Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geschiedenis der Doleantie (56)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De geschiedenis der Doleantie (56)

Hoofdstuk VI

5 minuten leestijd

Op de vergadering, die 5 December gehouden werd, kwam de bovengenoemde Vereeniging feitelijk tot stand; de concept-Statuten werden, nagenoeg onveranderd, gearresteerd. Een voorloopig bestuur werd verkozen en ten slotte een circulaire goedgekeurd, waardoor de zaak naar buiten zou worden aanbevolen. Deze circulaire is te vinden in de Heraut van 15 December en mede onderteekend door Dr. Hoedemaker, Kuyper, van Rinkel en Rutgers. 12 Februari 1879 werden de Statuten der genoemde Vereeniging koninklijk goedgekeurd en de Vereeniging voor Hooger Onderwijs was daarmede een bij de Wet erkende Vereeniging geworden. Nog in datzelfde jaar werden door de 5 Directeuren, waaruit het Bestuur der Universiteit volgens art. 6 der Statuten moest bestaan, een vijftal Curatoren benoemd, n.l. ds. Felix van Utrecht; Ds. de Hartog van Rotterdam, Mr. Keucheniua van 's Gravenhage, Jhr. Mr. de Savornin Lohman van 's Hertogenbosch en Mr. van Beek Calkoen te Utrecht. dr. Kuyper en dr. Rutgers, die de ziel van de geheele onderneming waren en waarvan de laatste zonder twijfel de Statuten en Reglementen der nieuwe Universiteit had ontworpen, waren de eerste hoogleeraren. Zij werden reeds September 1879 benoemd, terwijl dr. Hoedemaker, Mr. Fabius en Dr. Dilloo eerst in het voorjaar van 1880 benoemd werden. Ziedaar in 't kort de wordingsgeschiedenis van de Vrije Universiteit. Veel is er destijds over den rechtsgrond van deze Universiteit gestreden. Ik herinner hier slechts aan een venijnigen strijd tusschen dr. Bronsveld en dr. Kuyper. Dr. Kuyper „Bede om een dubbel Corrigendum tot dr. Bronsveld gericht, waarop deze antwoordde met: De „Bede” van Dr. Kuyper afgewezen, waarop dr. Kuyper zijn „strikt genomen” volgen liet. Deze brochuren blijven nog altijd de moeite waard om gelezen te worden niet alleen, omdat zij bovenstaande vraag grondig behandelen, maar evenzeer om den stijl en den satirieke humor, waardoor zij uitmunten. Ons kan echter dien strijd niet meer interesseeren. Ik geloof dat wij thans vele dingen anders bezien dan Dr. Bronsveld, die de wording van deze Universiteit mee beleefd heeft en reeds toen in Dr. Kuyper een gevaar voor de Herv. Kerk zag. Zoo iemand loopt licht gevaar een zoo gewichtige vraag als die naar den rechtsgrond der vrije Universiteit niet Sine ira et Studio te behandelen. Met de rechtsgrond van de Vrije Universiteit is het formeel geheel in orde. „Wie er een Universiteit stichten mag is feitelijk geen vraag. Ieder die daarvoor het benoodigde kapitaal bezit, kan dit doen, waarom zou hij geen inrichting voor Hooger Onderwijs in het leven kunnen roepen. Dat dit alleen de Staat of de Kerk zou mogen doen, wil er bij ons niet in. Of er aan zoodanige Universiteit ook Theologie zou gedoceerd mogen worden? waarom niet? Dat hangt eenvoudig af van hetgeen er in de Statuten of Reglementen dienaangaande bepaald wordt. De wetenschap is vrij en mitsdien ook de Theologie. Een andere kwestie is de opleiding tot den dienst des woords, die in onze dagen maar veel te veel met de eerst gestelde vraag wordt verward. Dan wordt de Theologie niet meer beoefend om haar zelfs wil, maar met bet oog op het ambt dat Christus in zijn gemeente heeft ingesteld. Die opleiding moet niet universitair maar beslist kerkelijk zijn. Versta wel, deze opleiding kan wel aan een Universiteit geschieden, mits die Universiteit dan ook door de kerk opgericht is, of hare Theol. Faculteit zoodanig onder kerkelijke toezicht stelt, dat zoowel Curatoren als professoren, door de kerken worden benoemd en ontslagen. Waar dit laatste niet geschiedt, mag de Kerk hare opleiding niet aan een zoodanige Universiteit toevertrouwen en de Gereformeerde kerken hebben zichzelven als kerken verlaagd, door een contract met de Vereeniging voor Hooger Onderwijs te sluiten inzake de opleiding.
Maar al is het o.i. met den rechtsgrond der Universiteit in orde, den schijn kunnen de twee eerste professoren nooit ontgaan, dat zij zichzelven professor gemaakt hebben. Ik zeg nadrukkelijk den schijn, want formeel is ook hier alles in orde. De directeuren zijn door de vereeniging benoemd, hunne benoeming is derhalve op grond van de Statuten wettig. Directeuren hebben curatoren benoemd, hunne benoeming is op grond van de Statuten wettig en deze leeraren hebben toen een voordracht van hoogleeraren bij directeuren ingediend, waaruit deze toen een benoeming hebben gedaan. Ook dat is formeel in orde. Maar het gekke van het geval is: dat deze gang van zaken hoofdzakelijk door de beide eerste hoogleeraren is ontworpen en in het leven geroepen. Van hen is het plan tot stichting uitgegaan. Zij hebben de Vergaderingen opgeroepen en van praeadvies gediend. Zij hebben reclame voor het plan gemaakt en ten slotte zijn ze geen „directeuren” d.i. bewindvoerders van de nieuwe stichting geworden, ook geen curatoren, maar zij hebben zich vergenoegd met de bescheiden plaats van hoogleeraren aan de stichting, die zij zelf gecreeerd hadden. Dat zijn feiten, die niet te loochenen zijn, Ik stem toe, dat het niet anders kon. Een Vrije Universiteit zonder dr. Kuyper en dr. Rutgers, was in de bestaande toestanden eene onmogelijkheid geweest en daarom moet het ook weer in deze mannen worden geprezen, dat zij zelf verloochening genoeg gehad hebben om anderen zij het dan ook in naam, over zich te laten heersen en zelf met de bescheiden plaats van professor te vreden te zijn en dat terwijl daaraan de beschuldiging nog was verbonden, dat men zichzelven tot professor had gemaakt.

L. (Leiden) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1913

De Wekker | 4 Pagina's

De geschiedenis der Doleantie (56)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1913

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken