Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jesaja 65 : 20

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jesaja 65 : 20

7 minuten leestijd

J. v. D. te D. zou gaarne eenige opheldering hebben over bovengenoemden tekst. Zulks verwondert ons niet, daar hij niet tot de gemakkelijk verstaanbaren kan gerekend worden. Jesaja 65 : 20 luidt aldus: „Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van (weinige) dagen, noch een oud man, die zijne dagen niet zal vervullen: want een jongeling zal sterven honderd jaar oud zijnde, maar een zondaar honderd jaar oud zijnde, zal vervloekt worden. Luther heeft in zijn bijbel dezen tekst aldus vertaald: „Er zullen daarin niet meer zijn kinderen, die hunne dagen niet bereiken, of ouden, die hunne jaren niet vervullen, maar de knapen van honderd jaar zullen sterven en de zondaars van honderd jaren zullen vervloekt zijn.”
Daar nu als eerste regel van uitlegkunde geldt dat men een tekst beschouwt in het verband waarin hij voorkomt en niet als op zichzelf staande, moeten wij dus onderzoeken, wie hier spreekt, waarover gesproken wordt, op wat tijd hier het oog moet gevestigd worden en wat reeds vóór vers 20 beloofd is. De profeet Jesaja spreekt in het vijf en zestigste hoofdstuk eerst over de aanneming der heidenen en de verwerping van Israël voor een tijd onder den dag des Nieuwen verbonds. God zou komen tot de heidenen, die naar Hem niet vraagden, terwijl Israël zijn Messias verwierp en de Heere dus Zijne handen had uitgebreid naar een wederstrevig volk, dat in eigengerechtigheid voortging. Toch zal de Heere Israël gedenken en in het laatst der dagen het dal Achor maken tot een runderleger voor Zijn volk dat Hem gezocht heeft. In dat laatst der dagen zal het eene gezegende tijd zijn voor het bekeerde Israël met de tot Christus bekeerde heidenen, de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn en God zal nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde scheppen. In het Jeruzalem, dat dán zijn zal, zal het anders zijn dan in het Oud-Testamentische. Was op de oude aarde en alzoo ook in Jeruzalem altijd zooveel reden tot droefheid als gevolg van de zonde, in het Jeruzalem der laatste dagen zal niet meer gehoord worden de stem der weening, noch de stem des geschreeuws. En vraagt men nu waarom aldaar geen rouw noch droefheid meer zijn zal, dan is het antwoord: omdat de oorzaken van rouw en gekrijt aldaar niet gevonden worden, want van daar, dat wil zeggen, daarin, in dat Jeruzalem zal geen droefheid zijn over het sterven van kleine kinderen, van zuigelingen, die slechts enkele dagen of weken het levenslicht zagen, want vroegtijdig stervende kinderen zullen daar niet te betreuren zijn. Evenmin zullen daar grijsaards sterven, die de volle maat van ouderdom niet hebben bereikt. Er zullen daarin niet sterven ouden van 70 of 80 jaar, zooals thans, want zelfs die op honderdjarigen leeftijd sterft zal nog gerekend worden als jongeling gestorven te zijn. Die als jongeling sterft en als vroeg gestorven gerekend wordt, zal niet voor zijn honderdste jaar sterven. De menschen zullen dus zoo sterk zijn, dat hij die in zijn honderdste jaar sterft, in kracht en sterkte nog de gedaante van een jongeling zal vertoonen. Zelfs de zondaar, die God niet vreest zal in het laatst der dagen niet vroeg worden weggenomen, want al zal hij vervloekt worden en het oordeel des doods ondergaan, hij zal nochtans honderd jaar worden en zelfs dan nog om zijn vroegtijdigen dood gerekend worden door een goddelijken vloek en een bijzonder strafgericht te zijn weggenomen.
Keil en Delitzsch zeggen in hun commentaar op Jes. 65 : 20: „Daarin zal niet voorkomen een zuigeling, die slechts den leeftijd van weinige dagen bereikt of een grijsaard, die niet zijne dagen vervult of de volle maat van den menschelijken leeftijd niet bereikt, want zelfs hij die als jongeling sterft zal niet voor zijn honderdste jaar sterven en de zondaar, dien de vloek Gods treft, wordt eerst op zijn honderdste jaar weggeraapt.”
Heeft Jesaja in cap. 25 : 8 geprofeteerd van de volmaakte overwinning des doods: „Hij zal den dood verslinden tot overwinning” hier wordt geprofeteerd hoe reeds in het laatst der dagen den dood zijne macht zal zien ontnomen over hetgeen nog niet tot volkomenheid van jaren zal zijn gebracht.
Een geleerd schrijver zegt dan ook van dezen tekst: „Ten gevolge van Israëls bekeering (in het laatst der dagen) zal eenmaal niemand uit zijn midden sterven zonder zijne dagen uit te maken. Terwijl tegenwoordig al zijne leden ontijdig sterven, òf als zuigelingen, die slechts weinige dagen tellen, òf als jongelingen van weinige jaren òf als grijsaards in den ouderdom van hoogstens 70 of 80 jaren, (ps. 90 : 10) zoo zullen zij dan ook nog wel sterven, omdat zij allen zondaars zijn, hoewel bekeerde zondaars, maar niet meer vóór den tijd, als zuigelingen, jongelingen, nog niet zeer oude grijsaards, dus niet voordat zij het volle getal hunner dagen geleefd hebben, welke oorspronkelijk aan den mensch door God ten leven verordend zijn en die genoegzaam zijn om zijn wezen op aarde tot rijpheid en tot natuurlijke volkomenheid te brengen, zoodat de dood niet komt als de ontijdige, geweldige scheiding van geest en lichaam, maar als de tijdige, natuurlijke, zalige volmaking naar geest en lichaam.”
Ook vers 22 staat hiermede in verband, als daar gezegd wordt: „zij zullen niet bouwen, (en dan vroegtijdig weggenomen worden) zoodat het een ander bewone, zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms.” Gelijk men weet worden de boomen, inzonderheid de eik en de ceder, zeer oud, alzoo zullen ook in het laatste der dagen Gods gunstgenooten deelen in eenen langen en gezegenden leeftijd.
Wat Jesaja hier profeteert schijnt reeds bij de heidenen als een duister voorgevoel geleefd te hebben. Hesiodus, een heidensch schrijver, zegt reeds in zijne werken (opera vs. 130), waar hij eene beschrijving geeft van de zilveren eeuw, die hij in de verre toekomst verwachtte: „een jongeling wordt dan tot zijn honderdste jaar bij zijne moeder opgevoed, groeiende, zijnde een groot kind in het huis.”
Tegenover de verklaring welke wij van dezen tekst gaven, staat echter nog eene andere. Sommige Bijbeluitleggers zien in dezen tekst niet de belofte van een lang en gezegend leven in het laatst der dagen voor Gods kinderen, maar zij verstaan den tekst figuurlijk als een belofte van uitnemende wijsheid in de Nieuw-Testamentische kerk, inzonderheid in het laatst der dagen. Alsdan verklaren zij den tekst aldus: Er zal daar niet zijn een onwetende in kennis gelijk een zuigeling van weinige dagen noch een oud man die zijne dagen niet doorgebracht heeft in het verminderen van kennis en alzoo den eisch zijner jaren niet beantwoorden en vervullen zal, want een jongeling zal sterven, zoo geoefend als een van honderd jaren, maar een zondaar, die geen goddelijke kennis heeft verkregen, zal al wordt hij honderd jaren, als een vervloekte sterven. Men brengt dezen tekst dan in verband met de belofte dat de aarde vol zal zijn van de kennis des Heeren, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. Hoewel nu laatstgenoemde belofte waar is, zoo vinden wij toch deze figuurlijke verklaring van Jesaja 65:20 wat gedrongen en vatten wij het letterlijk op, vooral in verband met vers 22: „Want de dagen mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms.” Vooral dit vers 22 is moeilijk overeen te brengen met vers 20, wanneer daar eene belofte van uitnemende wijsheid in plaats van lang leven beloofd werd. Overigens vergete men niet, dat wij hier met eene profetische belofte te doen hebben, welke eerst dan volkomen helder zal zijn als de Heere de volle vervulling geschonken heeft.
P.J.M. de Bruin

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1904

De Wekker | 4 Pagina's

Jesaja 65 : 20

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1904

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken