Bekijk het origineel

Kerkelijk leven (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerkelijk leven (II)

4 minuten leestijd

Bij het bezoeken der huisgezinnen door opzieners der gemeente (huisbezoek genaamd) is het een eerste vereischte, dat men onderzoeke naar het kerkelijk leven van de leden der gemeente.
Daartoe komt men door de wetenschap hoe het in de huisgezinnen toegaat betrekkelijk het bezoeken van de openbare samenkomsten der gemeente, het catechisatie-bezoek, het lezen en onderzoeken van Gods Woord, het gebruikmaken van de heilige sacramenten, het optreden van het hoofd des gezins als priester in zijn huis, enz. enz.
Daarbij behoeft dan niet uitgesloten te worden het onderzoek naar en het spreken over bijzondere zieletoestanden en over geestelijk leven; — men moet het eene doen en het andere niet nalaten. Waar echter het laatstgenoemde alleen geschiedt en het andere verzuimd wordt, verzaakt men zijne roeping. Onder al de leemten en gebreken in het kerkelijk leven behoort toch ook dit, dat men in alle gemeenten, hetzij dan meer of minder (of ook slechts enkele) menschen aantreft, die o, zoo gaarne over groote zaken spreken, maar kennelijk nog melk van noode hebben, naardien zij de vaste spijze nog niet kunnen verdragen.
In den geest der liefde en der zachtmoedigheid kan onder Gods zegen de eene mensch voor den andere zoo tot een hand en een voet zijn.
Wij leven in eene wereld, die in’t booze ligt. Vele slechte voorbeelden, slechte gewoonten, treurige omstandigheden en meer andere dingen hebben zulk een’ treurigen invloed, Vergete men toch nooit, dat Christus’ kerk op aarde steeds van alle zijden wordt bestreden. Vijanden van buiten en van binnen zoeken altijd te verwoesten en te verderven.
Wie den Heere wil dienen met zijn gansche hart, moet er maar altijd op rekenen, in de wereld alles tegen te hebben. Treft men menschen aan, die vroeger altijd onkerkelijk hebben geleefd, en die, door wat oorzaken dan ook, niet gewoon zijn aan een geregeld leven, dan is er heel wat te strijden en te overwinnen, eer men hen aan een goeden regel heeft gewend. Mag het met Gods hulp daartoe komen, dan heeft men veel gewonnen. ‘t Gaat in dezen veelal als met een zwaar geladen wagen: zoolang deze zich maar voortbeweegt, mag de trek zwaar zijn, maar,..’t gaat toch. Staat echter de wagen eenmaal stil, dan kost het dubbele inspanning, weer aan den gang te komen.
Voor menschen, die trouw en geregeld de kerk bezoeken, is het alsof het geen Zondag is geweest, als ze eens, door ongesteldheid of waardoor dan ook, verhinderd werden de kerk te bezoeken.
Een kerkelijk leven in den goeden zin van het woord is een geregeld leven, een leven in gehoorzaamheid aan Gods Woord, een leven, dat zich kenmerkt door eerbied voor de instellingen des Heeren, Aan een leven in gehoorzaamheid des Woords heeft de Heere Zijn zegen beloofd. Hoe weldadig doet het aan, als we van des Heeren apostelen en van degenen, die met hen waren op den pinksterdag, lezen, dat zij eendrachtiglijk bijeen waren.
En hoe loffelijk klinkt het ons in de ooren, als we van die eerste Christengemeente lezen: „En zij waren volhardende in de leer der Apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden.”
Geen wonder dan ook, dat we in de apostolische brieven zoovele opwekkingen en vermaningen lezen, om toch acht te geven op elkander tot opscherping der liefde en der goede werken.
Tot bevordering van kerkelijk leven is verder van groot belang het houden van kerkelijke vergaderingen, niet alleen de gewone kerkeraadsvergaderingen, maar ook die der Classes en der Synodes.
Voor alle dingen is hierbij noodig te bedenken, dat alle kerkelijke zaken kerkelijk behooren behandeld te worden.
Hiermede heeft allereerst elke kerke-raad rekening te houden. Nooit mag een kerkeraad eene klacht tegen een broeder of zuster in behandeling nemen, tenzij vooraf is gebleken, dat er gehandeld is overeenkomstig Mattheus 18: 15—17.
O, zoo gemakkelijk is het, met alles maar naar een kerkeraad te gaan. Maar een kerkeraad moet zoo wijs en zoo voorzichtig zijn, niet alles zoo maar aan te nemen. De kerkeraad is de vertegenwoordiging van de gemeente, en het: „zeg het der gemeente” is eerst dan geoorloofd en als roeping voorgeschreven, wan-neer men persoonlijk zich van zijne roeping heeft gekweten. Op dezelfde wijze behoort op hoogere vergaderingen gehandeld te worden. Daarom bepaalt de Dordsche kerkorde:
„In meerdere vergaderingen zal men niet behandelen, dan wat in mindere niet is afgehandeld kunnen worden, of wat tot de werken der meerdere vergadering in ‘t gemeen behoort.’’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1897

De Wekker | 4 Pagina's

Kerkelijk leven (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1897

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken