Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Luther, Calvijn, de Cock en de Kerkhervorming (XXX)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Luther, Calvijn, de Cock en de Kerkhervorming (XXX)

4 minuten leestijd

En dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. I Joh. 5:4b.

Het supra-standpunt vindt ook geen steun in de Heilige Schrift, maar is meer vrucht van het philosophisch-theologisch denken, dat zich gaarne vermeldt in logische redeneeringen en zich niet licht als een kindeke onder de Heilige Schrift wil stellen. Want dat een supra-theoloog de Schrift noemt en dat hij uit Gods Woord enkele teksten aanhaalt, die Gods Souvereiniteit hoog houden, is niets zeggend!
Dan eerst kunnen wij gerekend worden tot de bijbelsche theologen in den goeden, gezonden zin, wanneer wij én in ons denken én in de vorming van ons begrip en verwerking der dogmatische stof ons geheel door de Heilige Schrift laten leiden. Dan blijven wij staan, waar ons de Schrift een heilig „halt” toeroept en willen wij niet aan wijsgeerige bespiegelingen ons overgeven, al wil ook de wet van het logisch denken ons op dien weg afvoeren.
En nu is dit een karakteristiek van Calvijn, dat heel zijn theologische denkwijze geen vrucht is van filosofie en star logisch denken, maar dat zij van begin tot einde met 't zout van Gods Woord is doortrokken. Hoe nauwgezet hij zich aansluit aan 's Heeren Woord, moge blijken uit zijne waarschuwing, wanneer hij zegt: „want wij moeten weten, dat zoo haast als wij buiten de paden des Woords getreden zijn, onze loop buiten den weg en in de duisternis is, waar wij aanstonds zullen dwalen, vallen en stooten. Laat ons dan dit eerst voor oogen hebben, dat een andere kenner der praedestinatie te zoeken, dan die in het Woord verklaard wordt, geen minder uitzinnigheid is dan wanneer iemand wilde gaan daar waar geen weg is of zien in de duisternis”.
Calvijn wil er dus niets van weten om een bespiegelend standpunt in te nemen, maar hij heeft dit stuk met heldere nauwgezetheid gebonden aan den teugel van 's Heeren Woord. Een dualistisch, een tweeslachtig standpunt heeft Calvijn nimmer ingenomen, en toch gaan daaraan de meeste supra-theologen mank. Zoo verklaarde Spanheim, een der oude godgeleerden, dat hij op zijn studeerkamer supra-lapsarisch was en bij het onderwijs der gemeente infra-lapsarisch.
Zoo heeft voor eenige jaren Dr. Kuyper Sr., die zeker wel de leider in dit geding kan heeten, ronduit erkend, dat men bij de prediking des Woords niet van het Supra kan uitgaan. En prof. Vos, Hoogleeraar aan de Theol. School der Christ. Geref. Kerk in Amerika, een vurig aanhanger van Kuypers verbondsleer, heeft in zijn dogmatiek gezegd, dat men van uit het supra geen voor de praktijk (ik cursiveer) bruikbare verbondsbeschouwing kan opbouwen.
Maar dan is dat aanstonds een duidelijke aanwijzing dat de hartslag van Gods Woord wordt gemist en dat alleen het licht van de studeerlamp hier schijnt. Mij dunkt, ik zeg niet te veel, dat een wijze van denken, die in de praktijk niet gestuwd en gedragen wordt door de spankracht van Gods Woord, reeds daardoor geoordeeld is als nimmer de rechte, de juiste te kunnen zijn.
Hieruit verklaart het zich, dat ook onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis, die geheel onder Calvijn's invloed is geschreven, de infra-lapsarische voorstelling met alle kracht voorstaat. De belijdenis is als een hof, die beademd wordt door 's Heeren Woord en besproeid wordt uit de fontein des heils.
En nu heeft nog nimmer de knapste supra-theoloog kunnen aantoonen, dat de praedestinatie in de Heilige Schrift wordt losgemaakt van zonde en val der menschen. De teksten, die men aanvoert als „Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook 't Leem zeggen tot zijn formeerder: Wat maakt gij?” en dergelijke wijzen wel heen naar Gods vrijmacht en getuigen van zijn zelfverheerlijking, maar zeggen ons niets over
't object of voorwerp der praedestinatie. Filosofisch kunnen wij uit dergelijke bijbelteksten gaan redeneeren en concludeeren, maar wie niet de filosofie, maar de Heilige Schrift tot Leidsvrouw heeft, moet, gelijk Calvijn en onze Vaderen van Dordt, Infra-zijn.
Overal waar Gods Woord spreekt van „vaten des toorns” en „vaten der barmhartigheid”, van „genade, gegeven voor de tijden der eeuwen”, van „uitverkoren, tot besprenging des bloeds van Jezus Christus”, enz. blinkt Gods barmhartigheid een rechtvaardigheid uit over een gevallen menschelijk geslacht. Altijd waar de Heilige Schrift met nadruk over de praedestinatie spreekt,
is 't object de gevallen menschheid; en dan heeft niemand het recht hiervan af te wijken.

A. (Amsterdam-W.) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1918

De Wekker | 4 Pagina's

Luther, Calvijn, de Cock en de Kerkhervorming (XXX)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1918

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken