Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen secte, toch afgescheiden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen secte, toch afgescheiden

4 minuten leestijd

Kort geleden schreven wij iets over de zinsnede door Dr. de Moor gebruikt: „Wij hebben ons niet afgescheiden, maar het juk der onwettige organisatie afgeworpen”. Wij zagen hierin het beginsel der Doleantie tegenover dat der Afscheiding.
Dr. de Moor heeft in „de Heraut” van 21 Dec. zich hiertegen verzet en het volgende geschreven:
„In 1834 droeg de Acte, waarop Doc. de Bruin doelt, niet alleen des titel: „Acte van Afscheiding”, doch daarop volgde „of Wederkeering”. Daarom zegt Prof. Bouwman terecht in zijne brochure „Het reformatorisch beginsel of de Afscheiding beoordeeld naar het Gereformeerde kerkrecht is hare verhouding tot de Overheid: Daarmede werd uitgesproken, dat Ulrum's Kerk de afscheiding beschouwde als eene wederkeering tot de leer, de tucht en den dienst der Gereformeerde vaderen, Ulrum's kerk beweerde de voortzetting te zijn van de oude Gereformeerde kerk.”
Dr. de Moor betoogt vervolgens, dat de doleerenden in 1886 dit ook wilden en beider bedoeling, zoowel van de mannen van 1834 als 1886 is geweest „hoewel bij verschillende methode”, (wij zouden liever zeggen „uit verschillend beginsel, want Afscheiding en Doleantie gaan van een tegenovergesteld beginsel uit inzake hunne beschouwing van de Ned. Herv, Kerk), de voortzetting te zijn van de aloude Geref. kerken van vóór 1816. Dr. de Moor vraagt nu aan Doc. de Bruin of de Christelijke Gerelormeerden die pretentie hebben opgegeven en zich daarmede tot een secte hebben verklaard?
Op deze vraag mogen wij het antwoord niet schuldig blijven. Neen, wij hebben nimmer die pretentie opgegeven, noch ons tot eene secte verklaard, maar altijd volgehouden, dat wij niet alleen de wettige voortzetting zijn van de kerk der Scheiding, maar ook van de Oude Geref. kerken, zooals zij in de zestiende eeuw in ons land zijn geopenbaard, toen onze vaderen zich losmaakten van de Roomsche Kerk en door reformatie tot scheiding van Rome kwamen. De continuïteit van de kerken der reformatie wordt door ons terdege erkend. Daarom stemmen wij ook in met hetgeen Dr. de Moor van Prof. Bouwman aanhaalde: Door afscheiding van de valsche of liberale kerk (zoosls Ds. H. de Cock schreef in de Acte van Afscheiding) zijn wij wedergekeerd tot de ware Gereformeerde Kerk.
Doch hierover ging het niet in ons eerste stukje. Dr. de Moor gaat juist buiten het punt in questie om. Had onze opponent geschreven:„Wij hebben ons niet afgescheiden van de ware Gereformeerde kerk, maar wij zijn tot dezelve wedergekeerd,” dan waren wij het roerend eens geweest, maar nu schreef hij als tegenstelling: „maar het juk der onwettige organisatie afgeworpen”. Uit deze bijvoeging blijkt, dat Dr. de M. afscheiding van de Ned. Herv. Kerk en afwerping van het juk der onwettige organisatie tegenover elkaar stelt, zooals ook de Chr. Geref. kerk vóór 1892 dit stelde tegenover het beginsel der doleantie. En verklaarde de oude Christ, Geref. kerk zich daarmede tot eene secte? Neen, zij maakte onderscheid tusschen afscheiding van de Geref. kerk en afscheiding van de Ned. Herv, kerk en verwierp het eerste met verdediging van den plicht tot het laatste.
En dit nu wilde de doleantie niet. Daarom verklaarde de synode en in haar heel de Christ. Geref. kerk in 1888 te Assen, dat zij slechts met de Ned. Geref. kerken kon vereenigen, als zij het navolgende verklaarden:
1. Dat de doleerenden in gehoorzaamheid aan 's Heeren Woord en in overeen stemming met art. 27—29 onzer Belijdenis, met het Ned. Herv, kerkgenootschap, zooals het sedert 1816, met zjjne organisatie, besturen en reglementen bestaat, volkomen gebroken hebben.
2.Dat zij de afscheiding van gemeld genootschap, zooals ze in 1854 plaats had, erkennen als geschied te zijn in gehoorzaamheid aan en in overeenstemming met Gods Woord en daarmede ook de plaatselijke gemeentes der Chr. Ger. kerk als wettige openbaring van het lichaam Christi.
Kan Dr. de Moor deze verklaring in punt 1 en 2 aanvaarden? Zoo ja, waarom hebben dan Dr. Kuyper c, s. als Deputaten van de Syn. der Ned, Geref. kerken deze punten verworpen en verklaard, dat ten gevolge van de besluiten te Assen genomen, eenige gemeenschappelijke basis (wij cursiveeren) van onderhandeling ontbrak? Was de kerk, ter Synode van Assen vergaderd nu eene secte? Wij staan, nog op datzelfde standpunt.
P.J.M. de Bruin

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1925

De Wekker | 4 Pagina's

Geen secte, toch afgescheiden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1925

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken