Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Doop der Roomsche kerk 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Doop der Roomsche kerk 3

5 minuten leestijd

III.
Ten slotte wenschen wij nog stil te staan bij hetgeen onze Hervormers antwoorden op de vraag of de wettigheid van den Doop niet afhangt van de waardigheid des doopers, zooals de wederdoopers willen.
Deze vraag is van groot belang. Vele onkundigen toch meenen dat de doop, bediend door een ontrouw leeraar of een pastoor, die afwijkt van de waarheid, geen wettige doop kan zijn. Ware dit zoo, dan zou de wettigheid des doops geheel afhangen van de subjectieve (onderwerpelijke) gesteldheid des doopers, en zouden allen die gedoopt zijn door een leeraar, die niet volkomen de Gereformeerde leer omhelsde, herdoopt moeten worden. Doch hooren wij eens wat Calvijn in zijne Institutie, boek IV Cap. 15 : 16, hiervan zegt:
„Verder, indien het waar is, gelijk wij dit voor waar houden, te weten, dat het sacrament niet moet gewaardeerd worden, naar de hand desgenen die dat bedient, maar naar de hand Gods, van Wien het zonder twijfel is voortgekomen, zoo kan men daaruit afleiden, dat het sacrament niet met al gegeven en ontnomen wordt, door de waardigheid des dienaars die het uitdeelt. En gelijk onder de menschen, wanneer ergens een brief gekomen is, zoover de hand en het teeken des briefs genoegzaam bekend zijn, daaraan in ’t minst niet gelegen is wie de brenger is geweest, alzoo moet het ons ook genoeg zijn, dat wij de hand en het teeken van Zijne sacramenten zien en bekennen, van wat dienaar of bode ons dezelve ook moge gebracht worden. Hierdoor wordt de dwaling der Donatisten volkomen wederlegd, die de kracht en den prijs der sacramenten hebben afgemeten volgens de waardigheid des dienaars; zoodanig zijn heden onze Wederdoopers, welke sterk ontkennen, dat wij wettig gedoopt zijn, omdat wij in het pauselijk rijk van de afgodendienaars en goddeloozen gedoopt zijn, daarom dringen zij sterk en uitzinnig aan op den wederdoop. Tegen welke ongeschikte eischen wij genoegzaam zijn gesterkt, indien wij gedenken dat wij zijn gedoopt niet in den naam van eenig mensch, maar in den naam van Vader, Zoon en Heiligen Geest, en dat derhalve de Doop niet van een mensch, maar van God is, door wien hij ook moge bediend zijn. Ofschoon zij die ons doopten, nog eens zoo groot niet-weters of verachters Gods en van alle godsvrucht geweest waren, zoo hebben ze ons niet gedoopt tot de gemeenschap van hunne onwetendheid of goddeloosheid, maar tot het geloof in Jezus Christus, want zij hebben niet aangeroepen hun eigen, maar Gods naam, zij hebben ons ook in geen anderen naam gedoopt. Indien het dan Gods doop was, zoo had hij dan voorwaar in zich opgesloten de belofte van vergeving der zonden, van de dooding des vleesches, van de geestelijke levendmaking en van de gemeenschap met Christus.”
Calvijn wijst dan nog op de besnijdenis der Joden in de tijden toen de kerk diep verbasterd en met allerlei afgoderij besmet was, als hij zegt:
„Alzoo heeft het den Joden niet gehinderd, dat zij van onreine en afvallige priesters besneden waren. Het teeken was daarom niet onwettig, dat men hen daarom opnieuw had moeten besnijden. ’t Geen de wederdoopers tegenwerpen, dat de doop in de vergadering der godvruchtigen behoort bediend te worden, kan niet maken dat de gansche kracht des doops zou worden uitgebluscht door het gebrekkige ’t welk in een deel des doops is. Want als wij leeren wat men behoort te doen opdat de doop rein zij en vrij van alle besmetting, zoo maken wij evenwel de instelling Gods niet te niet, ofschoon de afgodendienaars dezelve vervalschen. Want hoewel de besnijdenis eertijds door vele bijgeloovigheden bedorven werd, zoo is ze altoos nochthans voor een teeken en zegel des Verbonds gehouden geweest. Toen ook Josia en Hiskia uit het gansche Israël verzamelden degenen die van God waren afgeweken, zoo hebben zij hen niet geroepen of genoodigd tot een tweede besnijdenis.”
Hieruit blijkt duidelijk dat de persoon des doopers, hij zij dan een rechtzinnig leeraar of een dwaalgeest, niets afdoet van de wettigheid des doops, als hij maar eene wettige zending heeft. Ook Guido de Bres antwoordt op de beschuldiging der wederdoopers, dat zij die door R. priesters gedoopt zijn, herdoopt moeten worden, het volgende: „zij zijn niet gedoopt met den doop van den paus, maar met den doop van Christus, niet in naam van den paus, maar in den naam des Vaders, Zoons en H. Geestes. En het zij wat onwetendheid of boosheid diegenen mogen gehad hebben, die ons doopten, zoo hebben zij ons nochthans niet gedoopt tot de gemeenschap hunner onwetendheid of boosheid. En gelijk de doop zijne krachten en vermogen niet heeft van de goedheid of heiligheid des dienaars, die hem bediende, desgelijks kunnen ook de booze dienaren den doop aan degenen, aan wien zij hem bedienen, niet kwaad maken.”
Om van andere Gereformeerde schrijvers nu maar te zwijgen, blijkt ons dus genoegzaam dat mannen als Calvijn en de Bres de waardigheid des doopers niet deden gelden in betrekking tot de wettigheid des doops. Al verklaren wij alle kerken die de kenmerken der ware kerk missen voor valsch, de doop blijft geldig, daar de kenmerken van de wettigheid des doops er nog gevonden worden.
P.J.M. de Bruin

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1904

De Wekker | 4 Pagina's

De Doop der Roomsche kerk 3

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1904

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken