij weer zonder onderbreking, behalve dan gedurende zijn Amerikaanse reis, de leiding van het blad.

Behalve de publicaties in dit orgaan en vele andere weekbladen en tijdschriften (De Bazuin; Geref.. Theol.-i Tijdschrift; Kentering; Opgang; Eltheto; Op den Uitkijk enz.), zijn de volgende werken van zijn hand verschenen (predicaties, brochures, redevoeringen en boekwerken. Waarschijnlijk niet geheel volledig):

Darbisten. Tegenstrijdigheden in den Bijhei? Wat is de hel? Wat is de hemel? Christus' bewuste keuze van den drinkbeker des doods. De ondergang van den Antichrist. De wijzen van het Oosten en het Woord van God. Het teeken bij den terugkeer der Ark. Kop of staart? Het tweede Pinksterteeken. De heerlijkheid van de Toekomstige Beweging aller dingen. Pinksterfeest en Wereldgericht. Kerktaal en Leven. Licht in den Rook. Vrijmetselarij. Bijdrage in onze verhouding tot het tooneel. Christus verzocht om, den tempel. De Openbaring van Johannes en het Sociale leven. De Aanschouwing. Het Evangelie aan de dooden gepredikt. Gereformeerd Farizeïsme? Dr A. Kuyper en het „Neo-Calvinisme" te Apeldoorn veroordeeld? • Eros of Christus. Valsche roem beschaamd. 'Goud, Wierook en Myrrhe. Over theorie en practijk in de predikantsopleiding. Christus' Geest met Satan strijdende te Philippi. Bij dichters en Schriftgeleerden. De dogmatische beteekenis der Afscheiding. Kerstfeestviering en heilshistorie. Een Hoornstoot tegen Assen? Tusschen „Ja" en „Neen". Christus in Zijn lijden. Afbouw. Over het „Skandalon". Christus, Zijn laatstgeroepen Apostel verdrukkend. Het mirakel van de vreugde der Immanuël-gemeenschap. Jezus Christus en het Cultuurleven. „Geen duimbreed"'. „Ons aller Moeder" anno Domini 1935. Christus en Cultuur. De Heidelbergsche Catechism, us, Is de ierm „algemeene genade" wetenschappelijk verantwoord? Bezet Bezit. Eerste- en Tweedehands gezag. Looze kalk. Om Woord en Kerk. Bovenschriftuurlijke binding — een nieuw gevaar. Uw oecumenische taak. Telle lege.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

BIOGRAFIE EN BIBLIOGRAFIE

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's