Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemeente-bearbeiding (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemeente-bearbeiding (5)

5 minuten leestijd

Het is zoo noodzakelijk, dat de dienaar des Woords de gemeente kenne. Gelijk wij opmerkten, is de enkele ontmoeting des Zondags in de kerk niet voldoende. Ook het bij geval ontmoeten, in de week, brengt niet de vereischte kennis aan. Evenmin de besoeken aan de kranken, hoewel bij deze bezoeken meer de gelegenheid bestaat, wat dieper te peilen dan bij een toevallige ontmoeting.
Zal de prediker de gemeente leeren kermen, dan is het doen van huisbezoek noodzakelijk. Wij weten wel, dat in de eerste plaats gewoonlijk gevraagd wordt naar de preekgaven. Kaar deze oordeelt dikwijls eene gemeente bij eene beroeping alleen. Is de dominé een man voor den kansel? Zal hij menschen trekken? Achter deze vragen schuilt vaak veel hoogmoed. De dienst des Woords op den kansel is de gelegenheid, waarop de predikant in het openbaar zich vertoont. En welke gemeente verlangt niet naar een dominé, op wien men met zekeren trots kan wijzen, En als das de kerk vol loopt, dan meent man daarin al groei te zien, Ja zeker, er groeit ook wat, maar het is niet altijd van het beste. De ijdelheid groeit.
Of wij dan de gaven van een prediker niet mogen en moeten waardeeren? Wel-zeker, waarom niet! God heeft ze niet geschonken, opdat ze ongebruikt zouden blijven liggen. De preekgaven maken evenwel den dominé niet.
Is het u nooit opgevallen, dat er altijd sprake is van herder en leeraar, niet andersom: leeraar en herder? En nu zoekt de gemeente in de eerste plaats een leeraar en niet voorbij, dat de dominé in de eerste plaats herder moet zijn.
Werkelijk zij mocht, en de kerkeraad heeft haar daarin voor te gaan, bij elk beroep wel eens onderzoeken of de begeerde persoon wel herder is, getrouw in het bezoeken van zijne gemeente, of hij zich niet door anderen maar persoonlijk wel op de hoogte stelt van hetgeen daar leeft in het hart zijner schapen; of hij wel leeft „in 't midden zijns volks.”
„Wat is uw man?” werd eens aan eene vrouw gevraagd. „Ik geloof, handelsreiziger,” was het antwoord. „Wat? Handelsreiziger?” „Ja, hij is zoo wat nooit thuis dan Zondags.”
Er kunnen gemeenten zijn, die in het zelfde geval verkeeren.
Zondags de dominé op stoel en in de week, nu ja, het allernoodzakelijkst wordt gedaan, misschien nog wel óvergedaan aan een ouderling, maar verder.… de gemeente ziet hem niet!
Wat verstaan zulke dienaars toch weinig van de drievoudige opdracht, door den Heere Jezus aan Petrus bij zijne herstelling in het apostolaat gegeven: Weid Mijne lammeren; hoed Mijne schapen; weid mijne schapen,”
IJverige predikers zijn soms luie herders.
Laat het toch, ook onder onze dominées, niet de vraag zijn: Hoe breng ik het er Zondags af? maar: Hoe breng ik het er door de weeks en Zondags af? Niet: wat ben ik, wat presteer ik op den predikstoel? maar: wat ben ik, wat presteer ik in mijnen arbeid in de gemeente?
Vergeten wij het niet: de herder wint het op den langen weg van den leeraar! En: wie als herder zijne roeping verstaat, zal voor de bediening des Woords er de rijkste vruchten van plukken.
Oppervlakkig beschouwd, schijnt preeken moeilijker dan het doen van huisbezoek. Dat is ook zoo, als men van het huisbezoek eene min of meer geestelijks visite, geen visitatio = onderzoeking, maakt. Wat eischt dan de preek eene voorbereiding, wat hoofdbrekens in de samenstelling, wat zweet soms onder het uitspreken. Van dat alles bij zulk huisbezoek niets, of men moest bij „lastige” menschen komen, die altijd wat hebben.
Maar bij het ware huisbezoek.
Laat mij eens vragen. Waar heeft de dominé meer zelfverloochening noodig, bij de preek of bij het huisbezoek? Waar meer geduld? Waar meer tact? En, wat niet de minste vraag is Waar meer moed?
O, 't is zoo gemakkelijk, op den preekstoel de lijnen recht te trekken, te staan voor de waarheid, af te leggen de getuigenis van Jezus Christus. Niemand is er, die eene tegenwerping maakt; de luisterende gemeente prikkelt tot meer vuur en geeft gloed aan het woord.
Bij het huisbezoek preeken wij niet!
Een groote kunst van het huisbezoek is — luisteren, een moeilijk werk voor een domine.
Een tweede groote kunst is, de menschen aan het spreken te brengen.
Een derde, om de menschen te begrijpen.
Dat alles vraagt een inleven, waarbij het preeken gemakkelijk schijnt.
Daarbij komt de ingewikkeldheid der bijzondere vraagstukken voor de bijzondere personen. Men kan, o, zooveel aan psychologie (zielkunde) gedaan hebben, een meester zijn in het classificeeren van de gevallen, maar de practijk spot dikwijls met de theorie, die op haar opgebouwd wordt.
En de dominé gaat naar huis met vraagstukken ter overdenking en bepeinzing, ter toetsing aan het Woord van God.
Of wel, er zijn bijzondere dwalingen, die bij het huisbezoek aan deu dag treden.
Hoe moeten ze behandeld worden? Alle afwijkende gevoelens maar met een „dat is kettersch” veroordeelen, zonder meer? Men kan wel eens te veel „den menschen den mond stoppen” en daardoor verliezen in plaats van behouden.
Goed huisbezoek doen is geen gemakkelijk werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1924

De Wekker | 4 Pagina's

Gemeente-bearbeiding (5)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1924

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken