Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoornen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoornen

5 minuten leestijd

Hoornen zijn aan menig dier tot sieraad gegeven, maar nog meer als een wapen ter verdediging. Met deze openbaart het zijne kracht, waarom zij meermalen voorkomen als beelden van macht en sterkte. Nu komen zij voor als de middelen ter verdrukking. Zoo zegt Ezechiël (34 : 21) tot de ontrouwe herders: »Omdat gij de zwakken met uwe hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten verstrooid hebt, daarom zal Ik Mijne schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn.” Dan vinden wij ze weder toegekend aan het volk des Heeren om den vijand te verpletteren, zooals Micha (4 : 13) zegt: »Maak u op en dorsch o dochter Zions! want Ik zal uwen hoorn ijzer maken.”
Het dier in woede ontstoken boort zonder nut in het zand, als het ‘t voorwerp van zijn woede niet bereiken kan, en de mensch, wien de moed ontzonken is om iets meer ter redding te beproeven is als Job, die zeide (16 : 15): »ik heb mijnen hoorn in het stof gedaan."
Daarentegen zingt eene Hanna in hare vreugde (1 Sam. 2 : 1): »Mijn hoorn is verhoogd in den Heere” en die des Heeren zijn weten van waar die zegen is. Zij zeggen niet (Amos 6 : 13): „hebben wij ons niet door onze sterke hoornen verkregen ?”, maar tot hunnen God (Ps. 89 : 18) »door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.” Omdat in God de bron en de oorzaak is van al zijne sterkte en schoonheid roemt hij God als zijn »schild en den hoorn zijns heils en zijn hoog vertrek.” David, de machtelooze in zichzelven, wist dat al zijne kracht was uit hem, die hem beschermde tegen elken aanval des vijands, en hem redde uit elk nijpend gevaar.
Aan het altaar van Israëls heiligdom waren de vier hoeken voorzien van hoornen, die naar buiten opwaarts zich verhieven om af te beelden, hoe de genade van Christus bloed zich uitstrekt naar alle vier einden der aarde. Zij waren als het ware de uitgestrekte handen naar de zondaars, die van Oost en West, van Zuid en Noord kwamen om redding te verkrijgen van hunne schuld. De schuldige vlood (1 Kon. 1 : 51) daarheen, om er bescherming door te vinden tegen den dreigenden dood. Zoo was dat eene afschaduwing van hetgeen ons te doen staat. Waren Juda’s zonden geschreven aan de hoornen hunner altaren (Jer. 17 : 1), het gebrekkige onzer godsvereering, het onheilige in onze offeranden, het geestelooze in onze gebeden draagt de teekenen onzer verkeerdheid wellicht nog meer dan ons maatschappelijk leven. Maar gelijk de Hebreeër met éénzeltde woord schuld en schuldoffer, en weder met één woord zonde en zondoffer noemt, zoo zijn dezelfde hoornen des altaars geteekend met de zonde en de teekenen der genade. De doodschuldige moet er mede in gemeenschap komen, moet met volle bewustheid van hetgeen hij verdiende die aangrijpen, om door het offer, op het altaar gebracht, te worden gereinigd en behouden.
In Openb. 5 : 6 lezen wij van het Lam, dat zeven hoornen en zeven oogen heeft. Zeven is het getal des verbonds, waarin de drieëenige God met de menschheid uit alle hemelstreken samenkomt. Christus is de wijsheid. Zijne oogen doorschouwen alles, maar ook is Hij de zonden delger, de schuldvernieler voor wie tot Hem vlucht. Hij is een eeuwig geldend offer, een machtig Heiland, die ons verlost van den toekomenden toorn. De Heere roept den Satan, die o zooveel beschuldigen kan, voor de zijnen toe: »de Heere, die Jeruzalem verkiest, schelde u,” en hij moet vrijlaten. Christus heeft dood en hel overwonnen en is als overwinnaar gezeten in den troon des Vaders. Hij kan beschermen tegen de machtigste vijanden. Wie dien hoorn heeft aangegrepen en vasthoudt gevoelt, welk eene kracht daarvan uitgaat. Hij maakt ons sterk en moedig, zoodat wij met David zeggen: »ik zal niet vreezen, al stond een heirleger tegen mij op.
Wel mag elk kind van God met Zacharias zingen: Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke, en heeft eenen hoorn der zaligheid ons opgericht.” Tegenover de vier hoornen, welke kwamen om Juda en Israël en Jeruzalem te verstrooien stelt de Heere de vier smeden om de hoornen der heidenen te verschrikken en neder te werpen, (Zach. 1 : 19 vv.) maar geene macht is bestand tegen de vergevende, de reddende, de beschermende, de overwinnende genade en kracht des Heeren Jezus, van wien (Openb. 5 : 13) alles zingt in den hemel: „Hem, die op den troon zit en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.”
van Lingen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1898

De Wekker | 4 Pagina's

Hoornen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1898

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken