Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aan een vriend te Ulrum (201)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aan een vriend te Ulrum (201)

5 minuten leestijd

Waarde Vriend!

Het cardinale verschil tusschen de opvatting der nieuwe theologische school en de beschouwing der gereformeerde vaderen over de voorbereidende genade, hebben wij u vroeger duidelijk trachten aan te toonen. Comrie en Brakel, waaruit wij enkele gedeelten aanhaalden, spreken van »voorbereidend werk” en »voorbereidende dingen”, de wedergeboorte of levendmaking bij bejaarden voorafgaande, in geheel anderen zin dan de aanhangers der nieuwe school.
„Al wat toch Dr. Kuyper, schrijft Huisman, tot het voorbereidend werk, of zooals hij het noemt » voorbereidende genade” brengt, gaat niet verder, dan de bij zondere voorzienigheid Gods omtrent Zijne uitverkorenen vóór hunne wedergeboorte of levendmaking. Immers Dr. Kuyper verklaart dat, wat de voorbereidende genade doet, alleen is »dat God de Heere ons leven zoo schikt en onzen gang door de wereld zóó regelt en onze ontwikkeling zoo inricht, dat we, eenmaal door Zijne uitsluitende werking ten leven gebracht, de gesteldheid bezitten, die noodig is voor de taak, die Hij ons in het Koninkrijk heeft opgelegd”. Maar volgens Comrie gaat die voorzienigheid Gods ten opzichte zijner uitverkorenen zoowel vóór als na hunne bekeering, zoodat hij die niet kan aangemerkt hebben voor het door hem omschreven voorbereidend werk Gods, alléén aan de levendmaking voorafgaande”.
Groot onderscheid bestaat er tusschen de omschrijving van het begrip »voorbereidende genade” bij Dr. Kuyper en onze vroegere theologen. Niet minder komt dat verschil uit als er over »de roeping” wordt gehandeld. Voorbereidende genade en roeping staan met elkaar in het nauwste verband. Wat beide beteekenen, leert ons Gods Woord; daaraan dienen wij ons te houden. En voor de kerk is het gansch geen onverschillige zaak, hoe men deze beide grondwaarheden beschouwt. En wel moet onderscheid gemaakt worden tusschen de algemeeneen de bijzondere roeping.
De algemeene roeping omvat al degenen, tot. wie de Heere door de verkondiging des heiligen Evangelies de roepstem tot geloof en bekeering laat komen; en zij is bij zonder, en dan omvat zij alléén de uitverkorenen, aan wie de Heere niet alleen zijn Evangelie uiterlijk doet prediken, maar óók die prediking verzeld doet gaan met Zijn levendmakenden Geest. Aan deze bijzondere roeping kan geen weerstand geboden worden. Zij vloeit voort uit Gods eeuwige en vrije verkiezing. Zij vraagt niet naar eenige geschiktheid, daar van nature’ alle geroepenen even ongeschikt en verdorven zijn, gansch onwillig tot gehoorzaamheid en liefde, zoowel jegens God als den naaste: dood in zonden en misdaden.
Zoo verstaan wij des Apostels woorden: „Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of iets kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit te werken, maar uit den Roepende; gelijk geschreven is: Jakob heb Ik lief gehad, en Ezau heb Ik gehaat.”
Wij krijgen een andere volgorde, namelijk, dat de roeping alzoo niet op de wedergeboorte volgt, maar er aan voorafgaat.
De Heere opent het hart der geroepenen; de drang tot acht geven op het Woord des Heeren ontwaakt. Romeinen 8 verzen 29 en 30 duiden helder de volgorde van Gods werk aan. »Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij te voren verordineerd (niet wedergeboren) heeft, deze heelt Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd, en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt.” Eerst de verordineering, daarna de roeping, daarna de rechtvaardigmaking. Maar Dr. Kuyper leeraart geheel iets anders. Volgens hem richt de krachtdadige roeping zich tot degenen, aan wie leeds het vermogen geschonken is om te kunnen hooren, en dus niet tot dooven, tot dooden, maar tot reeds wedergeborenen, die levend zijn.Zij sluimeren nog en dat sluimerende leven roept de Heere wakker.
Zoo is te lezen in zijn »Werk van den Heiligen Geest”, als hij over de roeping door het Woord en den Geest handelt: »Ook dit is een daad Gods, die gemeenlijk door den dienst der kerk instrumenteel bediend wordt. Deze krachtige roeping richt zich niet tot dooven, maar tot dezulken, die hooren kunnen. Dus niet tot dooden maar tot herborenen, die evenwel nog sluimeren.”
Op een andere plaats: » Het Woord wordt gepredikt en op hetzelfde oogenblik stort de Heilige Geest aan het geloofsvermogen de werking in, en zoo komt het dan, dat de roepinge Gods eene krachtdadige roeping wordt, dat is zulk eene, die maakt, dat de slapende op moet staan en feitelijk ook opstaat”.
Nog verder: »Alles wat strekt om den reeds wedergeborene, maar in wien het nieuwe leven nog sluimert, nu ook ten leven te wekken,heet geen » voorbereidende genade”, maar heet »roeping”.
Schoone theorieën, doch niet steekhoudend, ingaande tegen hetgeen de Heilige Schrift ons leert, wat wij in het vervolg nog hopen aan te toonen. Wat zou Ds. de Cock van Ulrum zich tegen zoo’n leer verzet hebben!
Dit is ook onze roeping, nietwaar?

Groetend t.t.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1901

De Wekker | 4 Pagina's

Aan een vriend te Ulrum (201)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1901

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken