Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Engeland (16)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Engeland (16)

De kracht des geloofs (204)

4 minuten leestijd

„Gij hebt geleerd dat er geen vagevuur is en dat het een inbeelding is, dat iemand na dit leven in het vagevuur straf zou lijden!” zoo ging de ondervrager voort.
”Wishart antwoordde: „Zooals ik reeds gezegd heb, durf ik zonder een duidelijke verklaring der Schrift, niets vaststellen. Ik heb den Bijbel dikwijls doorgelezen, doch die uitdrukking nergens gevonden, noch iets dat daarop van toepassing kan gemaakt worden. Daarom heb ik mij geschaamd, ooit iets te leeren, dat niet in de Schrift gevonden wordt.”
En zich tot zijn aanklager Laudes wendende , zeide de gevangene: „Indien gij eenig bewijs uit de Schrift hebt, om aan te toonen dat er een vagevuur is, laat deze vergadering het dan hooren, en ge zult mij kunnen overtuigen.
Maar Laudes antwoordde op die aanvrage niet; hij ging veel liever voort met ondervragingen om zich van den gevangene af te maken. Daarom hernam hij, op zijn oude, schimpende manier: „Gij valsche ketter, gij zegt, dat gij noch onze algemeene, noch onze provinciale conciliën zult gehoorzamen !”
„Mijne heeren!” antwoordde de beschuldigde, „wat uwe algemeene conciliën zijn, weet ik niet, daar ik daarvan geen ondervinding heb; doch in het zuivere Woord van God heb ik mij geoefend. Leest mij nu voor wat ge met algemeene conciliën bedoelt, of anders, geef mij een boek, waarin ik het lezen kan. Als het met Gods Woord overeenkomt, zal ik niet daar tegen zijn!”
Toen begonnen al de waardigheidsbekleeders tegelijk te roepen: „Waarom hem toegelaten te spreken? Lees de andere punten voor en geef hem geen gelegenheid tot antwoorden?”
Daarop begon de aanklager weer: „Gij hebt openlijk gepredikt, dat de ziel des menschen slapen zal tot den oordeelsdag, en het eeuwige leven niet verkrijgen zal vóór dien dag!”
In weemoed en verontwaardiging riep Wishart uit: „O Heere, gij God, die vol van genade en goedertierenheid zijt, vergeef hen, die zulke dingen zeggen. Ik weet zeker door het Woord van God, dat de zielen dergenen, die in Christus Jezus zijn en zich dus leerden aan Hem toe te vertrouwen, niet slapen, maar altijd het eeuwige leven hebben. Dat dit leven van dag tot dag vernieuwd wordt en versterkt, en dat zoodanig mensch nimmer verderving zal zien, maar in eeuwigheid met Christus leven zal. Een leven, waar toe alle geloovigen komen zullen en rusten in de eeuwige heerlijkheid. Amen!”
Hiermede was het onderzoek van Wishart afgeloopen. De bisschoppen hadden alleen nog maar samen te oordeelen over wat ze gehoord hadden en dan zou het vonnis geveld worden. En het kon niet twijfelachtig zijn, hoe dit vonnis zon luiden. Want de haat tegen Wishart was groot. Na de beraadslaging werd het hem dan ook aangekondigd, dat hij veroordeeld was, om op den brandstapel te sterven.
Terwijl men bezig was, den brandstapel klaar te maken, werd de kardinaal bevreesd, dat de menigte, die bij zulke gelegenheden altijd aanwezig was, pogingen zou aanwenden, om den gevangene te bevrijden. Daarom beval hij, dat de kanonnen van het kasteel naar de gerichtsplaats zouden gebracht worden en daar geladen staan zouden, tot de straf zou zijn volbracht. Toen dit geschied was , werd Wishart gebonden naar den brandstapel geleid. Onderweg ontmoette men nog eenige bedelaars, tot wie Wishart zeide: „Ik heb geen handen meer, om u een almoes te geven, maar de genadige God, uit wiens hand alle menschen leven, verleene u het noodige naar lichaam en ziel.”
Bij het vuur gekomen, knielde hij neder en bad; „Wees mij genadig, o Heere! Barmhartige Vader! in uwe banden beveel ik mijn geest!” Daarna zich tot het volk wendende, sprak hij: „Ik smeek u, geliefde vrienden, om u niet aan het Woord Gods te ergeren, bij het zien van de wreede smarten, die men mij bereid heeft; maar ik vermaan u het Woord Gods lief te hebben en met een gerust hart te lijden om des Woords wil, hetwelk de eenige bron der zaligheid en der eeuwige vertroosting is.”
Nog veel meer sprak bij en nog veel meer zou hij misschien gesproken hebben, maar de rechters gaven het teeken en de beul moest zijn vreeselijk werk beginnen, Toen dat oogenblik gekomen was, viel de beul op zijn knieën voor hem en zeide: „Ik bid u, vergeef het mij, want ik ben niet schuldig aan uw dood!” Wishart antwoordde: „Kom hier!” en toen kuste hij hem en sprak: „Dit is het bewijs, dat ik u vergeef. Doe slechts uw plicht!”
Enkele oogenblikken nog, en George Wishart ontving de kroon dergenen, die om ’s Heeren wil smaadheid lijden.

H. (Harderwijk) V.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Wekker | 4 Pagina's

Engeland (16)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken