Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zie het Lam Gods (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zie het Lam Gods (3)

9 minuten leestijd

„Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan.” Johs. 18 : 8b.

Als Paulus de gemeente te Éfeze opwekt om te wandelen in de liefde, wijst hij de geloovigen op het voorbeeld van Christus, en met dat voorbeeld voor oogen getuigt de apostel van Christus, „dat Hij ons liefgehad heeft en zichzelven voor ons heeft overgegeven tot eene offerande en een slachtoffer Gode, tot eenen welriekenden reuk”. Geheel de geschiedenis van Christus lijden en sterven is eene verklaring van wat dat woord „overgegeven” beleekent.
Nooit zal door eenig menschenkind de diepte van dat woord worden gepeild, ofschoon het, wat de openbaring betreft, ons in het Evangelie aanschouwelijk wordt voorgesteld. Lees daartoe met aandacht bovenstaande woorden. Lees die in 't licht der historie. Dan ziet ge Jezus in den hof Gethsemané, waar dat vreeselijk zielelijden heeft plaats gehad, daar Johannes geen woord van rept, en waar Judas met die gansche bende is aangekomen, om zijn ontzettend verraad te plegen, waarop Jezus door de dienaars van het gerecht gevangen zal genomen worden. Jezus treedt zijn vijanden te gemoet met de vraag: „ Wien zoekt gij ?” Tot tweemaal toe wordt die vraag herhaald en telkens volgt op het zeggen van de vijanden: „Jezus den Nazarener,” het antwoord van Jezus, die zegt: „Ik ben het.” De eerste maal waren allen, die daar kwamen om Jezus gevangen te nemen, ter aarde gestort. Dit kan intusschen tot bewijs dienen, dat men Jezus onmogelijk in zijn macht kon krijgen, als Hij zich daartoe niet vrijwillig overgaf. Maar toen men voor de tweede maal gezegd had, dat het om Jezus den Nazarener te doen was, zeide de Heere: „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dezen heengaan”.
Daarmee gaf Jezus het duidelijkste bewijs, dat Hij zichzelven vrijwillig overgaf en daarbij de Zijnen in bescherming nam.
In vs. 5 lezen we, dat Jezus wist alles wat over Hem komen zou. Moedig als een held, die treedt door het slijk der straten, gaat het Lam Gods Zijn vreeselijk einde te gemoet. En wat moet er nog veel gebeuren, eer alles zal Zijn volbracht, wat van Hem geschreven is.
Niemand vermag intusschen te zeggen wat die aanblik voor Jezus moet geweest zijn, toen die bende daar op Hem aankwam met stokken en met zwaarden ais tegen eenen moordenaar.
Johannes noemt het met nadruk „een bende”, die met de overste over duizend en de dienaars der Joden Jezus gevangen namen en Hem bonden.
„Indien gij Mij zoekt”. Ja zij zoeken Jezus. Het is om Hem te doen. Maar hoe aangrijpend en ontzettend ook voor het Lam Gods, zoo als door wolven te worden aangegrepen, dat alles was nog het ergste niet. Menschen zijn in dezen slechts uitvoerders van Gods raad. In hetgeen de Heere na Zijne opstanding tot de Emmaüsgangers zeide: „Moest de Christus niet deze dingen lijden”, denken we nog aan geheel iets anders dan aan een moeten, waardoor de zwakke voor den sterke moet zwichten. Dat moeten verzekert ons, dat naar den eeuwigen en onveranderlijken raad Gods geen anderen weg tot zaligheid voor zondaren mogelijk was dan alleen door den weg van lijden en sterven, waar Christus, als de Borge Zijns volks, zich vrijwillig toe overgaf. Zoo komt bij elke bijzonderheid uit het lijden van Christus zoo duidelijk uit hoe vreeselijk de zonde is in de oogen van den heiligen en rechtvaardigen God. Als tegen een mensch, een onschuldig mensch alzoo werd opgetreden, hoe zou ieder, die nog eenig rechtsbewustzijn heeft, dit met verontwaardiging veroordeelen. En nu geldt het hier niet een mensch van gelijke beweging als wij, maar het gaat hier tegen Gods Zoon, tegen den Eeniggeborenen des Vaders, die in de menschelijke natuur omwandelde onder de menschen en nooit anders dan wél gedaan heeft. Tegen Hem is de haat en de vijandschap van menschen zoo hoog geklommen, dat men de handen aan Hem zal slaan, dat men hem als een groot misdadiger binden, en gebonden zal wegleiden van den éénen rechter tot den anderen. Rusten zal men niet voor dat men Hem aan
't kruis heelt genageld. Toch tegenover al die laagheid en wreedheid, door menschen Hem aangedaan, geen tegenweer, geen zelfverdediging. Waarom niet? Jezus wist, dat dit alles over Hem komen zou en komen moest. Daarom laat Hij zich als een Lam ter slachting leiden. Hij, die met een enkel woord al zijne vijanden kon verslagen hebben. Met het: „Ik ben het!” heeft Jezus geantwoord op het zeggen van Zijne vijanden, dat zij Jezus den Nazarener zoeken, en daarmee is nu ondubbelzinnig aangewezen wie Jezus de Nazarener is. De gewapende bende heeft daarmee tevens uitgesproken, dat ze niemand anders zoeken. Wijzende op Zijne discipelen, laat de Heere er dan op volgen: „laat deze heengaan.” Zoo neemt Christus, die als Borg voor anderen zal lijden, de Zijnen in bescherming. Hij en Hij alleen zal het voor de Zijnen goed maken. Wat Hij lijdt is de straf, die Zijn volk heeft verdiend, maar waartoe Hij gekomen is, om Zijn volk zalig te maken van hunne zonden. Door Zijne striemen is ons genezing geworden. Onze smarten heeft Hij gedragen. En hier, hier zien we, hoe geheel en hoe vrijwillig Zijne overgave is. Hij is gekomen om den wil Zijns Vaders te volbrengen en het welbehagen Gods zal door Zijne hand gelukkiglijk voortgaan. Wat het echter in heeft zich alzoo als de eeuwige Zoon des Eeuwigen Vaders onvoorwaardelijk over te geven, aan al dat geweld, aan al die laagheid, aan al die vernedering en smart, door booze menschen Hem aangedaan, gaat alle beschrijving van menschen te boven. Het geloof kan daar inzien, maar zal er nooit de diepte van peilen. Tracht het u maar eens in te denken, Christus ais de Zoon des menschen, rein en heilig en van alle zonden vrij, tegenover die gewapende bende met een Judas voorop.
Wij menschen kunnen alleen zien wat uitwendig onder ons waarnemingsvermogen valt, maar Christus ziet in de harten der menschen. Hij zag en wist ook wat in het hart van een Judas was. Die Judas was één Zijner discipelen, die met Jezus had omgewandeld, had gegeten en gedronken, en die getuige was geweest van de wonderen, welke de Heere had verricht. Van die Romeinsche soldaten is niet anders te verwachten, dan dat zij hun werk doen, waartoe zij zijn uitgezonden. Dat zijn blinde Heidenen, die niet weten wat zij doen. Maar die overpriesters, schriftgeleerden en oudsten des volks? Deze zijn uit Israël en stammen naar den vleesch af van Abraham. En die Judas dan? Bekend gestaan als een discipel en een vriend van Jezus en nu een verrader van Zijn Heere en Meester! Die op de verachtelijkste wijze, met het vriendschapsteeken van een kus, zijn echt satanisch werk volbrengt! Wat een handelwijs! Wat een ontmoeting voor Jezus ! Welk een gewaarwording in die heilige ziel van Hem, die overgeleverd wordt om onze zouden!
„Laat dezen heengaan”, zoo spreekt de liefde, die beschermt. Zoo leefde het in des Middelaars harte van af den beginne van Zijn optreden. Zoo was reeds Zijn verlangen, toen Hij zich van eeuwigheid bereidwillig verklaarde, om de welverdiende straf voor Zijn volk op Zich te nemen. Ach, die discipelen, wat zijn ze anders dan weerlooze schapen.
Maar nu Christus het op Zich heeft genomen om als Borg hun schuld te betalen en voor hen gerechtigheid te verwerven, nu kan Hij op Zijne volmaakte gehoorzaamheid aan den wil des Vaders ook eischen de Heidenen tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijne bezitting.
En als eens de vloek des Almachtigen alle goddeloozen zal treffen en zal doen vergaan als de stoppelen op het veld, dan zal aller stervelingen oog aanschouwen de onuitsprekelijke weldaad van hen, die, door Christus gerechtigheid gedekt, in Zijne bescherming zullen deelen. Al ondergaat Hij het zwaarste lijden, al deelt Hij in de diepste vernedering, toch blijft Jezus aan de Zijnen gedenken. Zal Hij eenmaal lichamelijk van Zijne discipelen zijn gescheiden, dan nog zal het hun aan bewijzen niet ontbreken, dat Jezus de Heere hun niet vergeet. Neen, de tijd is nog niet gekomen, dat het den discipelen gaan zal gelijk den Meester. En is het eenmaal daar aan toe, dat ook de beulshanden aan hen zullen geslagen worden, dan zullen de wreedaarts, dan zullen de vijanden hen niet laten gaan, maar dan zal toch de hel over hen niet triumfeeren. O neen, van alle de Hem door den Vader gegevenen, is niemand verloren gegaan dan de zoon der verderfenis. Die verschooning des Almachtigen, dat vrije uitgaan in dat heilig Godsgericht, dat dankt Gods kind aan zijn eeuwig gezegende Verlosser, die Zich voor hen overgaf, die voor hen het op Zich nam om een voikomene verlossing uit te werken. Al kost het Hem dan Zijn bloed en Zijn leven, Hij zal niet rusten voor het alles zal zijn geschied.
Zoo zal dan weldra het groote proces beginnen tegen Jezus van Nazareth. Eerst naar Annas, dan naar Kajafas en ten laatste naar Pontius Pilatus. Zoo gaat het van Gethsemane naar Golgotha. Door lijden tot heerlijkheid. Maar een ander, een oneindig grooter proces volgt weldra. Dan zal Hij, die nu gebonden en gevangen genomen wordt, om straks aan het kruis te sterven, op de wolken des hemels komen om te oordeelen de levenden en de dooden. Dan zullen alle vijanden van Christus hun rechtvaardige en vreeselijke straf niet ontgaan, maar zij die schapen waren van den goeden Herder, zuilen door Hem worden beschermd.
Als dan Gods geduchte toorn zal ontbranden tegen allen, die Gods heilig kind Jezus smaadheid hebben aangedaan, dan zal verschoonende liefde zeggen in het belang van al Zijn vrijgekochten volk: „Laat dezen heengaan.” Heengaan opdat zij niet omkomen met de goddeloozen, en laat ze ingaan in de stad, welker straten van goud zijn.

W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 22 March 1918

De Wekker | 4 Pagina's

Zie het Lam Gods (3)

Bekijk de hele uitgave van Friday 22 March 1918

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken