Bekijk het origineel

Er is een God, die verborgenheden openbaart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Er is een God, die verborgenheden openbaart

11 minuten leestijd

„Maar er is een God in den hemel, die verborgenheden openbaart”. Daniël 2 : 28 a.

De koning Nebukadnezar, vertoornd op de wijzen uit Babel omdat niemand onder hen des konings droom en zijne uitlegging kon te kennen geven, beval dat men al de wijzen te Babel zou ombrengen. Daardoor kwamen ook Daniël en zijne metgezellen, Hananja, Misaël en Azarja, in gevaar. Doch op raad van Daniël werd van den koning een bestemde tijd verzocht, waarin Daniël voor den koning zou gebracht worden om hem de uitlegging te kennen te geven. Daniël met zijne drie vrienden baden tot God, en als kennelijke gebedsverhooring wordt aan Daniël in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard. Deze voor den koning gebracht, zegt: »De verborgenheid, die de koning eischt, kunnen de wijzen, de sterrekijkers, de toovenaars en de waarzeggers den koning niet te kennen geven; maar er is een God in den hemel, die verborgenheden openbaart.” En nu zal niet de wijsheid van Daniël, maar de God des hemels door Zijnen knecht Daniël den koning bekendmaken, wat in het laatste der dagen geschieden zal. Waar alle menschelijke wetenschap faalt en te kort schiet, zal God almachtig toonen, dat Hij de Heere, de Schepper van hemel en aarde een eenig God is. Niemand is Hem gelijk. Geen ding is voor Hem te wonderlijk.
Zoo staat dan Daniël, ah een der weggevoerden van Juda, voor het aangezicht van den machtigen heerscher van Babel, als een getrouw getuige van Gods macht en heerlijkheid. Geen afgoden van de volkeren der aarde zijn met Hem te vergeleken. Hij alleen is de Heere, die alles doet wat Hem behaagt.
In het voorbeeld van Daniël blijkt, hoe groot de weldaad is, Israëls God te kennen, want Hij is de Heere, die verborgenheden openbaart. Heidenen, die de bijzondere Godsopenbaring misten, kenden dien God niet, alleen het zaad van Abraham was met die weldaad bedeeld. En velen in later eeuwen geboren en met nog zooveel duidelijker openbaring bedeeld, zijn evenzeer vervreemd van de kennis van God. Zij loochenen zelfs Zijn bestaan, en nog altijd past op hen het woord van den gewijden dichter: »de dwaas zegt in zijn hart: er is geen God.”
Toch beeft de Heere Zich zoo duidelijk in Zijn Woord geopenbaard. Hoe men ook tracht op allerlei wijze de Heilige Schrift tegen te spreken, te verachten en te verwerpen, door al dat pogen van het ongeloof worden de feiten der historie, de groote daden onzes Gods niet te niet gedaan. De getuigenissen der historie, welke alle eeuwen door hebben gesproken, spreken nog tot op den huldigen dag. Zij zijn te krachtig, te menigvuldig, dan dat deze ooit door eenig schepsel zouden kunnen vernietigd worden. En al die getuigenissen dragen het kenmerk in zich, dat zij van goddelijken aard en oorsprong zijn. Er is een God in den hemel, die verborgenheden openbaart.

Beide in het Oude en in het Nieuwe Testament, zoowel in het leven als in de historie, in de natuur en in de genade, in al de daden Zijner hooge Godsregeering, is voor ieder die niet willens blind is, duidelijk als de dag, de waarheid door den Godsman Daniël uitgesproken. Vermag geen menschelijk oog in te dringen in de geheimen der toekomst, Gods heilige profeten hebben, door den Heiligen Geest verlicht, achter den sluier der toekomst gezien en aan het volk der belofte, aan het Israël Gods, eeuwen te voren dingen bekend gemaakt, die op hunnen tijd zijn vervuld geworden. Dingen, die onmogelijk anders hun konden bekend zijn, dan door goddelijke openbaring. In dat geloof ging Mozes heen tot Farao, om ’t belang van zijn volk te bepleiten. In dat geloof gaat Israël tot zevenmaal toe rondom de stad Jericho, en zag men de muren der stad vallen, zonder dat men daartoe een hand had uitgestrekt. In dat geloof ging een Gideon heen met slechts driehonderd man om ’t groote leger der Midianieten te verslaan. Jozef wist door goddelijke openbaring, dat er na zeven jaren van overvloed zeven jaren van gebrek zouden volgen, waarin niet geoogst zou worden. Aan Elia maakt de Heere bekend, dat op zijn gebed vuur van den hemel zal dalen, dat zijn offer zal verteren. Aan de koningen van Juda en Israël wordt voorzegd wat hun en hun volk te wachten staat, waar zij den Heere verlaten. En wat het grootste van alles is, de openbaring Gods aangaande de verborgenheden, welke met de verlossing van zondaren in verband staan. Wat biedt geen rijke stof tot bevestiging van de waarheid door Daniël uitgesproken voor de ooren van den koning Nebukadnezar. Wat was het een rijke en onschatbare troost voor alle oprecht geloovigen, van ’s Heeren wege te vernemen dat de Messias, als do Heere Ome Gerechtigheid, zou komen. Plaats, tijd, omstandigheden, alles wordt in bijzonderheden door God geopenbaard, en alles wat van den Messias was voorspeld, is in de volheid des tijds vervuld geworden.
Voor de vervulling der profetie geplaatst, moeit men één van beiden: óf in de openbaring Gods gelooven, óf door ongeloof verblind en verhard de zoo duidelijk geopenbaarde waarheid tegenspreken. Nebukadnezar geloofde de waarheid door Daniël gesproken, en gaf God de eer, door te zeggen: »Het is de waarheid, dat ulieder God een God der goden is, en een Heere der koningen, en die de verborgenheden openbaart, dewijl gij deze verborgenheid hebt kunnen openbaren.” En die koning van Babel was een heiden. De Joden daarentegen, onder wie Christus als de Zoon Gods Zich openbaarde, als het vleeschgeworden Woord, hadden de profetieën en wisten wat er omtrent den Messias was voorspeld, en toch geloofde de meerderheid niet in Hem. Schriftgeleerden, farizeën en de Oversten des volks keerden zich af van Hem Die uit de hemelen is, zij weerstonden tot hun eeuwig verderf de waarheid en de verborgenheden Gods hen geopenbaard. Zij waren vroom en godsdienstig, maar op de meest treurige wijze. Zij verwierpen Christus, en daarmede den eenigen Naam onder den hemel tot zaligheid geopenbaard.

Met zulke taal als Daniël hier spreekt, spot het ongeloof. Daar hebben de kinderen dezer wereld geen eerbied voor. Wat de Heilige Schrift ons leert, houdt men voor fabelen en verdichting. Trouwens dit behoeft ons niet te verwonderen. Wat men niet verstaat, kan men niet hoogachten; wat men niet kent, kan men niet lief hebben. De haat en vijandschap tegen God openbaart zich tegen alles wat goddelijk is. Naar Zijn rechtvaardig oordeel geeft God de volken met Zijn Woord bedeeld, maar die van dat Woord zich afkeeren, over aan de verharding. Zij zijn gelijk aan hen die het bestaan der zon miskennen, ook al worden zij eiken dag door dat heerlijk zonlicht omschenen.
Daartegenover houdt de gemeente Gods vast aan de goede belijdenis. Zij houdt vast aan dat eeuwigblijvend Woord, dat de heilige mannen Gods, door den Heiligen Geest gedreven, hebben gesproken. Met haar houdt ieder geloovige vast aan de waarheid van dit woord, dat er een God in dan hemel is, die verborgen heden openbaart. Niet alleen heelt God dat gedaan, maar dat doet de Heere nog. Dit deed Christus tijdens Zijne omwandeling op aarde zeggen: „Ik dank U, Vader! Heere des hamels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja. Vader! want alzoo is geweest het welbehagen voor U!”
Die God, die aan Daniël te verstaan gaf wat Nebukadnezar begeerde te weten, geeft Zijnen kinderen te verstaan door Zijn Woord en Geest de verborgenheid der godzaligheid zoo groot: God geopenbaard in het vleesch. Dat wonder aller wonderen is zoo oneindig groot, dat zelfs Gods heilige engelen begeerig zijn om het in te zien. De goddelijke en de menschelijke natuur in eenigheid Zijns Persoons, als de Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus. Deze verborgenheid Gods is de fontein aller ware vertroosting.
Wondervol is niet alleen de Persoon des Verlossers, maar ook wondervol de wijze waarop de zondaar deel krijgt aan Hem. En vraagt men al verder, wat het zegt, en welke weldaden hieruit voortvloeien, dan is het antwoord wederom: wondervol. Staan anderen daartegenover verwonderd en verbaasd, dat er menschen zijn, die zich zoo beslist en geheel van anderen onderscheiden in hun levensopenbaring, in hun levenskeus, in hun levensverwachting, dan ligt op de vraag: hoe kan dat zijn? het antwoord in bovenstaande moorden. En waar het Gode behaagt, naar Zijne ondoorgrondelijke barmhartigheid en liefde. Zich aan Zijne kinderen op bijzondere wijze in Zijne gunst en ontferming te openbaren, zeggen en zingen zij blijmoedig en vrijmoedig: „Gods verborgen omgang vinden zielen, waar Zijn vrees in woont; t heilgeheim wordt aan Zijn vrienden naar Zijn vreêverbond getoond”.
Zalig, duizendwerf zalig zij die in deze gunst des Allerhoogsten mogen deelen. God redde Daniël door bijzondere openbaring van den dood. En ieder kind des Heeren kan in waarheid zeggen: daaraan dank ook ik mijn leven, mijn geestelijk, mijn eeuwig leven.

Roemt een Paulus in God wegens de genade geopenbaard door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan en het leven en de on verderfelijkheid aan het licht heeft gebracht, door het geloof kan ieder gunstgenoot des Heeren zich in God verblijden van wege de hoop der eeuwige heerlijkheid. En hoe meer ge door Gods genade moogt deelen in de openbaring van de verborgenheden Gods, hoe meer ge ook, gelijk de kamerling van de koningin der Mooren, uwen weg met blijdschap zult bewandelen.
Aan Daniël heeft het aan haat en smaad van menschen, aan listen en lagen tegen zijn persoon bedacht, niet ontbroken. Eenmaal kwam het onder Gods toelating zoover, dat de vijanden hem voor altijd in hun macht schonen te hebben, toen deze zeer gewenschte man in den kuil der leeuwen werd geworpen. Maar Daniël had aan Zijn God genoeg. Die was Zijn Leidsman, Zijn Raadgever, Zijn Beschermer, Zijn Troost. Wat do boosheid der menschen hem niet kon ontnemen, was de wetenschap en de troost dat er een God in den hemel is, die voor de Zijnen wonderlijk zorgt. En wie noemt het getal dergenen die in datzelfde geloof hebben geleefd en nog leven? Wie beschrijft het heil dat weduwen en weezen, armen en verdrukten, in en onder allerlei omstandigheden des levens, daaruit hebben genoten en nog genieten? Zoo menige duistere levensnacht is daardoor verhelderd. Zoo menigen traan van dankbaarheid deed dit vloeien en zoo menig loflied aanheffen, zelfs in den zwaarsten druk. Dat geloof houdt het hoofd boven water, als de golven der verdrukking u dreigen naar de diepte te doen verzinken. Dat geloof is in kommer en leed noodzakelijk, maar ook genoegzaam om met lot en weg u den Heere toe te vertrouwen. Wie dat geloof mist, zal met zijn wetenschap, met zijn gaven, met al wat men heeft of hebben kan, omkomen.
De gedaante dezer wereld gaat voorbij. De grootheid van koning Nebukadnezar is verdwenen. Wat uit stof is neemt een end door den tijd, die alles schendt. Aan al het woelen en strijden tegen God en Zijne dierbare openbaring zal een einde komen. De wensch der goddeloozen zal vergaan. De wijsheid der wijzen zal God doen vergaan en het verstand der verstandigen zal de Heere te niet maken, maar aan het volk van God zal bevestigd worden, wat Daniël gesproken heeft. En al blijft nu ook voor Gods kind in dit leven menige vraag onopgelost en al moet zelfs een Paulus nog getuigen, »wij kennen slechts ten deele,” toch zal ieder geloovige zooveel verstaan van de verborgen heden Gods, door niemand anders dan door God zelven geopenbaard, als noodig is om te volharden in het geloof ten einde toe.
En wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden.
Straks, aan het eind der eeuwen, aal voor aller menschen oogen de God van Daniël Zich in heerlijkheid openbaren, als Christus op de wolken verschijnt om te oordeelen de levenden en de dooden. De verborgenheden Gods, hier op aarde door zoovelen bespot en miskend, zullen dan de vreugde der geloovigen volmaken. Daniël prees den Heere in tegenwoordigheid van Nebukadnezar. Wat zal dat zijn, als alle de verlosten door Jezus’ bloed hun God zullen grootmaken, tegenover die groote menigte, die naar ontkoming zal zoeken, waar geen ontkoming is.
Maranatha! De Heere komt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1901

De Wekker | 4 Pagina's

Er is een God, die verborgenheden openbaart

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1901

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken