Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waarde Piet van Dordt!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waarde Piet van Dordt!

6 minuten leestijd

Men heeft mij gezegd: «van Sticht! eindig maar met ‘t opsommen van uwe bezwaren tegen het vereenigen van de Christ. Ger. Kerk met de Ned. Grer. Kerk (Doleerende). Iedereen, die noch tot de Christ. Ger., noch tot de Ned. Ger. Gemeente behoort, zal met u erkennen,. dat die twee niet bijeen behooren; — iedereen, die «Heraut» en «Bazuin» las, weet dat het beginsel hen gescheiden houdt. En terwijl de doleerenden allicht zullen zeggen, dat uwe bezwaren weinig beteekenen, de Christ. Gereformeerden (of de Afgescheiden, zooals de Doleerenden bij voorkeur de Christ. Gereformeerden noemen) weten wel beter; —die treuren niet, gelijk de Ned. Gereformeerden, om de kerkelijke goederen, daar zij in 54-jarige ondervinding wat beters leerden.» Ds. Gispen, van Amsterdam, u zeker wel bekend uit zijne schoone, leerrijke, pittige brieven aan den vriend te Jeruzalem, heeft dezer dagen trouwens zeer duidelijk aangetoond, dat er eene breede groeve bestaat tusschen de Doleerenden en de Christ. Gereformeerden. ZEerw. formuleert de «Kerkelijke Kas» o. a. aldus:
1. de «Kerkelijke Kas» is, in den grond, niet anders dan eene verloochening van de gemeente onzes Heeren Jezus Christus, met al hare ambten en ordeningen voor de Burgerlijke Overheid;
2. de «Kerkelijke Kas» handhaaft het onheilige beginsel van het vroegere staatskerkendom, volgens hetwelk eene vreemde macht de stoffelijke goederen der gemeente beheert en positie kan nemen in, zelfs tegenover de gemeente;
3. de «Kerkelijke Kas» geeft in hare Statuten aanleiding, dat de opzieners der gemeente misbruik kunnen maken, en in sommige gevallen moeten maken, van de macht hun door den Heere gegeven, door de kerkelijke tucht toe te passen ook op zulke leden der gemeente, die niet gezegd kunnen worden zich in belijdenis en leven als ongeloovige en goddelooze menschen aan te stellen.»
Maar genoeg, ik zit met ongeduld op de besluiten der Synode van Assen te wachten. O, dat allen, die in Nederland de Waarheid liefhebben, maar veel zuchten, dat de Heere de leden dier Synode in Zijne Waarheid mag leiden, opdat zij, zonder partijschap te stellen, maar alleen vragen: wat eischt Hij, die Zijn Kerk met Zijn bloed kocht, van ons? — Ik verzeker u, waarde van Dordt! dat ik mijn God hartelijk dank thans geen predikant of kerkeraadslid te zijn, zoodat ik niet tot lid dezer Synode kon worden gekozen. —
Volgens het Utrechtsch Dagblad is op de jongste klassikale vergadering van de Ned. Ger. Kerk (vroeger doleerende o. a. ook dit besloten:
«Dat de Kerken zich zullen benaarstigen haren Dienaren des Woords het traktement te doen genieten, waarop zij door haar zijn beroepen.»
Mij dunkt, van Dordt! dat het er al niet heel rooskleurig uitziet met de finantieële bereidvaardigheid der Doleerenden! Ja, man! het zijn niet allen koks die lange messen dragen! Van Halven, mijn nieuwe buurman, die ook nog al eens bij de Doleerenden kerkte, maar, zooals ge weet, nog al penningvast is, zei verleden week met een bedenkelijk gezicht: «Van Sticht! je moet de kat maar ‘reis uit den boom kijken; —je zult er wat van beleven!» — Hij schijnt er meer van te weten, dan hij zegt.
Weet ge, wat in ‘t bizonder mijne aandacht trok in die redeneering der Klassikale vergadering ? Dit: «de traktementen, waarop de Dienaren des Woords zijn beroepen!» Ik heb b. v. nooit gehoord, dat onze Utrechtsche predikanten (Ds. H. en Ds. E.) beroepen zijn. Zij zijn uit de Ned. lierv. Kerk gegaan en hebben zich tot predikanten der Ned. Ger. Kerk (doleerende) gesteld! Misschien zijn zij door den kerkeraad dier Doleerende kerk benoemd, maar van beroepen door de lidmaten der gemeente is geen sprake geweest! Zie, waarde van Dordt! het begint mij hoe langer hoe meer te schemeren, als ik het woelen en wroeten der Ned. Geref. Kerk naga. Ik begrijp b. v. ook al niet, dat men bij eene gereformeerde gemeente op zoo vreemdsoortige wijze lid kan worden. Men geeft, om lid der Doleerende gemeente te Utrecht te worden, schriftelijk of mondeling te kennen, «dat men met de reformatie(?) meêgaat en den Kerkeraad, die de gemeente bij Gods Woord wenscht te houden, als den wettigen erkent». De Kerkeraad doet derhalve geen onderzoek naar de kennis der waarheid, naar de belijdenis of den wandel, vóór men lid der gemeente wordt. Ra, ra, hoe kan dat?
En dan vit en hekelt Dr. Kuyper en zijn volkje nog op de Christ. Ger. Kerk, alsof die daar niet stond ter bevestiging van ‘s Heeren “Woord (1 Kron. 17 : 8 ) : «Ik ben met u geweest, overal waar gij heengegaan zijt.» De Christelijk Gereformeerden moesten meer bedenken, dat de Heere een volgeladen hoorn des overvloeds over hen uitgoot! Hij, die zoolang en zoo gezegend heeft geleid, openbaarde in die leiding zoo zonneklaar, dat zijne genade genoeg is. Hij leide de Christelijk Gereformeerden op door Hem gebaande wegen I De vele «Ebenhaëzers,» die daar staan, roepen den Christ. Gereformeerde toe: Hij, die in Christus de Eerste en de Laatste, het begin, midden en einde, de Alfa en de Omega is, leide u, opdat gij ‘t spoor niet bijster wordt! Gedenk aan ‘t geen Hij heeft verricht! —
Nog onlangs is door de Doleerenden (‘k meen bij monde van Ds. van Lingen) beweerd, dat een tweetal studenten over Kampen de Doleerende Kerk zou binnengaan. De Christ. Gereformeerden hebben op die aantijging gezwegen. Dat begreep ik eerst niet, maar bij nader indenken, werd mij dit zwijgen zeer duidelijk. Want ‘t is toch van algemeene bekendheid, dat de candidaten in de Theologie van de Kamperschool een veel omvattender, grondiger studie achter den rug hebben dan die der Vrije Universiteit. Om dat te beoordeelen, heeft een toeschouwer, als ik, slechts op de sterkte van ‘t doceerend personeel te letten. Dan reeds moet men vermoeden, dat dit wel niet anders kan. De Vrije Universiteit heeft, goed berekend, maar anderhalf professor in de Godgeleerdheid !
Maar . . . . ik eindig! Waarlijk, de Christelijk Gereformeerden zullen, naar ik vertrouw, zich niet door Dr. Kuyper laten verschalken ; zij hebben eene ondervinding achter zich, die hun toeroept, dat zij op den ingeslagen weg (en op geen zijweg) voorwaarts moeten trekken!
Ontvang onze hartelijke groete!
Uw
Jan. van `t Sticht
Maliebaan, Aug. 1888.
N.B. De stroop, waarover gij schreeft, is mijne vrouw te duur; hier is ze tegenwoordig spot-goedkoop.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1888

Het Stichtsche Wekkertje | 4 Pagina's

Waarde Piet van Dordt!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1888

Het Stichtsche Wekkertje | 4 Pagina's

PDF Bekijken