Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veronderstellen 6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veronderstellen 6

5 minuten leestijd

Wanneer de leer der veronderstelde wedergeboorte als schriftuurlijk mocht gekarakteriseerd worden dan zou men moeten kunnen aantoonen, dat allen, die onder het Oude Testament het sacrament der besnijdenis ontvingen als verondersteld wedergeboren werden aangemerkt. Wij houden toch vast aan de wezenlijke eenheid van het verbond der genade al is het naar het karakter der bedeeling in oud en nieuw verbond onderscheiden. Altijd hebben onze Gereformeerde vaderen de Coccejaansche opvatting bestreden, die het verbond der genade uit elkander rafelde en den geestelijken rijkdom van het oude verbond liet verdampen in de schaduwen van Israels eeredienst. Even zoo gelijk hebben onze vaderen zich verzet tegen de Roomsche opvatting. Rome beweert, dat het oude verbond geestelijk minder waardig was en dat daarom tusschen de sacramenten van het Oude en Nieuwe Testament een groot verschil bestaat. Immers — zoo leert Rome — de eerste veroorzaken den genade niet, maar beelden ze slechts af, omdat deze genade alleen door het lijden van Christus zal geschonken worden en daarom Jezus eerst moest verhoogd zijn.
Zie — wanneer wij dit Coccejaansch en Roomsch — gevoelen onder het oog houden, dan wordt het ons wel wat donker, wanneer wij lezen in „E. Voto.” één van de standaardwerken van Dr. Kuyper „wel zien wij bij Israel een soort schaduwachtige sacramenten in gebruik die uit andere elementen waren samengesteld, maar dit verandert in niets den gestelden regel, daar deze bedeeling der sacramenten een geheel eigenaardig karakter draagt en men dan ook nooit mag zeggen dat de besnijdenis en het Paschen sacramenten in vollen werkelijken zin waren. Wel had Israel zijn sacramenten van besnijdenis en Pascha, maar deze droegen gelijk geheel Israels bedeeling toch altoos een schaduwachtig karakter en mogen nooit met de volle sacramenten van doop en avondmaal geheel gelijk gesteld worden.”
Een zelfde toon laat Dr. H.H. Kuyper hooren in zijn werk „Hamabdil,” die ook tracht aan te toonen, dat de sacramenten des Ouden Testaments een schaduwachtig karakter dragen en niet dezelfde genade beteekenen en verzegelen als de sacramenten des Nieuwen Testament. Nu zal voor ieder, die hier even weet door te denken, duidelijk zijn, dat de voorstanders der veronderstelde wedergeboorte tot zulk een verschil tusschen de sacrament en des Ouden en des Nieuwen verbonds moeten komen! Wanneer men voorop stelt de onderwerpelijke genade, en de kinderen voor geloovigen moeten gehouden worden en daarom gedoopt, dan begrijpt iedereen, dat deze geestelijke zijde nooit bij de sacramenten des Ouden Verbonds is aan te wijzen.
Immers het wordt in de Heilige Schrift zoo overtuigend aangetoond dat heel de oude bedeeling haar geestelijken rijkdom bezat in de heilsbelofte: „Ik ben uw God en uwen zade na u”. Op dien grond wordt de eenheid der sacramenten vastgehouden door onze Gereformeerde belijdenis. Lees art. 34 van de belijdenis „dat men de kinderen behoort te doopen en met het merkteeken des verbonds te verzegelen gelijk de kinderen in Israël besneden werden op dezelfde beloften, die onze kinderen gedaan zijn”. En dan wordt zoo sterk mogelijk afgekeurd om de sacramenten des ouden verbonds hun geestelijken inhoud te ontrooven als daar nog volgt in hetzelfde artikel der belijdenis, „daarenboven hetgeen de besnijdenis deed aan het joodsche volk, hetzelfde doet de doop aan onze kinderen, welk de oorzaak is, waarom de heilige Paulus den Doop noemt de besnijdenis van Christus”.
En wanneer ge deze heldere uitspraken onzer belijdenis vermeerdert met een woord van Calvin, dan moge de lezer oordeelen of het Gereformeerd of Neo Gereformeerd is, wanneer men de geestelijken rijkdom van de sacramenten des nieuwen verbonds verheft om de leer der veronderstelde wedergeboorte te kunnen drijven. Calvijn schrijft in boek 4 van zijn Institutie „voorts moeten wij geheel verwerpen dat leerstuk der scholastieken, waardoor een zoo groot onderscheid gemaakt wordt tusschen de sacramenten van de oude en van de nieuwe bedeeling alsof de eerstgenoemden de genade Gods alleenlijk hadden afgeschaduwd, maar de laatste dezelve dadelijk toebrengen. De apostel toch spreekt niets lieffelijker van deze dan van gene, wanneer hij leert 1 Cor. 10 : 3, dat de vaderen dezelfde geestelijke spijs met ons gegeten hebben en aanwijst dat die spijs Christus was. En inderdaad — zoo gaat Calvijn dan voort — wij mogen aan onzen doop niet meer toeschrijven dan hij elders aan de besnijdenis toekent. Al wat ons hedendaags in de sacramenten geschonken wordt, ontvingen oudtijds de joden in de hunne, Christus namelijk met zijn geestelijke schatten. Dezelfde kracht, die de onze hebben, ontwaarden zij ook in de hunne, t.w. dat zij zegelen waren der goddelijke gunst jegens hen tot de hoop der eeuwige zaligheid”. En met klimmenden nadruk wijst Calvijn er ten laatste nog op, dat de sacramenten der joden onderscheiden waren van de onze in de teekenen, maar gelijk in de zaak, die beteekend wordt, dat zij onderscheiden waren in de zichtbare gedaante, maar gelijk in geestelijke kracht. Geen andere toon hoort ge, wanneer ge het Schatboek van Ursinus opslaat.
Ik meende op deze eenheid der sacramenten eerst den aandacht te moeten vestigen om later niet te moeten hooren, dat dit alles oud-Testamentisch is. Wanneer voor ons de geestelijke eenheid der sacramenten van het Oud- en Nieuw verbond vaststaat, dan moet de leer der onderstelde wedergeboorte vóór alles door het Oude Testament worden gestaafd. Daarnaar nu moeten wij een onderzoek instellen.
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921

De Wekker | 4 Pagina's

Veronderstellen 6

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken