Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

6 minuten leestijd

Nog altijd houdt de spanning in ons werelddeel aan en aller oog is thans naar de „slachtvelden” gericht, waarop de menschenmassa’s elkander verdelgen. Verschrikkelijke berichten dringen van die slachtvelden tot ons door. Menschen, die een gedeelte van Noordelijk België doorreisd hadden, deden ons de meest ontzettende verhalen van de gruwelen der verwoesting, waardoor dezen modernen oorlog zich kenmerkt. Het is voor België vreeselijk, want dat wordt in den letterlijken zin geheel verwoest, zijn bevolking gedund, zijn binnenlandschen handel en industrie vermoord en zijn landbouw en veeteelt jaren teruggezet. En de groote vraag is, hoe het met Belgies onafhankelijk gaan zal, wanneer Duitschland als overwinnaar uit dezen oorlog te voorschijn komt. Wanneer de voorteekenen hier niet bedriegen, dan vrees ik, dat er van die onafhankelijkheid niet veel zal overblijven. Reeds nu is er een gouverneur-generaal voor België benoemd. Zoowel te Luik als te Brussel is alles onder Duitsch beheer genomen. De Duitsche taal wordt reeds officieel naast de Fransehe ingevoerd en men heeft er reeds een beginsel van de alom gevreesde Duitsche bureaucratie. Uit al deze handelingen kan gerust worden afgeleid, dat bij een eventueele Duitsche overwinning België in zijn grondgebied duchtig zal worden besnoeid, dat de Luxemburgsche kwestie wel voor goed zal worden opgelost, door het inlijven bij den Duitschen Bond en dat Namen en Luik met het geheele Maasdal stellig bij Duitschland worden gevoegd. Wanneer de Duitscher zich daarmee tevreden stelt en met het oog op Engeland geheel België niet annexeert en zich daarmee in bezit van de Schelde stelt. Antwerpen heeft Napoleon het pistool op de borst van Engeland geduwd, en gedachtig aan dit woord kon Duitschland van dit pistool tegenover Engeland wel eens gebruik willen maken. Maar alles hangt af van de vraag: Wie zal het in dezen oorlog winnen? En dan staan op dit oogenblik de kansen voor Duitschland niet ongunstig, hoewel wij nog pas aan het begin van den eigenlijken oorlog staan. Feit is — want het wordt ook door de Franschen en Engelschen toegegeven dat de Duitschers op drie plaatsen de grens van Frankrijk overschreden hebben. Voorts de overwinning van den Duitschen Kroonprins in de Vogesen, waardoor hij bezit nemen kon van de Vesting Longwy, is een reuzensucces voor de Duitsche wapenen geweest. Want daardoor is niet alleen de fortengordel doorgebroken, waardoor Frankrijk zich op de oostzijde tegen de aanvallen van Duitschland heeft verdedigd, maar het Fransche leger, dat in het Zuiden van den Elzas bij Altkirchen opereerde, is daardoor genoodzaakt in allerijl terugtetrekken, wilde het niet afgesneden en omsingeld worden. De Fransche generale staf erkent dan ook op dit oogenblik, dat deze overwinning groote verwarringen in de plannen van den generalen staf heeft gebracht; en het zwaartepunt van den strijd ligt thans niet meer op de Noordgrens van Frankrijk, maar op do Oostgrens, waar alle beschikbare Fransche troepen met den grootst mogelijken spoed worden saamgetrokken, omdat daar naar het oordeel van den Franschen generalissimus Joffre, de Achilleshiel van Frankrijk is.
De volgende dagen zullen ons daarover wel meer licht ontsteken, en wanneer deze beschouwingen gelezen worden, is wellicht de groote slag reeds gevallen, waarin over het lot van Frankrijk beslist is. Wordt Frankrijk in dien slag verslagen, dan kan het Fransche leger niet anders doen dan zich in allerhaast op Parijs terugtrekken, als zijnde het laatste redmiddel.
De Engelsch-Fransche legers, die thans in Belgie staan, komen dan, tenzij zij er zich door heen slaan, tusschen twee vuren, wat op een algemeene vernietiging of algeheele overgave, evenals bij Sedan in 1870, moet uitloopen. Parijs, dat door een zwaren fortengordel omringd is, komt dan voor een beleg te staan, dat niet heel lang duren zal, want tegen de kanonnen der Duitschers blijken geen forten bestand te zijn.
Die mannen schieten met granaten van 200 kilo en op een afstand van 12 KAL, d. i. 2 uur gaans en zóó nauwkeurig, dat er bij het bombardement van Namen van de 120 schoten ook 120 treffers waren. Maar wordt Duitschland in de Vogezen terug geslagen en in zijn centrum doorgebroken, dan wordt de toestand voor Duitschland zeer hachelijk, want dan bedreigd hem het gevaar, dat de Fransche legers door de geslagen bres Lotharingen binnen stroomen en van daar over den Rijn Duitschland binnen gaan. Dan zou Duitschland ook in Belgie onverwijld moeten retieeren, daar hij alles zou moeten doen om den vijand uit zijn eigen land te houden. De zaak is dus op dit oogenblik nog op verre na niet beslist. Ook ten opzichte van ons Vaderland verkeeren wij altijd nog in het onzekere. Wel zijn er op dit oogenblik hoopvolle teekenen, maar eene wending op het slagveld kan het oorlogsgevaar weer onmiddellijk boven onze hoofden brengen.
Er is derhalve nog geen enkele reden om het gebed natelaten en niet op verootmoediging aan te dringen. Een zaak begonnen wij, dat is, dat er van overheidswege geen algemeene boet- en bededag wordt uitgeschreven. Hier speuren wij den liberalen geest van dit ministerie, dat zonder twijfel met zulk een voorstel wel tot onze Koningin wil gaan. Op grond van alles wat ik in deze dagen van onze geliefde koningin lees en hoor, geloof ik niet dat dit plan hare goedkeuring niet zou wegdragen en nu kan men wel zeggen, dat zij zelf daartoe het initiatief nemen kon, maar zij is eene constitutioneele vorstin en haar macht is niet zoo groot als dikwijls wel eens wordt vermoed. Toch zou het zoo heerlijk zijn wanneer dit werkelijk eens mocht geschreven. Duitschland heeft zijn biddagen, Engeland heeft zijn biddagen gehad, waar is onze biddag? Ik weet wel, dat de verschillende kerken hunne roeping betracht hebben, maar de kerk heeft zulk eene kleine plaats in ons hedendaagsche volksleven. “ Wel zijn de kerkgebouwen meer gevuld dan anders, maar hoeveel duizenden, die er nog geen voet in gezet hebben, eenvoudig omdat zij er niet bij bepaald, — er aan herinnerd geworden zijn.
Ik hoop hartelijk, dat het daartoe komen mag. Dan zal ons volk misschien nog meer dan thans den ernst der tijden verstaan. Dan zal het in zijn geheel er eens krachtig aan worden herinnerd, dat het gevaar dreigend is en dat er in ons geen kracht is om die gevaren te keeren. Dan zal het misschien weer leeren opzien tot dien God, op Wien onze vaderen vertrouwd en tot Wien zij geroepen hebben in de ure van het gevaar en die ze heeft uitgered en doorgeholpen. Ik zou het heerlijk vinden: een boete en bededag, uitgeschreven door Neerlands overheid voor Neerlands volk, opdat overheid en volk zich voor God verootmoedigen.
De Heere geve het!
Ds. H. Janssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1914

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1914

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken