Bekijk het origineel

Onze Officieren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onze Officieren

3 minuten leestijd

Onder dezen sprekenden titel kwam er in de Ned. Kerkbode een artikeltje voor, dat ik hier overneem in de hoop dat het niet alleen door onze hoogste leger-autoriteiten gelezen worden zal, maar dat zij ook maatregelen zullen weten te beramen, dat dergelijke stuitende dingen zich niet herhalen. Dat mag niet. Dat is tot oneer van den geheelen stand, waarin velen gevonden worden, die een dergelijk optreden als hier geschiedt, hoogelijk zullen afkeuren. Ik hoop dan ook dat er een protest uit de officiers-kringen zal opgaan, waarin een dergelijk optreden dat het geheele officierencorps schaadt, scherpelijk veroordeeld wordt. Het artikeltje luide als volgt:
Ik heb reden genoeg, om officieren te kunnen respecteeren, en ik doe dat ook. Ik wil aan hen denken, niet als menschen, die dood willen schieten, maar die bereid zijn zich te laten dooden voor het vaderland. Dàt is de eer van den krijgsstand.
Ik wil ook niet generaliseeren — dat te doen zou ongepast zijn en zou mij — gelukkig in strijd brengen met de werkelijkheid.
Maar — het volgende, waarvan ik ooren ooggetuige was en dat niet alleen mij griefde, moet ik toch noemen.
Er waren eenige jonge officieren bij elkaar. Zij gebruikten hun middagmaal in een restaurant, waar zij blijkbaar geregeld hun „tafel” hadden. Er waren ook andere menschen, die aan tafeltjes een of ander zaten te gebruiken.
Met volle kracht klinkt daar van de zijde der officieren de uitroep „Jezus Christus”. Het G. V. D. was natuurlijk niet van de lucht — dat schijnt te hooren tot de vocabulair van allerlei fatsoenlijke menschen. Het is hun blijkbaar onmisbaar. Het gesprek is niet af, als het er niet af en toe tusschen door gestrooid wordt. Het is het zout der rede — dikwijls het éénige zout!
Maar — de oppasser komt. Hij staat rustig af te wachten, wat de luitenant heeft. Ja, de luitenant heeft wat voor hem — er moet geborsteld worden. Hij geeft het hem — neen duwt het hem toe, en niet alleen commandeerderig, maar snauwerig geeft hij hem zijn bevelen. De oppasser wist zijn plaats — de officier wist haar eigenlijk niet. De mindere was hier de meerdere — de meerdere de mindere.
Maar er zou nog iets komen. Een der heeren gaat heen — en wordt gegroet met „dat 's Heeren zegen op U daal”.
Ik houd van gezag — ik geloof aan de mogelijkheid van eer ook in den krijgsmansstand.
Maar, drie dingen vragen wij van u: respect voor het heilige, dat helaas u niet heilig bleek te zijn, maar dat andere toch heilig is;
respect voor den mensch als mensch, waardoor het rangverschil niet verloren gaat, maar waardoor gij zult leeren, betamelijk te zijn tegenover uw oppasser, en tegenover ieder;
respect voor hen, met wie gij op een zelfde plaats vertoeft, en die gij niet moet hinderen met uw onheiligheden — en méér.
Vanwaar dit alles kómt — en waar het toe leidt, ik zal het nu maar niet onderzoeken.
Wilt gij geëerbiedigd zijn — eerbiedigt anderen!
Tot zoover het artikel. Commentaar is overbodig. Maar wel beveel ik het ter lezing aan al onze officieren.

O. J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1916

De Wekker | 6 Pagina's

Onze Officieren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1916

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken