Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wclzalig hij, wiens zonden zijn vergeven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wclzalig hij, wiens zonden zijn vergeven

8 minuten leestijd

„Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid." 1 Joh. 1 : 9.

UIT DE SCHRIFT

Na de inleiding heeft de apostel Johannes aan de gemeente geschreven, dat God een licht is en er gans geen duisternis in Hem is. Dat heeft hij van de Here Jezus gehoord en het is zijn taak dat te verkondigen. De duisternis is beeld van dwaasheid en verkeerdheid en zonde, die er in de mensenwereld is. Maar God is wijs en goed en heilig en verre van goddeloosheid en ongerechtigheid. Hij is te vergelijken met de zon, die haar licht over deze wereld straalt. „Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader d.er lichten afkomende, bij wie geen verandering is of schaduw van omkering" (Jac. 1 : 17).

Daarom kunnen we ook niet in de duisternis wandelen en toch gemeenschap met God hebben. „Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij en doen de waarheid niet" (vs 6).

We kunnen niet in de zonde leven en voortleven en tóch vrede met God hebben.. Waar licht is daar wijkt de duisternis en waar dikke duisternis is, daar ontbreekt het licht. Zou daar niet de oorzaak liggen van veel onrust en onzekerheid in het leven der gelovigen ?

„Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden." De duisternis verhindert echte gemeenschap, het donker brengt scheiding aan. Maar het licht verenigt en verbindt. Zo is het ook in de gemeente. Als we in het licht van het Evangelie wandelen, dan hebben we gemeenschap met allen, die op dezelfde weg zijn. Dan blijven er wel gebreken en zwakheden, maar het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden.

„Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet." Alleen wie in het duister is kan zich wijsmaken, dat hij geen zonde heeft. Wie zich aan het licht van het Evangelie onttrekt en de HERE in zijn leven niet kent, kan zich verbeelden gaaf te zijn in zichzelf. Maar dat is zelfbedrog en zelfmisleiding. Dat behoort er in de gemeente niet te zijn. Daar ^ moet schuldbelijdenis zijn en vergeving en reiniging.

„Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid."

Bij ons zijn zonden. Hier staat een woord, dat zoveel betekent als missen van het doel, het falen in onze roeping, het niet voldoen aan de eis van Gods verbond. Wie niet weet van een levensdoel, dat God met ons voor heeft, kan geen weet hebben van zonden. Wie de wet des HEREN niet erkent en er niet voor buigt komt ook niet tot belijdenis van zonden. Wie geen besef heeft van Gods heiligheid en gerechtigheid en waarheid heeft ook geen besef van z'n zonden. Er zijn bij ons zonden. Onheilige gedachten, die God onteren. Verkeerde begeerten, die tegen Gods heilige wil ingaan. Onrechtvaardige handelingen, die tegen Gods heilig recht strijden.

Die zullen we belijden. Daar staat een woord dat betekent: hetzelfde zeggen, We zullen het God toestemmen, dat Hij heilig en goed en recht is. Maar dat onze zondige gedachten, woorden en daden Zijn Naam onteren, Zijn recht schenden. En dan mogen we weten dat Hij getrouw is en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. God is trouw. We kunnen op Hem aan. Hij houdt zijn beloften. Hij kan zichzelf niet verloochenen.

En God is rechtvaardig. Is dat niet om te beven? Moet de rechtvaardige God dan niet de zonden straffen in zijn toorn? StelUg is het om te beven als we denken aan Gods rechtvaardigheid. Als we wegens een misdrijf met een aardse rechter in aanraking komen dan hebben we het niet gemakkelijk. We schamen ons en gaan met lood in de schoenen de rechtszaal binnen. Maar hoe moeten we dan niet beven als we onze zonden zien in het licht van Gods rechtvaardigheid ?

Maar als we onze zonden belijden mogen we ons verheugen in Gods gerechtigheid. Want hier is sprake van Gods reddende, vergevende rechtvaardigheid. Ze is vrijwel synoniem met Gods trouw. Dat God rechtvaardig is betekent hier, dat God de rechte verhouding herstelt door de zonden te vergeven en om Christus' wil niet toe te rekenen. Hij is rechtvaardig om onze zonden te vergeven.

Daar staat een woord dat betekent: wegzenden, wegdoen, uit de weg ruimen. Zodat er niets meer is tussen de HERE en ons. Zodat het weer goed is en we weer vrede met God hebben. En als God de zonden vergeeft dan wil Hij ons ook reinigen van alle ongerechtigheid. Dan breekt Hij ook de kracht der zonde. God heeft geen lust aan boosheid en verkeerdheid des harten. Hij verheugt zich in heiligheid en gerechtigheid en wil ons in de strijd tegen de zonde een Helper wezen. Dat ondervinden allen die oprecht hun zonden belijden.

Belijden wij onze zonden aan de HERE? Als we het doen vinden we vergeving. Maar als we de blijde rust van de vergeving missen, dan komt dat omdat wij onze zonden niet belijden. Zo in het algemeen erkennen, dat we zondaren zijn, gaat gemakkelijk genoeg. Maar het is genade van God als we echt onze concrete zonden mogen zien en belijden. We erkennen niet graag eigen gebreken en zwakheden. Voor de mensen niet en ook voor God niet. We zien de zonden van anderen als vanzelf. En we praten er over. We zijn het er over eens: A is wat eerzuchtig en heerszuchtig. En B is niet altijd betrouwbaar. En C is wat „los in de mond". En D is hoogmoedig. En zo zou ik kunnen doorgaan. Hoe komt het toch, dat we de zonden van anderen zo goed zien en eigen zonden zo gemakkelijk over het hoofd zien?

Laten we ons maar niets wijs maken: De zonden, die we in anderen opmerken, liggen ook bij ons voor de deur, ja ze zijn misschien stamgast in óns huis! Het valt me dikwijls op hoe weinig zelfkennis anderen hebben. Het komt voor, dat iemand klaagt over de Vele ruziemakers, die er in de kerk zijn. Terwijl de klager zelf — natuurlijk niet in eigen oog, maar in het oog van anderen — één van de ergste ruziemakers is. Alleen hijzelf ziet het niet! Waarom zien we trouw naar anderen en letten we weinig op ons zelf? De oorzaak zal wel liggen in de hoogmoed, die in elks hart geroest zit. Hoe komen we daar af? Door in het licht te wandelen. In het licht van de wet des HEREN. Ik kan hetzelfde zeggen met andere woorden: In het licht van het Evangelie van Jezus Christus. Of nog weer anders: Door de HERE te kennen in al onze wegen.

„De droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid." Bij de HERE houden we het niet vol onze zonden te bedekken. Voor het aangezicht des HEREN versmelt alle hoogmoed als sneeuw voor de zon. Daar breekt het trotse hart en wordt de hoogmoedige geest verslagen en welt het gebed uit hart en mond: O God, wees mij zondaar genadig (Lucas 18 : 13). En dan komt de blijde zekerheid: Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde (Ps. 32 : 5).

Er wordt veel geklaagd over gemis van zekerheid des geloofs." Evenzeer over gemis van waarachtige gemeenschap der heiligen. Laten we de schuld niet bij de HERE zoeken. Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven. Royaal en radicaal, mild en overvloedig. En waar vergeving is, daar is ook reiniging van alle ongerechtigheid. Laten we maar toezien, dat wij onze zonden belijden. Met naam en toenaam.

Als Achan door de HERE aangewezen is als de man, die zich vergreep aan het verbannene en voor Jozua gebracht is, dan belijdt hij: „Voorwaar, ik heb tegen de HERE, de God Israels gezondigd, en ik heb alzo en alzo gedaan; want ik zag onder de roof een schoon en sierlijk Babylonisch overkleed, en tweehonderd sikkelen zilver en een gouden'tong, welker gewicht was vijftig sikkelen en ik kreeg lust daartoe en nam ze; en zie, ze zijn verborgen in de aarde in het midden mijner tent en het zilver daaronder." Laten we belijden: Ik heb alzo en alzo gedaan. Met de bede: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of bij mij een schadelijke weg is. En leid mij op de eeuwige weg"

(Ps. 139:23, 24).

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

Wclzalig hij, wiens zonden zijn vergeven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken